De kustprovincies van China worstelen met dominante overheid en Amerikaanse invoerrechten

De kustprovincies en steden in China, de belangrijkste aanjagers van de economische groei van het land, spannen zich in om het hoofd te bieden aan de tandemdruk van een overheersende overheidssector en toenemende invoerrechten van de Trump-regering.

De particuliere sector langs de welvarende kust van China wordt sinds lange tijd qua winst en handel uitgeknepen door het brede scala aan inefficiënte en door corruptie verguisde staatsondernemingen (SOE’s) van China. Belastingveranderingen die in 2019 van kracht worden, zullen bedrijven en werknemers opzadelen met een extra belasting van €258 miljard per jaar.

Handelsconflict in het kustgebied

De welvarende provincies Guangdong, Jiangsu en Zhejiang, evenals de centraal aangestuurde “nationale centrale stad” Shanghai, spelen niet alleen een belangrijke rol in de Chinese economie, maar zijn ook de bron van het handelsoverschot van €430 miljard met de Verenigde Staten. Het handelsoverschot dat Washington aanpakt met de huidige en voorgestelde invoerrechten.

Op 24 september introduceerden de Verenigde Staten invoerrechten op nog eens €172 miljard aan Chinese export die begint met 10 procent en volgend jaar kan worden verhoogd naar 25 procent. Het Chinese regime reageerde onmiddellijk met invoerrechten op €51 miljard aan Amerikaanse goederen.

In 2017 vertegenwoordigde de uitvoer uit de drie welvarende provincies bijna de helft van de nationale hoeveelheid en importeerden ze 56 procent van alle goederen uit het buitenland. Het handelsoverschot van China komt bijna volledig uit deze drie provincies plus Shanghai.

Als gevolg van het Sino-Amerikaanse handelsconflict is het handelsoverschot van China echter sinds vorig jaar met bijna een derde gedaald.

De provincie Guangdong is de grootste exporteur van China. Volgens de douanegegevens van China daalde de uitvoer in de eerste acht maanden van 2018 en steeg de invoer, waardoor de handelsoverschotten sinds vorig jaar met een kwart zijn gedaald. Handelscijfers uit Jiangsu en Zhejiang vertonen vergelijkbare trends.

‘De staat rukt op, de private sector trekt zich terug’

In China worden de belangrijkste industrieën overweldigend gedomineerd door staatsbedrijven (SOE’s), die de Chinese Communistische Partij (CCP) meer controle over de economie geeft, ten koste van innovatie en winstgevendheid.

Sinds de uitvoering van breed opgezette economische interventiemaatregelen door de CCP worstelen particuliere bedrijven met het voldoen aan overheidsregels, met gevolgen voor de drie kustprovincies die een groot deel van de particuliere economische activiteit van China huisvesten.

De provincie Guangdong, het succesverhaal van China tijdens de economische hervormingen, dat begon in de jaren tachtig, meldt nu ernstige tekorten in de verwerkende industrie, omdat de staat meer controle over de industrie krijgt.

Volgens officiële statistieken in de provincie Jiangsu zijn 2.461 ondernemingen verdwenen uit de lijst met “aangewezen ondernemingen” – bedrijven met inkomsten boven de 20 miljoen yuan (ongeveer €2,5 miljoen). Dat komt neer op 5 procent van het totale aantal van dergelijke bedrijven. Private investeringen, evenals industriële inkomsten, zijn gedaald.

In de eerste zes maanden van dit jaar daalden de investeringen in de privésector in Jiangsu tot 765,6 miljard yuan (€95 miljard) in vergelijking met de 976,5 miljard yuan (€123 miljard) in dezelfde periode vorig jaar.

De Chinese particuliere sector, die de afgelopen decennia sterk groeide, staat nu op instorten. Het is slachtoffer geworden van de CCP door uitgeknepen te worden voor winst, en met de partij die extra inzet op haar posities in het Sino-Amerikaanse handelsconflict. Nieuwe Amerikaanse invoerrechten zullen gericht zijn op de Chinese high-end productie en consumentenexport en zal zich uitbreiden naar alle geïmporteerde goederen uit China.

Als onderdeel van hervormingen aan de aanbodzijde en invloedbeperking heeft het Chinese regime de afgelopen jaren, gigantische schulden van staatsbedrijven naar de particuliere sector verschoven. Ondertussen heeft de partij voor €258 miljard een belasting- en socialezekerheidsplan opgelegd, dat gericht is op het genereren van fondsen voor lokale overheden met grote tekorten. Dit gaat ook ten koste van de particuliere sector en de gewone bevolking.

Onlangs heeft het regime nieuw beleid ingevoerd om de crash van kleinschalige financieringsplatforms mogelijk te maken, zoals blijkt uit het ineenstorten van de P2P-leningen, en verbeterde de staatsschulden. De autoriteiten hebben de lokale overheden en de staatsbedrijven (SOEs) ertoe aangezet hun schulden grotendeels te dekken door zich privékapitaal toe te eigenen.

Door Epoch Times 

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN