De evoluerende sociale context van het ouderschap

Voortplanting is één van de weinige constanten in de geschiedenis. Het is inderdaad de conditio sine qua non van het menselijk bestaan – geen voortplanting, geen menselijk ras.

Eeuwenlang was het niet ongebruikelijk voor een vrouw om tien keer of vaker zwanger te zijn. Het vergde weinig planning, maar was meer een biologische verplichting, gedreven door het overlevingsinstinct. Het was een rekenspel: Een bepaald percentage van de zwangerschappen leidde tot een miskraam, en door ondervoeding, slechte hygiëne en de verwoestingen door ziekten, leefden veel kinderen niet tot hun volwassenheid. De hoop was dat twee of drie kinderen de volwassenheid zouden halen en in staat zouden zijn om voor hun ouders te zorgen tijdens hun laatste jaren.

In de laatste eeuwen hebben meerdere ontwikkelingen de ouderlijke berekening radicaal veranderd. In Amerika, het land van de mogelijkheden en de individuele vrijheid, verhoogde de economische vooruitgang de levensstandaard steeds meer, wat resulteerde in dalende sterftecijfers en een langere levensduur. De medische vooruitgang van de twintigste eeuw in de strijd tegen ziekten gaf een extra impuls, waardoor de levensverwachting steeg van ongeveer 45 jaar in 1900 tot dik in de 70 in 2000. Met een hogere overlevingskans verminderden de prikkels om veel kinderen te krijgen.

De gestaag toenemende welvaart van de 19e en 20e eeuw had een grote invloed op het gezinsleven. Naarmate de productiviteit van de arbeid van de ouders toenam en de inkomens stegen, werden de kinderen bevrijd van de noodzaak om te werken. In plaats daarvan konden ze naar school gaan. Door de economische vooruitgang werd de “kindertijd” een periode waarin kinderen steeds meer werden vrijgesteld van de verantwoordelijkheden van volwassenheid. Het “kind” kunnen zijn zoals we het tegenwoordig zien, en niet alleen kleine mensen die samen met grote mensen (volwassenen) werken in de grimmige strijd om te overleven. Uiteindelijk groeide de arbeidsproductiviteit zodanig dat een vader genoeg kon verdienen om de enige kostwinner van zijn familie te worden, waardoor de moeder als fulltime moeder thuis kon blijven.

Dit sociologische fenomeen – soms het “Ozzie en Harriet ideaal” genoemd naar een populair tv-programma, bereikte het hoogtepunt in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Hoewel het nog steeds de basis van onze samenleving is, werd het kerngezin, bestaande uit een werkende vader, een thuisblijvende moeder en kinderen, vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw bestookt met een aantal grote uitdagingen.

In het begin van de jaren zestig kwam de anticonceptiepil in beeld. Er ontstond een wig tussen seks en voortplanting; de familiebanden begonnen losser te worden. Aan het eind van de jaren ’60 maakte de opkomende milieubeweging het idee populair dat een menselijke bevolkingsexplosie, die het gevolg was van sterk dalende sterftecijfers en te hoge geboortecijfers, de wereld snel zou overspoelen met dodelijke rampen. Volgens groepen als Zero Population Growth (ZPG) was het menselijk overleven afhankelijk van het feit dat we minder baby’s zouden krijgen.

In de jaren zeventig werd abortus gelegaliseerd, waardoor het nog gemakkelijker werd om seks en ouderschap van elkaar te scheiden en het aantal levendgeborenen duidelijk werd verminderd. Tegelijkertijd kwam de vrouwenbevrijdingsbeweging in opstand tegen het model van Ozzie en Harriet, met het argument dat vrouwen zich niet langer verplicht zouden moeten voelen om baby’s te krijgen, en in plaats daarvan elke roeping zouden moeten nastreven die ze wilden en niet achter de mannen aan zouden moeten lopen in het economische leven van onze samenleving.

(Voor de goede orde, ik ben blij dat vrouwen zich vandaag de dag vrij voelen om alle doelen na te streven die ze zichzelf gesteld hebben. Mijn eigen dochter is in feite bezig haar weg te vinden in één van de meest door mannen gedomineerde beroepen. Maar onthoud alsjeblieft, dames, dat onze samenleving afhankelijk is van het feit of jullie genoeg kinderen krijgen om ons op de been te houden. Dat is geen kwestie van ideologie of persoonlijke voorkeur, het is gewoon een verklaring van een biologische realiteit: Tenzij we overschakelen op het krijgen van reageerbuis baby’s, kunnen alleen vrouwen kinderen baren.)

De economische factor

Als gevolg van deze ontwikkelingen is het geboortecijfer in de Verenigde Staten in de jaren ’60 drastisch gedaald. De daling zette zich voort tot 1975, toen de daling zich min of meer een generatie lang stabiliseerde, alvorens geleidelijk af te nemen door het gevolg van de Grote Recessie in 2008. PHet samenvallen van een dalend geboortecijfer met een economisch fenomeen als de Grote Recessie is geen irrelevant toeval.

Ja, technologische veranderingen (de pil), juridische veranderingen (abortus), sociologische veranderingen (feministische beweging) en ideologische invloeden (angst voor een bevolkingsexplosie) hebben er allemaal toe bijgedragen dat er minder volwassenen zijn, die ervoor kiezen om minder kinderen te krijgen, maar onderschat de economische factor niet.

Ik heb mijn milieuactivisten al tientallen jaren verteld dat het kapitalisme de remedie is tegen overbevolking. De verklaring is eenvoudig: Het kapitalisme genereert welvaart, en er zijn maar weinig mensen die welvaart hebben geproefd, die zich zullen voortplanten en die welvaart verliezen. Gegeven de keuze tussen twee kinderen en het genieten van een welvarende middenklasse standaard, of zes kinderen en moeite hebben om te overleven, zullen rationele volwassenen kiezen voor minder kinderen. Deze onderliggende economische realiteit speelde immers al een rol vóór de ingrijpende veranderingen van de jaren ’60 en ’70 : Denk eraan: Ozzie en Harriet hadden slechts twee kinderen.

Helaas ben ik van mening dat de Amerikaanse welvaart en het daaruit voortvloeiende verlangen naar materieel gemak te ver zijn doorgeschoten, met enkele onheilspellende implicaties. Amerikanen (net zoals mensen in andere welvarende landen over de hele wereld) kiezen steeds minder vaak voor ouderschap. Paren krijgen kinderen in een lager tempo dan het “vervangingspercentage” dat nodig is om de bevolking op peil te houden. Het gevaar is tegenwoordig niet meer een bevolkingsexplosie, maar een bevolkingsimplosie.

De staat als verzorger

In de moderne welvaartsstaat hebben de pensioen- en gezondheidszorgprogramma’s van de overheid de plaats ingenomen van kinderen als primaire verzorgers van ouderen. Dit wetende, werden veel burgers “bevrijd” van de traditionele afhankelijkheid van hun kinderen om voor hen te zorgen in hun oudere jaren. (De uitzondering wordt gezien onder mijn Amish-buren, die gemiddeld genomen nog steeds meer kinderen hebben dan niet-Amish Amerikanen, en die nog steeds trouw voor hun oude ouders zorgen in plaats van ze te huisvesten in tehuizen waar vreemden voor hen zorgen).

Het probleem is dat veel burgers in ons land en in het buitenland erop hebben gerekend dat de staat hun financiële steun is tijdens hun oudere jaren. Ze hebben niet de moeite genomen om genoeg kinderen te krijgen en op te voeden om zo genoeg werkers te hebben die de staat van voldoende inkomsten voorzien zodat die de ouderenzorg kan betalen wanneer de Ponzi-regelingen van de verzorgingsstaat uiteindelijk instorten.

Helaas is er een “wie heeft er kinderen nodig” mentaliteit ontstaan. Veel volwassenen weigeren kinderen te krijgen. omdat ze willen genieten van het goede leven dat de moderne welvaart biedt. Ze willen niet dat de afleiding of de kosten van het opvoeden van kinderen in de weg komen te staan van hun “zelfontplooiing”.

In extreme gevallen is de weerstand tegen het krijgen van kinderen pathologisch. Ongeveer tien jaar geleden schreef ik een artikel met de titel “Seks, Leven, en Dood” dat werd ingegeven door de statistieken dat de op één na meest voorkomende doodsoorzaak onder zwangere Amerikaanse vrouwen moord was. Het blijkt dat sommige mannen hun minnaressen vermoorden omdat ze zwanger zijn geworden. Deze verstoorde mannen willen zo intens vermijden dat ze worden opgezadeld met de verantwoordelijkheid van het ouderschap dat ze hun eigen kinderen en de vrouwen die ze dragen vermoorden. In hun verwrongen mentaliteit is een vrouw een seksspeeltje zonder het recht om zwanger te worden.

Gelukkig kiezen genoeg Amerikanen nog steeds voor het ouderschap, ondanks alle culturele en maatschappelijke tegenwind waarmee ze te maken hebben. Een enorme uitdaging waar  ouders vandaag de dag voor staan, komt van degenen die de kinderen het meest zouden moeten steunen; hun leraren – of beter gezegd, van bepaalde krachtige elementen binnen het instituut van de openbare school. Laat me meteen zeggen dat er veel geweldige, getalenteerde leraren in de scholen zijn die echte zegeningen zijn voor de kinderen die het geluk hebben in hun klassen te zitten. Petje af voor al die goede mensen.

Het probleem is de progressieve ideologische mentaliteit waarvan het openbaar onderwijs doordrongen is. Na het behalen van mijn bachelorsdiploma ging ik terug naar de universiteit om er een lerarendiploma aan toe te voegen, en ik kan oprecht zeggen dat ik niets geleerd heb dat me een betere leraar zou maken.

Het enige wat ik ooit kreeg waren gestage doses van weinig verkapte collectivistische doctrines over hoe het doel van het onderwijs was om kinderen te “socialiseren”. Om ze kneedbaar en meegaand te maken zodat ze bereid zijn een plaats in de sociale orde in te nemen, gecreëerd voor de samenleving door zogenaamd verlichte leiders. Ik ken leraren die actief zijn in lerarenvakbonden en die er vurig van overtuigd zijn dat ouders hun kinderen vanaf twee jaar zouden moeten overleveren aan het openbaar onderwijs, omdat de “deskundigen” die door de staat in dienst zijn genomen veel meer weten over een goede opvoeding dan de ouders zelf.

En dan zijn er nog de vele kinderen in arme buurten, vaak minderheden, die wanhopig willen ontsnappen aan disfunctionele scholen die hun intellectuele ontwikkeling lamleggen, maar de lerarenvakbond en hun progressieve politieke bondgenoten zweren samen om deze kinderen de vrijheid te ontzeggen naar een betere school te gaan. Dat monsterlijke beleid toont aan dat het politieke establishment niets om kinderen geeft, maar een cynische, onderdrukkende alliantie is geworden die bereid is om het leven van kinderen te ruïneren voor hun eigenbelang. Geen wonder dat zoveel Amerikaanse ouders kiezen voor thuisonderwijs.

Nog één somber punt voordat ik afsluit met een bemoedigende opmerking: ouder zijn in de toekomst zal niet makkelijker worden. Ik denk aan de mogelijke problemen met betrekking tot genetische manipulatie. Denk aan de beslissingen die toekomstige ouders zullen moeten nemen als de technologie van genetische modificatie zo ver komt dat mensen designerbaby’s op maat kunnen maken. Zullen koppels die van plan zijn om kinderen te krijgen, hen willen uitrusten met geniale IQ’s? Wat als je vindt dat je je niet moet bemoeien met de natuur, maar andere ouders ervoor kiezen om genetische manipulatie te gebruiken om de intelligentie van hun kind (of een andere wenselijke eigenschap) te vergroten? Zou je ervoor kiezen om je kind relatief inferieur te laten? En wat als de staat begint te reguleren wie en hoeveel baby’s genetisch gemanipuleerd mogen worden? Dan zou onze samenleving op de drempel staan van iets dat verwant is aan Aldous Huxley’s “Brave New World” met de staat en niet de ouders, die levensveranderende beslissingen over hun kinderen nemen.

De vreugde van het ouderschap

Oké, laten we ons afwenden van die potentiële duisternis en afsluiten met de vreugde van het krijgen van kinderen. Voor degenen onder jullie die dit lezen en die ouders zijn of van plan zijn om ouders te worden, God zegene je. Jullie zijn enorm belangrijk en verdien veel respect. Jullie zijn degenen die onze samenleving laten voortleven en ons een toekomst geven, en gezien de uitdagingen die er tegenwoordig spelen, zijn jullie te prijzen voor jullie moed en kracht.

De beloningen van het ouderschap zijn aanzienlijk en ontelbaar. Denk aan alles wat je als ouder kunt bereiken – om de kado’s van het leven en de liefde te geven en dan terugbetaald te worden met de onbetaalbare beloning van de liefde van een kind.

Dank je voor alles wat je doet voor de maatschappij door je kinderen het verschil tussen goed en kwaad te leren. Als je gelovig bent, heb je het vreugdevolle voorrecht om het goede nieuws van een liefhebbende God met je kinderen te delen – een rechtvaardige God die een volledige beloning voor het goede zal geven – als niet in deze wereld, dan in de volgende. Wat een sublieme prestatie is het om je kinderen het vermogen te geven om zich op hun gemak te voelen in hun eigen huid en om zelfvertrouwen en een gevoel van eigenwaarde en veiligheid te krijgen. Wat een rijke beloning die je verdient voor het delen van een liefde met je kinderen die zo bijzonder is dat ze, wanneer ze opgroeien, die liefde opnieuw willen creëren door een eigen gezin te stichten.

Het komt erop neer dat het ouderschap – zoals al het andere in deze wereld – geconfronteerd wordt met uitdagingen en valkuilen, maar het kan een vreugde brengen die ongeëvenaard is met al het andere dat deze wereld te bieden heeft. Nogmaals, God zegene jullie en je kinderen.

Door MARK HENDRICKSON

 Mark Hendrickson is universitair docent economie en sociologie aan het Grove City College. Hij is de auteur van verschillende boeken, waaronder “‘The Big Picture’: The Science, Politics, and Economics of Climate Change.”.

 

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN