De mythe van Sint Michaël en de relevantie voor ons

Mythen: onze weg naar huis tracerend

De mythen en verhalen uit het verre verleden bevatten stukjes wijze raad, en vergeten ideeën, waarvan we niet zagen hoe belangrijk ze waren. Eén zo’n mythe is het verhaal van Sint Michaël.

"St. Michael die de gevallenen engelen verslaat", circa 1660-1665, door Luca Giordano
“St. Michaël die de gevallen engelen verslaat”, circa 1660-1665, door Luca Giordano

Waarom Michaël sint-status heeft gekregen is eerlijk gezegd… vreemd, aangezien hij geen mens is. Hij is de ‘grootse prins van alle engelen’, en één van de vier aartsengelen (Rafaël, Gabriël en Uriël) die samen met Michaël naar respectievelijk het oosten, westen, noorden en zuiden gericht zijn. In andere woorden, hun invloed dekt de hele aarde.

Maar het belangrijkste wat over “hem” te snappen valt (en zonder te vergeten dat engelen traditioneel gezien geslachtsloos zijn) is dat hij de opper-aartsengel is, dat hij de hemelse schare leidt, en dat in het boek der openbaringen staat dat hij het gevecht tegen Satan aanvoert. Bovendien bestaan er in de meer esoterische traditie van de angelologie,, negen lagen engelen en degenen in de toplagen worden de serafijnen genoemd. Dit zijn de machtigste, omdat zij het dichtste bij God staan.

In andere woorden… wat we over Michaël kunnen zeggen (de sint-titel weglatend) is dat hij, onder God, de machtigste is van alle schepselen die God geschapen heeft, met uitzondering misschien, maar niet zeker, de engel des lichts, Lucifer, die viel en Satan werd.

Niet verrassend, is de hoogste verantwoordelijkheid van Michaël, volgens de katholieke leer, het bestrijden van Satan, wat een zekere gelijkwaardigheid tussen hen suggereert. Dat gegeven, wat betekent de naam Michaël?

‘Wie is als God?’

“Aartsengel Michaël Reikt om zielen te redden uit het vagevuur”, 17e eeuw door Jacopo Vignali. (Publiek Domein)

Michaël is Hebreeuws voor Mikha’el dat betekent “Wie is als Goed?” Dit is een retorische vraag en in de retoriek ontdekken we de betekenis van de mythe. Stel het je maar eens voor: Je bent geschapen als het meest machtige, charismatische en dynamische schepsel in de kosmos, en waar reflecteer je dan over? Over hoe wonderlijk, krachtig charismatisch en dynamisch je bent? Kastnarcisme? Nee, wat je hele wezen uitstraalt terwijl het zichzelf beschouwt, is dat er een kloof, een leegte, een universum is zelfs, tussen jou en die transcendente werkelijkheid zonder naam; of zeg, bijna als een wegwerpnaam: “Ik ben die ik ben.” Dat wil zeggen, het Zijn zelf.

Men weet onmiddellijk dat men niets is vergeleken met die transcendente, naamloze realiteit. Wat de Schepper is, is iets dat veel verder reikt dan het scheppen van dingen, en in het overdenken van de Schepper – zoals de naam Michaël suggereert – kan men slechts een diepe nederigheid aannemen als reactie, want al het andere zou gewoon dwaas zijn. Zo dwaas bijvoorbeeld als proberen God te imponeren: alsof God ooit zou zeggen: “He Jan, wat een geweldige zangstem heb je daar. Ik wilde dat ik zelf zo zou kunnen zingen”, of “He Marietje, wat een geweldige onderhandelaar ben jij zeg, ik wilde dat ik net als jij zulke multi-miljoenen deals kon maken!”

En als deze voorbeelden dwaas klinken, sta dan eens even stil bij hoe vaak we feitelijk proberen het universum te imponeren met onze acties?

Het rolmodel

En dan is er nog iets van zelfs groter belang. De vraag “Wie is als God?” resoneert feitelijk in alle religies, als ook in heilzame seculiere methodieken.

Sint Michaël weegt zielen tijdens het Laatste Oordeel, Antiphonale Cisterciense, 15e eeuw, Abbey Bibliotheca, Rein Klooster, Oostenrijk (Publiek Domein)

We worden allemaal gevraagd om als wat te zijn? Bewonderenswaardige rolmodellen de hele tijd. Inderdaad we kunnen alleen groeien door geweldige voorbeelden te hebben waar we op willen lijken.

Van christenen wordt verwacht dat ze als Christus zijn of als Christus denken. Boeddhisten willen als boeddha zijn. En op een seculier niveau, hebben we scholen, universiteiten, regeringen, het leger, bedrijven en allerlei soorten organisaties waarbinnen vooruitgang wordt bepaald door in welke mate je op de ideale rolmodellen daarbinnen kan lijken.

Sint Michaël de aartsengel, gekleed als een Romeins soldaat, op het punt de duivel, afgebeeld als een draak, te doden met een vurig zwaard. Op zijn schild staat de Latijnse uitdrukking QUIS UT DEUS? “Wie is als God?”(Publiek Domein)

Carl Rogers bedacht dat het concept van zelf – de kern van onze zelfidentiteit, drie afzonderlijke categorieën had: ons zelfvertrouwen (wat we van onszelf vinden), ons zelfbeeld (hoe we onszelf zien) en ons ideaalbeeld van onszelf (hoe we willen dat we zelf zijn).

Het is duidelijk dat het ideale zelf een toekomstbepaling heeft waarin we, of iemand anders worden (een vertekening van ons ware zelf), of wie we voorbestemd waren te worden (ons ware zelf). In het laatste geval, wordt de eikel de eik. Het proces om dit mogelijk te maken begint in de jeugd.

Kinderen in een functioneel gezin willen als hun moeder of vader zijn, of als beiden, op bepaalde en eigen manieren. Zonder adequate rolmodellen (en dus ook mentors om ons te gidsen), kunnen we onszelf niet ontwikkelen, omdat we niet kunnen zien wat we kunnen worden.

En nergens is dit doordringender dan in de wereld van mythen en religies, want hier is de belofte waar we mee geconfronteerd worden om “als God” of “goddelijk” te worden. Het lot van mensen is goddelijk te worden, en dit begint paradoxaal genoeg als we het gat zien tussen wat we nu zijn en wat we mogelijk kunnen worden, als in “Wie is als God?”

Als we werkelijke goddelijke mensen waren, hoe zou dat er uit zien, gebaseerd op de geschriften waaruit Michaël ontstijgt?

Essentiële kwaliteiten als voorbeeld

10e-eeuws goud en emaille Byzantijns icoon van Sint Michaël, in de schatkist van de Sint Mark’s Basilica.

Ik denk dat er drie goddelijke essentiële kwaliteiten zijn die tot onze eigen concepten van zelf spreken.

Ten eerste, vrijheid. God is vrij. We willen vrij zijn, en deze magie vindt plaats als wat we willen doen correspondeert met wat het universum, God, de Tao van ons verlangt. Dit zou zijn als het afschudden van de ketenen van verslaving en drang,  omdat we kunnen kiezen anders te leven.

Ten tweede, begrip of wijsheid. Dit is geen academische kwalificatie of titel, maar een diep inzicht in hoe de kosmos opereert, en het vermogen om daarmee in harmonie te werken. Natuurlijk, net als met vrijheid, zit er een morele dimensie aan wijsheid om het wijsheid te maken. In het Oude Testament staat het zo: “Zie die mij haten (Wijsheid) houden van de Dood.”

Ten derde, en ter afsluiting, liefde of compassie. Waarom? Omdat om goddelijk te zijn, we de schoonheid van de hele schepping zouden zien, de onderlinge verwevenheid, de complexiteit, de onvoorstelbare kwaliteiten en om dat soort schoonheid overal te zien, overal om ons heen, zou betekenen dat we ervan zouden houden. En natuurlijk zou de liefde vrij uit ons hart vloeien, omdat door het te zien we in staat gesteld werden om het te voelen, en er dus om te geven.

Details van aartsengel Michaël op gebrandschilderde ramen in Sint Stephen the Martyr Daily Mass Chapel in Omaha, Nebraska. (CC BY-SA 4.0)

De naam van Michaël opent de deur voor ons naar dit ongelofelijke verhaal als het ons tegenover de transcendente werkelijkheid plaatst, en door tekort te komen, ontdekken we dat we kunnen groeien.

Dit klinkt misschien als iets dat lastig te verkopen is, of zelfs een moeilijke weg om te bereizen, maar laten we niet vergeten dat het dit ook voor Michaël is. De Serafijnen hebben zes vleugels, waarvan één paar altijd opgevouwen is voor de ogen, om te voorkomen dat zij verblind worden – door in de intensiteit van de absolute werkelijkheid te kijken.

Door James Sale

In deze serie, Mythen: onze weg naar huis tracerend, gaat James Sale na waarom mythen – alles behalve geactualiseerd – cruciaal blijven om onze plek in het universum te kunnen begrijpen, zo niet voor ons voortbestaan.

 

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN