De prenten van Rembrandt laten je zijn innerlijke creatieve genialiteit zien

NEW YORK- Ik ben vaak verbaasd hoe klein bepaalde beroemde kunstwerken eigenlijk zijn. Rembrandt van Rijn’s “Zelfportret etsend bij een raam” is een goed voorbeeld, slechts zo groot als een hand. Het is het eerste werk dat je tegenkomt in de tentoonstelling “Selecties van de afdeling Tekeningen en Prenten” van het Metropolitans Museum of Art: Rembrandt, ter herdenking van de 350ste verjaardag van zijn overlijden. Het is een zwart-wit print, vol emotionele kleuren. De tentoonstelling liep tot 28 juli. 

Ik liep om een paar bezoekers heen tot ik er recht voor stond, alleen met Rembrandt die naar me keek. Maar terwijl ik bewoog, bleef de maestro me bestuderen. Ik kan me voorstellen dat het de manier is waarop hij mensen op straat aandachtig zou observeren en de nuances van menselijk gedrag en emoties voor zijn volgende werk zou vastleggen. Zijn gelaatsuitdrukking en ontspannen houding ontwapende me – van zijn licht gegroefde wenkbrauw en zachtjes geplooide lippen gevormd door contemplatieve concentratie, met een potlood of ets-instrument in zijn hand, klaar om zijn kunst te hervatten.

“Met slechts een paar lijnen kan Rembrandt een bepaalde houding creëren die heel sprekend is”, zegt Nadine Orenstein in een telefonisch interview. Zij is de tentoonstellingscurator en de Drue Heinz curator, verantwoordelijk voor de afdeling tekeningen en prenten.

Orenstein zegt dat het interessante aan dit zelfportret is dat je er veel in kunt lezen: “Hij was een meester in de menselijke natuur [en] het vastleggen van de mensheid”, zegt ze. Naast het realisme dat hij aan de ets toevoegde, wilde Rembrandt “diepte en detail creëren in iets dat gewoon donker en zwart-wit is”.

Schilderachtige prentkunst

Rembrandt transformeerde de etskunst, door details, texturen en driedimensionale diepte toe te voegen, zoals niemand eerder heeft gedaan.

Etsen is een druktechniek waarbij de kunstenaar een metalen plaat met een wasachtig oppervlak bedekt, de was doorsnijdt met een scherp voorwerp, de plaat in een zuurbad stopt dat in het metaal bijt waar de was ontbreekt, en inkt over de plaat rolt. De zure groeven vullen zich met inkt en deze worden dan op papier gedrukt.

“Rembrandt bracht de gevoeligheid van een schilder naar de drukkunst”, zegt Orenstein. Omdat hij niet in de drukkunst was opgeleid, was hij niet gebonden aan regels van wat zogenaamd niet mogelijk was. 

“Hoe ver kan je met deze techniek gaan om iets heel anders te doen? Dat is echt wat Rembrandt probeerde te doen”, zegt ze. “Hoe creëer je licht uit duisternis?”

In één van zijn vroegste donkere prenten, “De vlucht naar Egypte: Een Nachtstuk” – leidt Joseph de weg met een lantaarn in zijn hand, Maria begeleidend, die op een muilezel zit, met het kindje Jezus in haar jas gewikkeld. Het tafereel baadt in de schaduw.

Het doel van Rembrandt was om de lantaarn bijzonder helder te maken, als de enige lichtbron in de duisternis en de eenzaamheid die deze heilige familie omhult terwijl ze in het holst van de nacht de Egyptische woestijn doorkruisen. Orenstein gelooft dat Rembrandt een doek heeft genomen en de lantaarn heeft gewreven zodat er absoluut geen inkt op de lantaarn zat, waardoor het licht briljant wit werd. Van die volkomen heldere bron wordt de rest van het tafereel geleidelijk aan steeds donkerder en realistischer naarmate het verder van de lantaarn verwijderd raakt.

Rembrandts voorliefde voor het gebruik van licht op zowel realistische als symbolische wijze blijkt ook uit een andere religieuze prent, “De Honderd Guldenprent”. In één van zijn meest complexe composities verweeft Rembrandt episodes uit hoofdstuk 19 van het Evangelie van Matteüs.

Jezus geeft een preek, waarbij de menigte links in het licht baadt, terwijl de toeschouwers rechts in de schaduw staan. Het zuiverste wit, en de oorsprong van het licht van de scène, is het voorhoofd en het hart van Christus, die de mensen om hem heen duidelijk verlichten. Zijn volgelingen zijn zo realistisch driedimensionaal dat het van een afstand lijkt alsof deze geëtste figuren bijna van klei gemaakt zouden kunnen zijn. 

“Iedereen heeft een andere reactie op wat er aan de hand is; iedereen heeft een andere emotie”, zegt Orenstein. De mensen aan de linkerzijde zijn met elkaar in gesprek, terwijl de mensen in het centrum naar Christus toe worden getrokken.

Mengtechnieken

Een andere manier waarop Rembrandt een revolutie teweegbracht bij het etsen was door verschillende technieken van prenten te mengen in zijn werken. Rembrandt “was zeer geïnteresseerd in het effect dat hij kon produceren”, zegt Orenstein.

Zo gebruikte Rembrandt in “De honderd gulden prent” en “Zelfportret etsend voor een raam” naast het etsen, ook een droge naald, een vorm van gravure. Orenstein zegt dat een droge naald een speciale kwaliteit heeft met ongelooflijke effecten in tonen die een “rijke, fluweelzachte textuur” toevoegen.

Ze zegt dat dat het opmerkelijke is aan zijn afdrukken: Hij “combineert al deze technieken om deze prachtige, sprekende afdrukken te maken.”

Het traceren van Rembrandts proces

Wat historisch belangrijk is in Rembrandts voortdurende experiment is dat hij geen eerdere versies van prenten heeft weggegooid. Iedere keer als een kunstenaar zijn drukplaat verandert, wordt dat een verandering van staat genoemd. Terwijl de meeste kunstenaars eerdere staten zouden weggooien, behield Rembrandt de zijne en documenteerde hij zijn creatieve reis.

Over deze afdrukken zegt Orenstein: “Je hebt echt het gevoel dat je over Rembrandts schouder heen kijkt terwijl hij aan het werk is”. Zo zou je bijvoorbeeld bij het schilderen nooit weten wat de kunstenaar voor ogen heeft, tenzij je röntgenfoto’s maakt om de tekening eronder te tonen. Maar door zijn vele staten te bewaren, liet Rembrandt ons een gedocumenteerde gids na van zijn creatieve proces en voortdurende veranderingen.

De tentoonstelling toonde drie verschillende versies van “Christus gepresenteerd aan het volk” in de tweede, vierde en achtste staat van de prent. Er vinden belangrijke veranderingen plaats tussen de versies. In de tweede staat verzamelt de menigte zich in het midden en aan de zijkant, terwijl de Romeinse gouverneur Pontius Pilatus de mensen vraagt of hij Barabbas of Christus uit de gevangenis moet vrijlaten. Jij, als kijker, kijkt naar de scène. Orenstein zegt dat ze telkens nieuwe details in de menigte ziet als ze ernaar kijkt, en houdt van dat voortdurende ontdekkingsproces.

Daarentegen is in de achtste staat de middelste menigte verwijderd, dus jij, als kijker, bent in feite persoonlijk in de menigte, getuige van het proces.

“De kijker is één van de mensen”, zegt Orenstein. “Rembrandt maakt er een veel krachtiger beeld van.  …. Hij was iemand die er gewoon van hield om een idee te heroverwegen”.

Of Rembrandt nu vanuit een zelfportret naar me keek of me direct in een dramatische scène gooide, zijn vermogen om sentiment en geest vast te leggen maakt zijn werken vandaag de dag nog even waarheidsgetrouw als dat ze ooit zijn geweest.

Voor meer informatie over “Selecties van de afdeling Tekeningen en Prenten: Rembrandt,” bezoek: MetMuseum.org

Door  J.H. WHITE

J.H. White is een kunst-, cultuur- en herenmode journalist en woont in New York.

 

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN