Amnesty International veroordeelt het Chinese regime voor de behandeling van het personeel van het Britse consulaat in Hongkong

De verklaring van Simon Cheng, inwoner van Hong Kong, dat hij tijdens werd gemarteld tijdens zijn tijd in Chinese hechtenis, illustreert volgens Amnesty International een bekende tactiek van Peking. Amnesty International heeft deze intimiderende acties van het Chinese regime veroordeeld.

“Het vreselijke misbruik dat Simon Cheng in zijn verklaring beschrijft, zoals vastgeketend worden en in belastende posities worden geplaatst, komt overeen met de gebruikelijke marteling en andere vormen van mishandeling in detentie die we herhaaldelijk hebben gedocumenteerd in China”, zei Patrick Poon, een onderzoeker uit China voor de mensenrechtenorganisatie in een persbericht van 20 november.

“Dit lijkt een hardhandige poging van Chinese overheidsfunctionarissen te zijn om iedereen te intimideren die met de protesten in Hongkong in verband lijkt te staan, en het illustreert op angstaanjagende wijze de inherente risico’s van het voorstel voor een uitleveringswet die de onrust in eerste instantie heeft aangewakkerd”, zei hij.

Poon riep de Chinese autoriteiten op om een onderzoek in te stellen naar de marteling en andere vormen van mishandeling van Cheng en de betrokken politieagenten hiervoor verantwoordelijk te houden.

Cheng, 28 jaar, is stafmedewerker bij het Britse consulaat-generaal van Hongkong, en werd begin augustus vermist na een reis naar Shenzhen, de Chinese stad op het vasteland die aan Hongkong grenst, om een zakelijk evenement bij te wonen.

Op 21 augustus bevestigde het Chinese Ministerie van Buitenlandse Zaken dat hij in Shenzhen voor 15 dagen “administratieve detentie” werd vastgehouden op verdenking van het overtreden van de Wet van het Strafbeleid van de Openbare Veiligheid van China, die straffen oplegt aan hen die”, de openbare orde verstoren” of “de openbare veiligheid in gevaar brengen”.

 Cheng werd op 24 augustus vrijgelaten.

 In een recente Facebook-post vertelt hij hoe hij fysiek werd mishandeld terwijl hij in Chinese gevangenschap verkeerde.

“Ik werd opgehangen (geboeid en geketend) aan een steil kruis in de vorm van een X en hing urenlang met armen en benen gespreid”, schreef Cheng.

“Soms gaven ze me de opdracht om ‘stresstesten’ uit te voeren, waarbij ik  extreme krachtsinspanningen moest leveren zoals urenlang de ‘squat’ en de ‘stoelhouding’. Ze sloegen me iedere keer met geslepen knuppels als ik het niet meer kon volhouden.”

“Ik werd ervan verdacht het meesterbrein en Brits vertegenwoordiger te zijn om de protesten in Hongkong aan te wakkeren en te organiseren”, schreef hij. Chinese staatsmedia en ambtenaren in Peking hebben consequent het verhaal verspreid dat de huidige prodemocratische protesten in Hongkong door het buitenland worden aangespoord.

Hij schreef dat hij werd gefilmd terwijl hij een gedwongen schriftelijke bekentenis voorlas. Hij werd onder druk gezet om te zeggen dat hij “het moederland heeft verraden” en “heeft aangespoord tot prostitutie”, de aanklacht die de Chinese autoriteiten hem ten laste legden.

Op 21 november publiceerde de Chinese staatsmedia de videobekentenis van Cheng.

De autoriteiten dreigden Cheng dat hij opnieuw naar China zou worden gebracht als hij publiekelijk zou spreken over zijn ervaring in de gevangenis, aldus zijn Facebook post.

Cheng schreef dat een geheim agent hem vertelde dat “heel veel demonstranten uit Hongkong zijn opgepakt, afgeleverd en vastgehouden op het vasteland van China”, hoewel de bewering niet kon worden geverifieerd. Cheng zei ook dat hij 10 jonge “criminele verdachten” in het detentiecentrum ondervraagd zag worden, van wie hij vermoedde dat ze Hongkong demonstranten waren.

Dominic Raab, de Britse minister van Buitenlandse Zaken, ontbood de ambassadeur van China en sprak zijn verontwaardiging uit over de wrede en schandelijke behandeling van Cheng die in strijd is met China’s internationale verplichtingen, aldus een persbericht van de regering van 20 november.

Ondertussen beweerde Geng Shuang, de woordvoerder van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van China, tijdens een persconferentie op 20 november dat de politie “al zijn wettelijke rechten verzekerde” toen Cheng werd vastgehouden.

De aanhoudende protesten in Hongkong werden aangewakkerd door het verzet tegen een inmiddels ingetrokken uitleveringswet die het Chinese regime in staat zou hebben gesteld om personen uit Hongkong over te brengen om voor de Chinese rechtbanken te worden berecht. Deze staan bekend voor het ontbreken van een rechtsorde.

Demonstranten hebben sindsdien hun eisen uitgebreid en roepen het stadsbestuur op te voldoen aan het algemeen kiesrecht en een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar het gebruik van geweld door de politie tegen demonstranten.

Volgens de media in Hongkong zei Patrick Nip, de minister van Binnenlandse en Grondwettelijke Zaken, dat Hongkongers het stadsbestuur om hulp kunnen vragen als ze in China in de problemen komen, als antwoord op een vraag van de media over Cheng’s verslag van de marteling op 20 november.

Amerikaanse volksvertegenwoordiger Jim Banks meldde in een tweet van 20 november over Cheng’s marteling: “Concentratiekampen, geen vrije pers, marteling van niet-Chinese burgers, ‘sociaal krediet’ systeem, 24/7 surveillance.”

Banks voegde hieraan toe: “De #Hongkong protesten geven Amerika en de vrije wereld een glimp van hoe het leven is onder de duim van de Chinese Communistische Partij.”

Door Frank Fang, Epoch Times

Volg Frank op Twitter: @HwaiDer

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN