Belangrijkste bevindingen van de inspecteur-generaal van het Amerikaanse ministerie van Justitie wijzen op belangrijk FISA-misbruik

Michael Horowitz, de Inspecteur-Generaal (IG) van het Amerikaanse ministerie van Justitie, publiceerde zijn rapport over FISA-misbruik (Foreign Intelligence Surveillance Act) op 9 december jongstleden en veroordeelde de activiteiten van de FBI.

De focus van het IG-rapport was misbruik van het FISA-proces en de bevindingen van de IG tonen talloze problemen aan met de acties van FBI-agenten bij het verkrijgen van het FISA-bevel dat werd gebruikt om Trump’s 2016 presidentiële campagneadviseur Carter Page te bespioneren.

Alles bij elkaar identificeerde de IG “ten minste 17 significante fouten of weglatingen in de Carter Page FISA-aanvraag en vele extra fouten in de Woods-procedures.”

Hoewel veel mediaorganisaties zich proberen te concentreren op de bevinding van de IG dat de FBI bij de opening van het eerste contra-inlichtingenonderzoek op 31 juli 2016 in haar recht stond, moet worden opgemerkt dat dit niet de focus van het IG onderzoek was. Deze kwestie werd door de IG op de allereerste pagina van zijn rapport behandeld:

“Onze rol in deze review was niet om beslissingen van personeel over het al dan niet moeten starten van een onderzoek [naar Trump’s campagne] te beoordelen.”

Horowitz merkte echter op dat hij zich ernstige zorgen maakte over de juridische mogelijkheden van de FBI om een onderzoek in te stellen naar de campagne van een presidentskandidaat: “We waren bezorgd dat noch de AG [richtlijnen van de procureur-generaal], noch de DIOG [richtlijnen voor binnenlandse onderzoeksactiviteiten van de FBI] een bepaling bevat die overleg binnen de FBI vereist voordat een onderzoek wordt geopend, zoals het onderzoek hier naar vermeend gedrag van personen die betrokken zijn bij een presidentscampagne van 1 van de 2 grote politieke partijen.”

Het IG-rapport belichtte verschillende gebieden van wangedrag en identificeerde een groot aantal fouten en bevindingen die in de onderstaande paragrafen zullen worden beschreven.

7 Significante fouten in de originele Carter Page FISA-aanvraag

Fout één
De inspecteur-generaal merkte op dat de FBI informatie had weggelaten in de FISA-aanvraag dat handelde over het werk dat Page eerder had gedaan voor een andere Amerikaanse overheidsinstantie. Dit heeft waarschijnlijk betrekking op de zaak van de veroordeelde Russische spion Evgeny Buyrakov, waarin Page bewijs had geleverd tegen Buryakov voor de zaak van de Amerikaanse regering:

Het IG-rapport merkte op dat er “informatie weggelaten was die de FBI had verkregen van een andere Amerikaanse overheidsinstantie met details over een eerder werkverband van Page, waaronder het feit dat Page van 2008 tot 2013 goedgekeurd was als een “operationeel contactpersoon” voor die andere overheidsinstantie.”

Het rapport voegde eraan toe dat “Page het andere bureau informatie had verstrekt over zijn eerdere contacten met bepaalde Russische inlichtingenofficieren, waarvan er één overlap vertoonde met feiten die in de FISA-aanvraag werden gesteld.”

Het rapport verklaarde dat het weglaten van deze informatie bijzonder verontrustend was, aangezien de advocaat van het Office of Intelligence(OI) eind september 2016 specifiek aan de betrokken case medewerker van de FBI had gevraagd of Page een bron was geweest voor een andere overheidsinstantie, maar te horen had gekregen dat het werkverband van Page “gedateerd” en “buiten het toepassingsgebied” was, omdat het gerelateerd zou zijn aan een tijd waarin Page in Moskou woonde in de periode 2004-2007.

De case medewerker van de FBI had ook informatie weggelaten over Page’s werk voor een andere overheidsinstantie tijdens de periode 2008-2013, of over het feit “dat Page door de andere instantie goedgekeurd was als operationeel contactpersoon gedurende een periode van vijf jaar die overlapt met de beschuldigingen in de FISA-aanvraag.”

Fout twee
De FBI heeft het eerdere werk dat de voormalige Britse inlichtingenofficier Christopher Steele verrichtte voor het ministerie van Justitie (DOJ) in de FISA-aanvraag verkeerd weergegeven. Volgens het IG-rapport omvatte dit “een verklaring waarin werd beweerd dat eerdere rapportage van Steele was ‘bevestigd en gebruikt in strafprocedures’. Dit overschatte het belang en de betekenis van Steele’s eerdere rapportage en was niet goedgekeurd door Steele’s contactpersoon bij de FBI, zoals vereist door de  Woods procedures.”

Fout drie
De FBI had de FISA-rechtbank niet geïnformeerd over bepaalde zorgen betreffende een belangrijke bron die Steele voor zijn dossier had gebruikt:

Het rapport merkte op dat er “informatie weggelaten was die relevant is voor de betrouwbaarheid van persoon 1, een belangrijke subbron van Steele (die de informatie in rapport 95 zou hebben verstrekt en waarvan een deel van de informatie in rapporten 80 en 102 in de FISA aanvraag op zou zijn gebaseerd).’

Steele zelf had de leden van het Crossfire Hurricane-team van de FBI verteld, dat persoon 1 een ‘opschepper’ en een ‘egoïst’ was en ‘misschien de boel wat zou verfraaien’. Er is ook een tweede zorg met betrekking tot deze bron, maar deze is volledig aangepast in het IG rapport.

Fout vier
De FBI gebruikte een artikel van 23 september 2016 door Yahoo News-verslaggever Michael Isikoff als bevestiging van de Steele rapportage. De FBI vertelde de FISA-rechtbank niet dat Steele eigenlijk de bron was voor het artikel van Isikoff.

Volgens het IG rapport “had de FBI beoordeeld dat – op basis van de aanname dat Steele de FBI had verteld dat hij alleen zijn verkiezingsgerelateerd onderzoek met de FBI en Fusion GPS deelde – Steele de persinformatie in het artikel van 23 september van Yahoo News niet rechtstreeks had verstrekt.”

De IG merkte op dat “deze aanname onjuist was en werd tegengesproken door documentatie in het Woods-dossier.” De IG wees er ook op, dat Steele in de zomer van 2016 deze informatie aan het ministerie van Buitenlandse Zaken had verstrekt.

Fout vijf
De FBI heeft het FISA-gerechtshof in september 2016 niet de verklaring verstrekt die Trump-campagneadviseur George Papadopoulos aan een vertrouwelijke bron – vermoedelijk FBI informant Stefan Halper – gaf, waarin Papadopoulos ontkende dat iemand van de Trump-campagne met Rusland zou samenwerken.

Het IG rapport stelt dat de FBI “de gecheckte verklaringen van Papadopoulos aan een vertrouwelijke bron van de FBI in september 2016 heeft weggelaten, waarin Papadopoulos ontkende dat iemand betrokken bij de Trump-campagne zou samenwerken met Rusland of met externe groepen zoals Wikileaks bij het vrijgeven van e-mails.”

Fout zes
De FBI liet ook een verklaring achterwege van Page waarin hij ontkende dat hij ooit de voormalige Trump Campaign-manager Paul Manafort had ontmoet. Deze ontkenning was belangrijk omdat Steele beweerde dat Page namens Manafort handelde als bemiddelaar met Rusland:

“Weggelaten Page’s consensueel gecontroleerde uitlatingen aan een FBI CHS in augustus 2016 dat Page Paul Manafort ‘letterlijk nooit had ontmoet’ of ‘één woord heeft gewisseld’ met hem en dat Manafort op geen van de e-mails van Page had gereageerd”, aldus het rapport.

Zoals het IG-rapport opmerkte, “was er spanning tussen die verklaringen en de beweringen in rapport 95 [van het Steele-dossier] dat Page deelnam aan een samenzwering met Rusland door op te treden als bemiddelaar voor Manafort namens de Trump-campagne.”

Fout zeven
De FBI koos alleen bepaalde verklaringen die dr. Page aan hun CHS aflegde. Deze uitgekozen verklaringen dienden ter ondersteuning van het verkrijgen van een FISA om dr. Page te bespioneren, terwijl tegelijkertijd verklaringen van dr. Page die een dergelijke actie niet ondersteunden werden weggelaten.

De IG constateerde dat de FBI “de verklaringen van dr. Page aan een FBI CHS in oktober 2016 had opgenomen waarvan de FBI geloofde dat deze de theorie ondersteunde dat Page een agent van Rusland was, maar andere verklaringen van Page had weggelaten die niet in overeenstemming waren met deze theorie.”

De IG merkte op dat “geen van deze onnauwkeurigheden en omissies onder de aandacht van van het Office of Intelligence(OI) werden gebracht voordat de laatste FISA-aanvraag in juni 2017 werd ingediend.”

“Bijgevolg werden deze fouten herhaald in alle drie de hernieuwde aanvragen.”

10 significante fouten in de 3 FISA-verlengingen voor Carter Page

Eerste fout
Alle bronnen die Steele gebruikte voor zijn dossier waren tweede- en derdehandsbronnen. De FBI presenteerde de belangrijkste sub-bron van Steele als geloofwaardig bij de FISA-rechtbank, maar liet verklaringen en informatie weg die de geloofwaardigheid van de bron in twijfel trok.

Het IG-rapport constateerde dat de FBI “het feit had weggelaten dat de belangrijkste sub-bron van Steele, die de FBI geloofwaardig achtte, in januari 2017 verklaringen had afgelegd die significante vragen opriepen over de betrouwbaarheid van de aantijgingen die in de FISA-aanvraag waren opgenomen.”

Tweede fout
Zoals eerder opgemerkt, heeft de FBI nagelaten de FISA-rechtbank op de hoogte te brengen van dr. Page zijn “eerdere relatie met een andere Amerikaanse overheidsinstantie, hoewel de FBI door de andere overheidsinstantie in juni 2017 voorafgaand aan de indiening van de laatste verlengingsaanvraag, werd herinnerd aan die vroegere relatie die Page met die instantie had.”

Derde fout
De FBI presenteerde Steele als een voormalige inlichtingen officier wiens werk niet alleen door de FBI, maar ook door andere overheidsdiensten geprezen werd. Maar de FBI heeft nagelaten om de FISA rechtbank beschikbare informatie te verstrekken die afwijzend of onflatteus was over Steele.

In het bijzonder heeft de FBI informatie weggelaten van personen die eerder professioneel contact hadden met Steele of directe kennis hadden van zijn werkgerelateerde prestaties. Sommige kritiek die werd geuit, was dat Steele “gebrek aan zelfbewustzijn” liet zien, “slecht inschattingsvermogen” had, “mensen met politiek risico maar geen intelligentiewaarde achtervolgde”, en dat Steele “niet altijd een goed beoordelingsvermogen had, en dat ‘het niet duidelijk was wat hij zou hebben gedaan ter validatie’ van zijn rapportage.”

Vierde fout
De FBI verborg ook voor de FISA-rechtbank dat de informatie van Steele werd verzonden naar andere politiek gemotiveerde personen en de media terwijl hij de persoonlijke vooroordelen van Steele tegen de toenmalige kandidaat Trump uitte:

De FBI “heeft informatie van de officier van justitie Bruce Ohr over Steele en zijn verkiezingsrapportage weggelaten, waaronder (1) Steele’s rapportage ging naar [rivaliserende presidentskandidaat Hillary] Clinton’s presidentiële campagne en anderen, (2) Simpson betaalde Steele om zijn rapportage te bespreken met de media, en (3) Steele was ‘wanhopig dat Donald Trump niet gekozen zou worden en was er gepassioneerd over dat hij niet de Amerikaanse president zou zijn’ “, stelt het rapport.

Vijfde fout
De FBI heeft de FISA-rechtbank niet op de hoogte gehouden met nieuwe informatie over de waarheidsgetrouwheid van het werk van Steele toen nieuwe informatie in het bezit kwam van de FBI.

De FBI slaagde er niet in “de beschrijving van Steele te updaten nadat informatie van Ohr en anderen bekend was geworden bij het Crossfire Hurricane-team, dat meer duidelijkheid verschafte over de politieke oorsprong en connecties van de rapportage van Steele, inclusief dat Simpson werd ingehuurd door iemand die verbonden was aan de Democratische Partij en/of de Democratic National Committee (de DNC, het bestuursorgaan voor de Democratische Partij in de Verenigde Staten).”

Zesde fout
Zelfs nadat de FBI overtuigende kennis had van het feit dat Steele de bron was geweest voor Isikoff’s artikel op Yahoo! News, hebben ze het FISA-hof deze informatie niet verstrekt tijdens de opvolgende FISA-verlengingen.

De IG merkte met name op, dat de FBI “de bewering in de eerste FISA-aanvraag niet had gecorrigeerd; dat de FBI niet geloofde dat Steele rechtstreeks informatie verstrekte aan de verslaggever die het artikel van 23 september Yahoo News schreef.”

Zevende fout
De FBI overdreef de referenties van Steele en zijn bijdragen aan eerder onderzoek. Het werk van Steele werd aan het FISA-hof gepresenteerd als zijnde gebruikt in strafprocedures, terwijl dat feitelijk niet zo was.

De FBI “liet de bevinding uit een FBI-bronvalidatierapport weg, dat Steele geschikt was voor voortzetting van de operatie maar dat zijn eerdere bijdragen aan het criminele programma van de FBI ‘minimaal bevestigd’ waren”, aldus het rapport.

In plaats daarvan bleef de FBI valselijk “beweren in de bronkarakteriseringsverklaring dat de eerdere rapportage van Steele was ‘bevestigd en gebruikt in strafprocedures’.”

Achtste fout
De FBI bleef uitspraken van Papadopoulos aan het CHS achterwege laten, waarin Papadopoulos bleef ontkennen “dat de Trump-campagne betrokken was bij de DNC e-mail hack.”

Negende fout
De FBI liet de ontkenningen van de Maltese professor Joseph Mifsud achterwege, dat hij “Papadopoulos de informatie had verstrekt die Papadopoulos had gedeeld met de FFG [Friendly Foreign Government] (suggererend dat de campagne een aanbod of suggestie van hulp van Rusland ontving).”

Tiende fout

De FBI “heeft informatie weggelaten die aangeeft dat Page geen rol heeft gespeeld in de republikeinse platformverandering bij de annexatie van de Oekraïne door Rusland, zoals beweerd in rapport 95. Dit was niet in overeenstemming met een bewering waar men op bouwde en die als een gegronde reden diende bij alle vier de FISA-aanvragen.”

Het IG-rapport merkte op dat “een van de ernstigste van de 10 extra fouten die we in de verlengingsaanvragen vonden, was dat de FBI het OI of de [FISA] rechtbank niet op de hoogte bracht van de inconsistenties… tussen Steele en zijn primaire subbron over de rapportage waarop is vertrouwd bij de FISA-aanvragen.”

“Het verslag van de primaire subbron over deze communicatie, indien waar, was niet consistent met ,en in feite, in tegenspraak met de aantijgingen van een ‘goed ontwikkelde samenzwering’ in rapporten 95 en 102 zoals toegeschreven aan persoon 1. De FBI deelde deze informatie niet met het OI”, zegt het rapport.

Het IG-rapport merkte ook op: “Het feit dat het verslag van de primaire subbron in tegenspraak was met essentiële beweringen die toegeschreven waren aan zijn/haar eigen subbronnen in de Steele rapporten 94, 95 en 102, had tot belangrijke discussies moeten leiden tussen het Crossfire Hurricane team en het OI voorafgaand aan de indiening van de volgende FISA.”

Deze kwestie was belangrijk genoeg dat Stuart Evans, de toenmalige plaatsvervangend adjunct-procureur-generaal van de National Security Division, met toezichtverantwoordelijkheid over het OI, beweerde dat “indien het OI op de hoogte was gesteld van de informatie, dergelijke discussies de mogelijkheid hadden kunnen bevatten om zelfs helemaal af te zien van het verzoek tot verlenging, tenminste totdat de FBI de verschillen tussen het verslag van Steele en het verslag van de primaire subbron zou hebben verzoend.”

Volgens de inspecteur-generaal “werden geen van de onnauwkeurigheden en weglatingen die we bij de verlengingsaanvragen hadden vastgesteld, onder de aandacht van het OI gebracht voordat de aanvragen werden ingediend.”

Dit gebrek aan informatie had rechtstreeks invloed op de ambtenaren van het departement die de definitieve toestemming gaven naar aanleiding van de FISA-aanvragen:

“Net als bij de eerste aanvraag, hadden de afdelingsfunctionarissen die één of meer van de verlengingsaanvragen beoordeelden, waaronder Yates, Boente en Rosenstein, geen nauwkeurige en volledige informatie op het moment dat ze deze goedkeurden”, stelt het rapport.

Conclusies met betrekking tot alle 4 de FISA-aanvragen

Het rapport van de inspecteur-generaal verklaarde, dat het concludeerde dat de in het rapport beschreven fouten “ernstige prestatiefouten vertegenwoordigen door de toezichthoudende en niet-toezichthoudende agenten die verantwoordelijk zijn voor de FISA-aanvragen.”

Volgens de IG verhinderden deze fouten het Office of Intelligence (OI) “om zijn poortwachtersfunctie goed uit te voeren en ontnamen deze fouten de besluitvormers van de mogelijkheid om volledig geïnformeerde beslissingen te nemen.”

De IG verklaarde, dat alle “feitelijke onjuistheden en weglatingen samen resulteerden in FISA-aanvragen die erop leken alsof de informatie over een gegronde reden sterker was dan in werkelijkheid het geval was.”

In totaal identificeerde het rapport van de IG “ten minste 17 significante fouten of weglatingen in de Carter Page FISA-aanvragen, en veel extra fouten in de Woods procedures. Deze fouten en weglatingen waren het gevolg van case medewerkers die verkeerde of onvolledige informatie aan het OI verstrekten, en verzuimden om belangrijke kwesties naar voren te brengen voor discussie.”

De IG verklaarde dat “Hoewel we geen bewijs hebben gevonden in de vorm van documenten of getuigen die opzettelijk wangedrag aantonen van de agenten die aan de zaak werkten en die het OI hielpen bij het voorbereiden van de aanvragen, noch van de agenten en supervisors die de Woods-procedures hebben uitgevoerd, hebben we ook geen bevredigende uitleg ontvangen voor de fouten of problemen die we hebben geïdentificeerd.”

De IG merkte op dat sommige leden van het Crossfire Hurricane team ervoor kozen om af te gaan op hun eigen oordeel in plaats van het bewijsmateriaal voor te leggen aan het OI voor een juridische en procedurele beslissing:

“Wij zijn van mening dat agenten betrokken bij de zaak hun eigen oordeel in plaats van het oordeel van het OI hebben gevolgd, of in plaats van de [FISA] rechtbank de bewijskracht van de informatie zelf hebben bepaald”, verklaarde het rapport.

Het IG-rapport wees ook op vooroordelen binnen de onderzoeksgroep van de FBI, zonder concreet de feitelijke term te gebruiken:
“Het nalaten om het OI te updaten over alle belangrijke case-ontwikkelingen die relevant waren voor de FISA-aanvragen, deed ons concluderen dat de agenten en supervisors geen passende aandacht of behandeling hebben gegeven aan feiten die een gegronde reden tegenspraken.”

Zoals eerder opgemerkt, lijkt het erop dat de Woods procedures niet correct werden gevolgd door het FBI personeel van Crossfire Hurricane:

“De agenten en SSA’s hebben ook de vereisten in de Woods-procedures niet gevolgd, of lijken ze zelfs niet te kennen; om de feitelijke beweringen van eerdere aanvragen die worden herhaald in vernieuwingsaanvragen opnieuw te verifiëren, de bronkarakteriseringsverklaringen te verifiëren bij de CHS-behandelingsmedewerker, en de verificatie te documenteren in het Woods-bestand.”

De IG sloot deze sectie af met vragen over de procedures, het toezicht en het leiderschap binnen de FBI:

“Dat er zoveel basale en fundamentele fouten zijn gemaakt door drie afzonderlijke, persoonlijk gekozen teams in één van de meest gevoelige FBI-onderzoeken waarover werd gerapporteerd aan de hoogste niveaus binnen de FBI, en waarvan FBI-functionarissen verwachtten dat het uiteindelijk aan nauwlettend onderzoek zal worden onderworpen, riep belangrijke vragen op over het management en het toezicht binnen de FBI als het gaat over het FISA-proces.”

“We concludeerden dat de informatie die bekend was bij de managers, supervisors en topfunctionarissen had moeten leiden tot vragen over de betrouwbaarheid van de Steele-rapportage en de gegronde reden die aan de FISA-aanvragen ten grondslag lag, maar dit niet heeft gedaan.”

Het IG-rapport merkte op, dat “dit een mislukking was van niet alleen het operationele team, maar ook van de managers en supervisors, inclusief hoge ambtenaren, in de beslissingsketen binnen de FBI.”

Horowitz gaf ook een specifieke aanbeveling, “dat de FBI de prestaties beoordeelt van de werknemers die verantwoordelijk waren voor de voorbereiding, Woods-beoordeling of goedkeuring van de FISA-aanvragen, evenals dat de FBI de prestaties beoordeelt van de managers en supervisors in de chain-of-command van het onderzoek naar Carter Page, waaronder hoge ambtenaren; en dan elke actie onderneemt die gepast lijkt.”

Maar Horowitz liet de toekomstige naleving door de FBI niet aan hen zelf over, en merkte op: “Wij geloven dat aanvullend OIG-toezichtswerk vereist is om de naleving door de FBI te beoordelen van het FISA-gerelateerde beleid dat gericht is op bescherming van de burgerlijke vrijheden van Amerikaanse personen.”

Als onderdeel van deze beslissing kondigde Horowitz aan dat er een aanhoudend nalevings- en toezichtsproces zou komen vanuit het kantoor van de Inspector General:

“We zijn vandaag een OIG-audit gestart die verder de naleving door de FBI zal onderzoeken van de Woods-procedures in FISA-aanvragen die gericht zijn op [het surveilleren van] Amerikaanse personen in contraspionage en terrorismebestrijdingsonderzoeken.”

De gefabriceerde email door algemeen adviseur van de FBI Kevin Clinesmith

Het IG-rapport duidde op wijzigingen die door FBI-advocaat Kevin Clinesmith waren gemaakt met betrekking tot de achtergrond van Carter Page en hoe deze werden gebruikt om de FISA-aanvraag te rechtvaardigen:

“In een e-mail van de liaison aan de OGC [het Amerikaanse Office of General Counsel] advocaat [mr. Clinesmith] gaf de liaison schriftelijke richtlijnen, waaronder de richtlijn dat het de herinnering was van de liaison dat dhr. Page een relatie heeft gehad of nog steeds had met de andere instantie.”

De liaison droeg Clinesmith op “de informatie te bekijken die de andere instantie aan de FBI had verstrekt in augustus 2016. Zoals hierboven vermeld, vermeldde die informatie in augustus 2016 dat Page inderdaad een eerdere relatie had met die andere instantie.”

Echter, toen Clinesmith vervolgens de e-mail van de liaison naar “SSA 2” stuurde, die verantwoordelijk zou zijn voor de derde en laatste FISA-vernieuwing, “veranderde Clinesmith de e-mail van de contactpersoon door de woorden ‘geen bron’ er aan toe te voegen, waardoor het leek dat de liaison had gezegd dat Page ‘geen bron’ was voor de andere instantie.”

Zoals het IG-rapport vermeldt:”Op basis van deze gewijzigde e-mail heeft SSA 2 de derde verlengingsaanvraag ondertekend die opnieuw de eerdere relatie van dhr. Page met het andere bureau vergat te onthullen.”

Naar verluidt heeft Horowitz naar Clinesmith verwezen voor strafrechtelijke vervolging wegens vermeende wijziging van de e-mail die is gekoppeld aan de surveillanceopdracht voor Trump-campagneadviseur Carter Page.

We hebben eerder geschreven over de acties van Clinesmith en opgemerkt dat ondanks het feit dat sommige media hem hebben afgeschilderd als een advocaat zonder veel invloed, Clinesmith eigenlijk “de primaire FBI-advocaat was, die was toegewezen” aan het contra-inlichtingenonderzoek van de FBI naar vermeende Russische verkiezingsinmenging vanaf begin 2017.

De bevindingen van de inspecteur-generaal over Christopher Steele

De inspecteur-generaal heeft herhaaldelijk in zijn rapport aangegeven dat de FBI Steele – en zijn informatie – geloofwaardiger leek te maken voor de FISA-rechtbank dan deze in werkelijkheid was. Horowitz beschreef in verschillende secties de manier waarop de FBI de geloofwaardigheid van Steele voor het FISA-gerecht leek op te blazen, terwijl bekende zwakheden met betrekking tot zijn vroegere werk gebagatelliseerd of verborgen werden.

De IG merkte op, dat “we ons zorgen maakten over de onjuiste bewering van de FBI in de [FISA] aanvraag dat eerdere rapportages door Steele waren ‘bevestigd en gebruikt in strafprocedures’, waarvan ons werd verteld dat dit voornamelijk een verwijzing was naar de rol van Steele in het FIFA-corruptieonderzoek.”

De IG constateerde dat het Crossfire Hurricane-team “had gespeculeerd dat de eerdere rapportage van Steele was bevestigd en in een strafrechtelijke procedure was gebruikt zonder opheldering te vragen over deze voorstelling van zaken bij Steele’s contactpersoon, zoals vereist door de Woods-procedures.”

Steele’s contactpersoon vertelde de IG dat “hij de voorstelling van zaken in de [FISA] aanvraag niet zou hebben goedgekeurd, omdat slechts “enkele” van Steele’s eerdere rapportages waren bevestigd.” Volgens het IG-rapport was het merendeel van Steele’s informatie niet bevestigd en waszijn informatie nooit gebruikt in een strafrechtelijke procedure.

De IG merkte op dat dit gebrek aan volledige openheid aan het FISA-gerechtshof “de onjuiste indruk in de [FISA] aanvragen wekte, dat ten minste een deel van Steele’s eerdere rapportage door officieren van justitie voldoende betrouwbaar was geacht om in de rechtbank te gebruiken, en dat meer van zijn informatie geverifieerd was, dan eigenlijk het geval was.”

De IG zei ook dat, ondanks dat het niet geverifieerd was, informatie uit het Steele-dossier gebruikt werd “bij een beoordeling door verschillende instanties van Russische inmenging in de Amerikaanse verkiezingen van 2016”.

Horowitz merkte op, dat de CIA terughoudend was om de rapportage van Steele in zijn beoordelingen op te nemen, maar dat “de FBI, inclusief [voormalig directeur James] Comey en [voormalig adjunct-directeur Andrew] McCabe, de rapportages wilde opnemen in de ICA [intelligence community assessment].”

Zoals eerder bekend, werd een deel van Steele’s “rapportage uiteindelijk gepresenteerd in een bijlage bij de ICA” die formeel werd gepresenteerd aan toenmalig president Barack Obama en leden van zijn regering.

De IG heeft ook geconstateerd, dat hoewel FBI-agenten naar het buitenland reisden om personen te ontmoeten die Steele kenden en/of kennis hadden van zijn werk, deze informatie niet in het vertrouwelijke bronnen dossier over Steele werd geplaatst.

Bovendien voltooide de Validation Management Unit (VMU) van de FBI begin 2017 een validatieonderzoek naar Steele. Horowitz merkte op, dat de bevindingen van de VMU dat de eerdere strafrechtelijke rapportage van Steele “minimaal was verifieerd” werd verstrekt aan het Crossfire Hurricane-team.

Zoals opgemerkt in het IG-rapport, waren de VMU-bevindingen met betrekking tot Steele “niet in overeenstemming met de bronkarakteriseringsverklaring in de initiële FISA-aanvraag, die weergaf dat de eerdere rapportage van Steele was “geverifieerd en gebruikt in strafprocedures”.

De IG merkte ook op dat de “FBI’s interviews met Steele, zijn primaire subbron, een tweede subbron en andere onderzoeksactiviteiten, potentieel ernstige problemen aan het licht brachten over Steele’s beschrijving van informatie in zijn rapportages.”

Ten slotte merkte het IG-rapport op, dat het Crossfire Hurricane-team “niet in staat was om inhoudelijke aantijgingen uit Steele’s verkiezingsrapportage te bevestigen die over Carter Page gingen, en waarop de FBI zich in de FISA-aanvragen baseerde.”

Verklaring van procureur-generaal William Barr

Direct na de publicatie van het IG-rapport gaf procureur-generaal William Barr een eigen verklaring af waarin hij zijn ongenoegen duidelijk maakte over de FBI acties in 2016 en begin 2017, en dat hij geloofde dat FBI-agenten inderdaad het FISA-gerechtshof hadden misleid:

“Het rapport van de inspecteur-generaal maakt nu duidelijk dat de FBI een indringend onderzoek heeft ingesteld naar een Amerikaanse presidentiële campagne op basis van de zwakst mogelijke vermoedens die naar mijn mening onvoldoende waren om de genomen stappen te rechtvaardigen. Het is ook duidelijk dat het bewijsmateriaal dat door het onderzoek werd geleverd vanaf het begin af aan steeds ontlastend was. Desalniettemin werden het onderzoek en de surveillance voortgezet voor de duur van de campagne en daarna tijdens de regering van president Trump. In de haast om FISA-surveillance van Trump-campagnemedewerkers te verkrijgen en te behouden, misleidden FBI-ambtenaren het FISA-gerechtshof, lieten ze essentiële ontlastende feiten achterwege en verzwegen of negeerden ze informatie die de betrouwbaarheid van hun belangrijkste bron ontkende. De inspecteur-generaal vond de verklaringen voor deze acties onbevredigend. Hoewel het grootste deel van het wangedrag dat door de inspecteur-generaal is vastgesteld, in 2016 en 2017 is gepleegd door een kleine groep nu voormalige FBI-agenten, geeft het wangedrag uit het rapport van de inspecteur-generaal een duidelijk misbruik weer van het FISA-proces.”

Gezien het krachtige taalgebruik van Barr’s verklaring, zou men kunnen argumenteren dat het evenveel of zelfs meer gewicht in de schaal legt dan het IG-rapport zelf.

Verklaring van de Amerikaanse Officier van Justitie John Durham

Snel volgend op het persbericht van Amerikaans Hoofd Procureur Generaal William Barr gaf de Amerikaanse Officier van Justitie John Durham een eigen verklaring af, waarin hij opmerkte dat in tegenstelling tot het Horowitz-onderzoek “ons onderzoek niet beperkt is tot het verkrijgen van informatie uit onderdelen van het Amerikaanse Ministerie van Justitie.”

Durham merkte op, dat zijn onderzoek zich had uitgebreid zodat het ook “het verkrijgen van informatie van andere personen en entiteiten, zowel in de Verenigde Staten als daarbuiten” omvatte.

Ten slotte trok Durham een duidelijke en enigszins verrassende conclusie, waarin hij opmerkte dat hij het niet eens was met enkele conclusies van Inspecteur Generaal Horowitz:

“Op basis van het tot nu toe verzamelde bewijsmateriaal, en terwijl ons onderzoek nog loopt, hebben we vorige maand de inspecteur-generaal geadviseerd dat we het niet eens zijn met enkele conclusies in het rapport met betrekking tot zedenpreek en over de wijze waarop de FBI-zaak was geopend.”

Door Jeff Carlson

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN