De nieuwe gijzeldiplomatie van Peking

De partijstaat in China breidt het gijzelnemen uit naar Chinezen in het buitenland en niet-Chinezen uit westerse landen

In een represaille van Peking voor de arrestatie door Canada van de financieel directeur van China’s technologiereus Huawei, etaleert het Chinese regime het gebruik van gijzeldiplomatie.

Sinds de aanhouding van Meng Wanzhou in Vancouver vanwege Huawei’s schending van V.S. sancties tegen Iran, heeft Peking drie blanke Canadezen opgepakt waaronder een voormalig Canadese diplomaat; Michael Kovrig.

Deze ontwikkeling kenmerkt een grote verandering in het eerdere beleid van Peking om voornamelijk Canadese burgers van Chinese afkomst aan te vallen als het gijzelaars wil gebruiken voor eigenbelang.

Volgens het onderzoek “De in China gevangen genomen en vergeten Canadezen” van de Toronto Star, staan ongeveer 200 Canadese burgers momenteel onder voorlopige hechtenis of zijn veroordeeld en gevangen gezet in de Volksrepubliek van China.

Terwijl de meeste van deze gevallen apolitiek zijn, zijn deze Canadezen wel overgeleverd aan de genade van het Chinese rechtssysteem, waar de verstrekte gerechtigheid in niets lijkt op dat van westerse gerechtshoven. Het leven in gevangenschap is ook uitzonderlijk zwaar; martelingen en misbruik zijn gebruikelijk.

Gijzeldiplomatie met Chinese kenmerken

Gijzeldiplomatie is geen nieuw trucje van de Chinese Communistische Partij (CCP). In de afgelopen paar decennia diende het als een onderhandelingszet van Peking voor politieke en economische gunsten van westerse landen.

De CCP liet in 1997 de bekende dissidenten Wang Dan en Wei Jingsheng vrij, officieel vanwege “medische redenen”. In feite waren de vrijlatingen het resultaat van onderhandelingen achter gesloten deuren om te bereiken dat Amerika niet langer een resolutie zou steunen van de mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties die China veroordeelde.

Wang en Wei waren allebei Chinese burgers die lange gevangenisstraffen uitzaten voor pro-democratie activiteiten. Dat speelde zich af in een periode waarin westerse leiders actief het zogenaamde constructieve afsprakenbeleid met Peking volgden, in de hoop de communistische staat geleidelijk aan in een beschaafde samenleving en rechtsstaat te veranderen.

Nu het Peking op economisch en militair vlak beter gaat, is China begonnen om in China geboren genaturaliseerde Amerikaanse burgers gevangen te nemen.

In 2002 werd volgens het New York Times artikel: “Echtgenote vecht voor in China gevangen genomen echtgenoot” dr. Charles Lee; een genaturaliseerde Amerikaanse inwoner, gevangengenomen, omdat hij probeerde meer publieke bekendheid te geven aan de vervolging van de spirituele Falun Gong beweging door de CCP.

Lee groeide op in China, waar hij zijn medische opleiding genoot. Daarna studeerde Lee in 1994 af in de neurowetenschap aan de University of Illinois-Urbana-Champaign. In 1995 was hij onderzoeker aan de Harvard Medical School en kreeg hij een Amerikaanse dokterslicentie van de FSMB en de NBME.

In een interview met The Free Library vertelde Lee over zijn gevangenschap: “Ze lieten me 92 uur lang niet slapen. Ze dwongen me om 16 dagen lang rechtop te blijven staan in het zicht van gevangenen, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat.”

Lee vertelde verder: “Ze dwongen me eind 2003 slavenarbeid te doen, om schoenen te maken, kerstlampjes en andere dingen voor de export naar Amerikaanse. Voor de schoenen werd een industriële lijm gebruikt die benzeen bevatte. Dat is zeer giftig en vreselijk irriterend. Ik werd kortademig en kreeg er hoofdpijn van.”

De New York Time maakte 25 november 2018 bekend dat Peking de twee kinderen van Liu Changming; een voortvluchtige bankier, China niet meer uit laat reizen. Victor en Cynthia Liu zijn Amerikaanse burgers.

In haar email aan een familiebekende schreef Cynthia Liu: “De Chinese autoriteiten bevestigen continue dat Victor en ik niet verdacht of beschuldigd worden van criminele activiteiten. We worden hier echt alleen vastgehouden om vader te lokken.”

Internationale reacties

Professor Steve Tsang, directeur van het China Institute aan de School of Oriental and African Studies, schreef: “Gijzeldiplomatie wordt door de internationale gemeenschap als weerzinwekkend beschouwd, en landen die dit doen beschadigen ernstig hun eigen reputatie, internationale imago en betrouwbaarheid als een internationale partner.”

Professor Donald Clarke van George Washington University Law School benadrukte in een opiniestuk in The Washington Post: “Je kunt niet zomaar onschuldige mensen arresteren en ze gijzelen. Dat is een kenmerk van een schurkenstaat, niet van een permanent lid van de Veiligheidsraad. Als twee Canadezen een acceptabele reactie is, mag men er dan ook 20 of 200 gevangen nemen?”

In het opiniestuk: “China’s Canadese gijzelaars” vraagt de redactie van de New York Times zich af: “Is het gebruik van pionnen (door Peking) de slechte nieuwe norm in handels- en diplomatieconflicten?”

Ondanks grote ongerustheid bij en protesten uit Canada, de Verenigde Staten en de internationale gemeenschap, krabbelt Peking niet terug. Zowel de Verenigde Staten als Canada zouden een negatief China reisadvies overwegen.

Sommige doorgewinterde China kenners vinden dat als Moskou zoveel westerse gijzelaars had genomen zonder aanleiding, de grote mediakanalen en de politici een hoop kabaal hadden gemaakt. Wat, vraag je je af, maakt Peking zo bijzonder?

Door de staat gefinancierde terreur

Als westerse landen nu stilletjes in gesprek gaan met Peking over de vrijlating van hun burgers of gijzelaars in dit geval, zouden ze dan vanuit een juridisch oogpunt gezien, onderhandelen met een terroristische organisatie?

Dit soort acties verschillen haast niet van het onderhandelen met terroristen over ontvoeringen in het Midden-Oosten. De westerse wereld staat bekend om het in steen geschreven beleid niet te onderhandelen met terroristen over gijzelaars.

Clarke geeft een belangrijk juridisch argument: “Om dit een gijzelneming te noemen en niet een gewoon strafrechtelijk onderzoek is een zware aantijging. Kijk, het is hier gerechtvaardigd.

Het kritische element van een gijzelneming is dat de gijzelnemer je moet vertellen dat het een gijzelneming is en wat zijn eisen zijn. Anders heeft het nemen van gijzelaars helemaal geen nut.

In dit geval zijn vertegenwoordigers en quasi-vertegenwoordigers van China duidelijk geweest. De Chinese ambassadeur in Canada heeft het niet alleen toegegeven; hij heeft het ook benadrukt in een opinieartikel in de Globe and Mail, stellend dat diegenen die tegen de Kovrig gevangenneming protesteren moeten nadenken over Canada’s acties.

Natuurlijk, als er geen verband was, dan zouden diegenen die bezwaar maken net zo min hoeven te reflecteren op de acties van Canada als op die van bijvoorbeeld Saoedi-Arabië.”

Terwijl Meng in Canada een eerlijk proces krijgt volgens de Canadese wet, hebben buitenlandse gijzelaars in China niet zoveel geluk. Ook Kovrig niet, de voormalige Canadese diplomaat is het recht op juridische bijstand ontzegd, evenals het recht om zijn familie te ontmoeten.

En Meng wordt bovendien beschuldigd van een paar zeer ernstige criminele zaken, waarbij de buitenlandse gijzelaars in China over het algemeen onschuldig zijn.

Een kritische vraag blijft: Zou de internationale gemeenschap de gijzelnemingen van Peking moeten zien als de daad van een terreurstaat?

Na verloop van jaren van internationale ongerustheid over de slechte behandeling van de eigen burgers door communistisch China, kan dit aan de universele jurisdictie van mensenrechtenwetgeving gestaafd worden, als ook aan internationale verdragen waar China aan deelneemt.

Westerse democratieën beginnen zich zorgen te maken over de gijzelneming van hun eigen burgers door deze partijstaat nu Peking niet langer genoegen neemt met het gijzelen van alleen de eigen dissidente burgers.

Andere naties zouden gijzeldiplomatie bij de naam moeten noemen en de staatsterreurdaden van Peking serieus moeten nemen. De internationale gemeenschap zou dit soort wetteloos gedrag onverdeeld moeten veroordelen, en niet door de staat gefinancierde terreur moeten normaliseren en ons leven laten domineren.

Peter Zhang focust zijn onderzoek naar politieke economie in China en Oost-Azië. Hij is afgestudeerd aan de International Studies University van Peking, de Fletcher School of Law and Diplomacy en de Harvard Kennedy School als een Mason Fellow. 

Geplaatste opiniestukken vertegenwoordigen niet per definitie de mening van de redactie. 

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN