Hoe een Duitse huisvrouw een revolutie teweeg bracht in het maken van koffie

Melitta Bentz, een huisvrouwtje uit Duitsland, blijft een belangrijke figuur in de legendarische geschiedenis van een van 's werelds populairste dranken

U houdt van koffie? Van thuis uit werken en minder onderweg; ik heb gemerkt dat ik echt wel een goed brouwsel apprecieer, evenals een uitvinding die hetzelfde is voor koffie als een snijmachine voor brood. Ik bedoel niet een koffiemolen, een Franse pers of een percolator, maar een bescheiden papieren filter dat slechts 112 jaar geleden is uitgevonden.

Straks meer over de filter en zijn vrouwelijke uitvinder. Eerst enkele interessante koffie-feitjes die ik uit persoonlijke ervaring of tijdens onderzoek voor dit artikel heb geleerd.

De evolutie van koffie

In de afgelopen 500 jaar,  veranderde koffie van een exotische drank beperkt tot Afrika tot een universele drank. Volgens historicus Jonathan Morris in zijn “Coffee: A Global History.”

“Koffie is een universele drank. Het wordt commercieel geproduceerd op vier continenten en enthousiast geconsumeerd in alle zeven: Antarctische wetenschappers houden van hun koffie. Er staat zelfs een Italiaanse espressomachine in het internationale ruimtestation.”

Ik drink al koffie sinds 1982, maar tot een bezoek aan Taiwan, ongeveer vijf jaar geleden, was er niets anders geweest dat de bonen had gegeten voordat ze de basis vormden voor het bruine genotmiddel dat ik dronk. Het was in de Taiwanese hoofdstad Taipei dat ik mijn eerste kopje koffie probeerde, gemaakt van de uitwerpselen van een Civetkat. Dat is een tropische boskat. Het dier eet de op de grond gevallen koffiebesjes en poept de bonen vervolgens weer uit- een echt “natuurlijk” ontpulpingsproces. Ik kon aan dit kostbare brouwsel geen speciale smaak ontlenen, maar nam sowieso wat mee om het bij anderen te introduceren.

Koffie werd waarschijnlijk voor het eerst geteeld in Ethiopië in de 14e eeuw, maar honderd jaar later verhuisde het epicentrum van de koffiehandel naar Jemen, dat vanaf toen minstens 200 jaar lang de handel domineerde.

Als je graag wat chocolade in jouw koffie hebt, in wat we tegenwoordig een café-mokka of een mochaccino noemen, drink je iets waarvan de naam afkomstig is uit de stad Mocha in het hedendaagse Jemen. Vanaf het einde van de 15e eeuw tot het begin van de 18e eeuw was voor koffie Mocha de belangrijkste haven ter wereld. Per schip reisde het naar steden in het hele Midden-Oosten, de Middellandse Zee en Oost-Afrika.

De eerste koffiehuizen in Istanbul openden in 1554 en binnen 40 jaar waren dat er 600.  Mensen gingen daarheen om te genieten van het drankje terwijl ze roddelden over het regime. Sultan Murad IV gaf in 1633 de opdracht ze te sluiten, eerst in Istanbul en kort daarna in het hele Ottomaanse Rijk. Maar net als het verbod op alcohol drie eeuwen later in Amerika, dreef het de productie van koffie alleen maar ondergronds tot de regering zich een paar jaar later overgaf.

Tegen 1780 kwam maar liefst 80 procent van de wereldkoffie uit het Caribische gebied. Het grootste deel kwam uit wat we nu de Dominicaanse Republiek noemen. Pas in de 19e eeuw kwam Brazilië naar voren als grote producent, gevolgd door Colombia en de Midden-Amerikaanse staten.

De koffie-suikeroorlog

Tussen 1897 en 1903 brak er een korte maar fascinerende koffie-suikeroorlog uit. De belangrijkste betrokken personen waren de Amerikaanse ondernemers Henry Osborne Havemeyer van American Sugar Refining Company en John Arbuckle van het gigantische koffiebedrijf Arbuckle Brothers. Toen Arbuckle besloot Havemeyer uit te dagen door de suikermarkt te betreden, nam Havemeyer wraak door zich toe te leggen op de koffiehandel.

Het resultaat was een prijzenoorlog waar zowel de suiker- als koffie consumenten enorm van profiteerden, maar die voor beide bedrijven miljoenen dollars verlies opleverde. Het is één van de vele mislukkingen van die grootse boeman theorie van de roofzuchtige prijsverlagingen. Je kunt er hier meer over lezen in de archieven van FEE.

Het komt misschien als een verrassing, maar het zijn de natuurlijke oliën in koffie waaraan we de glorieuze smaak te danken hebben. Zoals Antony Wild uitlegt in “Coffee: A Dark History“,

“De meeste oliën in koffie zijn enorm complex waardoor ze zelfs met de beste inspanningen van wetenschappers niet adequaat kunnen worden gesimuleerd. Dat verklaart waarom kunstmatige koffiesmaak zonder uitzondering een slechte standaard is. Hoewel deze oliën minder dan drie procent van het gewicht uitmaken van het eindproduct, zou koffie zonder hun aanwezigheid naar niets ruiken of smaken. In feite is 97 procent van de koffie die je per gewicht koopt, smaakloos, gebakken plantaardig materiaal met cafeïne, welke niet wordt beïnvloed door het brandproces en drie tot zes procent uitmaakt van het uiteindelijke gewicht van de koffie.”

Tot het begin van de 20e eeuw waren alle belangrijke namen die met koffie in verband werden gebracht die van mannen – van sultans tot schippers tot industriëlen. Toen verscheen er een doorsnee huisvrouw uit Dresden, in Duitsland, genaamd Melitta Bentz. Als een klassieke ondernemer was ze alert op het probleem, vond ze een oplossing, nam vervolgens het risico een bedrijf op te richten om haar uitvinding op de markt te brengen, en slaagde daar in.

Melitta’s bijdrage

Melitta Bentz was 35 jaar in 1908,  en gefrustreerd omwille van de restanten in haar koffie. Het was een veel voorkomende klacht, maar de rest van de wereld leek het te accepteren.

De percolators van toen lieten de koffie te lang trekken wat ten koste van de smaak ging en er een vervelende bittere smaak ontstond. De linnen vodden hielden het gemaalde vast, maar maakten troep en moesten regelmatig worden schoongemaakt. Natuurlijk, volgens haar zou iets nieuws een aantrekkelijk iets zijn,  het zou sneller, makkelijker en schoner zijn.

Ze experimenteerde met verschillende materialen. Maar was met geen van hen tevreden, totdat ze wat vloeipapier uit het schoolboek van haar zoon nam, er met een spijker meerdere keren in prikte, vervolgens in een koperen pot stopte die ze met koffiedik vulde en er heet water over goot. Bingo! Geen bitterheid, geen restanten! Haar vrienden waren meteen verkocht. Waardoor haar zin voor ondernemen ontvlamde.

Melitta verkreeg in juli 1908 een patent op haar filter. Enkele maanden later was haar bedrijf in volle bloei met de vier oorspronkelijke werknemers: Melitta en haar man Hugo, met hun zonen Willy en Horst. De eerste filters werden nog in hun huis geproduceerd. Ze verkochten er meer dan duizend op de Leipzig-beurs in 1909. Niet veel later explodeerde de vraag naar deze simpele maar zeer praktische uitvinding. 

In 1936 improviseerde Melitta wat met haar oorspronkelijke ontwerp en veranderde haar filter in de nu beroemde kegelvorm waarmee we allemaal bekend zijn.

Een vintage doosje Melitta koffiefilters. (Publiek domein)

Melitta’s nalatenschap

De productie van de filters werd kort onderbroken door de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, maar steeg erna telkens opnieuw. Het familiebedrijf floreerde tientallen jaren ondanks de onderbrekingen, zelfs na de dood van Melitta in 1950. Op dit moment worden er door hun duizenden mensen in Duitsland, Florida en New Jersey te werk gesteld. In 2015 werd in een verlaat overlijdensbericht in de The New York Times een woordvoerder van het bedrijf geciteerd:

“Op de meeste werkplaatsen hangt nog een foto van Melitta aan de muur. Elke medewerker kent Melitta Bentz en haar uitzonderlijke rol als moeder van het bedrijf. ”

Ik weet niet of Melitta Bentz door de verkoop van miljoenen koffiefilters rijk is geworden of niet. Ik vermoed dat ze misschien wel in de inkomenscategorie is terechtgekomen die sommige jaloerse mensen minachtend bestempelen als “de één procent”. Zo ja, dan smaakt de koffie me zelfs nog beter. 

Melitta Bentz is een belangrijke figuur in de legendarische geschiedenis van één van ’s werelds populairste dranken. Ze kwam met een beter idee. Ze had de moed om erin te investeren. Ze verdiende het gewillige vertrouwen van miljoenen tevreden klanten. Ze had duizenden mensen in dienst. Ze heeft in het proces niemand gekwetst; inderdaad, ze heeft de wereld verlaten in betere staat dan toen ze hem vond.

Niet slecht voor een huisvrouw uit Dresden.

Door Lawrence  W. Reed.

Lawrence W. Reed is president emeritus, Humphreys Family Senior Fellow, en Ron Manners Ambassador for Global Liberty bij de Foundation for Economic Education. Dit artikel werd eerder gepubliceerd op FEE.org 

 

 

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN