Hoofdstuk 4: Exporteren van revolutie

Het spook van het communisme is niet verdwenen met het uiteenvallen van de communistische partij in Oost-Europa

The Epoch Times publiceert een serie op basis van een vertaling uit het Chinees van een nieuw boek, Hoe het spook van het Communisme onze wereld beheerst, door de redactie van de Negen commentaren op de Communistische Partij.

Inhoud

1. Exporteren van revolutie naar Azië
a. De Koreaanse oorlog
b. De Vietnam oorlog
c. De Rode Khmer
d. Andere delen van Azië

2. Exporteren van revolutie naar Afrika en Latijns-Amerika
a. Latijns-Amerika
b. Afrika

3. Exporteren van revolutie naar Oost-Europa
a. Albanië
b. Sovjet Repressie in Oost-Europe

4. Het einde van de Koude Oorlog
a. Het Rode Plein is nog steeds rood
b. De rode ramp duurt voort

Voetnoten

* * *

De verspreiding van de communistische sekte over de hele wereld wordt gevoed door geweld en misleiding. Wanneer communisme wordt geëxporteerd van een machtig naar een zwakker land, is geweld de snelste en meest effectieve weg. Het feit dat de vrije wereld er niet in slaagt het cultische karakter van het communisme te erkennen, leidt ertoe dat het de export van communistische ideologieën licht opneemt, onder meer van het Grote Buitenlandse Propagandaprogramma van het Chinese regime [1].

Dit hoofdstuk richt zich op de uitbreiding en infiltratie van de communistische ideologie in Azië, Afrika, Zuid-Amerika en Oost-Europa. De manier waarop West-Europa en Noord-Amerika worden geïnfiltreerd, is veel complexer en zal in het volgende hoofdstuk worden toegelicht.

1. Revolutie exporteren naar Azië

De export door de Sovjet-Unie van revolutie was de werkelijke reden waarom de Chinese Communistische Partij (CCP) in staat was zich de macht toe te eigenen. In 1919 richtte de Sovjet-Unie de Derde Communistische Internationale op, een organisatie die tot doel had de revolutie over de hele wereld te exporteren. In april 1920 reisde de vertegenwoordiger van de Derde Communistische Internationale Grigori Voitinsky naar China. In mei werd in Shanghai een kantoor opgericht om de vorming van de CCP voor te bereiden.

In de daaropvolgende 30 jaar was de CCP slechts een orgaan van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie en ontving Mao Zedong een maandelijkse uitkering van 160 tot 170 yuan van de Russen [2]. (Het gemiddelde maandsalaris van een werknemer in Shanghai bedroeg op dat moment ongeveer 20 yuan.)

De machtsgreep van de CCP hield deels verband met de infiltratie van de Communistische Partij in de Verenigde Staten. Dit is een van de redenen waarom de Amerikaanse president Harry S. Truman de steun aan Chiang Kai-shek afkapte terwijl de Sovjets de CCP bleven steunen. Truman nam ook het besluit om Azië na de Tweede Wereldoorlog te verlaten. In 1948 verliet het Amerikaanse leger Zuid-Korea en op 5 januari 1950 kondigde Truman aan dat de Verenigde Staten zich niet langer zouden mengen in zaken in Azië. Dit omvatte de stopzetting van militaire hulp aan Chiang Kai-shek’s Taiwan, ook in het geval van een oorlog tussen de Volksrepubliek China en de Republiek China.

Een week later herhaalde de Amerikaanse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Acheson het beleid van Truman [3] en zei, dat als er oorlog zou uitbreken op het Koreaanse schiereiland, de Verenigde Staten er niet bij betrokken zouden raken. [4] Dit anti-interventiebeleid bood de Communistische Partij de gelegenheid om haar invloed in Azië uit te breiden. Toen Noord-Korea het Zuiden binnenviel en de Verenigde Naties troepen stuurden, veranderden de Verenigde Staten hun beleid.

De CCP heeft alles in het werk gesteld om de revolutie te exporteren. Naast het trainen van guerrillastrijders in verschillende landen, het leveren van wapens en het sturen van troepen om te strijden tegen legitieme regeringen, leverde het ook aanzienlijke financiële steun voor opstanden. Tijdens de piek van de Grote Culturele Revolutie in 1973 bereikte de buitenlandse hulp van de CCP zijn hoogtepunt: 7 procent van de nationale fiscale uitgaven.

Volgens Qian Yaping, een Chinese geleerde met toegang tot geheime documenten van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken, “werd in 1960 10.000 ton rijst naar Guinee verscheept en 15.000 ton tarwe naar Albanië gestuurd. Van 1950 tot eind 1964 bedroegen de totale uitgaven voor buitenlandse hulp 10,8 miljard yuan, waarbij de meeste uitgaven plaatsvonden van 1960 tot 1964, toen de grote hongersnood in China uitbrak”. [5]

Tijdens de hongersnood van 1958 tot 1962 stierven tientallen miljoenen mensen van de honger. Toch bedroegen de uitgaven voor buitenlandse hulp in totaal 2,36 miljard yuan. [6] Als deze uitgaven waren gebruikt om voedsel te kopen, dan had dit 30 miljoen mensen gered. Al deze mensen stierven als gevolg van de CCP’s zgn. Grote Sprong Voorwaarts. Ze waren daarmee tevens het slachtoffer van de pogingen van de CCP om de revolutie te exporteren.

a. De Koreaanse oorlog

Het communisme wil de wereld veroveren om de mensheid te vernietigen. Het maakt gebruik van de menselijke honger naar roem en fortuin om mensen te misleiden haar kwaadaardige ideologie te verspreiden. Stalin, Mao, Kim Il Sung en Ho Chi Minh werden door dergelijke verlangens gedreven.

Tijdens een ontmoeting met Stalin in 1949 beloofde Mao om meer dan een miljoen manschappen en meer dan 10 miljoen arbeiders te sturen om Stalins uitbreiding naar Europa te helpen, in ruil voor Mao’s controle over Noord-Korea. [7] Op 25 juni 1950 viel Noord-Korea, na een uitgebreide planning, het zuiden binnen en in drie dagen werd Seoul ingenomen. Na anderhalve maand werd het hele Koreaanse schiereiland bezet door het noorden.

Voordat de oorlog uitbrak, in maart 1950, vergaarde Mao een groot aantal troepen in de buurt van de Koreaanse grens om klaar te staan voor de oorlog. De details van de oorlog zelf vallen buiten het bestek van dit hoofdstuk, maar kort gezegd, de oorlog duurde voort door de verzoeningspolitiek van Truman. De CCP stuurde een “vrijwilligersleger” naar het schiereiland met een andere verborgen agenda: om zich van de meer dan 1 miljoen Kuomintang-strijders die zich tijdens de burgeroorlog hadden overgegeven, te kunnen ontdoen. [8] Tegen het einde van de Koreaanse oorlog waren er aan Chinese zijde meer dan een miljoen slachtoffers gevallen.

Het resultaat van de Koreaanse oorlog was een gespleten schiereiland. Aangezien de CCP en de Sovjet-communistische partij streden om de macht over Noord-Korea, profiteerde Noord-Korea van beide kanten. Zo ontdekte Kim Il Sung toen hij in 1966 China bezocht, dat er in Peking een metro in aanbouw was. Vervolgens vroeg hij om de bouw van een identieke metro in Pyongyang – gratis.

Mao besloot onmiddellijk om de bouw in Peking stop te zetten en stuurde Pyongyang apparatuur en personeel – waaronder twee afdelingen van het PLA Railway Corps en talrijke ingenieurs, met in totaal enkele tienduizenden mensen. Het Noorden besteedde geen cent en gebruikte geen eigen mensen voor de aanbouw, maar eiste wel dat de CCP de veiligheid van de metro zou garanderen in tijden van oorlog. Uiteindelijk werd het metrosysteem van Pyongyang een van de diepste ter wereld op dat moment, met een gemiddelde diepte van 90 meter (295 voet) en een maximale diepte van 150 meter (492 voet) onder de grond.

Nadat de bouw was voltooid, vertelde Kim Il Sung het publiek dat het door Koreanen was ontworpen en gebouwd. Bovendien omzeilde Kim de CCP, en ging hij vaak direct naar de Sovjet-Unie voor geld en materieel. Na de Koreaanse oorlog liet de CCP bewust een aantal mensen in Noord-Korea achter met de missie om het noorden dichter bij Peking te brengen en het weg te leiden van Moskou. Kim liet het CCP personeel vermoorden of gevangen zetten, en de CCP verloor uiteindelijk op alle fronten. [9]

Na de ineenstorting van de communistische Sovjetpartij heeft de CCP haar hulp aan Noord-Korea verminderd. In de jaren negentig was het Noord-Koreaanse volk uitgehongerd. In 2007 meldde de ngo Association of North Korean Defectors dat in de 60 jaar van Kim’s bewind minstens 3,5 miljoen mensen stierven aan honger en aanverwante ziekten. [10] Dit is opnieuw een bloedige schuld op naam van de geëxporteerde revolutie van de communisten.

b. De Vietnam oorlog

Om Frankrijk in 1954 te verslaan, steunde de CCP vóór de Vietnamoorlog de Communistische Partij van Vietnam (CPV), wat resulteerde in de Conferentie van Genève van 1954 en de confrontatie tussen Noord- en Zuid-Vietnam. Later trok Frankrijk zich terug uit Vietnam. De invasie van Noord-Vietnam in het zuiden en de interventie van de Verenigde Staten maakten de Vietnamoorlog intensiever. Het werd na de Tweede Wereldoorlog de grootste oorlog in één gebied. He Amerikaanse leger nam van 1964 tot 1973 deel aan deze oorlog.

Al in 1952 stuurde Mao adviesgroepen naar de CPV. Het hoofd van de militaire adviesgroep was generaal Wei Guoqing van de PLA. De landhervormingsadviesgroep die door de CCP werd gestuurd, nam tienduizenden landheren en rijke boeren in Vietnam gevangen en executeerde ze, wat hongersnood en boerenrellen in het noorden veroorzaakte. De CCP en CPV onderdrukten samen deze opstanden en lanceerden rectificatiebewegingen van de Partij en het leger, gelijkend op de Yan’an Rectificatie Beweging van de CCP. (De Yan’an Rectificatie Beweging was van 1942 tot 1944 de eerste ideologische massabeweging – met propaganda, detentie, gedachtehervorming en dergelijke – geïnitieerd door de CCP.)

Om de leider van het communisme in Azië te worden, heeft Mao Vietnam op allerlei gebied en op grote schaal geholpen, ondanks het feit dat er in China tientallen miljoenen mensen omkwamen van de hongerdood. In 1962 maakte Liu Shaoqi, vice-voorzitter van de CCP, tijdens de 7000 man tellende volksvergadering een einde aan het waanzinnige beleid van Mao en bereidde hij China voor op het herstel van de economie en de effectieve marginalisering van Mao. Maar Mao weigerde de macht af te staan, dus hij liet China schaamteloos de Vietnamoorlog ingaan, terwijl Liu, die geen machtsbasis in het leger had, zijn plannen voor economisch herstel moest parkeren.

In 1963 stuurde Mao Luo Ruiqing en Lin Biao achtereenvolgens naar Vietnam. Liu beloofde Ho Chi Minh dat de CCP zelf de kosten van de Vietnamoorlog zou dragen. Hij zei: “Je kunt China als je thuisfront nemen als er een oorlog is.” Onder aansporing en steun van de CCP, viel de CPV in Juli 1964 met torpedo’s een oorlogsschip van de V.S. in de Golf van Tonkin aan. Dit leidde tot het Golf van Tonkin incident, een incident dat er voor zorgde dat de Verenigde Staten in de oorlog betrokken werd. Om vervolgens te concurreren met de Sovjet-Unie voor invloed over Vietnam, spendeerde de CCP schatten, wapens en bloed.

Historicus Chen Xianhui schreef in zijn boek The Truth of the Revolution – The 20th Century Chronicle of China: “Mao’s steun voor Vietnam bracht rampspoed voort. Het veroorzaakte de dood van vijf miljoen burgers, bracht overal landmijnen en verval, en leidde tot de instorting van de economie. …. De steun die de CCP aan de CPV verleende, omvatte onder meer: wapens, munitie en andere militaire voorraden, voldoende om meer dan twee miljoen soldaten in het leger, de marine en de luchtmacht uit te rusten; meer dan 100 productiebedrijven en reparatiebedrijven; meer dan 300 miljoen meter stof; meer dan 30.000 auto’s; honderden kilometers spoorweg; meer dan vijf miljoen ton voedsel; meer dan twee miljoen ton benzine; meer dan 3.000 kilometer oliepijpleidingen; honderden miljoenen Amerikaanse dollars. Naast deze goederen en geldstromen heeft de CCP ook in het geheim meer dan 300.000 militaire troepen gestuurd die het overnamen van de vermoeide Noord-Vietnamese strijdkrachten om te strijden tegen de Zuid-Vietnamese en Amerikaanse militairen. Om ervoor te zorgen dat het geheim bewaard bleef, werden talrijke Chinese soldaten die in de oorlog stierven, in Vietnam begraven”. [11]

In 1978 bedroeg de totale hulp van de CCP aan Vietnam 20 miljard dollar, terwijl het BBP van China in 1965 slechts 70,4 miljard yuan bedroeg, ongeveer 28,6 miljard dollar (tegen de officiële wisselkoers op dat moment).

In 1973 sloten de Verenigde Staten een compromis met de binnenlandse anti-oorlogsbeweging, een beweging die in feite door communisten in het leven was geroepen, en trokken zij hun troepen terug uit Vietnam. Op 30 april 1975 bezette Noord-Vietnam Saigon en nam het Zuid-Vietnam in beslag. Onder leiding van de CCP begon de CPV met onderdrukkingen, vergelijkbaar met de campagne van de CCP om contra-revolutionairen te onderdrukken. Meer dan 2 miljoen mensen in Zuid-Vietnam riskeerden hun leven om het land te ontvluchten. Het werd de grootste vluchtelingengolf in Azië tijdens de Koude Oorlog.

In 1976 viel heel Vietnam ten prooi aan het communisme.

c. De Rode Khmer

Tijdens de Vietnamoorlog vroeg de CPV de CCP om grootschalige hulp, maar dit werd later een van de redenen waarom China en Vietnam vijandig tegenover elkaar werden. Om de revolutie te exporteren, gaf de CCP enorme hoeveelheden hulp aan Vietnam om de strijd tegen de Verenigde Staten voort te zetten. Vietnam wilde echter niet dat de oorlog zo lang zou aanslepen, dus sloot het zich sinds 1969 aan bij de door de VS geleide vierlandenbesprekingen (die China uitsloot).

In de jaren zeventig, na het incident in Lin Biao, had Mao dringend behoefte aan prestige in China. Bovendien waren de betrekkingen verslechterd tussen China en de Sovjet-Unie na het incident op het eiland Zhenbao, een lokaal militair conflict tussen de twee mogendheden. Mao werkte dus samen met de Verenigde Staten om de Sovjet-Unie tegen te gaan, en nodigde de Amerikaanse president Richard Nixon uit om China te bezoeken.

Geconfronteerd met verzet tegen de Vietnamoorlog in eigen land, waren de Verenigde Staten ondertussen afkerig geworden om de gevechten voort te zetten. Vietnam en de Verenigde Staten ondertekenden een vredesakkoord. Het was toen dat Vietnam wegdreef van de CCP en in de greep van de Sovjet-Unie raakte.

Mao was hier niet gelukkig mee en besloot Cambodja te gebruiken om druk uit te oefenen op Vietnam. De betrekkingen tussen Vietnam en Cambodja werden slechter en de twee landen gingen uiteindelijk ten oorlog.

De steun van de CCP aan de Communistische Partij van Kampuchea (algemeen bekend als de Rode Khmer) begon in 1955 met de opleiding van Khmerleiders in China. Pol Pot, de belangrijkste leider van het Khmer-regime, werd in 1965 door Mao benoemd. Mao verstrekte geld en wapens aan de Khmer, en in 1970 alleen al voorzag hij Pol Pot van wapens en uitrusting voor 30.000 mensen.

Na de terugtrekking van de Verenigde Staten uit Frans Indochina (Vietnam, Cambodja en Laos) konden de lokale overheden zich niet meer verzetten tegen de door de CCP gesteunde communisten, waardoor het regime van Laos en Cambodja in 1975 in hun handen vielen.

Laos viel in Vietnamese handen, terwijl Cambodja onder de controle kwam van de door de CCP gesteunde Rode Khmer. Om het beleid van de CCP uit te voeren en Vietnam een lesje te leren, viel de Rode Khmer herhaaldelijk het zuiden van Vietnam binnen, dat in 1975 door de CPV was verenigd. De Rode Khmer slachtte inwoners aan de Cambodjaans-Vietnamese grens en probeerde de Mekong Delta in Vietnam te bezetten. Ondertussen was de relatie van Vietnam met de CCP slecht, terwijl de relatie met de Sovjet-Unie goed was. Met de steun van de Sovjets begon Vietnam in december 1978 Cambodja aan te vallen.

Nadat Pol Pot de macht had gegrepen, regeerde hij met extreme terreur. Hij kondigde de afschaffing van de munteenheid aan, beval alle stadsbewoners om zich aan te sluiten op het platteland bij collectieve dwangarbeid eenheden, en slachtte intellectuelen af. In iets meer dan drie jaar tijd was meer dan een kwart van de bevolking gedood of gestorven door onnatuurlijke oorzaken. Toch werd Pol Pot aangeprezen door CCP-leiders Zhang Chunqiao en Deng Yingchao.

Na het uitbreken van de oorlog tussen Vietnam en Cambodja begon het Cambodjaanse volk het Vietnamese leger te steunen. In een maand tijd viel de Rode Khmer uiteen, verloor het de hoofdstad Phnom Penh en werd het gedwongen om de bergen in te vluchten en als guerrillas te vechten.

In 1997 veroorzaakte het grillige gedrag van Pol Pot ruzies in zijn eigen kamp. Hij werd gearresteerd door Khmer-commandant Ta Mok en in een openbaar proces veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. In 1998 overleed hij aan een hartaanval. Ondanks herhaalde pogingen van de CCP tot obstructie, veroordeelden de Buitengewone Kamers van de Rechtbanken van Cambodja in 2014 de twee Khmerleiders Khieu Samphan en Nuon Chea tot levenslang.

Vietnam’s oorlog met Cambodja maakte Deng Xiaoping furieus. Om deze en andere redenen begon Deng in 1979 een oorlog tegen Vietnam en noemde het een “tegenaanval voor zelfverdediging”.

d. Andere delen van Azië

De export van revolutie door de CCP had pijnlijke gevolgen voor de Chinese diaspora. Overal ter wereld braken talrijke anti-Chinese incidenten uit, en er werden minstens enkele honderdduizenden Chinezen in het buitenland vermoord. Velen kregen ook restricties opgelegd om zaken te doen en een opleiding te volgen.

Een typisch voorbeeld was in Indonesië. In de jaren vijftig en zestig verleende de CCP aanzienlijke financiële en militaire steun aan Indonesië om de Communistische Partij van Indonesië (Partai Komunis Indonesia, of PKI) te steunen. De PKI was destijds de grootste politieke groepering met drie miljoen directe leden. Daarnaast brachten gelieerde organisaties het totaal aantal leden op tweeëntwintig miljoen, verspreid over de Indonesische regering, het politieke systeem en het leger, waarvan vele dicht bij de eerste Indonesische president, Sukarno. [12]

Mao bekritiseerde de Sovjet-Unie op dat moment voor het steunen van “revisionisme” en moedigde de PKI sterk aan om de weg van de gewelddadige revolutie in te slaan. PKI-leider Aidit was een bewonderaar van Mao en bereidde zich voor op een militaire staatsgreep.

Op 30 september 1965 verpletterde de rechtse militaire leider Soeharto deze poging tot een staatsgreep, verbrak de banden met China en ruimde een groot aantal PKI-leden op. De oorzaak van deze zuivering is gerelateerd aan Zhou Enlai. Tijdens een van de internationale ontmoetingen tussen de communistische landen beloofde Zhou de Sovjet-Unie en vertegenwoordigers van andere communistische landen: “Er zijn zoveel overzeese Chinezen in Zuidoost-Azië, de Chinese regering heeft de mogelijkheid om het communisme via deze overzeese Chinezen te exporteren en Zuidoost-Azië van de ene op de andere dag van kleur te laten veranderen”. Vanaf dit moment begonnen grootschalige anti-Chinese bewegingen in Indonesië. [13]

De anti-Chinese beweging in Birma (ook bekend als Myanmar) was vergelijkbaar. In 1967, kort na het begin van de Culturele Revolutie, begon het Chinese consulaat in Birma, evenals de lokale tak van het Xinhua News Agency, de Culturele Revolutie onder overzeese Chinezen zwaar te promoten, studenten aan te moedigen om Mao badges te dragen, zijn Rode Boekje te bestuderen en de Birmese regering te confronteren.

De militaire junta onder het bewind van generaal Ne Win gaf het bevel om het dragen van badges met Mao’s afbeelding en de studie van Mao’s geschriften te verbieden, en beval de sluiting van Chinese scholen.

Op 26 juni 1967 vond in de hoofdstad Yangon een gewelddadig anti-Chinees incident plaats, waarbij tientallen dood werden geslagen en honderden gewonden vielen. De CCP media riep in juli 1967 op tot “krachtige steun aan de bevolking van Myanmar onder leiding van de Communistische Partij van Birma (CPB) om gewapende conflicten te beginnen en een grote opstand tegen de regering van Ne Win te starten”.

Kort daarna stuurde de CCP een militair adviesteam om de CPB bij te staan, samen met meer dan 200 actieve soldaten om zich bij hen aan te sluiten. Ze gaven opdracht aan grote groepen CPB-leden die jarenlang in China hadden gewoond om terug te keren naar Birma en zich bij de strijd aan te sluiten. Daarna vielen een groot aantal Chinese Rode Garde- en CPB-troepen vanuit Yunnan Birma aan. Ze versloegen de Birmese regeringstroepen en namen de controle over de regio Kokang over. Meer dan 1.000 Chinese jongeren uit Yunnan stierven op het slagveld. [14]

Rond de tijd van de Culturele Revolutie waren de pogingen van de CCP om de revolutie te exporteren gericht op de bevordering van geweld en de levering van militaire training, wapens en financiering. Toen de CCP stopte met het exporteren van de revolutie, vielen de communistische partijen in verschillende landen uiteen en konden ze zich niet langer handhaven. De Communistische Partij van Indonesië was zo’n typisch geval.

In 1961 besloot de Maleisische Communistische Partij (MCP) om het gewapende conflict op te geven en in plaats daarvan politieke macht te verwerven door middel van wettelijke verkiezingen. Deng Xiaoping riep MCP-leiders Chin Peng en anderen naar Beijing en eiste dat zij hun inspanningen op het gebied van gewelddadige opstand zouden voortzetten, omdat de CCP op dat moment geloofde dat een revolutionaire piek geconcentreerd rond het Vietnamese slagveld Zuidoost-Azië snel zou kunnen innemen.

De MCP zette dus zijn gewapende strijd voort en probeerde nog eens 20 jaar lang revoluties te organiseren. [15] De CCP financierde de MCP, die daarmee wapens aankocht op de zwarte markt in Thailand. In januari 1969 richtte de CCP in de stad Yiyang (provincie Hunan) het Maleisische radiostation Sound of Revolution op om uit te zenden in Maleisisch, Thais, Engels en andere talen. [16]

Tijdens een ontmoeting tussen de Singaporese president Lee Kuan Yew en Deng Xiaoping die plaatsvond na de Culturele Revolutie in China, vroeg Lee aan Deng om de radio-uitzendingen van de MCP en de Communistische Partij van Indonesië naar China te stoppen. Destijds was de CCP omringd door vijanden en geïsoleerd, en Deng had net de macht teruggewonnen en had internationale steun nodig, dus accepteerde hij het verzoek. Deng ontmoette MCP-leider Chin Peng en stelde een deadline vast om de uitzendingen die opriepen tot communistische revolutie stop te zetten. [17]

Naast de hierboven genoemde landen heeft de CCP ook geprobeerd de revolutie te exporteren naar de Filippijnen, Nepal, India, Sri Lanka, Japan en elders, in sommige gevallen door militaire training en in sommige gevallen door het verspreiden van propaganda. Sommige van deze communistische organisaties werden later internationaal erkende terroristische groeperingen. Zo was het Japanse Rode Leger, dat berucht werd om zijn anti-monarchistische en gewelddadige revolutionaire slogans, verantwoordelijk voor een vliegtuigkaping, het bloedbad onder burgers op een vliegveld en een reeks andere terroristische incidenten.

2. Exporteren van revolutie naar Afrika en Latijns-Amerika

Tijdens de Culturele Revolutie citeerde de CCP vaak een slogan van Karl Marx: “Het proletariaat kan zich alleen bevrijden door de hele mensheid te bevrijden”. De CCP predikt wereldrevolutie. In de jaren zestig ging de voormalige Sovjet-Unie door een periode van inkrimping. Het werd gedwongen een ideologie voor te staan die bezuinigde op buitenlandse revolutie. Het doel werd om vreedzaam samen te leven met westerse kapitalistische landen en minder steun te geven aan revolutionaire bewegingen in de Derde Wereld.

De CCP noemde dit beleid “revisionisme”. In het begin van de jaren zestig deed de CCP-ambassadeur bij de Sovjet-Unie Wang Jiaxiang een soortgelijk voorstel. Hij werd echter door Mao bekritiseerd als te vriendelijk jegens de imperialisten, revisionisten en reactionairen, en als niet voldoende steunend voor de revolutionaire wereldbeweging. Met de Sovjet-Unie concurreerde Mao niet alleen in het exporteren van de revolutie naar Azië, maar ook naar Afrika en Latijns-Amerika.

In augustus 1965 beweerde de CCP-minister van Nationale Defensie Lin Biao in zijn artikel “Leve de overwinning van de Volksoorlog!” dat er een hoogtij van wereldrevolutie aanstaande was. Volgens Mao’s theorie van “het omsingelen van steden vanuit het platteland” (zo heeft de CCP de macht in China gegrepen), vergelijkt het artikel Noord-Amerika en West-Europa met steden en ziet het Azië, Afrika en Latijns-Amerika als plattelandsgebieden. Het exporteren van de revolutie naar Azië, Afrika en Latijns-Amerika werd daarom een belangrijke politieke en ideologische taak voor de CCP.

a. Latijns-Amerika

Professor Cheng Yinghong van de Universiteit van Delaware schreef het volgende in zijn artikel “De export van revolutie naar de wereld: Een verkennende analyse van de invloed van de culturele revolutie in Azië, Afrika en Latijns-Amerika”:

In Latijns-Amerika richtten maoïstische communisten in het midden van de jaren zestig organisaties op in Brazilië, Peru, Bolivia, Colombia, Chili, Venezuela en Ecuador. De belangrijkste leden waren jongeren en studenten. Met de steun van China richtten de maoïsten in Latijns-Amerika in 1967 twee guerrillagroepen op: Het Volksbevrijdingsleger van Colombia, waaronder een vrouwelijk gezelschap dat de Rode Onthechting van vrouwen nabootste en de María Cano Unit heette, en Bolivia’s Ñancahuazú Guerrilla, of Nationaal Bevrijdingsleger van Bolivia. Sommige communisten in Venezuela lanceerden in dezelfde periode ook gewapende gewelddaden.

Daarnaast werd de linkse leider van de Peruaanse Communistische Partij, Abimael Guzmán, eind jaren zestig in Beijing opgeleid. Naast het bestuderen van explosieven en vuurwapens, was het belangrijker dat hij zijn begrip ontwikkelde van Mao Zedong’s gedachtengoed, met name ideeën over “de geest die verandert in materie,” en dat door het juite pad te volgen men kon gaan van “geen personeel hebben tot het hebben van personeel; geen geweren tot het hebben van wapens,” en andere mantra’s van de Culturele Revolutie.

Guzmán was de leider van de Peruaanse Communistische Partij (ook bekend als de “Shining Path”), die door de Amerikaanse, Canadese, Europese en Peruaanse regeringen werd geïdentificeerd als een terroristische organisatie.

Toen Mexico en de CCP in 1972 diplomatieke betrekkingen aanknoopten, was Xiong Xianghui de eerste Chinese ambassadeur in Mexico. Xiong was een agent van de inlichtingendienst en was tijdens de Chinese burgeroorlog gestuurd om Hu Zongnan – een generaal in het leger van de Chinese Republiek – te monitoren. De bedoeling om hem tot ambassadeur te maken was om inlichtingen te verzamelen (ook over de Verenigde Staten) en zich te mengen in de Mexicaanse regering. Slechts een week voor Xiong Xianghui aantrad, kondigde Mexico de arrestatie aan van een groep “guerrillastrijders die in China waren opgeleid”. Dit is een verder bewijs van de pogingen van de CCP om de revolutie te exporteren. [18]

Cuba was het eerste land in Latijns-Amerika dat diplomatieke banden met de CCP aanging. Om Cuba voor zich te winnen en tegelijkertijd te concurreren met de Sovjet-Unie om de leiding van de internationale communistische beweging, verstrekte de CCP aan Che Guevara toen hij in november 1960 China bezocht, een lening van 60 miljoen dollar. Dit was in een tijd waarin Chinezen stierven van de hongerdood door de Grote Sprong voorwaarts campagne. Zhou Enlai vertelde Guevara ook dat de lening via onderhandelingen kwijtgescholden kon worden.

Toen Fidel Castro toenadering tot de Sovjet-Unie begon te zoeken nadat de Sino-Sovjet betrekkingen waren stukgelopen, stuurde de CCP via hun ambassade in Havana een groot aantal propaganda pamfletten naar Cubaanse regereringsvertegenwoordigers en burgers, in een poging om een staatsgreep tegen het Castro-regime op gang te brengen. [19]

b. Afrika

Cheng beschreef ook in het artikel “De export van revolutie naar de wereld” hoe de CCP de onafhankelijkheid van Afrikaanse landen beïnvloedt en welk soort pad zij inslaan na de onafhankelijkheid:

Volgens westerse mediaverslagen kregen sommige Afrikaanse revolutionaire jongeren uit Algerije, Angola, Mozambique, Guinee, Kameroen en Congo voor het midden van de jaren zestig een opleiding in Harbin, Nanjing en andere Chinese steden. Een lid van de Zimbabwe African National Union (ZANU) beschreef zijn eenjarige opleiding in Shanghai. Naast de militaire opleiding ging het vooral om politieke studies, het mobiliseren van mensen op het platteland en het lanceren van guerrillaoorlogen met als doel een volksoorlog. Een Omaanse guerrilla beschreef zijn opleiding in 1968 in China. Hij werd door de organisatie eerst naar Pakistan gestuurd, daarna nam hij een vliegtuig van Pakistan Airlines naar Shanghai en vervolgens naar Beijing.

Na een bezoek aan voorbeeld scholen en gemeenschapppen in China werd hij naar een kamp voor militaire training en ideologisch onderwijs gestuurd. …. Het curriculum van de werken van Mao Zedong was het belangrijkste in het programma. Stagiairs moesten veel citaten van Mao onthouden. Het deel over discipline en hoe om te gaan met de landelijke bevolking was zeer vergelijkbaar met de “Drie Grote Disciplines en Acht Punten van Aandacht” gebruikt door het Volksbevrijdingsleger. De Afrikaanse trainees waren ook getuige van het China tijdens de Culturele Revolutie. Bijvoorbeeld, tijdens een bezoek aan een school, toen een leraar vroeg “hoe om te gaan met gangsterelementen”, antwoordden de leerlingen herhaaldelijk en eensgezind “Doden. Doden. Doden”. …. Aan het einde van de training kreeg elke Omaanse stagiair een boek van Mao vertaald in het Arabisch. [20]

De hulp aan Tanzania en Zambia was de grootste van de buitenlandse revolutie projecten van de CCP in Afrika in de jaren zestig. De CCP stuurde een groot aantal deskundigen van het Shanghai Textile Industry Bureau om de Tanzaniaanse Vriendschap Textiel Fabriek te helpen opbouwen. De verantwoordelijke persoon injecteerde een sterk ideologische toon in deze hulpprojecten. Bij aankomst in Tanzania organiseerde hij een rebellenteam, hing hij de rode vijfsterrenvlag van de Volksrepubliek China op de bouwplaats, bouwde hij een standbeeld van Mao en zijn citaten, speelde hij muziek van de Culturele Revolutie en zong hij Mao citaten. De bouwplaats werd een voorbeeld van de Culturele Revolutie in het buitenland. Hij organiseerde ook een propagandateam om Mao Zedong Thought te promoten en verspreidde op actieve wijze rebelse standpunten onder Tanzaniaanse arbeiders. Tanzania was niet gelukkig met de pogingen van de CCP om een revolutie naar hun land te exporteren.

Daarna besloot Mao om een Tanzania-Zambia spoorlijn aan te leggen die ook Oost-Afrika met Centraal- en Zuidelijk Afrika zou verbinden. De spoorlijn liep door bergen, valleien, turbulente rivieren en weelderige bossen. Veel gebieden langs de route waren verlaten en alleen bewoond door wilde dieren. Een deel van de wegbeddingen, bruggen en tunnels werden gebouwd op funderingen van slib en zand, wat het werk uiterst moeilijk maakte. Er werden 320 bruggen en 22 tunnels gebouwd.

China stuurde 50.000 arbeiders, van wie er 66 stierven, en besteedde bijna 10 miljard yuan. Het duurde zes jaar,  van 1970 tot 1976, om het werk te voltooien. Vanwege corruptie en mismanagement in Tanzania en Zambia ging de spoorlijn echter failliet. Het equivalent van de kosten van de spoorweg zouden vandaag de dag honderden miljarden Chinese yuan bedragen, in de tientallen miljarden dollars.

3. Exporteren van revolutie naar Oost-Europa

a. Albanië

De CCP exporteerde niet alleen revoluties naar Afrika en Latijns-Amerika, maar heeft ook veel moeite gedaan om invloed te krijgen op Albanië, een ander communistisch land. Al toen Nikita Chroesjtsjov zijn geheime toespraak hield over het tijdperk van het verval van het Stalinisme, was Albanië ideologisch in lijn met de CCP. Mao was zeer tevreden, en zo begon hij met het programma van het geven van “hulp” aan Albanië, ongeacht de kosten.

Verslaggever Wang Hongqi van het Xinhua nieuws agentschap schreef: “Van 1954 tot 1978 verleende China 75 keer financiële steun aan de Partij van de Arbeid van Albanië; het bedrag in de overeenkomst was meer dan 10 miljard Chinese yuan”.

Destijds telde Albanië slechts rond de 2 miljoen inwoners, wat betekende dat elke persoon het equivalent van 4.0000 Chinese yuan ontving. In tegenstelling daarmee was het gemiddelde jaarinkomen van een Chinees op dat moment niet meer dan 200 Chinese yuan. Binnen deze periode beleefde China ook de grote sprong voorwaarts, de daaruit voortvloeiende hongersnood, en de economische ineenstorting als gevolg van Mao’s Culturele Revolutie.

Tijdens de Grote Hongersnood gebruikte China zijn uiterst schaarse buitenlandse reserves in harde valuta om voedselvoorraden te importeren. In 1962 eiste Rez Millie, de Albanese ambassadeur in China, hulp in voedselvoorziening. Onder leiding van CCP vice-voorzitter Liu, werd een Chinees schip met tarwe uit Canada, dat voor China was bestemd, van koers gewijzigd en loste het graan in een Albanese haven. [22]

Ondertussen beschouwde Albanië de steun van de CCP als vanzelfsprekend en verspilde deze. De enorme hoeveelheid staal, machine-uitrusting en precisie-instrumenten die vanuit China werden verstuurd, werden aan de natuurelementen blootgesteld. Albanese ambtenaren bleven er overschillig en laks onder: “Het is niet zo belangrijk. Als het breekt of verdwijnt, geeft China ons gewoon meer.

China hielp Albanië bij de bouw van een textielfabriek, maar Albanië had geen katoen, zodat China zijn buitenlandse reserves moest gebruiken om katoen voor Albanië te kopen. De vice-president van Albanië, Adil Çarçani, vroeg Di Biao, de toenmalige Chinese ambassadeur in Albanië, om een grote kunstmestfabriek te vervangen en eiste dat de apparatuur van Italië zou komen. China kocht vervolgens machines uit Italië en installeerde ze voor Albanië.

Zulke zogenaamde hulp wekt alleen maar hebzucht en luiheid op bij de ontvanger. In oktober 1974 eiste Albanië van China een lening van vijf miljard yuan. Destijds was het ver in de Culturele Revolutie en was de Chinese economie bijna volledig ingestort. Uiteindelijk besloot China nog steeds een miljard yuan te lenen. Albanië was echter zeer ontevreden en startte een anti-Chinese beweging in zijn land met slogans als “We zullen nooit het hoofd buigen voor de economische druk van een vreemd land”. Ook weigerde het China te steunen met aardolie en asfalt.

b. Sovjet repressie in Oost-Europa

Het socialistische systeem in Oost-Europa was volledig het product van de Sovjet-Unie. Na de Tweede Wereldoorlog werd Oost-Europa, volgens de machtsverdeling die op de Conferentie van Jalta was vastgelegd, overgedragen aan de Sovjet-Unie.

In 1956, na de geheime toespraak van Chroesjtsjov, was Polen het eerste land waar protesten uitbraken. Na protesten van fabrieksarbeiders, een hardhandig optreden en verontschuldigingen van de regering, verkoos Polen Władysław Gomułka, die tegen de Sovjet-Unie was en bereid was om tegen Chroesjtsjov op te komen.

In oktober 1956 vond in Hongarije een poging tot revolutie plaats. Een groep studenten verzamelde zich en wierp het bronzen beeld van Stalin in Boedapest omver. Kort daarna sloten velen zich aan bij het protest en botsten met de politie. De politie opende het vuur, en minstens 100 demonstranten werden gedood.

De Sovjet-Unie wenste aanvankelijk samen te werken met de nieuw opgerichte oppositiepartij en benoemde János Kádár als eerste secretaris van het Centraal Comité van de Partij en Imre Nagy als voorzitter van de Raad van Ministers en eerste minister. Nadat Nagy aan de macht kwam, trok hij zich terug uit het Warschaupact (een door de Sovjet-Unie geleid defensieverdrag) en zette hij zich verder in voor liberalisering. De Sovjet-Unie was niet bereid om dit te tolereren, dus vielen ze binnen, arresteerden ze Nagy en executeerden hem. [23]

Het Hongaarse incident werd gevolgd door de Praagse lente van Tsjecho-Slowakije in 1968. Na het geheime rapport van Chroesjtsjov begon de regelgeving in Tsjecho-Slowakije te versoepelen. Gedurende enkele jaren daaropvolgend werd een relatief onafhankelijke burgermaatschappij gevormd. Een van de vertegenwoordigers was Václav Havel, die later president werd van wat in 1993 de Tsjechische Republiek werd.

Tegen deze sociale achtergrond nam de hervormingsgezinde Alexander Dubček op 5 januari 1968 de functie van premier van de Communistische Partij van Tsjecho-Slowakije over. Hij versterkte de hervormingen en promootte de slogan “humaan socialisme”. Al snel daarna begon Dubček op grote schaal mensen te rehabiliteren die tijdens de Stalin periode ten onrechte waren vervolgd. Dissidenten werden vrijgelaten, de controle over de media werd versoepeld, academische vrijheid werd aangemoedigd, burgers konden vrij naar het buitenland reizen, het toezicht op de religie werd verminderd, een beperkte democratie binnen de partij werd toegestaan, enzovoort.

De Sovjet-Unie beschouwde dergelijke hervormingen niet alleen als een verraad aan het socialistische principe, maar vreesde ook dat andere landen zouden volgen. Van maart tot augustus 1968 hielden de leiders van de Sovjet-Unie, waaronder Leonid Brezjnev, vijf conferenties met Dubček, in een poging om hem onder druk te zetten de democratische hervormingen op te geven. Dubček verwierp de smeekbeden. Als gevolg daarvan vielen in augustus 1968 meer dan 6.300 Sovjet tanks Tsjecho-Slowakije binnen. De Praagse lente, die acht maanden eerder was begonnen, werd verpletterd. [24]

Als men kijkt naar het incident in Hongarije en de verplettering van de Praagse lente, dan kan men zien dat het socialisme in Oost-Europa de mensen daar werd opgedrongen en met geweld in stand werd gehouden door de Sovjet-Unie. Zodra de Sovjet-Unie de teugels enigszins liet vieren, begon het socialisme in Oost-Europa onmiddellijk weg te vallen.

Het klassieke voorbeeld is de val van de Berlijnse Muur. Op 6 oktober 1989 hielden meerdere steden in Oost-Duitsland massale protesten en marsen en botsten met de politie. In die tijd was Mikhail Gorbatsjov op bezoek in Berlijn. Hij vertelde de secretaris-generaal van de Socialistische Eenheidspartij van Duitsland, Erich Honecker, dat hervorming de enige weg vooruit was.

Onmiddellijk daarna heft Oost-Duitsland de reisbeperkingen naar Hongarije en Tsjecho-Slowakije op. Hierdoor konden grote aantallen mensen via Tsjecho-Slowakije naar West-Duitsland uitwijken en kon de Berlijnse Muur de golven van vluchtende burgers niet langer tegenhouden. Op 9 november gaf het Oosten de scheiding op. Tienduizenden inwoners stroomden West-Berlijn binnen en de muur werd ontmanteld. Het symbool van een communistisch ijzeren gordijn dat decennialang had gestaan, verdween van het wereldpodium. [25]

Het jaar 1989, toen de Berlijnse Muur viel, was vol onrust. Polen, Roemenië, Bulgarije, Tsjecho-Slowakije, Roemenië, Bulgarije en Oost-Duitsland kwamen allemaal vrij en ontdeden zich van het socialistische bewind. Dit was ook het gevolg van het feit dat de Sovjet-Unie haar eigen inmengingsbeleid had opgegeven. In 1991 viel de Sovjet-Unie en dit betekende het einde van de Koude Oorlog.

De inmenging van de Sovjet-Unie in het Midden-Oosten, Zuid-Azië, Afrika en Latijns-Amerika bleef niet beperkt tot de paar voorbeelden hierboven beschreven. Evenzo heeft de Chinese Communistische Partij (CCP) de afgelopen decennia 110 landen geholpen. Een van de belangrijkste overwegingen van de CCP bij het verlenen van hulp is de export van haar ideologie.

Het doel van dit hoofdstuk is eenvoudigweg aan te tonen dat de verspreiding van geweld een essentiële methode is die het communisme gebruikt om zich internationaal uit te breiden. Hoe meer bevolking en land het spook controleert, hoe gemakkelijker het is om de mensheid te vernietigen.

4. Het einde van de Koude Oorlog

Het einde van de Koude Oorlog was voor velen een grote opluchting. Zij dachten dat er eindelijk een einde was gekomen aan het socialisme, het communisme en soortgelijke tirannieën. Maar dit was gewoon een andere manier voor het communisme om te winnen. De impasse tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie leidde de aandacht af van de Chinese Communistische Partij en gaf haar de tijd om meer kwaadaardige en stiekeme plannen uit te voeren.

Het bloedbad van Tiananmen op 4 juni 1989 markeerde de opkomst van partijleider Jiang Zemin. Geholpen door de reeds gerijpte onderdrukking en propagandamachine ging Jiang door met het systematisch vernietigen van de traditionele cultuur en het vestigen van partijcultuur. Door de moraal te vernietigen cultiveerde Jiang een samenleving van “wolvenwelpen”, jongeren die anti-traditie en anti-moralistisch waren, wat plaats maakte voor de grootschalige vervolging van Falun Gong en de uiteindelijke vernietiging van de mensheid.

Hoewel communisten in de voormalige communistische landen hun machtspositie verloren zijn, is het communisme nooit berecht voor de misdaden die het op mondiaal niveau heeft begaan. Ook Rusland heeft nooit de Sovjetinvloed gezuiverd of het geheime politieapparaat afgeschaft. Het voormalige hoofd van de KGB is nu verantwoordelijk voor het land. Communistische ideologieën en hun aanhangers bestaan nog steeds en verspreiden hun invloed naar het Westen en de rest van de wereld.

De anti-communistische activisten in het Westen – de oudere generaties die een dieper begrip van het communisme hebben – sterven geleidelijk aan uit, terwijl de leden van de nieuwere generaties onvoldoende begrip hebben van en de wil missen om het kwaad, het moorddadige en bedrieglijke karakter van het communisme te begrijpen. Bijgevolg zijn communisten in staat geweest hun radicale of progressieve bewegingen voort te zetten om de bestaande ideologieën en sociale structuren te vernietigen en zelfs de macht te grijpen door middel van geweld.

a. Het Rode Plein is nog steeds rood

Zoals andere voormalige communistische landen achtereenvolgens opriepen tot onafhankelijkheid, zo verlangde men in de Sovjet-Unie ook verandering. De politiek raakte in chaos, de economie stortte in en Rusland was geïsoleerd in buitenlandse zaken. Toen verklaarde de Russische president Boris Jeltsin dat de Sovjet-communistische partij illegaal was en beperkte haar activiteiten. De mensen kregen energie om hun langdurige minachting voor de partij te uiten, en op 26 december 1991 nam de Opperste Sovjet-Unie een wet aan om de Sovjet-Unie te ontbinden, waarmee het einde werd ingeluid van haar negenenzestig jaar durende heerschappij.

Maar hoe konden diepgewortelde communistische ideologieën zich zo gemakkelijk overgeven? Jeltsin startte een de-communisatie campagne bij de oprichting van de Russische Federatie. Beelden van Lenin werden neergehaald, Sovjet boeken werden verbrand, voormalige Sovjet ambtenaren werden ontslagen, en veel Sovjet gerelateerde objecten werden vernield of verbrand – maar dit alles kwam nog steeds niet tot de essentie van het communisme.

De de-Nazificatiebeweging na de Tweede Wereldoorlog was veel grondiger. Van de openbare processen tegen nazi-oorlogsmisdadigers tot de zuivering van fascistische ideologieën, het woord “nazi” is nu verbonden met een gevoel van schaamte. Tot op de dag van vandaag gaat de jacht op voormalige nazi’s door met als doel hen te berechten.

Helaas voor Rusland, waar de communistische krachten nog sterk waren, liet de afwezigheid van een grondige zuivering van het communisme ruimte voor een comeback. In oktober 1993, twee jaar nadat de burgers van Moskou de straat op waren gegaan om hun onafhankelijkheid en democratie te eisen, marcheerden tienduizenden burgers op het stadsplein in Moskou, schreeuwden de namen Lenin en Stalin en zwaaiden met de voormalige Sovjetvlaggen.

De bijeenkomst in 1993 was een bijeenkomst van communisten die vroegen om de herinvoering van het Sovjetsysteem. De aanwezigheid van troepen en politie verergerde de confrontatie alleen maar. Op het kritieke moment kozen de veiligheidsdiensten en militaire functionarissen ervoor om Jeltsin te steunen, die vervolgens militaire tanks stuurden om de crisis tot bedaren te brengen. Toch bleven de communistische krachten daar annwezig en richtte deze de Russische Communistische Partij op. Deze werd de grootste politieke partij van het land, totdat deze werd vervangen door de huidige regeringspartij, het Verenigde Rusland van Vladimir Poetin.

In de afgelopen jaren hebben veel respondenten (ongeveer 60 procent) van bepaalde enquêtes (zoals die van 2015 tot 2016 uitgevoerd door de RBK TV van Moskou), gezegd dat de Sovjet-Unie herboren zou moeten worden. In mei 2017 herdachten veel Russen de 100ste verjaardag van de opkomst van de Sovjet-Unie. De Sovjet Communistische Jeugdliga (Komsomol), die werd opgericht tijdens de Sovjet-Unie, hield een ceremonie voor jongeren die zich bij hen aansloten op het Rode Plein van Moskou voor het graf van Lenin. Tijdens de bijeenkomst beweerde de voorzitter van de Russische Communistische Partij, Gennadij Zjoeganov, dat onlangs zestigduizend nieuwe rekruten zich bij de Partij hadden aangesloten en dat de Communistische Partij nog steeds bestond en aan het uitbreiden was.

Alleen al in Moskou zijn er bijna tachtig monumenten voor Lenin, wiens lichaam dat onder het Rode Plein begraven ligt, nog steeds toeristen en volgelingen aantrekt. Het Rode Plein is nog steeds rood. De KGB is nooit grondig blootgesteld en veroordeeld door de wereld. Het communisme is nog steeds aanwezig in Rusland en gelovers in het communisme zijn er nog steeds in overvloed.

b. De rode ramp duurt voort

Er zijn momenteel vier landen die worden geregeerd door erkende communistische regimes: China, Vietnam, Cuba en Laos. Hoewel Noord-Korea het marxistisch-leninistische communisme aan de oppervlakte heeft opgegeven, is het in werkelijkheid nog steeds een communistische totalitaire staat. Vóór de Koude Oorlog waren er zevenentwintig communistische landen. Nu zijn er dertien landen waar communistische partijen mogen deelnemen aan de politiek, terwijl er momenteel ongeveer honderdtwintig landen zijn die communistische partijen hebben geregistreerd. Maar in de afgelopen eeuw is de communistische invloed binnen de regering in de meeste landen afgenomen.

In de jaren tachtig waren er meer dan vijftig communistische partijen in Latijns-Amerika, met in totaal een miljoen leden (waarvan de Communistische Partij van Cuba ongeveer de helft telde). In het begin van de jaren tachtig waren de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie in hevige concurrentiestrijd om de hotspots van Latijns-Amerika en Azië. Met de ineenstorting van Oost-Europa en de Sovjet-Unie werd het communisme geleidelijk aan zwakker. Communistische partijen die zich richtten op geweld om hun heerschappij af te dwingen, zoals de Peruaanse Communistische Partij (algemeen bekend als de Shining Path), werden minder en minder.

De meerderheid van deze landen vielen echter nog steeds ten prooi aan varianten van het socialisme. In plaats van zich communistisch te noemen, namen de politieke partijen namen aan zoals de Democratische Socialistische Partij, de Socialistische Volkspartij en dergelijke. Een tiental communistische partijen in Midden-Amerika verwijderde de ‘communistische partij’ van hun naam, maar bleef de communistische en socialistische ideologieën promoten en werd nog bedrieglijker in hun doen en laten.

Van de drieëndertig onafhankelijke landen in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied heeft de meerderheid communistische partijen die als legitieme politieke spelers worden geaccepteerd. In Venezuela, Chili, Uruguay en elders vormen de communistische partij en de regerende partij vaak coalitieregeringen, terwijl communistische partijen in andere landen de rol van oppositie spelen.

In het Westen en in sommige landen in andere regio’s heeft het communisme niet, zoals in het Oosten, zijn toevlucht genomen tot gewelddadige methoden. Door middel van subtiele infiltratie in de maatschappij heeft het zijn doelen bereikt, namelijk het vernietigen van de morele waarden van mensen, het vernietigen van de cultuur die God hun heeft aangereikt en het verspreiden van communistische en socialistische ideologieën.

Het spook heeft in feite de controle over de hele wereld verkregen. Het bereiken van het uiteindelijke doel van het vernietigen van de mensheid is slechts een stap verwijderd.

Door het redactionele team van “The Nine Commentaries on the Communist Party”

Referenties

[1] Chongyi Feng, “How the Chinese Communist Party Exerts Its Influence in Australia,” June 5, 2017, http://www.abc.net.au/news/2017-06-06/how-china-uses-its-soft-power-strategy-in-australia/8590610.

[2] Jung Chang, Jon Halliday, Mao: The Unknown Story, Anchor Books, 2006.

[3] Harry S. Truman, “Statement on Formosa,” January 5, 1950, https://china.usc.edu/harry-s-truman-%E2%80%9Cstatement-formosa%E2%80%9D-january-5-1950.

[4] “US Enters the Korean Conflict,” https://www.archives.gov/education/lessons/korean-conflict.

[5] Qian Yaping, “60 Years of China’s Foreign Aid: Up to 7 Percent of the National Fiscal Expenditure,”
http://history.people.com.cn/BIG5/205396/14757192.html.

[6] Ibid., Extracted from the annual national expenditure reports.

[7] Chen Xianhui, The Truth of the Revolution: 20th Century Chronology of China, Chapter 38,
https://www.bannedbook.net/forum2/topic6605.html/.

[8] Ibid.

[9] Ibid., Chapter 52.

https://china20.weebly.com/

[10] “Leaking Moment: Escaping North Korea, Dying in China,” Voice of America
https://www.voachinese.com/a/hm-escaping-north-korea-20121007/1522169.html.

[11] Chen Xianhui, The Truth of the Revolution — The 20th Century Chronicle of China.

[12] Song Zheng, “The 9.30 Coup in Indonesia in 1965,” China In Perspective
http://www.chinainperspective.com/ArtShow.aspx?AID=183410.

[13] Ibid.

[14] “Talking History Discussing Present: China’s Shock Wave in Myanmar,” VOA
https://www.voachinese.com/a/article-2012024-burma-china-factors-iv-140343173/812128.html

[15] Cheng Yinghong, “Exporting Revolution to the World — An Early Exploration of the Impact of the Cultural Revolution in Asia, Africa and Latin America,” Modern China Studies, 2006, vol.3.
http://www.modernchinastudies.org/cn/issues/past-issues/93-mcs-2006-issue-3/972-2012-01-05-15-35-10.html.

[16] Chen Yinan, “MCP Radio Station in China,” Yan Huang Era magazine, 2015, vol.8.

[17] Cheng Yinghong, “Exporting Revolution to the World — An Early Exploration of the Impact of the Cultural Revolution in Asia, Africa and Latin America,” Modern China Studies, 2006, vol.3.

http://www.modernchinastudies.org/cn/issues/past-issues/93-mcs-2006-issue-3/972-2012-01-05-15-35-10.html.

[18] Hanshan, “Xiong Xianghui and the CCP’s history of exporting revolution to Latin America,” Radio Free Asia.
https://www.rfa.org/cantonese/features/history/china_cccp-20051117.html.

[19] Chen Xianhui, The Truth of the Revolution — 20th Century Chronology of China, Chapter 52, https://china20.weebly.com/.

[20] Cheng Yinghong, “Exporting Revolution to the World: An Exploratory Analysis of the Influence of the Cultural Revolution in Asia, Africa, and Latin America.” https://botanwang.com/articles/201703/向世界输出革命——文革在亚非拉的影响初探.html

[21] Ibid.

[22] Wang Hongqi, “China’s Aid to Albania,” Yan Huang Era magazine.

[23] Chen Quide, Chapter 60, “The Evolution of Contemporary Constitutionalism,” The Observer, 2007.

[24] Ibid., Chapter 67.

[25] Ibid., Chapter 77.

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN