Goede leiders moeten houden van de mensen die ze leiden

Toen ik een tiener was, vertelde mijn grootvader, een kapitein bij de mariniers, een verhaal over een generaal die hij tijdens de oorlog in Vietnam ontmoette. Toen mijn grootvader naar deze generaal ging, trof hij hem terwijl hij telefoongesprekken voerde om een ​​groep mariniers te redden, nadat een reddingsmissie was uitgemond in een grootschalige strijd.

De mariniers hebben het credo nooit een collega-marinier in de steek te laten, dood of levend. Een groep mariniers was in een hinderlaag gelopen bij een poging de lichamen van een andere eenheid te bergen, en de volgende groep die er als versterking op af werd gestuurd, werd ook in een hinderlaag gelokt.

De generaal probeerde wanhopig deze jonge mannen te redden. Hij wendde zich tot mijn grootvader en terwijl de tranen over zijn wangen rolden zei hij: “Mijn jongens zijn daar aan het sterven in het veld.”

Als mijn grootvader over goede leiders sprak, was dit vaak de anekdote die hij gebruikte.

Een karaktereigenschap van een goede leider is het houden van de mensen waar je verantwoordelijk voor bent. In de Chinese tekst “Guiguzi” uit de Han-dynastie staat: “Iemand met talent, maar zonder vriendelijkheid kan niet het bevel over het leger voeren.”

Hoe een leider de mensen onder zijn hoede beschouwde, was een van de belangrijkste eigenschappen die wijze koningen onderscheidden van tirannen. Het was de deugd die doorslaggevend was of een militaire leider zich bekommerde over de invloed van zijn keuzes op het welzijn van zijn mannen, en of een heerser gaf om hoe een beleid het dagelijks leven van zijn mensen beïnvloedde.

Vanuit dit perspectief kan een baas een efficiënt en goed geordend bedrijf runnen en nog steeds worden gehaat door zijn werknemers. Een man kan een goed geordend huis hebben en toch veracht worden door zijn vrouw.

De reden is dat het kunnen leiden, iemand niet noodzakelijk tot een goede leider maakt. Efficiëntie, orde en zelfs tastbare resultaten zijn niet altijd het kenmerk van een goede leider. De geschiedenis zit vol met grote leiders die niet per se goede mannen waren, en hoewel hun prestaties misschien invloedrijk waren, lieten ze besmette erfenissen na.

Het mededogen van een leider

Aan het begin van de 18e eeuw schreef Yamamoto Tsunetomo in de “Hagakure”, een handleiding voor de samurai, dat “de reden waarom mensen nog steeds de wijzen van de drie oude koninkrijken vereren, is vanwege hun groots en onuitputtelijk mededogen.”

Tsunetomo zei dat hij zich bewust was van de bouwstenen van moed en wijsheid, maar dat hij pas sinds kort was gaan begrijpen wat medeleven was. Hij citeerde Tokugawa Ieyasu, de grondlegger van het eerste Tokugawa-shogunaat van Japan, die verklaarde: “Als de heerser zijn bedienden en zijn volk als zijn kinderen liefheeft, zullen zij op hun beurt de heerser als hun ouder beschouwen. Het principe dat ten grondslag ligt aan het bestuur van een vredig rijk is mededogen.”

De oude Griekse filosoof Aristoteles had vergelijkbare opvattingen over leiderschap. In zijn “Ethica Nicomachea” van rond 350 jaar v.Chr., verwees hij naar politiek als de “allerhoogste en meest toonaangevende kunst” in het streven naar goedheid.

Cultiveren van deugd

Zijn opvattingen waren gebaseerd op het idee dat morele goedheid en de cultivatie van deugd de ware bronnen voor geluk waren; en dat een echte leider de eigenschappen van goedheid en deugdzaamheid belichaamt in de context van de politiek, en deze waarden op zijn beurt bemoedigt onder zijn mensen. Politiek werd gedaan ten voordele van anderen, door het streven naar deugdzaamheid.

“Het afwijken van de monarchie is tirannie, want beide zijn vormen van alleenheerschappij, maar er is een groots verschil tussen deze vormen: de tiran zorgt voor zichzelf; de koning voor zijn onderdanen”, schreef Aristoteles.

“Want een mens is geen koning totdat hij zelfvoorzienend is en boven zijn onderdanen uitstijgt in alle goede dingen, een dergelijk persoon heeft verder niets nodig. Daarom zal hij niet naar zijn eigen belangen kijken, maar naar die van zijn onderdanen, omdat een koning die niet zo is, slechts een koning is in titel.”

Aristoteles voegde eraan toe dat tirannie het tegenovergestelde was van dit principe, aangezien “de tiran zijn eigen bestwil nastreeft”.

We kunnen bijvoorbeeld kijken naar de Chinese militaire klassieker “Tai Gong Six Secret Teachings” van Jiang Ziya. Daarin vraagt ​​koning Wen, die de Zhou-dynastie heeft opgericht, hoe hij een rijk moet besturen zodat de heerser wordt geëerd en de mensen tevreden zijn.

Jiang Ziya antwoordde: “Hou gewoon van de mensen.”

Koning Wen reageerde door te vragen wat dit in de praktijk betekende, en kreeg een uitleg van principes die het beschermen van banen omvatte, het laag houden van belastingen, en, als een leider, het vermijden van handelen uit eigenbelang en corruptie.

“Iemand die uitblinkt in het besturen van een rijk regeert het volk dus zoals ouders hun geliefde kinderen opvoeden of zoals een oudere broer handelt naar zijn geliefde jongere broer”, zei Jiang Ziya. “Als ze hun honger en kou zien, maken ze zich zorgen over hen. Als ze hun inspanningen en lijden zien, treuren ze om hen.”

Over Keizer T’ang uit het oude China werd gezegd dat hij deze deugden belichaamde. De oude tekst “Huainanzi” beschreef hem als volgt: “Zijn deugd en vriendelijkheid stroomden overal, zodat de onderdrukten en armen werden verlost. Hij troostte degenen die rouwden om de doden; hij informeerde naar de zieken en voedde de wees en de weduwe. Het volk klampte zich aan hem vast met genegenheid; in het land werden zijn bevelen gewillig opgevolgd.”

Ruimdenkend van geest

Welwillende leiders zijn ook ruimdenkend – het vermogen om het grotere geheel te zien en mensen langs een weg te leiden die hen naar het beste resultaat leidt. Dit vereist het overwegen van meerdere perspectieven, ondertussen de behoeften en wensen van anderen in de gaten houdend, en niet het kiezen van de comfortabele gemakkelijke weg.

Welwillendheid werd gezien als een inherent aspect van bestuur, en dit was een veel voorkomend thema in veel culturen. Een leidraad om dit doel te bereiken werd beschreven in veel klassieke teksten voor leiders. “The Warrior’s Rule” door Tsugaru Kodo-shi zegt duidelijk: “Het openbaar bestuur bestaat uit twee dingen: welwillendheid en bestuur. Gunsten worden verleend vanuit welwillendheid; regelgeving wordt vastgelegd door het besturen. Dat is correct openbaar bestuur.”

Over Micromanagement

Deze historische figuren waarschuwden ook voor micromanagement en tirannieke controle over individuen tot het niveau van afzonderlijke acties. In het oude China strekten de machten van de staat zich niet voorbij het provincieniveau, en goede leiders spiegelden zich aan de wijsheid en inzichten van de mensen om zich heen om een ​ruimdenkende geest te ontwikkelen.

De Confucianistische tekst “Kung Tzu Chia Yu” (Engels: “The School Sayings of Confucius”) stelt dat “vissen stromingen met helder water vermijden; oftewel; een man die te verstandig is, verzamelt geen volgelingen”. Zo gezien bevinden mensen die micromanagen en overdreven oordelend zijn bij kleine tekortkomingen zich vaak zonder de loyaliteit en het respect van degenen aan wie zij de leiding geven.

De Amerikaanse president en voormalig generaal Ulysses S. Grant toonde zijn vermogen om gebruik te maken van de individuele inzichten van zijn mannen en hun vermogen de strategie te improviseren die de situatie vereiste. Hij verklaarde: “Ik wil niet voorstellen om je een ​​plan van aanpak te geven, maar alleen aangeven welk werk wenselijk is om gedaan te krijgen en je verder vrij laten om het op je eigen manier aan te pakken.”

Wijs advies

Men begreep ook dat als leiders wijze raad wilden aantrekken, ze goede waarden en liefde voor hun eigen mensen in de praktijk moesten brengen. De “Drie Strategieën” van Huang Shigong verklaren: “Als uw welwillendheid zich uitstrekt tot de mensen, dan zullen wijze mannen u steunen; als uw welwillendheid alle schepselen bereikt, dan zullen wijsgeren u ondersteunen. Als de wijze mannen u steunen, zal uw land sterk zijn; als wijsgeren u ondersteunen, zal de hele wereld verenigd zijn.”

Het doel van wijze raad was echter niet voor egoïstische doeleinden. De “Drie Strategieën” zegt dat het doel de goedheid van de samenleving zelf is.

Er staat: “Degenen die de wereld kunnen helpen wanneer ze in gevaar zijn, kunnen zo vrede in de wereld stichten. Degenen die de angst in de wereld kunnen elimineren, kunnen zo de geneugten van de wereld ervaren. Degenen die de wereld van rampspoed kunnen redden, kunnen zo de zegeningen van de wereld verkrijgen.”

Door Joshua Philipp, senior onderzoeksjournalist voor The Epoch Times

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN