Dankbaarheid versus “recht hebben op”

We hebben veel om dankbaar voor te zijn. Het ontwikkelen en uitdragen van een houding van dankbaarheid als een gewoonte en kijk op het leven is belangrijk voor ons welzijn en dat van de maatschappij. Waarom leren we kinderen en jongeren dan het tegenovergestelde: een houding van ongenoegen en ‘het recht hebben op’, van wrok en slachtofferschap?

Reden voor dankbaarheid

We mogen dankbaar zijn voor ons eigen leven en voor het leven op zich; dankbaar dat er überhaupt iets is in plaats van niets. Als we erbij stilstaan en erover nadenken, zijn we dankbaar voor ons zicht en andere zintuigen, voor ons verstand en onze kennis. We waarderen onze geestelijke en lichamelijke gezondheid, misschien wel het meest wanneer deze bedreigd worden.

We leven en sterven niet zoals we onszelf soms vanuit ons individualisme zien, als onbekommerde, autonome individuen, zonder schuld, zelfs geen verschuldigde dankbaarheid, buiten die, die we zelf hebben gekozen om op ons te nemen. Volgens filosoof Alasdair MacIntyre zijn we afhankelijke rationele dieren. We zijn afhankelijk van anderen voor het leven en de liefde, voor onze taal en cultuur. We verwerven, grotendeels van anderen en als erfenis, de conceptuele instrumenten die ons in staat stellen om rationeel te denken, de technologie die ons in staat stelt ons leven materieel te ondersteunen en te verbeteren, en de wijsheid en geloofstradities die ons in staat stellen betekenis en doel in ons leven te ontdekken.

Dankbaarheid weerspiegelt en erkent de realiteit – de waarheid over onze menselijkheid die voorbij gaat aan het egocentrische kind of de narcistische adolescent, maar die volwassenen met de jaren en door ervaring leren kennen. We zijn afhankelijk van wat ons is gegeven, maar wat we niet op basis van onze eigen verdiensten hebben verdiend, onder controle hebben en of af kunnen dwingen.

Voordelen van dankbaarheid

Ouders, religieuze en spirituele leraren uit alle culturen en tradities benadrukken al heel lang de voordelen van dankbaarheid voor het menselijk welzijn. De laatste jaren hebben zij steeds meer wetenschappelijke ondersteuning gekregen. De gewoonte van dankbaarheid, zo blijkt uit het onderzoek, kan op iedere leeftijd worden ontwikkeld en komt ten goede aan volwassenen, kinderen, studenten en werknemers, zowel op individueel als op groepsniveau.

In mijn familie hebben we in onze dagelijkse spirituele beoefening onze eigen variatie van het eeuwenoud advies om onze zegeningen te tellen. Het komt niet (direct) uit een oude wijsheidstraditie, maar uit de Drie Zegeningen oefening, getest en aanbevolen door psycholoog Martin Seligman.

Dankbaarheid, zo suggereert een breed scala aan onderzoeken, wordt geassocieerd met een verhoogd positief humeur, een grotere veerkracht, een betere lichamelijke conditie, minder vermoeidheid en een betere slaap. Het bevordert de ontwikkeling van andere deugden zoals geduld, nederigheid, zelfbeheersing en wijsheid. Naast dergelijke voordelen voor individuen, lijkt dankbaarheid groepen te verbeteren – een hogere werktevredenheid, het versterken van relaties en het aanmoedigen van vriendelijkheid, hulpvaardigheid en gulheid.

Sommige onderzoeken benadrukken dat er naast de voordelen van “algemene dankbaarheid” – zoals minder angst, minder depressie en meer welzijn – nog meer voordelen voortvloeien uit “religieuze dankbaarheid” die in bijna iedere wereldgodsdienst wordt onderwezen en beoefend.

Dr. David Rosmarin van de Harvard Medical School en auteur van een praktische, wetenschappelijk onderbouwde gids voor clinici over het integreren van spiritualiteit, religie en cognitieve gedragstherapie, ontdekte samen met zijn collega-onderzoekers “dat religieuze dankbaarheid – naar God toe – geassocieerd werd met extra vermindering van angst en depressie en een extra toename van het welzijn”.

Gezien de buitengewone toename in dit millennium van angst, depressie en zelfmoord bij vooral kinderen en jongeren, mogen we verwachten dat degenen die betrokken zijn bij het onderwijzen van kinderen en jongeren, net als de vorige generaties, veel belang zouden hechten aan het aanleren van de gewoonte van dankbaarheid.

‘recht hebben op’ en ondankbaarheid

In plaats daarvan zien we het tegendeel. Het ontwikkelen van de gewoonte van dankbaarheid is een probleem wanneer jonge mensen leren om alle culturen te respecteren, behalve hun eigen cultuur, leren om alle geloofsovertuigingen te respecteren, maar niet het geloof waarmee ze zijn opgegroeid.

Als de liefde voor het land niet wordt gekoesterd op scholen en universiteiten, maar met minachting wordt behandeld, is het moeilijk om dankbaarheid te voelen voor de offers die vorige generaties hebben gebracht en de tradities die ze hebben geleerd, aan hebben bijgedragen en hebben doorgegeven.

Zelfs als studenten hun studie beginnen, met een gematigde politieke agenda en de traditionele waarden van hun familie en gemeenschap, absorberen ze de boodschap dat het land  al vanaf het begin rot was – de hele geschiedenis, de stichters en de grondwet zijn bronnen van schaamte en schuldgevoel.

Steeds vaker worden jongeren aangemoedigd om het gaan naar de universiteit, niet met een gevoel van dankbaarheid te benaderen voor de kans die ze krijgen om te delen in de rijke hoeveelheid kennis, wijsheid en vaardigheden die ze kunnen ontwikkelen, maar met een gevoel dat ze er recht op hebben.

Een leger aan bestuursleden, die graag de diversiteit (behalve de intellectuele diversiteit en de diversiteit in  gezichtspunten) van haar studentenpopulatie in stand willen houden, creëert een omgeving van overgevoeligheid voor elke overschrijding van de geaccepteerde ideologie van cultureel en politiek links, die gedeeld wordt door een grote meerderheid van de docenten en bestuurders. Alles wat een student een “onveilig” gevoel zou kunnen geven.

Praten over ‘sneeuwvlokken’ is oneerlijk, omdat het de studenten beschuldigt van iets dat bestuurders doen – het “betuttelen van de Amerikaanse geest“, het beschermen tegen gezichtspunten, argumenten en bewijs dat een ontvangen mening zou kunnen uitdagen.

“Het recht hebben op” omvat overdreven superioriteitsgevoelens en het idee dat je meer verdient te krijgen dan anderen. Als psychologische eigenschap kan het leiden tot chronisch onvervulde verwachtingen en een routinematig, zichzelf versterkende cyclus van gedrag met hoge psychologische en sociale kosten. Het is het tegenovergestelde van nederigheid en dankbaarheid. Het cultiveren van deze laatste twee kan bescherming bieden tegen die eigenschap. Sommige onderzoeken duiden erop dat het in toenemende mate voorkomt bij millennials. Als een cultureel fenomeen, uitgedrukt in de woede bij studenten als een spreker of professor iets zegt, of waarvan wordt verwacht dat hij iets gaat zeggen, waar ze het niet mee eens zijn, is het wijdverbreid op campussen en zelfs in de gewelddadige vorm van Antifa, op de straten.

Kortom, dankbaarheid komt voort uit de realiteit van de menselijke persoon en onze plaats in de wereld en het universum. Het bevordert andere deugden zoals nederigheid en wijsheid die weer het geluk bevorderen. Het heeft vele fysieke, psychologische, spirituele en sociale voordelen. Geen enkel individu, familie of maatschappij kan zonder dit gedijen.

“Het recht hebben op” is misleidend en destructief. Het miskent de werkelijkheid en onze plaats daarin. Het bevordert andere negatieve eigenschappen en gebreken, zoals woede, wrok, hoogmoed, een gevoel van superioriteit, emotionele kwetsbaarheid en natuurlijk ondankbaarheid. “Het recht hebben op” heeft veel negatieve effecten.

In al die gebieden waar dankbaarheid iets opbouwt en beschermt, brengt “het recht hebben op” beschadiging en vernietiging met zich mee.

Door Paul Adams

Paul Adams is emeritus hoogleraar maatschappelijk werk aan de Universiteit van Hawaï en was hoogleraar en decaan van academische zaken aan de Case Western Reserve University. Hij is co-auteur van “Sociale vaardigheid is niet wat je denkt dat het is” en heeft uitgebreid geschreven over sociaal beleid en beroeps- en deugdzaamheidsethiek.

 

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN