Canada’s bescherming van Sharia

Iemand die zich publiekelijk afzet tegen de Sharia zal het ontgelden. Dit geldt niet enkel meer in de Arabische wereld, maar nu ook letterlijk in Canada waar een raadslid van de Canadian Race Relations Foundation ontslagen werd omwille van haar uitspraken over Sharia.

Dergelijke beslissingen ontlokken zelfcensuur en initiëren een neerwaartse spiraal voor Canada’s trotse moderne en vooruitstrevende maatschappij.

Christine Douglass-Williams was een directeur van de Canadian Race Relations Foundation (CRRF) van 2012 tot eind 2017. Ze documenteerde haar ervaringen in een moedig boek: “Fired by the Canadian Government for Criticizing Islam”, dat in September 2018 gepubliceerd werd door het Center for Security Policy—een neoconservatief leunende denktank in Washington. Het 103-pagina’s tellende boek laat geen twijfel bestaan over de kordate handhaving van politieke correctheid onder de huidige regering van de “Liberal Party”.

Williams, een halfbloed migrante uit Trinidad en Tobago—ze omschreef zichzelf als “zichtbare minderheid”—is een ervaren journaliste, Islam-expert en auteur van “The Challenge of Modernizing Islam”. Als veelgelezen contributeur bij Jihad Watch en gewild spreker, werd zij het slachtoffer van haar eigen succes. Ze gaf lezingen in Canada, de V.S. en Europa, vaak samen met Robert Spencer, lid van de David Horowitz Freedom Center en auteur van “The Truth About Muhammad”.

De spreekwoordelijke druppel

Williams’ bezorgdheid over de aard van Sharia, met name de implicaties naar vrouwen en integratie toe, was bekend en was ook nooit een geheim. Toen haar perspectief meer aandacht begon te krijgen, begon het te rommelen.

In 2017, tijdens een evenement in Reykjavik getiteld “Alles wat je wilde weten over Islam maar niet durfde vragen”, gaf ze de IJslanders “een persoonlijk waarschuwing”. Ze geloofde dat IJslanders “gedupeerd” werden en dat “Westerlingen door de wol geverfd moeten zijn als burgers van een cultuur die multiculturalisme verafgood.”

Om eerlijk te zijn, ze wond er geen doekjes om, getuige de volgende quote:

“Islam supremacisten zullen naar je glimlachen, je uitnodigen naar hun bijeenkomsten, je welkom en geliefd laten voelen, maar ze doen het om je bij de neus te nemen en om jou, je land en je vrijheden te overmeesteren … [Sahria] stipuleert de doodstraf voor afvalligheid, doodstraf voor homo’s, een lagere waarde voor vrouwen, en het volledig bedekken van vrouwen.”

Of haar stellingen accuraat waren of niet was nooit een discussiepunt onder haar collega’s in de Canadese overheid.

De stroom goedkope verwijten bleef stijgen totdat Williams verzwolgen werd. Men kan zich de voor de hand liggende strijdkreten waarmee men haar onderuit wilde halen, makkelijk voorstellen. En onderuit ging ze.

Toen progressieve mediakanalen haar op de meest negatief mogelijke manier in het spotlicht hadden gezet, waarschuwde CRRF voorzitter Albert Lo haar telefonisch: ze stond voortaan “in het vizier van bepaalde bureaucraten in het Department of Heritage”—het Canadese ministerie van Cultuur en Erfgoed.

Kort daarop werd Williams uitgenodigd voor een teleconferentie met vice-minister van Heritage Graham Flack. Williams weigerde en verzocht dat alle correspondentie in geschreven vorm zou zijn. Vervolgens ontving ze een lange brief van de minister van het Department of Heritage Mélanie Joly.

Joly wees op de missie van de CFFR: “Het elimineren van racisme en alle vormen van rassendiscriminatie … promoten van diversiteit en inclusiviteit en respect voor democratie.” Deze brief bereikte op een of ander manier de Canadian Press, wat de interne spanningen enkel nog verhoogde.

Er werd geredetwist in de media, en behoorlijk wat prominente mensen stonden Williams bij. Deze steun, en een gedetailleerde brief waarin Williams haar standpunten uitlegde, mochten niet baten. Na een klacht van de Nationale Raad van Canadese Moslims, kreeg Williams op 20 december 2018 haar formeel ontslag bij het CFFR.

Kanarie in de kolenmijn

Het relaas van haar ontslag en de aanloop ernaartoe vormt één derde van haar boek “Fired”, wat terecht is gezien de implicaties zich niet beperken tot de gevolgen voor één persoon. De implicaties komen voort uit de aangewende motieven om de beslissing te rechtvaardigen en de sharia voortrekkers en sympathisanten die Ottawa zijn geïnfiltreerd.

De beslissing kwam in het kielzog van de beruchte Motie 103, ontworpen door parlementslid Iqra Khalid en in maart 2017 goedgekeurd door het Huis van Afgevaardigden met 201 stemmen vóór en 91 tegen. Deze kinderlijke motie tegen “systematisch racisme en religieuze discriminatie” gaat uit van een “stijgend publiek klimaat van haat en angst”.

Die vermeende haatzuchtige en paranoïde Canadezen stemden wel 20 percent immigranten hun Parlement binnen, waarvan er meer dan 20 met een dubbele nationaliteit. Eén ervan is Khalid, een Pakistaan die vroeger voorzitter was van de York University’s Muslim Students Association. De ‘vijandigheid’ loopt zo hoog op in Canada dat moslim-activisten zelfs aanvallen op hun persoon faken om high-profile aandacht en sympathie te verkrijgen.

M-103 veroordeelt “Islamofobie” zonder de term te definiëren en roept op tot “een algehele-overheidsaanpak om het te verminderen of elimineren.” Hoewel het ogenschijnlijk religieuze discriminatie aanpakt, vernoemt M-103 geen enkele religie, behalve Islam. De parlementaire secretaris van Mélanie Joly ten tijde van Williams’ ontslag was een M-103 voorstander—parlementslid Arif Virani, een moslim uit Uganda.

De gehele Canadese regering is nu, de vrijheid van meningsuiting, verantwoordelijk voor een beleid om een ongedefinieerde islamofobie uit te roeien. Ongedefinieerde begrippen zijn ook op juridisch vlak bijzonder rekbaar, zoals prominente conservatieve journalist Ezra Levant ondervond toen hij in 2008 gedagvaard werd door de mensenrechtencommissie van Alberta voor het publiceren van een cartoon over Mohammed.

Hoewel Levant een veroordeling kon vermijden, wordt hij sindsdien bestookt met rechtszaken van wat hijzelf de mensenrechtenindustrie noem. M-103 zal een groot wapen zijn om commentatoren zoals Ezra Levant en Mark Steyn het zwijgen op te leggen, aangezien het—geheel in lijn met Sharia—codificeert dat blasfemie tegen Islam niet getolereerd zal worden in Canada.

Islam en Team Slachtoffer

Williams is verfrissend eerlijk over de problemen met identiteitspolitiek in Canada en de V.S. In het tweede luik van haar boek beschrijft ze hoe ‘slachtofferpooiers’ zoals Black Lives Matter (geleid door Shaun King, een blanke die zich voordoet als een Afrikaan) samenspannen met “maatschappelijke Jihadisten” om een “ons versus hen motief” te bestendigen en zo een “hels verbond” te sluiten.

Sharia aanhangers hebben de gelegenheid te baat genomen om zichzelf af te schilderen als slachtoffers van etnische vijandigheid en gaan achteloos voorbij aan het feit dat Islam een religie is en geen genetische afstamming. Williams verduidelijkt: “waarachtige discussies over de globale Jihad en de barbaarse aspecten van de cultuur worden onjuist voorgesteld als oproepen tot haat en racisme.”

Deze groeperingen moeten een boosdoener hebben om hun bestaan te rechtvaardigen en hun leden af te kunnen schilderen als hulpeloze slachtoffers. Ondertussen blijven de minderheden die ze beweren te vertegenwoordigen volgens Williams “jammer genoeg achter in ketenen, de cyclus van lage verwachtingen blijft bestaan, en de onderdrukten blijven gefnuikt.”

Haar brutale openhartigheid en referenties naar “Islam suprematie” zal wellicht zwaar op de hand voelen voor vele lezers, zeker voor wie gewend is aan het gepoetste taalgebruik van de gevestigde mediakanalen. Hoewel “Fired” relatief beknopt is, makkelijk leest en rijkelijk citeert, is het wel een grote opgave voor het boek om de partijdigheid en voorkeur voor bevestiging die het aanvecht, te overwinnen.

De afweging tussen directheid en toegankelijkheid is onfortuinlijk. Het onderwerp kon nochtans niet belangrijker zijn: “Het keurmerk voor democratie is vrijheid van meningsuiting, terwijl totalitarisme gekenmerkt wordt door weinig of geen vrijheid van meningsuiting.”

Bij het lezen van dit boek vraagt men zich ook af hoe de auteur het CFFR ooit serieus heeft kunnen nemen. Het instituut lijkt zich intellectueel exclusief op utopisch denken te funderen en de documenten die Williams toont, geven de indruk dat het CFFR weinig meer doet dan zinloos papierwerk verzetten en zeemzoete platitudes voortbrengen.

Williams wilde de realiteit van etnische spanningen aanpakken en ging de confrontatie aan—in haar artikels en speeches—met de tegenstanders van een open meritocratische maatschappij. Dit ging het CFFR te ver, en de stichting brak met de enige persoon die de moed had om verder te gaan dan deugdsignalerende retoriek. Volgens Williams getuigen hun acties van de lafheid die mensen ervan weerhoudt toe te geven aan “de diepe waarheid dat … alle culturen niet gelijk zijn.”

Fergus Hodgson is de stichter van de Latijns-Amerikaanse publicatie Antigua Report.

Zienswijzen verwoord in dit artikel zijn de meningen van de auteur en hoeven niet noodzakelijk de zienswijzen van de Epoch Times te weerspiegelen. 

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN