De door ons gecreëerde toren van Babel

Al sinds de Verlichting in de 18e eeuw wordt praten over mythen en mythologie steeds moeilijker in een wereld die meer en meer hunkert naar wetenschap.  Wat dit betekent is dat mensen feiten willen en achterdochtig zijn als iets geen feit blijkt te zijn. Dit is een feit ondanks dat feiten zelf niet altijd zijn wat ze schijnen te zijn.

Want we zijn het onderscheid tussen feiten en waarheid uit het oog verloren; inderdaad, in onze postmoderne wereld is er geen waarheid.

We moeten dus duidelijk begrijpen dat het niet feiten zijn die religies en mythen krachtig en acceptabel hebben gemaakt. Ze zijn daarentegen afhankelijk van hun waarheid, wat een heel ander idee is.

Als we het bijvoorbeeld hebben over koning Arthur en de ronde tafel, staat de waarheid ervan los van het bestaan ​​van koning Arthur; sterker nog het bestaan ​​van Arthur is niet van belang in vergelijking met de verhalen over hem.

Zoals Northrop Frye het verwoordde: “Een mythe is niet gecreëerd om een ​​specifieke situatie te beschrijven, maar om die situatie dusdanig weer te geven dat de betekenis ervan niet beperkt blijft tot die ene situatie. Zijn waarheid zit in de structuur, niet aan de buitenkant.” Want de belangrijkste dingen in het leven zijn onzichtbaar en niet onderworpen aan “feiten”: liefde is onzichtbaar, waarden zijn onzichtbaar en onze ziel is onzichtbaar.

Neem dat laatste voorbeeld – dat we een echte ziel hebben – de hele getuigenis van de mensheid vanaf het begin van de menselijke geschiedenis getuigt van haar realiteit. Toch maakt dat onze ziel vanuit een wetenschappelijk oogpunt niet tot een feit, hoewel het wel waar is.

We moeten terugkeren naar de mythen van weleer, die diepgaande waarheden over onszelf en onze situatie onthullen, die ons ervan behoeden ernstige fouten te maken – fouten die in de context van vandaag apocalyptische gevolgen kunnen hebben.

De Toren van Babel

Laten we kijken naar het verhaal van de Toren van Babel in de Bijbel, wat men vindt in de eerste negen verzen van hoofdstuk 11 van het boek Genesis. Het speelt zich af vlak na het verhaal van de zondvloed, en is zo het laatste grote prehistorische verhaal voordat we de meer geschiedenisachtige verhalen tegenkomen, beginnend met Abram / Abraham en de schepping van het Joodse ras.

Het verhaal vertelt dat de hele aarde “één taal en weinig woorden” had, toen de mensheid zich vestigde in het oosten, in het land van Sinear. Het woord “Sinear” lijkt twee primaire etymologische betekenissen te hebben: als eerste het uitdrukken van een intense negatieve emotie of de ervaring van geweld; en ten tweede, in een staat van extreme angst zijn. Deze laatste definitie lijkt mogelijk, omdat de mannen heel expliciet hun angst uiten om “verspreid te zijn in het buitenland”. Ze willen ook een “naam voor zichzelf” maken.

Een naam maken, een reputatie opbouwen en beroemd worden, wordt beschouwd als een tegengif voor de angst om verspreid te zijn, gereduceerd te worden, en tot niets te komen – met andere woorden, een existentiële angst.

Dus, besluiten ze  hun eigen onmacht en angst tegen te gaan met het bouwen van een stad, en voornamelijk een toren met een “top” die tot in de hemel reikt. En ze zullen het voornamelijk doen, niet met natuurlijke (dat wil zeggen door God gemaakte) producten zoals steen, maar met door de mens gemaakte vervangers, zoals bakstenen.

God bekijkt deze constructie en komt speciaal naar beneden om het te bekijken, en concludeert: “Zie, ze zijn één volk en ze spreken allemaal één en dezelfde taal; en wat ze nu doen is nog maar het begin; en niets van wat zij zich voornemen te doen, zal nu voor hen onmogelijk zijn.”

Dus om dit te voorkomen, verwart God de talen van de wereld en verspreid daardoor de mensen, wat de voltooiing van dit bouwwerk verhindert, aangezien mensen niet langer effectief kunnen communiceren.

Van God afgekeerd

“De toren van Babel”, 1563, door Pieter Bruegel de ouder. Museum van Kunstgeschiedenis, Wenen. (Publiek domein)

In wezen gaat het verhaal van de Toren van Babel over ketterij, een alternatieve mythe, die nooit verdwijnt en mensen altijd op een dwaalspoor zet.

In feite zegt het dit: mensen zijn volmaakte, goddelijke wezens wiens hoop en ambities uitsluitend kunnen worden bereikt door hun menselijke handelen, en het belangrijkste voertuig dat dit mogelijk maakt is wat wij onderwijs noemen. Onderwijs leidt ons naar een betere toekomst.

Dat dit het tegenovergestelde is van wat alle grote Ouden dachten, blijkt uit één eenvoudig “feit”: Namelijk, de Ouden (bijvoorbeeld Grieken, Egyptenaren, Indiërs, om maar drie eerbiedwaardige culturen te noemen) geloofden dat de wereld was weggevallen van een Gouden Tijdperk en zich bevond in, of op weg was naar een meedogenloze ijzertijd.

Regressie, en dus geen progressie was wat de trend in de menselijke geschiedenis liet zien. Maar, voor degenen die een toren van Babel bouwen, liggen de Gouden Tijdelijk duidelijk in het verschiet.

Degenen die een “perfecte” wereld bouwen

Laten we een mysterieus voorbeeld nemen uit een ver verleden van degenen die geloven in de perfectie van de mensheid: de Pelagiaanse ketterij van de vierde en vijfde eeuw. Deze ketterij, die in het christendom steeds weer in verschillende vormen opduikt, ontkent de kardinale deugd van het aanvaarden dat door de genade van God en niet door de menselijke wil, de redding gevonden kan worden. Pelagius beweert dat de mens door zijn eigen wilskracht onschuldig kan zijn aan het kwaad en dus goed kan zijn.

Ongeacht de christelijke theologie hier, we kunnen zeker het Griekse woord ‘hubris’ ontdekken in het idee dat we zelf goddelijk en goed kunnen worden zonder te refereren aan God of de goden. Zeus zou dit niet leuk gevonden hebben en zou het vrijwel zeker bestraft hebben.

Mocht dit te ver weg lijken, laten we dan een veel actueler voorbeeld nemen: marxisme en zijn nakomeling, communisme. Vaak wordt gezegd dat het communisme een religie is, maar dan een religie zonder God. En dat is een perfect voorbeeld van die secularisatie gelijk de Toren van Babel en waarvan de strekking in één woord kan worden samengevat: vooruitgang.

Communisme bepaalt dat we God niet nodig hebben; we kunnen ons eigen waardesysteem, onze eigen moraliteit en ons eigen doel creëren. Dit gevoel van vervreemding van God of de goden heeft onze cultuur sinds de 19e eeuw geïnfecteerd.

De marxistische vooruitgang is de klasseloze samenleving die zal plaatsvinden: pure utopie en pure perfectie van mensheid. Een totaal verkeerde en rationalistische mythe.

Natuurlijk, socialisme weerspiegelt – of misschien”imiteert”- dit soort marxistisch denken, net als het “progressief liberalisme” in onze tijd. De filosoof John Gray zei:  “Wat opvalt, is hoe nauw de liberale marktfilosofie die ten grondslag ligt aan globalisering lijkt op het marxisme. Beide zijn in wezen seculiere religies, waarin de eschatologische hoop en fantasieën van het christendom een ​​verlichtingsdraai krijgen.”

Ze zijn allemaal bezig met het bouwen van de perfecte wereld, maar zonder enige verwijzing naar God of de goden: een ware Toren van Babel.

Een metafoor voor de huidige tijd 

‘Toren van Babel’, 1594, door Lucas Van Valckenborch. Louvre.

De essentie van de staat van alle westerse samenlevingen komt voort uit “Babel”, zoals in de etymologie van het Hebreeuwse werkwoord (balal). Dit betekent dooreengooien of verwarren, en lijkt op ons eigen woord “brabbelen”. Het manifesteert zich als verwarring, fragmentatie, polarisatie, het ontbreken van gezamenlijke waarden en het zelf dat op een troon zit als zijn eigen god.

Bedenk dat er nooit eerder zoveel boodschappen waren en zo weinig communicatie, omdat we solipsistisch allemaal tegen onszelf praten terwijl niemand luistert.

Ondertussen belooft technologie, de tweelingbroer van wetenschap, steeds meer utopie: ​​AI, robotica, genezing voor kanker, leven op Mars, leven tot 150 of 200, en elke andere fantasie. Het lijken twee kanten van een medaille te zijn: de volledige fragmentatie, naast de fantasie – de moderne mythe – dat alles goed zal komen omdat onze technologie onze redder zal zijn.

Eind 19e eeuw publiceerde L.L. Zamenhof het eerste boek over Esperanto, een kunstmatige taal (nog steeds gesproken door ongeveer twee miljoen mensen als tweede taal in 115 landen) die trachtte de vloek van Babel te overwinnen – de vloek die de mensen belette te doen wat God of de goden konden doen. Maar zo’n soort taal bleek niet geschikt voor de taak.

De echte taal om de effecten van Babel om te keren werd in de 20e eeuw gecreëerd en bloeit nu in de 21ste: het is natuurlijk, de digitale taal van onze computers en mobiele telefoons en bijna elk huidig ​​apparaat – koelkasten, auto’s, raketten, noem maar op. Eindelijk heeft de mensheid een taal gevonden die door alle mensen begrepen kan worden. Met als gevolg dat er exponentiële vooruitgang  geboekt kan worden bij het bouwen van haar nieuwe en laatste Toren van Babel.

En daar schuilt het gevaar. We denken dat we God kunnen verslaan en zijn wens voor ons kunnen ondermijnen.

Natuurlijk geloven de secularisten niet in God of de goden, maar zelfs John Gray – een atheïstische filosoof – zei : “Seculiere denkers hebben zich gewend tot een geloof in vooruitgang dat verder verwijderd is van de basis van het leven dan welke religieuze mythe dan ook.”

Met andere woorden, de bouw van de Toren van Babel is nog een voorbeeld van een kolossale fout die ernstige gevolgen zal hebben. Zoals Ayn Rand het uitdrukte: “We kunnen de realiteit ontwijken, maar we kunnen de gevolgen van de realiteit niet omzeilen.” Er is een probleem: de moderne droom van vooruitgang is precies dat – een droom, een fantasie, een valse mythe die moet worden gedeconstrueerd voor wat het is.

De Toren van Babel daarentegen is een blijvende mythe die waarheid brengt. Als we met dit uitgangspunt een oplossing willen overwegen voor de huidige impasse waarin we ons bevinden, dan hoeven we niet verder te gaan dan het kernprobleem: “feiten” als substituut voor “waarheid”.

Wanneer mensen, wanneer culturen waarheid beginnen te waarderen, dan krijgen de feiten weer hun juiste plaats in het geheel der dingen, en beginnen de gevaarlijke, utopische fantasieën te verdwijnen. Laten we dus met nieuwe ogen, nieuwe harten en nieuwe geesten naar de traditionele mythen kijken en hun waarheden omarmen.

Door James Sale

James Sale is een Engelse zakenman wiens bedrijf Motivational Maps Ltd. actief is in 14 landen. Hij is de auteur van meer dan 40 boeken over management en onderwijs bij grote internationale uitgevers, waaronder Macmillan, Pearson en Routledge. Als dichter won hij de eerste prijs in de wedstrijd van The Society of Classical Poets ‘2017, die onlangs verscheen op het eerste symposium van de groep in de Princeton Club in New York.

Origineel op 18 september 2019 gepubliceerd op The Epoch Times:  The Tower of Babel We Build

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN