Bureaucratie en schulden bedreigen toekomst Europa

Oplossing is om marktwerking plaats te laten vinden, niet regulering te vergroten

Na de Eerste en Tweede Wereldoorlog was Europa verdeeld en lag het in stukken. Centraal-Europa was onderworpen aan Sovjet-heerschappij achter het IJzeren Gordijn, terwijl West-Europa standhield onder de bescherming van de Verenigde Staten. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk maakten deel uit van de geallieerde machten, die de oorlogen wonnen. Ze verloren echter hun rol als wereldspelers en moesten hun koloniale rijken ontbinden.

Daarna volgde een Europees wonder. De nauwe herschikking en nieuw gesmede vriendschap tussen Frankrijk en Duitsland leidde tot het Europese integratieproces  – de oprichting van de Europese Unie – en de Europese Economische Gemeenschap. De resulterende interne markt was een enorm succes en Europa werd een wereldwijde economische macht waar rekening mee moest worden gehouden.

Met de instorting van het Sovjet imperium werd de Europese Unie versterkt met de toetreding van nieuwe leden uit de Baltische regio en Centraal- en Zuidoost-Europa.

Overregulering verstikt Europa

In de afgelopen 30 jaar is het economische zwaartepunt van de wereld echter van de Noord-Atlantische Oceaan naar de Stille Oceaan verschoven. Hoewel de Europese landen in een aantal sectoren nog steeds een technologische voorsprong hebben, raakten hun economieën verstikt door overregulering, opgeblazen verzorgingsstaten en protectionistische maatregelen, die vooral onder de voorwendselen werden geïntroduceerd van de bescherming van de consument en de gelijkschakeling van de interne concurrentie door middel van ‘harmonisering’.

De veel te zware Europese bureaucratieën en de enorme staatsschulden dreigen haar markteconomieën te verwoesten, de welvaart te vernietigen, eigendomsrechten te ondermijnen en te leiden tot de ineenstorting van onhoudbare sociale zekerheidsstelsels.

Naast het in gevaar brengen van hun eigen financiële veiligheid, verwaarloosden Europese grootmachten ook hun verdediging – deels vanwege morele arrogantie. Ze vergaten dat militaire kracht een belangrijke factor kan zijn bij wereldwijde concurrentie. Als gevolg daarvan is Europa wat betreft veiligheidskwesties een Amerikaans protectoraat gebleven, en op zijn best een junior partner van de Verenigde Staten.

Europa en Amerika moeten met elkaar overweg kunnen

Om wereldwijd concurrerend te blijven, heeft Europa – hoewel geografisch onderdeel van Eurazië – een nauwe samenwerking met de Verenigde Staten nodig. Een sterk, welvarend, nuchter en zelfverzekerd Europa zou een welkome aanwinst zijn voor beide zijden van de Noord-Atlantische Oceaan. Door het geopolitieke speelveld te nivelleren, zou een sterker Europa ook beter in staat zijn om de betrekkingen met het Oosten te verbeteren, vooral met Rusland.

Europa had de “directe diplomatie” van president Donald Trump nodig om een veel te late ‘wake-up call’ te krijgen.

​​Onlangs nog verklaarden de Franse president Emmanuel Macron, Duitse minister van Financiën Olaf Scholz en Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas, dat Europa sterker moet worden. Helaas klonken deze uitspraken meer als een uiting van verzet tegen Washington dan daadwerkelijke intentieverklaringen. Opmerkelijk genoeg ontbraken de details.

Macron’s pleidooi voor meer zelfredzaamheid op gebied van defensie en Scholz’s pleidooi voor fusies om de efficiëntie van defensieproductie en -inkoop te verbeteren, zijn logisch. Men kan alleen maar hopen dat implementatie ook echt zal volgen, rekening houdend met het feit dat een geplande fusie van Airbus en BAE Systems slechts enkele jaren geleden werd afgebroken door Europese regeringen.

Maas is de ontwikkeling van een Europees financieel clearingsysteem aan het promoten, iets dat onafhankelijk van de Society for Worldwide Interbank Financial Telecommunication moet gaan functioneren. Concurrentie op dit gebied zou zeker nuttig zijn. De redenering van Maas is echter fout. Het uitgangspunt is hier niet de voordelen door economische efficiëntie, maar de wens om zich los te maken van de Verenigde Staten.

Europese beleidsmakers maken zich terecht zorgen dat hun continent achterblijft bij de Verenigde Staten en China in digitale technologie en kunstmatige intelligentie. De oplossing is echter de marktkrachten hun werk laten doen en niet meer overheidsprogramma’s. Europese overregulering is het struikelblok.

We kunnen blij zijn als Berlijn en Parijs effectief samenwerken om de Europese belangen te behartigen. Als deze samenwerking echter gedreven wordt door oppositie tegen de Verenigde Staten, en meer staatsbemoeienis en interventie, in plaats van Europa’s kenmerkende principes en sterke punten van diversiteit, regionale concurrentie en overheden als hulpfuncties, dan zou dit desastreus zijn.

Prins Michael van Liechtenstein is de voorzitter van trustbedrijf Industrie- und Finanzkontor Ets. evenals de oprichter en voorzitter van Geopolitical Intelligence Services. Dit artikel is voor het eerst gepubliceerd door GIS Reports Online.

De meningen in dit artikel zijn de meningen van de auteur en komen niet noodzakelijk overeen met de opvattingen van The Epoch Times.

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN