Een ongekende kwaadaardige vervolging’ – Hoofdstuk vijftien: Aandacht voor het doden van Falun Gong beoefenaars voor hun organen

De reactie op het bewijs van gedode Falun Gong beoefenaars voor hun organen is niet in overeenstemming met de ernst van de overtreding, noch met de kwaliteit van het bewijs.

Waarom is dit zo?

Opstapeling van bewijs

Eén van de redenen is dat het doornemen van al het relevante bewijs – en er is er nogal veel van – om tot een geïnformeerde conclusie te komen of Falun Gong beoefenaars al dan niet gedood worden voor hun organen – een tijdrovend karwei is. Veel mensen hebben daar geen tijd voor.

Toch is er geen makkelijkere kortere weg. De mensen die aanwezig zijn bij het oogsten van organen bij Falun Gong beoefenaars zijn ofwel daders ofwel slachtoffers. Er zijn geen omstanders.

Omdat de slachtoffers worden vermoord en gecremeerd, kan er niemand gevonden worden, en kan er geen autopsie uitgevoerd worden. Op enkele uitzonderingen na zijn er geen overlevenden om te vertellen wat er met hen is gebeurd. Daders zijn niet van plan om in het openbaar en in detail iets te bekennen, wat een misdaad is tegen de mensheid.

De plaatsen waar deze misdaden plaatsvinden laten geen sporen na. Als de orgaanoogst is voltooid, lijkt de operatiekamer waarin deze heeft plaatsgevonden op elke andere lege operatiekamer.

Als het verhaal van het doden van Falun Gong beoefenaars voor hun organen in tien seconden verteld zou kunnen worden, zou het een makkelijk verhaal zijn om te vertellen. Het probleem bij deze kwestie van het doden van Falun Gong beoefenaars voor hun organen, is niet te weinig bewijs, maar eerder te veel. Omdat het verhaal boekvullend is, is het niet zo makkelijk om snel te vertellen.

Cover-up

Hoe meer tijd er verstrijkt, hoe minder informatie beschikbaar is over transplantatie in China en hoe geavanceerder de doofpotaffaire wordt. De ervaring van mijn onderzoek is dat zodra ik een officiële Chinese bron aanhaal, deze verdwijnt. Advertenties op websites van ziekenhuizen met korte wachttijden voor transplantaties zijn verdwenen, als ook publieke berichten die opscheppen over de hoeveelheid geld die met de transplantaties wordt verdiend.

Officiële Chinese prijslijsten voor transplantaties zijn verdwenen. Ziekenhuizen vertellen bellers niet langer dat ze binnen 2-3 weken organen van Falun Gong beoefenaars kunnen kopen.

Het levertransplantatieregister van Hongkong, dat vroeger de totale hoeveelheid levertransplantaties plaatste, doet dat niet meer. Chinese transplantatieartsen die vroeger ten behoeve van de nazorg brieven meegaven voor buitenlandse artsen over de operaties van hun patiënten met gegevens over de orgaanbronnen en anti-afstotingsmedicijnen, doen dat niet meer.

De regering van China beweert dat de gevangenen van wie de organen afkomstig zijn, allemaal ter dood veroordeelde gevangenen zijn. Toch weigert de regering de statistieken van het aantal ter dood veroordeelden vrij te geven.

Ik en anderen hebben alle informatie waarnaar we hebben verwezen gearchiveerd zodat onafhankelijke onderzoekers kunnen zien wat wij hebben gezien. In de loop van de tijd is de beschikbaarheid van gegevens uit officiële Chinese bronnen echter steeds verder verslechterd. Er lijkt sprake te zijn van een systematische verdoezeling van orgaanbronnen.

Het nieuwe aan de schending

We kunnen er zeker van zijn dat de ontwikkelaars van de transplantatietechnologie nooit hebben gedacht dat wat zij hebben gecreëerd zou worden gebruikt om gewetensgevangenen te vermoorden en hun organen voor enorme bedragen te verkopen.

Rechter van het Amerikaanse hooggerechtshof Felix Frankfurter reageerde in 1943 op het verhaal van Jan Karski over de Holocaust, aldus Frankfurter aan een Poolse diplomaat: “Ik heb niet gezegd dat deze jongeman loog. Ik zei dat ik niet kon geloven wat hij me vertelde. Er is een verschil.”

Het doden van gewetensgevangenen voor hun organen is een walgelijke vorm van kwaad, die ondanks alle verdorvenheid die de mensheid heeft gezien, nieuw is voor deze planeet. Alleen al de afschuw veroorzaakt dat waarnemers terugvallen in hun ongeloof.

Nieuwigheid van Falun Gong

Onderdrukte democratische activisten, journalisten, mensenrechtenactivisten, Tibetaanse en christelijke activisten wekken meer sympathie op dan de Falun Gong, omdat ze in het Westen beter bekend zijn. De Falun Gong is recentelijk, begonnen in 1992, buitenlands, zonder duidelijk verband met wereldwijd verankerde tradities.

Voor buitenstaanders is er de onmiddellijke, zij het oppervlakkige vreemdheid van de naam Falun Gong. De woorden “Falun” en “Gong” hebben geen betekenis in westerse talen.

Voor de communisten, is het maken van Falun Gong-slachtoffers een misdrijf, waar ze makkelijker mee wegkomen dan met het maken van slachtoffers van andere, bekendere groepen. Falun Gong-slachtoffers zijn vaak mensen zonder westerse connecties of kennis van westerse talen. Het is veel makkelijker voor buitenstaanders om een connectie te voelen met slachtoffers met universele labels zoals journalisten, mensenrechtenactivisten en democratie activisten, dan een groep met een naam die niets betekent voor de meeste oren.

Het is veel makkelijker om het onbekende in een verkeerd daglicht te stellen dan het bekende. Als de communisten Tibetaanse boeddhisten of de christelijke huiskerken besmeuren, weten we dat ze onzin uitkramen. Wanneer de communisten Falun Gong belasteren, weten veel mensen niet zeker of er een basis is voor de beschuldigingen.

Communistische propaganda

Toen de Chinese Communistische Partij/Regering besloot Falun Gong te verbieden, begon de propagandacampagne tegen de beoefening, Falun Gong. Deze propaganda is wereldwijd, systematisch en meedogenloos geweest. Ze bestaat volledig uit ongegronde stereotypen om onderdrukking te rechtvaardigen, terwijl deze om geheel andere redenen bestaat.

Het aanzetten tot haat tegen Falun Gong heeft een impact, zoals alle opruiingen tot onverdraagzaamheid. De plaats waar het de meest verwoestende impact heeft is China, waar de propaganda onbelemmerd zijn gang gaat. Maar het opruien heeft overal een verraderlijk effect.

De Chinese geruchten over de Falun Gong beoefening verwarren en vertroebelen. Velen die de Chinese propaganda tegen Falun Gong niet volledig accepteren, zijn echter toch van mening dat er achter al deze Chinese beschuldigingen iets onfatsoenlijks moet schuilgaan omtrent Falun Gong.

Scepsis over Falun Gong is niet gebaseerd op iets reëels in de beoefening van Falun Gong, maar is eerder het gevolg van opruiing van de Chinese overheid/Communistische Partij tegen de beoefening. Het zijn simpelweg vooroordelen.

Tegenstrijdige belangen

China is een wereldmacht met een economisch en politiek bereik over de hele planeet. Het economische gewicht van China overtreft ruimschoots dat van andere grote mensenrechtenschenders.

Sommige mensen zullen, voor politiek, diplomatiek of economisch gemak, alles accepteren wat de Communistische Partij van China zegt, of het nu waar is of niet. Voor deze medeburgers is het alleen maar relevant dat het wordt gezegd door de Communistische Partij van China. Waarheid of onwaarheid is onbelangrijk.

Voor anderen, ongeacht ze ook geloven, dicteert hun voorzichtigheidsgevoel hun stilzwijgen. Ze willen hun eigen persoonlijke belangen niet in gevaar brengen door iets te zeggen over een zaak die hen niet persoonlijk raakt.

 Zo heeft de Chinese ambassade in Toronto in 2004 gemeenteraadsleden geschreven en hen aangespoord zich te verzetten tegen een motie voor het uitroepen van een Falun Gong-week. De brieven luidden: “Als de motie wordt aangenomen, zal het een zeer negatief effect hebben op onze toekomstige gunstige uitwisselingen en samenwerking.” Onder de “gunstige uitwisselingen en samenwerking” die de wethouder van Toronto City, Michael Walker hoorde noemen, waren het in gevaar komen van de verkoop van een Canadese kernreactor, de CANDU, aan China, de bouw van een spoorverbinding naar Tibet door het Canadese bedrijf Bombardier, en twee uitleen panda’s aan de Metro Toronto Zoo.(1) Bedreigingen die zo onevenredig zijn aan de gebeurtenis toonden het belang voor het Chinese communistische regime aan om de inhoud ervan het zwijgen op te leggen.

De verregaande invloed van de macht van de Chinese regering is vooral zichtbaar op de westerse universiteiten. Als er één ding is dat je moet weten om de regering van China te begrijpen, dan is het wel de behandeling van Falun Gong. China behandelt Falun Gong als zijn grootste staatsvijand. China besteedt naar het schijnt meer tijd, geld en moeite aan Falun Gong in zijn ambassades en consulaten wereldwijd dan aan iets anders. Als China zijn gevangenissen en werkkampen met Falun Gong beoefenaars vult, zegt deze obsessie ons niets over Falun Gong. Maar het vertelt ons wel boekdelen over de regering van China. Een focus op de Chinese preoccupatie met Falun Gong geeft ons een duidelijker inzicht in de mentaliteit en de dynamiek van de Chinese regering dan welke andere focus dan ook.

Toch zijn er op de afdelingen China studies aan universiteiten over de hele wereld, bijna zonder uitzondering, geen cursussen, geen onderzoeksprojecten, geen publicaties, en geen gastcolleges over Falun Gong. Afdelingen China studies over de hele wereld zwijgen over de vervolging van Falun Gong beoefenaars, ondanks het feit dat deze vervolging ons meer over China vertelt dan wat dan ook. In de afdelingen China studies wordt Falun Gong bewust genegeerd.

Het is alsof de universitaire natuurkundeafdelingen de relativiteitstheorie van Einstein zouden negeren, alsof de universitaire Engelse literatuurafdelingen Shakespeare zouden negeren. Wanneer universiteiten iets negeren dat zo centraal staat in China, zo duidelijk, is het niet uit onwetendheid. Het is eerder uit een verlangen om China niet tegen te werken. China-geleerden hebben het gevoel dat ze de medewerking van de regering van China nodig hebben, op zijn minst om visa te krijgen om China binnen te komen, om hun werk voort te zetten. Om ervoor te zorgen dat de samenwerking wordt voortgezet, blijven ze uit de buurt van een onderwerp waarvan de regering van China niet wil dat ze het in overweging neemt. Geleerden hebben genoeg integriteit om de Chinese regering niet aan te vallen over Falun Gong. Als ze dat wel doen, slaan de Chinese ambtenaren om zich heen. Om die reactie te vermijden, zeggen ze niets.

Ontbreken van structuur

Falun Gong is geen organisatie; het is zelfs geen groep mensen. Het is gewoon een set van oefeningen met een spirituele basis.

De oefeningen kunnen door iedereen, overal en altijd gedaan worden, hoewel ze meestal één keer per dag gedaan worden, vaak samen in groepen net zoals de vele andere Tai Chi en Qi Gong oefeningen die in Chinese parken gedaan worden. Degenen die geïnteresseerd zijn kunnen de oefeningen beginnen wanneer ze maar willen en stoppen wanneer ze maar willen. Tijdens het oefenen zijn ze vrij om de oefeningen zo weinig of zoveel te doen als ze zelf willen.

Iemand hoeft zich niet ergens in te schrijven, zich nergens bij aan te sluiten of iets te betalen om de oefeningen te mogen doen. Alle informatie over hoe de oefeningen te doen is openbaar en vrij beschikbaar.

Degenen die Falun Gong beoefenen hebben geen organisatorische leiding. Grondlegger Li Hongzhi wordt niet aanbeden door beoefenaars. Hij ontvangt ook geen geld van beoefenaars. Hij is op zichzelf en heeft zelden ontmoetingen met beoefenaars. De meeste beoefenaars hebben hem nooit ontmoet.

Het gebrek aan structuur binnen de Falun Gong gemeenschap belemmert de rapportage over mensenrechten. Er is een website, Minghui, die meldingen over slachtoffers verzamelt. Er is ook een NGO, de Wereldorganisatie die onderzoek doet naar de vervolging van Falun Gong (WOIPFG), die onderzoek en analyse doet. De website en de NGO lijken veel op de gemeenschap van Falun Gong beoefenaars in het algemeen, dat wil zeggen dat er geen geld mee gemoeid is, geen leiderschap, geen kantoren, geen personeel maar wel een grote afhankelijkheid van vrijwilligers.

Sympathie voor het communisme

De Chinese communisten zijn zo kapitalistisch geworden dat het verrassend is om te zien hoe socialisten zich achter de Chinese communistische zaak scharen. Toch bestaat dit fenomeen nog steeds. De Chinese Communistische Partij/Staat heeft veel van de mondiale linkse gemeenschap voor zich gewonnen, die heimwee hebben naar het Chinese communisme van weleer.

Deze neplinkse solidariteit manifesteert zich onder meer door elke kritiek op het communistische China te verwerpen, inclusief kritiek op de vervolging van Falun Gong. Ouderwetse linksen scharen zich achter de fantasieën van de Communistische Partij dat de CIA achter Falun Gong zit. (2) Hoewel dit soort verdenkingen te vergezocht zijn om veel aanhang te krijgen, verhinderen zij wel dat er over het hele politieke spectrum eensgezindheid bestaat om op te staan tegen de Chinese vervolging van Falun Gong in het algemeen, en de moord op Falun Gong beoefenaars voor hun organen in het bijzonder.

Omgekeerde plicht

Er is een houding in sommige kringen dat het doden van Falun Gong beoefenaars voor hun organen met zekerheid moet worden vastgesteld en dat bij gebrek aan die zekerheid er niets gedaan hoeft te worden. Deze verwachting verschuift de verantwoordelijkheid van waar die oorspronkelijk ligt.

Het is niet de taak van de onderzoekers om te bewijzen dat Falun Gong beoefenaars gedood worden voor hun organen. Onderzoekers hoeven niet uit te leggen waar China zijn organen voor transplantaties vandaan haalt, China moet dat wel. Het is aan de regering van China om uit te leggen waar hun organen vandaan komen.

De Wereldgezondheidsorganisatie heeft in mei 2010 in een vergadering “de richtlijnen voor de transplantatie van menselijke cellen, weefsels en organen” goedgekeurd. Twee van deze leidende beginselen zijn traceerbaarheid en transparantie.

Tijdens de Universal Periodic Review Working Group van de Verenigde Naties in februari 2009 adviseerden Canada, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Oostenrijk en Italië dat China statistieken over de doodstraf zou publiceren. De regering van China zei nee tegen deze aanbeveling. Dezelfde aanbeveling werd herhaald door België, Frankrijk, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk en Italië op de Universal Periodic Review Working Group van de Verenigde Naties in oktober 2013. Deze keer zei China: “we zullen wel zien”.

Het verband tussen de statistieken over de doodstraf en het misbruik van orgaantransplantaties is expliciet gemaakt door de VN-rapporteur voor marteling, de VN-rapporteur voor religieuze onverdraagzaamheid en het VN-comité voor marteling. Allen hebben China gevraagd de discrepantie tussen het aantal transplantaties en het aantal orgaanbronnen te verklaren.

Het VN-Comité tegen marteling schreef in zijn slotopmerkingen in het verslag over China van november 2008 dat China: “onmiddellijk een onafhankelijk onderzoek moet instellen of laten instellen naar de beweringen dat een aantal Falun Gong beoefenaars zijn gemarteld en gebruikt voor orgaantransplantaties en, indien nodig, maatregelen moet nemen om ervoor te zorgen dat degenen die verantwoordelijk zijn voor dergelijke misstanden worden vervolgd en gestraft.”

Gebrek aan individuele gevallen

De conclusie dat Falun Gong beoefenaars in grote aantallen zijn gedood voor hun organen is gebaseerd op de samenloop van een aantal sporen van bewijsvoering. Dit bewijs hoeft niet noodzakelijkerwijs individuele slachtoffers te identificeren. Een van de reacties op het bewijs dat Falun Gong beoefenaars in tienduizenden gevallen voor hun organen zijn gedood, is “noem ze maar op”.

Deze eis om individuele gevallen te benoemen kan worden gedaan uit scepsis. Een andere mogelijkheid is dat de eis om individuele gevallen te benoemen wordt gesteld, omdat activisme rond een individueel geval makkelijker kan zijn dan belangenbehartiging rond een algemeen fenomeen. Het is voor de regering van China moeilijker om onder een onderzoek uit te komen wanneer het toegespitst is; wanneer we hen de naam van het slachtoffer vertellen, de datum van het slachtofferschap en de plaats waar het zich voordeed.

Het identificeren van individuele gevallen is om verschillende redenen moeilijk. Eén daarvan is dat er doorgaans geen sporen worden nagelaten bij individuele slachtoffers.

Daarbij zijn de eerste Falun Gong-slachtoffers van de orgaanoogst degene die niet hun naam wilde geven. Falun Gong beoefenaars weigeren hun naam te geven aan gevangenisbewaarders om hun vrienden, collega’s en families te beschermen die anders ook een slachtoffer zouden worden omdat ze hen niet hebben aangegeven. Hun cipiers weten niet wie ze zijn en hun families weten niet waar ze zijn. Degenen die geweld gebruiken tegen Falun Gong beoefenaars weten misschien niets over de beoefenaars behalve dat ze beoefenaars zijn.

In principe zou de noodzaak om individuele slachtoffers te identificeren niet van belang moeten zijn. Het algehele bewijs van de schendingen is overweldigend, zelfs zonder identificatie van de individuele slachtoffers.

Desalniettemin zijn er een paar individuele, met naam genoemde gevallen opgedoken. Zeven daarvan worden genoemd in het boek Bloody Harvest. Een achtste werd genoemd in een toespraak die ik hield op een forum op de William Pitt Union, Universiteit van Pittsburgh op 28 maart 2013.(3)

Vijf van die gevallen, genoemd in het boek Bloody Harvest, zijn afkomstig van familieleden van slachtoffers. Deze familieleden van Falun Gong beoefenaars die in gevangenschap stierven, meldden dat ze de lijken van hun geliefden zagen met chirurgische incisies en vermiste lichaamsdelen. De autoriteiten gaven geen coherente verklaring voor deze verminkte lijken. Er is geen officiële verklaring voor het verminken van de lichamen. Hun verminking komt overeen met het oogsten van organen.

Valse symmetrie

De regering van China belastert Falun Gong. Falun Gong beoefenaars veroordelen de schendingen van de mensenrechten die door de Communistische Partij van China worden gedaan. Voor buitenstaanders die niet veel aandacht besteden aan en niet vertrouwd zijn met Falun Gong, lijkt dit conflict oppervlakkig gezien op een buitenlandse politieke scheldpartij. De tendens is om zich er niet mee te bemoeien.

Voor media die een verhaal vertellen waarin het conflict een rol speelt, is er een neiging om te melden wat elke partij zegt, de Communistische Partij van China en de Falun Gong beoefenaars, zoals ze zouden doen met elk conflict, in een poging om neutraal te zijn. De artikelen behandelen daadwerkelijke schendingen door de regering van China en de Chinese overheidspropaganda over die schendingen als gelijkwaardig.

Wanneer de media naar Falun Gong verwijzen, zeggen ze bijvoorbeeld dat beoefenaars Falun Gong op de ene manier beschrijven, terwijl de regering van China het als iets anders beschouwt. De twee beweringen worden zonder commentaar naast elkaar gezet, alsof ze allebei even serieus behandeld moeten worden.

Onderzoek naar het doden van Falun Gong beoefenaars voor hun organen wordt op dezelfde manier behandeld. De media, wanneer zij verslag doen van het onderzoek, plaatsen het vaak naast de meest schaamteloos valse en vergezochte ontkenningen van de Communistische Partij/Staat, zonder enige aanwijzing dat het onderzoek gegrond is op de realiteit en dat de basis van de ontkenningen gemakkelijk als verzinsels zijn te identificeren.

De media zullen soms berichten dat het onderzoek naar het doden van Falun Gong beoefenaars voor hun organen omstreden of controversieel is, zonder enige vermelding van het feit dat de Communistische Partij vrijwel als enige de strijd of onenigheid aangaat. Er zijn natuurlijk mensen die herhalen wat de Communistische Partij zegt zonder serieus onderzoek te doen. Het feit dat al het onafhankelijke onderzoek, het oorspronkelijke onderzoek van David Kilgour en mij over het doden van Falun Gong beoefenaars voor hun organen heeft bevestigd, wordt terzijde geschoven. Voor sommige media is de verschillende kwaliteit van het bewijs van beide partijen minder interessant dan het feit dat ze omstreden zijn.

Bovendien schrijven de media, zoals de Communistische Partij, het onderzoek vaak toe aan een mythische Falun Gong organisatie of Falun Gong beoefenaars, met de implicatie dat Falun Gong een geïnteresseerde partij is. Het feit dat het onderzoek en het bewijs bijna volledig afkomstig is van personen die geen beoefenaars van Falun Gong zijn, wordt genegeerd.

Beschuldigingen van mensenrechtenschendingen zijn niet altijd waar en niet altijd goed bedoeld. Degenen die politiek tegen een regime zijn, zullen gemakkelijk hun toevlucht nemen tot valse beschuldigingen van mensenrechtenschendingen als middel om de legitimiteit van dat regime weg te halen.

Het verschil tussen denkbeeldige mensenrechtenschendingen die zijn uitgevonden met het oog op delegitimatie en daadwerkelijke mensenrechtenschendingen die door de daders worden ontkend, is een realiteit. We kunnen de realiteit niet negeren en beschuldigingen en ontkenningen van mensenrechtenschendingen slechts beschouwen als een stel woorden die allemaal evenveel gewicht in de schaal leggen.

Het verschil tussen holocaustontkenners en de tragische verhalen van de slachtoffers van de Holocaust, is het echte verhaal, wat er werkelijk is gebeurd. Het zou onverantwoordelijk zijn om neutraliteit te veinzen tussen holocaustontkenners en holocaustslachtoffers. Iedereen die zich bezighoudt met waarheid, vrijheid en respect voor mensenrechten zou degenen die de ontkenning van de Holocaust behandelen als een respectabele mening die hetzelfde gewicht en dezelfde aandacht verdient als de verhalen over de gruwelijkheid van de Holocaustslachtoffers, ten zeerste afkeuren.

Maar Holocaustontkenning is, net als de Holocaust zelf, geen geïsoleerde ervaring. Het is eerder de meest extreme vorm van een heel spectrum aan spraakmisbruik. Elke ernstige schending van de mensenrechten heeft zijn ontkenners. Overal hebben daders een hele litanie van droevige excuses; maar de eerste verdedigingslinie voor hen allen is “het is niet gebeurd”.

De Communistische Partij van China heeft de mensenrechten van de Falun Gong op grote schaal geschonden. Falun Gong beoefenaars zijn een groep onschuldigen, een niet-gewelddadige gemeenschap.

De Communistische Partij van China doet, om haar wrede greep op macht te rechtvaardigen, wat de communistische partijen overal hebben gedaan – ze geeft niets toe en ontkent alles. Ze maakt valse beschuldigingen, verzint feiten en bedenkt slogans. Om de Chinese propaganda over Falun Gong op hetzelfde niveau te plaatsen als het bewijs voor de schendingen van de mensenrechten door de Communistische Partij van China, om een valse symmetrie tussen hen te creëren, negeert de realiteit en sluit ons de ogen voor de monsters die ons in het gezicht staren.

Onverschilligheid

Onverschilligheid is een algemeen probleem wanneer we proberen het publiek te mobiliseren om zich te verzetten tegen schendingen van de mensenrechten. Hoewel onverschilligheid algemeen is, is het niet uniform. Sommige mensenrechtenschendingen wekken meer reacties op bij het publiek dan andere.

De inactiviteit als reactie op het bewijs van het doden van Falun Gong beoefenaars voor hun organen is bijzonder ernstig en wordt verklaard door de opeenstapeling van alle andere factoren. De nieuwheid en schijnbare vreemdheid van Falun Gong, de rijkdom en het gewicht van het communistische China, de hoeveelheid bewijs die men moet doorzoeken om tot een definitieve conclusie te komen, de doofpotaffaire van de Communistische Partij, de nieuwe aard van de schending, de aanval van tegenstrijdige propaganda van de Communistische Partij, het gebrek aan structuur van de Falun Gonggemeenschap zelf, de rudimentaire sympathie in linkse kringen voor het Chinese communisme, het oneigenlijk wegschuiven van de verantwoordelijkheid voor de bewijslast van de regering van China, het ontbreken van grote aantallen geïdentificeerde individuele gevallen, de valse symmetrie waarin veel mediaverslagen zich bezighouden met slachtoffers en daders, hebben een cumulatief, demobiliserend effect.

Wanneer de natuurlijke neiging is om niets te doen, wanneer iedereen bezig is met zijn eigen leven en behoeften, zijn er simpelweg te veel excuses voor deze schending om zich terug te trekken. Bezorgdheid begint met weten. In dit dossier bekommeren te veel mensen zich er niet om, omdat te veel mensen het niet weten.

Hoewel dit een moeilijk verhaal is om te vertellen, om alle bovengenoemde redenen, is het een verhaal dat verteld moet worden. Alleen op die manier kunnen we hopen de onoplettendheid waarmee deze schending gepaard gaat te overwinnen.

Door David Matas

Origineel op 17 augustus 2019 gepubliceerd op The Epoch Times: ‘An Unprecedented Evil Persecution’—Chapter Fifteen: Inattention to the Killing of Falun Gong for Their Organs’

Vorige Hoofdstuk: Forced Live Organ Harvesting—Transplant Abuse by the Chinese Communist Party

Volgend Hoofdstuk: Jiang Zemin: The Ultimate Evil in the Destruction of Human Nature


[1] Jan Wong,”Feeling the long arm of China” Globe and Mail, August 6, 2005.

[2] Bijvoorbeeld http://www.facts.org.cn/Reports/World/201407/09/t20140709_1753443.html

[3] “The Killing of Falun Gong for their Organs: Individual Cases” http://endorganpillaging.org/2013/03/28/the-killing-of-falun-gong/

 

 

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN