Hoofdstuk 5: Infiltratie van het Westen (deel 2)

The Epoch Times is bezig met het in serievorm uitbrengen van een vertaling uit het Chinees van een nieuw boek, Hoe het Spook van het Communisme onze Wereld regeert, door de redactie van De Negen Commentaren op de Communistische Partij.

Inhoudsopgave (vervolg)

  1. De nieuwe marxisten die Satan aanbidden
  2. Lange mars van links Door de instellingen
  3. Politieke correctheid: De denkpolitie van de duivel
  4. De verspreiding van het socialisme in Europa
  5. Waarom vallen we voor de trucs van de duivel?

Referenties (vervolg)
* * *
6. De nieuwe marxisten die Satan aanbidden

Toen de opstand van westerse jongeren in de jaren zestig in volle gang was, was er iemand die hun naïviteit, oprechtheid en idealisme van de hand wees. “Als de echte radicaal vindt dat lang haar een psychologisch obstakel vormt voor communicatie en organisatie, knipt hij het af”, zei hij. Deze man was Saul Alinsky, een radicaal activist die boeken schreef, doceerde aan de universiteit en persoonlijk toezicht onderhield op de implementatie van zijn theorieën. Hij werd uiteindelijk de “paracommunistische” relschopper met decennia lang de meest ingrijpende invloed.

Naast zijn aanbidding van Lenin en Castro heeft Alinsky de duivel zelf ook expliciet geprezen. In zijn boek Rules for Radicals stelt hij: “Laten we niet vergeten de allereerste radicaal op zijn minst in een terugblik de erkenning te geven die hij verdient: Uit al onze legenden, mythologieën en geschiedenis (en wie weet waar de mythologie ophoudt en de geschiedenis begint – of welke welke is), de eerste radicaal die de mens gekend heeft, die tegen de gevestigde orde rebelleerde en het zo ver geschopt heeft, dat hij tenminste zijn eigen koninkrijk verdiende: Lucifer.”

De reden waarom Alinsky het beste als een “paracommunist” kan worden omschreven, is dat Alinsky – in tegenstelling tot het Oude Links (politiek links) van de jaren dertig en het Nieuwe Links (cultureel links) van de jaren zestig – weigerde om zijn politieke idealen op een positieve manier te omschrijven. Zijn algemene visie was dat de wereld het volgende kent: ‘zij die hebben’, ‘zij die een beetje hebben en een beetje meer zouden willen hebben’, en ‘zij die niets hebben’. Hij riep de ”zij die niets hebben’ op, om op welke manier dan ook in opstand te komen tegen ‘zij die hebben’ en om rijkdom en macht te grijpen om tot een volledig ‘gelijke’ samenleving te komen. Hij probeerde op alle mogelijke manieren de macht te grijpen en tegelijkertijd het bestaande sociale systeem te vernietigen. Hij wordt wel de “Lenin van het postcommunistische links” genoemd, en haar “Sun-Tzu”. [1]

In het in 1971 gepubliceerde Rules for Radicals (in het Nederlands gepubliceerd als “Dat hoef je niet te nemen!“), zette Alinsky systematisch zijn theorie en werkwijze uiteen voor het organiseren van groepen. Deze regels omvatten: “Een tactiek die te lang voortsleept, wordt slap”. “Houd de druk op de ketel”. “De dreiging is meestal angstaanjagender dan het fenomeen zelf”. “Ridiculiseren is het krachtigste wapen van de mens”. “Kies het doelwit, bevries het, personaliseer het en polariseer het”. [2] De essentie van zijn leer ging over het gebruik van gewetenloze middelen om het doel te bereiken en macht te verwerven.

De ware aard van Alinsky’s schijnbaar droge regels om groepen te organiseren, wordt onthuld wanneer ze in de praktijk worden toegepast. Toen de Vietnamoorlog in 1972 nog in volle gang was, hield George H.W. Bush, de toenmalige Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, een toespraak aan de Universiteit van Tulane. De studenten van de anti-oorlog campagne zochten advies bij Alinsky, die zei dat de standaard manier van protesteren er waarschijnlijk toe zou leiden dat ze eenvoudigweg geweerd zouden worden. Dus suggereerde hij dat ze Ku Klux Klan-kleding zouden aantrekken en telkens als Bush de Vietnam-oorlog zou verdedigen, ze met hun plakkaten op zouden staan en moesten roepen: “The KKK steunt Bush”. De studenten deden dit “met zeer succesvolle en opmerkelijke resultaten”. [3]

Alinsky en zijn volgelingen hadden groot plezier van twee andere protesten die hij had gepland. Tijdens onderhandelingen in 1964 met het stadsbestuur van Chicago bedacht Alinsky het plan om 2.500 activisten te organiseren om de toiletten te bezetten op het O’Hare Internationale Vliegveld in Chicago, één van de drukste ter wereld, om zo alle activiteiten daar tot stilstand te dwingen. Voordat hij het plan daadwerkelijk uitvoerde, lekte hij het plan. Hierdoor waren de autoriteiten gedwongen om te onderhandelen. [4]

Om Kodak, de grootste werkgever in het New-Yorkse Rochester, te dwingen het aantal zwarte arbeiders ten opzichte van het aantal blanke arbeiders te verhogen, kwam Alinsky met een vergelijkbare tactiek op de proppen. Alinsky maakte gebruik van het naderende concert van het Rochester Philharmonic Orchestra, een belangrijke culturele traditie in de stad en plande om honderden kaarten te kopen voor zijn actievoerders. Hij zou hun vooraf alleen maar gebakken bonen te eten geven, zodat ze het theater zouden vullen en het concert zouden vergallen met hun winderigheid. De autoriteiten kregen echter lucht van deze plannen en deze kwam daardoor niet tot stand, maar de dreiging ervan alsook andere streken van Alinsky versterkten zijn positie in onderhandelingen.

Alinsky’s boek geeft de indruk van een sinister, koud en berekenend persoon. Zijn gebruik van “de kudde te organiseren” was in wezen een vorm van geleidelijke revolutie. [5]

De verschillen tussen Alinsky en zijn voorgangers waren aanzienlijk. Ten eerste waren zowel de Oude als de Nieuwe Linksen ten minste idealistisch in hun retoriek, terwijl Alinsky de revolutie van zijn idealistische vernis ontdaan had en het als een naakte machtsstrijd definieerde. Als hij training gaf aan “groeperingen uit de gemeenschap” vroeg hij routinematig aan de stagiairs: “Waarom jezelf organiseren?” Sommigen zeiden dan dat het was om anderen te helpen, maar Alinsky brulde dan terug: “Je wilt je organiseren voor macht”. [6]

In het trainingshandboek wat de volgelingen van Alinky volgden, stond: “We zijn niet deugdzaam als we geen macht willen….We zijn pas echt lafaards als we geen macht willen”;  en “macht is goed….machteloosheid is kwaadaardig”. [7]

Ten tweede had Alinsky geen hoge dunk van de opstandige jeugd van de jaren ’60 die openlijk tegen de overheid en de maatschappij ageerde. Hij benadrukte dat, waar mogelijk, men het systeem moest infiltreren, zodat men de tijd had om kansen af te wachten om het systeem van binnenuit te ondermijnen.

Ten derde was Alinsky’s uiteindelijke doel niet om enige groep te helpen, maar het systeem omver te werpen en te vernietigen. Bij het uitvoeren van zijn plan was het dus noodzakelijk om het werkelijke doel te verhullen door middel van lokale acties of in scène gezette acties. Acties die op zichzelf redelijk of onschuldig leken, maar bedoeld waren om grote menigten tot actie te kunnen mobiliseren. Als mensen gewend waren om gemobiliseerd te worden, was het relatief eenvoudig om hen te mobiliseren om meer radicale doelen na te streven.

In Rules for Radicals stelde Alinsky: “Elke revolutionaire verandering moet worden voorafgegaan door een passieve, positieve, niet-conflicterende houding ten opzichte van verandering onder de massa van het volk. …. Vergeet niet, als je eenmaal mensen organiseert voor iets zo algemeen aanvaardbaar als vervuiling, dan heb je een georganiseerde massa in beweging. Van daaruit is het een kleine en vanzelfsprekende stap naar politieke vervuiling, of vervuiling van het Pentagon.

Een leider van het Amerikaanse Students for a Democratic Society, die erg beïnvloed was door Alinsky, vatte de essentie van radicaliserende protesten als volgt samen: “De kwestie is nooit de kwestie; de kwestie is altijd de revolutie”. Na de jaren ’60 was extreem Links erg beïnvloed door Alinsky. Hun reactie op elke sociale kwestie was ontevredenheid met de algehele status quo en ze gebruikte dit als opstapje voor het bevorderen van een meer revolutionaire agenda.

Ten vierde transformeerde Alinsky politiek in een ongebreidelde guerrillaoorlog. In de toelichting op zijn strategie voor het organiseren van groepen, vertelde Alinsky zijn volgelingen dat ze de ogen, oren en neus van de vijand moeten raken. Aldus schrijft hij in Rules for Radicals: “Ten eerste de ogen; als je een enorme massa op de been brengt, kun je deze zichtbaar voor de vijand laten paraderen en openlijk je macht laten zien. Ten tweede de oren; als je organisatie klein in aantal is, doe dan wat Gideon deed: verberg de leden in het donker, maar geef er zoveel roering aan, dat het de luisteraar doet geloven dat je organisatie veel groter is dan in werkelijkheid. Ten derde, de neus; als je organisatie te klein is, om zelfs een beetje behoorlijk lawaai te maken, verziek dan de lucht.

Ten vijfde, in zijn politieke daden benadrukte Alinsky het gebruik van de meest kwalijke facetten van de menselijke natuur zoals luiheid, hebzucht, afgunst en haat. Soms verkregen de deelnemers aan zijn campagnes een beetje voordeel, wat hen alleen maar cynischer en schaamtelozer maakte. Om het politieke systeem en de sociale orde van vrije landen te ondermijnen, was Alinsky bereid om zijn volgelingen naar moreel faillissement te leiden. Hieruit kan worden afgeleid dat als hij echt macht zou verkrijgen, hij niet om zijn vroegere handlangers zou geven, noch medelijden met hen zou hebben.

Tientallen jaren later zouden twee prominente Amerikaanse politici, die sterk beïnvloed werden door Alinsky, de stille revolutie inluiden die de Amerikaanse beschaving, tradities en waarden hebben ondermijnd. Tegelijkertijd werden de door Alinsky bepleite guerrilla-protesten vanaf de jaren zeventig populair in Amerika. Dit blijkt duidelijk uit het “kots-in” protest in 1999 tegen de Wereldhandelsorganisatie in Seattle (waar demonstranten een medicijn innamen dat braakneigingen opriep en vervolgens collectief in het Plaza en het conferentiecentrum over hun nek gingen), de Occupy Wall Street beweging, de Antifa beweging, enzovoort.

Het is opvallend dat Alinsky in de inleidende pagina’s van Rules for Radicals zijn “eerbetoon brengt aan de allereerste radicaal”, Lucifer. Verder zei Alinsky in een interview met het tijdschrift Playboy kort voor zijn dood, dat hij, als hij zou sterven, er “zonder voorbehoud voor zou kiezen, om naar de hel te gaan” om er het proletariaat te organiseren, omdat dat “mijn soort mensen zijn”.[8]

7. De lange mars van links via instellingen

Het was Antonio Gramsci, een vooraanstaande Italiaanse communist, die het idee van een “lange mars door instellingen” promootte. Hij ontdekte dat het moeilijk is om gelovige mensen er toe aan te zetten een revolutie op gang te brengen om een legitieme regering omver te werpen – en dus, om een revolutie tot stand te brengen, moeten de communisten kunnen terugvallen op een groot aantal voetsoldaten die hun duistere visie op moraliteit, geloof en tradities delen. De revolutie van het proletariaat zal dan ook moeten beginnen met de omverwerping van religie, moraliteit en beschaving.

Na het mislukken van de straatrevolutie van de jaren zestig infiltreerden de rebellen de academische wereld. Ze behaalden diploma’s, werden geleerden, professoren, overheidsfunctionarissen en journalisten, en werden de mainstream van de maatschappij om zo de “lange mars via instellingen” te maken. Zo infiltreerden en corrumpeerden ze de instellingen, die van cruciaal belang zijn voor het behoud van de moraal in de samenleving, zoals de kerken, de regering, het onderwijssysteem, wetgevende en gerechtelijke instanties, de kunstwereld, de media en NGO’s.

De Verenigde Staten zijn sinds de jaren zestig als een patiënt met een klacht, die niet in staat is om de oorzaak te achterhalen. Para-Marxistische ideeën zijn diep in de Amerikaanse samenleving doorgedrongen en gaan uitzaaien.

Onder de vele revolutionaire theorieën en strategieën die naar voren zijn gebracht, werd de “Cloward-Piven” strategie – genoemd naar twee sociologen van Columbia University – één van de bekendste en is met een zekere mate van succes uitgeprobeerd.

Het kernbegrip van de Cloward-Piven strategie is om het openbare zorgstelsel te gebruiken om de overheid te dwingen in te storten. Volgens het Amerikaanse overheidsbeleid is het aantal mensen dat recht heeft op een sociale uitkering veel groter dan het aantal mensen dat daadwerkelijk uitkeringen ontvangt. Als deze mensen aangemoedigd of georganiseerd worden om hun recht op bijstand op te eisen, dan zullen de overheidsfondsen snel op zijn, zodat de overheid niet in staat zal zijn om de eindjes aan elkaar te knopen.

De belichaming van deze strategie is de National Welfare Rights Organization (NWRO). Volgens de statistieken is het aantal eenoudergezinnen in Amerika dat uitkeringen ontving van 1965 tot 1974 gestegen van 4,3 miljoen naar 10,8 miljoen, meer dan een verdubbeling. In 1970 werd 28 procent van de jaarlijkse begroting van New York besteed aan sociale uitgaven. Van elke twee mensen die werkten, ontving gemiddeld één persoon een uitkering. Van 1960 tot 1970 steeg het aantal uitkeringsgerechtigden in New York van 200.000 naar 1,1 miljoen. In 1975 was New York bijna failliet.

De Cloward-Piven strategie is bedoeld om een crisis te creëren. Het kan dus ook beschouwd worden als een implementatie van Alinsky’s theorieën, waarvan er één is om “de vijand naar zijn eigen wetboek te laten leven”.

Sinds de bolsjewistische revolutie onder leiding van Lenin is de Communistische Partij goed geworden in het maken van complotten en samenzweringen. Met een zeer klein aantal mensen creëerde ze krachtige revoluties en crises waar ze vervolgens van kon profiteren.

Soortgelijke dingen gebeuren in de Amerikaanse politiek. Sommige ideeën van links in de Verenigde Staten zijn bijvoorbeeld zo radicaal, dat ze voor de meeste mensen niet te bevatten zijn. Waarom lijken wetgevers en gekozen functionarissen bijvoorbeeld alleen de stem van extreme minderheden (zoals transseksuelen) te vertegenwoordigen, maar negeren ze de belangrijke kwesties zoals het levensonderhoud van de meerderheid? Het antwoord is eenvoudig: zij vertegenwoordigen niet de echte publieke opinie.

Lenin zei ooit dat vakbonden “de lopende band zijn van de communistische partij naar de massa”.[9] De communisten ontdekten dat, zolang ze de vakbonden beheersten ze een groot aantal stemmen beheersten. Zolang ze de stemmen beheersen, kunnen ze de gekozen ambtenaren en bewindvoerders naar hun pijpen laten dansen. Daarom streven communisten ernaar om vakbonden te beheersen en zo een groot aantal parlementariërs en gekozen ambtenaren te beinvloeden die hun subversieve politieke agenda kunnen omzetten in het politieke programma van linkse politici.

  1. Cleon Skousen schreef in zijn boek The Naked Communist, dat een van de 45 doelstellingen van de communisten is om “één of beide politieke partijen in de Verenigde Staten te beheersen” en dit wordt bereikt door een dergelijke operatie. Om hun basisrechten en belangen te behouden, moeten gewone arbeiders zich aansluiten bij de vakbonden en worden zo hun pionnen. Een zelfde principe werkt hier als in het betalen van beschermingspremies aan georganiseerde misdaadbendes.

In Trevor Loudon’s analyse van hoe communistische partijen democratische landen kapen wordt ook gesproken over dit punt. Loudon verdeelt het proces in drie stappen:

Stap één – Beleidsvorming. Tijdens de Koude Oorlog formuleerden de Sovjet-Unie en haar bondgenoten beleid gericht op democratische landen. Het doel was om deze landen te infiltreren en uiteen te doen vallen, en ze op vreedzame wijze van binnenuit te transformeren.

Stap twee – Indoctrinatie. Tijdens de Koude Oorlog kregen duizenden communisten van over de hele wereld elk jaar training in de Sovjet-Unie of andere Oost-Europese socialistische landen. De training richtte zich op het gebruik van arbeidersbewegingen, vredesbewegingen, kerken en niet-gouvernementele groeperingen om invloed uit te oefenen op linkse partijen in het eigen land.

Stap drie – implementatie. Na de Koude Oorlog begonnen plaatselijke socialistische en communistische groeperingen in Westerse landen een steeds dominantere rol te spelen.

Na de jaren zeventig en tachtig kwam een groot aantal Amerikanen die beïnvloed waren door de communistische ideologie in de sociale mainstream terecht. Ze richtten zich op politiek, onderwijs of academisch onderzoek, of deden hun intrede bij de media of bij niet-gouvernementele organisaties. Ze gebruiken de opgedane ervaringen van verschillende generaties om de Verenigde Staten van binnenuit te transformeren, en Amerika is bijna in hun handen gevallen.

het democratische systeem is oorspronkelijk opgezet voor individuen met een zekere morele instelling en standaard. Voor degenen die geen middelen schuwen om slechte doelen te bereiken, kent dit systeem vele zwakke punten. Er zijn tal van schijnbaar legitieme manieren om een vrije samenleving te ondermijnen.

Er is een gezegde in China: “We zijn niet bang voor dieven die stelen, we zijn alleen bang dat ze eraan denken”. Communisten en degenen die uit onwetendheid in naam van hun ideologie handelen, proberen het politieke en sociale systeem van vrije samenlevingen op elke mogelijke manier te ondermijnen. Na tientallen jaren van planning en operaties zijn de regeringen en de samenlevingen van de Verenigde Staten en andere westerse landen ernstig uitgehold, doordat communistisch denken en communistische elementen het Amerikaanse politieke lichaam zijn binnengedrongen.

8. Politieke correctheid: De Gedachtenpolitie van de duivel

Communistische landen oefenen een strikte controle uit op spraak en denken. Sinds de jaren tachtig is er in het Westen echter een andere vorm van spraak- en gedachtencontrole opgekomen. Deze gedachtenpolitie gebruikt het etiket “politieke correctheid” om stennis te schoppen in de media, de maatschappij en het onderwijssysteem, met behulp van slogans en massakritiek om vrijheid van spreken en denken te beperken. Hoewel velen de kwade macht van deze controle al hebben gevoeld, hebben ze de ideologische oorsprong ervan nog niet begrepen.

Zinnen als “politieke correctheid”, “vooruitgang” en “solidariteit” zijn allemaal woorden die sinds mensenheugenis door communistische partijen worden gebruikt. Hun schijnbare betekenis is het vermijden van discriminerend taalgebruik ten opzichte van minderheden, vrouwen, gehandicapten en anderen. Bijvoorbeeld, “zwarte mensen” worden “Afrikaanse Amerikanen” genoemd; Indianen worden “autochtone Amerikanen” genoemd, illegale immigranten worden “niet geregistreerde arbeiders” genoemd, enzovoort.

De verborgen implicatie achter politieke correctheid is echter het indelen van individuen in groepen op basis van hun slachtofferstatus. Degenen die het meest onderdrukt zijn, moeten daarom het meeste respect en hoffelijkheid krijgen. Ongeacht het individuele gedrag en talent wordt dit oordeel uitsluitend gebaseerd op iemand zijn etnische, seksuele of sociale identiteit en wordt daarom “identiteitspolitiek” genoemd.

Deze manier van denken is zeer populair in de Verenigde Staten en andere westerse landen. Volgens deze logica staan zwarte lesbiennes, die onderdrukt worden langs de meetlat van zowel ras, geslacht als seksuele voorkeur, bovenaan de ranglijst van het slachtofferschap. Daarentegen worden blanke, heteroseksuele mannen beschouwd als de meest bevoorrechte groep en behoren aldus, naar de logica van de slachtofferpolitiek, tot de onderkant van de totempaal.

Dit type classificatie is identiek aan wat er gebeurde in China ten tijde van de Grote Culturele Revolutie, waar individuen werden geclassificeerd volgens de “vijf klassen rood” of “de vijf klassen zwart” op basis van hun rijkdom en status van voor de revolutie. De Chinese Communistische Partij elimineerde en onderdrukte landeigenaren en kapitalisten vanwege hun status. Intellectuelen werden bestempeld als de “Stinkende Oude Negende” en de communistische partij jubelde dat “de armen de slimsten zijn, de edelen de domsten”.

Om complexe sociale en individuele redenen, hebben sommige mensen een lagere politieke en sociaal-economische positie, die niet eenvoudigweg verklaard kan worden als gevolg onderdrukking. Politieke correctheid trekt echter een kunstmatige grens in de geest van de mens. Het creëert een tweedeling door te stellen dat alleen degenen die meegaan met de mantra van politieke correctheid als moreel juist moeten worden beschouwd, terwijl degenen die een afwijkende mening hebben, beschuldigd worden van racisme, seksisme, homofobie, anti-islam, enzovoorts.

Universiteiten die een cultuur van vrije meningsuiting zouden moeten bevorderen, zijn verworden tot gevangenissen voor de geest. De wereld is het zwijgen opgelegd en is niet in staat om openlijk en oprecht te worstelen met bepaalde kwesties in de politiek, economie en cultuur. In naam van politieke correctheid duwen bepaalde organisaties de traditionele religie verder uit de publieke sfeer. Bovendien hebben sommige landen de definitie van “aanzet tot haat” verruimd en deze in de wet geïmplementeerd en zo scholen, media en internetbedrijven gedwongen zich te conformeren. 10] Dit is een stap in de richting van dezelfde restricties op het gebied van meningsuiting als in communistische staten.

Na de verkiezingen van 2016 werd de verdeeldheid in de Verenigde Staten alleen maar groter. Protestmarsen braken uit in grote steden en schendingen van de vrijheid van meningsuiting kwamen regelmatig voor. Als gevolg van de dreigementen van Antifa om gewelddadige conflicten uit te lokken, escaleerde in september 2017 het optreden van de conservatieve auteur Ben Shapiro, uitgenodigd om te spreken aan de Universiteit van Californië-Berkeley. De politie van Berkeley stond klaar en stuurde drie politiehelikopters. De veiligheidsuitgaven werden geschat op meer dan $600.000 dollar [11].

Een verslaggever vroeg een jonge protestvoerder: “Hoe zit het eigenlijk met het eerste amendement van de Amerikaanse grondwet?” De student zei dat dat niet langer van toepassing was.[12] Ironisch genoeg was één van de hoofdgebeurtenissen die in 1964 het begin van de studentenbeweging in Berkeley inluidde, de strijd voor vrijheid van meningsuiting. Tegenwoordig gebruikt Links vrijheid van meningsuiting als knuppel om anderen te beroven van een legitieme uitlaatklep voor hun eigen mening.

In maart 2017 werd de Amerikaanse sociale wetenschapper Charles Murray uitgenodigd om te spreken aan het Middlebury College in Vermont. Daar werd hij fysiek bedreigd en een collega professor aan het college raakte gewond. In maart 2018 werd professor Amy Wax van de University of Pennsylvania School of Law ontdaan van enkele van haar onderwijsverantwoordelijkheden na het publiceren van een “politiek incorrect” artikel.[13] Andere organisaties, handelend onder de vlag van het tegengaan van haatzaaiende taal, hebben doorsnee conservatieve groeperingen als “haatgroepen” bestempeld. Daarnaast zijn er gevallen geweest van conservatieve auteurs en geleerden die werden bedreigd voor het spreken op of het bijwonen van diverse evenementen. [14]

De inbreuk op de vrijheid van meningsuiting door Links maakt geen deel uit van het normale debat tussen mensen met verschillende ideeën. In plaats daarvan gaat het om het spook van het communisme dat mensen met kwade bedoelingen gebruikt en hen ertoe aanzet de waarheid te verdoezelen en rechtvaardige, of tenminste redelijke opvattingen te onderdrukken. Politieke correctheid gaat in wezen over het vervangen van rechtvaardige politieke en morele standaarden door kwalijke; het is de gedachtenpolitie van de duivel.

9. De verspreiding van het socialisme in Europa

De Socialistische Internationale kwam voort uit de Tweede Internationale, opgericht door Engels in 1889. Ten tijde van de oprichting van de Tweede Internationale waren er wereldwijd meer dan 100 politieke partijen die op het marxisme waren gebaseerd. Daarvan waren er 66 regeringspartijen die in hun eigen land trouw het socialisme volgden. De naam “Socialistische Internationale” ontstond in 1951 na de Tweede Wereldoorlog en werd gevormd door sociaal-democratische partijen van over de hele wereld.

Overal in Europa zijn er socialistische partijen die afstammen van de Tweede Internationale en velen van hen werden zelfs regeringspartijen. Tot de vroege socialisten behoorden Lenin, die een gewelddadige revolutie aanmoedigde, en mensen als Karl Johann Kautsky en Eduard Bernstein, die progressieve hervormingen voorstonden. Binnen de Socialistische Internationale waren socialistische democratie en democratisch socialisme bijna identiek. Beiden propageerden het idee dat het socialisme het nieuwe systeem is dat het kapitalisme zal vervangen. Momenteel bestaat de Socialistische Internationale uit meer dan 160 organisaties en leden. Het is de grootste internationale politieke organisatie ter wereld.

De Europese Socialistische Partij, actief in het Europees Parlement, is ook een alliantieorganisatie van de Socialistische Internationale. De leden zijn de sociaal-democratische partijen van de EU en de omringende landen. Het is ook een politieke partij binnen het Europees Parlement, dat opgericht is in 1992 en waarvan de meerderheid van de Europese organisaties, waaronder het Europees Parlement, de Europese Commissie en de Europese Raad, lid zijn.

Momenteel telt de Europese Socialistische Partij 32 partijleden uit 25 landen van de EU en Noorwegen, acht geassocieerde leden en vijf waarnemers, voor een totaal van 45 politieke partijen. Het houdt zich bezig met een enorm scala aan activiteiten. De belangrijkste doelstellingen volgens de Europese Socialistische Partij zelf zijn het versterken van de socialistische en sociaal-democratische beweging binnen de EU en in heel Europa, en het ontwikkelen van nauwe samenwerking tussen de aangesloten partijen, parlementaire fracties en dergelijke. In wezen zet zij zich in om op krachtige wijze de socialistische zaak te bevorderen.

De Zweedse Sociaal-Democratische Partij, de regeringspartij van Zweden, beweert openlijk dat zij het marxisme als theoretische leidraad gebruikt. Gedurende de vele decennia onder haar bewind promootte zij de socialistische ideologieën van gelijkheid en welzijn. Vandaag de dag hangen er nog steeds portretten van Marx en Engels in de zalen van de partij.

De leidende principes van de Britse Labour Party zijn gebaseerd op het Fabiaans socialisme. Zoals eerder vermeld, is het Fabiaans socialisme gewoon een andere versie van het marxisme, met de nadruk op het gebruik van geleidelijke methoden om de overgang van socialisme naar communisme te bewerkstelligen. Het pleit ook voor hoge belastingen, hoge sociale uitkeringen en andere socialistische ideeën. De Labour Party is in de afgelopen decennia vele malen de regerende partij van Engeland geweest en heeft altijd gepleit voor de socialistische ideeën van de Fabianen.

De Britse Communistische Partij is ook zeer actief geweest in haar pogingen om de Britse politiek te beïnvloeden, zelfs met haar eigen krant, The Morning Star. De Britse Communistische Partij werd in 1920 opgericht en had op het hoogtepunt van haar bestaan partijleden in het Lagerhuis. Aan het begin van de laatste verkiezingen in Engeland kondigde de Britse Communistische Partij plotseling aan dat zij van plan is de leidende linkse politicus van de Labour Party te steunen.

Een belangrijk lid van de Britse Labour Party heeft 40 jaar lang de nationalisatie van aandelen en de socialistische agenda gepromoot. In september 2015 werd hij hoofd van de Arbeiderspartij, met een overweldigende voorsprong van 60 procent. Deze politicus is al jaren een prominente deelnemer aan LGBT-evenementen en -activiteiten. Toen een BBC-verslaggever informeerde naar zijn visie op Marx, prees hij Marx als een groot econoom en een “fascinerende figuur die veel heeft waargenomen en van wie we veel kunnen leren”.

De Socialistische Partij in Frankrijk is de grootste centrum-linkse politieke partij van het land en lid van de Socialistische Internationale (SI) en Partij van Europese Socialisten (PES). De voorgedragen president werd in 2012 verkozen tot president van Frankrijk.

De Italiaanse oudgediende communist Antonio Gramsci richtte in 1921 niet alleen de Communistische Partij van Italië op, maar diende ook als haar secretaris-generaal. Tot in de jaren negentig was de Communistische Partij van Italië zeer actief en behield lange tijd haar positie als tweede grootste politieke partij. In 1991 werd de partij omgedoopt tot Democratische Partij van Links.

Duitsland, het andere grote West-Europese land, is hierop geen uitzondering. Duitsland is de geboorteplaats van Marx en Engels en de thuisbasis van de invloedrijke Frankfurter Schule, een andere expressie van het marxisme.

Andere Europese landen, zoals Spanje, Portugal en andere landen hebben allemaal zeer actieve communistische politieke partijen met grote invloed. Heel Europa, niet alleen de Oost-Europese landen, worden gedomineerd door het communisme. Niet-communistische landen in Noord-Europa, Zuid-Europa en West-Europa zijn allemaal bedoeld of onbedoeld communistische ideologieën en beleidsmaatregelen aan het koesteren en promoten. De stelling “Europa is in vijandelijke handen” is geen overdrijving.

10. Waarom vallen we voor de listen van de duivel?

De Amerikaanse socioloog Paul Hollander vertelde in zijn boek Political Pilgrims de verhalen van vele jonge intellectuelen die gecharmeerd waren van het communisme en die naar de Sovjet-Unie, Maoïstisch China en het communistische Cuba reisden. Hoewel er gruwelijke misstanden plaatsvonden, zagen deze jonge politieke pelgrims daar niets van, en bij hun terugkeer schreven ze enthousiast boeken die het socialistische beleid verheerlijkten. [15]

De communistische ideologie is de ideologie van de duivel en na verloop van tijd is het mensen steeds duidelijker geworden dat het communisme overal gepaard gaat met geweld, leugens, oorlog, hongersnood en dictatuur. De vraag is waarom er nog steeds zoveel mensen zijn die de duivel van ganser harte helpen om zijn leugens te verspreiden en zelfs zijn gehoorzame werktuigen worden.

Zo voelden mensen in de Verenigde Staten bijvoorbeeld zich in verschillende periodes om verschillende redenen aangetrokken tot het communisme. De eerste leden van de Communist Party USA waren immigranten. Hun economische status was laag en het was moeilijk voor hun om in de maatschappij te integreren. Ze sloten zich dus aan bij de Partij, voornamelijk door invloeden uit hun land van herkomst (voornamelijk Rusland en Oost-Europese landen).

Na de Grote Depressie nam de invloed van het marxisme in het Westen dramatisch toe, en bijna de hele intellectuele klasse in het Westen nam een linkse wending. Talrijke intellectuelen bezochten de Sovjet-Unie en gaven na terugkeer toespraken en schreven boeken ter bevordering van de communistische ideologie. Tot de betrokkenen behoorden vele invloedrijke denkers, schrijvers, kunstenaars en verslaggevers.

De babyboomgeneratie ging in de jaren zestig van de vorige eeuw naar de universiteit en groeide op in de naoorlogse welvaart, maar ze werden door met communisme geïnfecteerde ideologieën misleid om  andere tegen-culturele standpunten aan te nemen, zoals de anti-oorlog beweging, vrouwenrechten en dergelijke. De volgende generatie studenten leerde linksverdraaide leerstof direct uit de leerboeken, omdat hun leerkrachten de “gevestigde radicalen” waren. Zo was de communistische “lange mars via instellingen” eindelijk geslaagd en begon het een cyclus die bedoeld was om zichzelf voor altijd te reproduceren en in stand te houden.

In zijn boek Master of Deceit gewijd aan het blootleggen van het communisme, heeft FBI-directeur J. Edgar Hoover, wiens ambtstermijn 37 jaar duurde, communistische activisten ingedeeld in vijf groepen: openlijke leden van de partij, verborgen leden van de partij, meelopers, opportunisten (degenen die de partij steunden uit eigenbelang), en gedupeerden. 16] In werkelijkheid zijn er maar heel weinig extreem slechte en harde kern communistische activisten. Is het niet veel eerder het geval, dat de meerderheid van de leden van de Communistische Partij gewoon in de boot zijn genomen?

Het boek Ten Days That Shook the World van de Amerikaanse verslaggever John Silas Reed, en Edgar Snow’s Red Star Over China speelden een belangrijke rol in het promoten van de communistische ideologie over de hele wereld. Reed is een van de drie Amerikanen die in de Necropolis Muur van het Kremlin is begraven, wat betekent dat hij zelf een communistische activist was. Zijn lezing van de gebeurtenissen rond de Oktoberrevolutie was geen objectieve verslaggeving, maar uitgekiende politieke propaganda.

Edgar Snow was een meeloper van het communisme. In 1936 nam hij een interview af met een lid van de Chinese Communistische Partij (CCP) dat vragen bevatte op een tiental gebieden, waaronder diplomatie, verdediging tegen vijandelijke invasie, opvattingen over ongelijke verdragen, buitenlandse investeringen, opvattingen over nazi’s (nationaal-socialisten) en meer. Later ontmoette Mao Zedong Snow in een grotwoning in Shanbei (het noordelijke deel van de provincie Shaanxi) om vragen te beantwoorden, om zo een gunstig beeld van de CCP te scheppen. De jonge en naïeve Snow werd door de verraderlijke CCP gebruikt als instrument om haar zorgvuldig gefabriceerde leugens de wereld in te sturen.

Yuri Bezmenov, een voormalige KGB-spion, herinnerde zich zijn ervaringen met het ontvangen van buitenlandse “vrienden” toen hij nog als spion werkte. Het programma werd gedeeltelijk geregeld door de Inlichtingendienst van de Russische Federatie. Hun bezoeken aan kerken, scholen, ziekenhuizen, kleuterscholen, fabrieken en nog veel meer waren vooraf gearrangeerd. De gastheren waren loyale communisten en hadden een training gevolgd om ervoor te zorgen dat ze met één stem zouden spreken. Hij noemde als voorbeeld de gebeurtenis toen journalisten van  een groot Amerikaans tijdschrift uit de jaren zestig, genaamd Look, naar de Sovjet-Unie kwamen en uiteindelijk materialen publiceerden die door de Sovjet veiligheidsdiensten geprepareerd waren, waaronder foto’s en teksten.

En zo werd Sovjet propagandamateriaal onder de dekmantel van een Amerikaanse tijdschrift verspreid onder het publiek om Amerikanen te misleiden. Bezmenov zei dat veel journalisten, acteurs en sportsterren tijdens hun bezoek aan de Sovjet-Unie nog vergeven kunnen worden voor hun blindheid voor de realiteit, maar dat het gedrag van veel westerse politici ontoelaatbaar was. Ze sponnen leugens en heulden met Sovjet communisten voor hun eigen aanzien en winst, zei hij, en noemden hen moreel corrupt. [17]

In het boek You Can Still Trust the Communists …. to Be Communists analyseerde Dr. Fred Schwartz waarom sommige jonge mannen uit rijke families dol werden op het communisme. Hij noemde vier redenen: Ten eerste, teleurstelling over het kapitalisme; ten tweede, geloof in een materialistische levensfilosofie; ten derde, intellectuele hoogmoed; ten vierde, een onvervulde religieuze behoefte. Intellectuele hoogmoed verwijst naar de ervaring van jonge mensen op de leeftijd van ongeveer 18-20 jaar die gemakkelijk ten prooi vallen aan communistische propaganda vanwege hun gebrekkige kennis van de geschiedenis, hun anti-autoritaire gevoelens en hun verlangen om in opstand te komen tegen traditie, gezag en de etnische cultuur waarin ze opgroeiden.

“Onvervulde religieuze behoeften” verwijzen naar het feit dat iedereen een soort religieus instinct heeft, wat als drijfveer dient om zichzelf te ontstijgen. Het atheïsme en de evolutietheorie die hen is opgedrongen tijdens de opvoeding, verhindert hen echter om vervulling te vinden in traditionele religies. Het communistische waanbeeld van het bevrijden van de mensheid misbruikt dit latente menselijke instinct, en dient als een soort surrogaat godsdienst. [18]

Intellectuelen laten zich vaak voor de gek houden door radicale ideologieën. Een dergelijk fenomeen is een aantal wetenschappers niet onopgemerkt gebleven. In zijn boek The Opium of the Intellectuals wees Frans filosoof en socioloog Raymond Aron erop dat intellectuelen van de 20e eeuw het eigen politieke systeem vaak zwaar bekritiseerden, maar anderzijds de dictatuur en de slachtingen in communistische staten ruimhartig tolereerden of er zelfs de ogen voor sloten. Linkse intellectuelen die van hun ideologie een seculiere religie maakten, noemde hij hypocriet, willekeurig en fanatiek.

In zijn boek Intellectuals: from Marx and Tolstoj to Sartre and Chomsky, analyseerde de Britse historicus Paul Johnson de levensloop en radicale politieke opvattingen van Jean-Jacques Rousseau en zijn volgelingen. Hij ontdekte dat zij allen de fatale zwakte deelden van arrogantie en egocentrisme. [19]

In zijn boek Intellectuals and Society gaf de Amerikaanse geleerde Thomas Sowell ook een uitgebreide illustratie van de buitengewone arrogantie van deze intellectuelen.

Deze geleerden hebben hun analyse van communistische intellectuelen gebaseerd op zorgvuldige beoordeling en analyse, maar we willen aandacht vragen voor een andere reden – die ze niet hebben behandeld – die verklaart waarom intellectuelen zo gemakkelijk voor de gek kunnen worden gehouden. Het communisme is een demonische ideologie die niet tot enige traditionele cultuur van de menselijke samenleving behoort. Omdat het zich tegen de menselijke natuur keert, kan het nooit organisch door de mens worden ontwikkeld, maar moet het van buitenaf kunstmatig worden opgedrongen en opgelegd. Onder invloed van het atheïsme en het materialisme heeft de hedendaagse academische wereld en het onderwijs het geloof in goden opgegeven. Het blinde geloof in de wetenschap en de aanbidding van de zogenaamde menselijke rede maken het mogelijk dat mensen slaaf worden van deze demonische ideologie.

Sinds de jaren zestig is het communisme bezig met een grootschalige invasie van het Amerikaanse onderwijs. Nog erger is dat veel jongeren, gebombardeerd door linkse media en met een vereenvoudigde opvoeding, opgaan in televisie, computerspelletjes, het internet en social media en in zogenaamde “sneeuwvlokjes” getransformeerd worden, mensen met gebrek aan kennis, een wereldlijk perspectief, een gevoel van verantwoordelijkheid, enig benul van geschiedenis of het vermogen om met uitdagingen om te gaan. Compleet geïndoctrineerd door de communistische ideologieën of aftreksels daarvan, die hun door de generatie van hun ouders zijn ingeprent, hanteren ze een vervormd kader voor het evalueren van nieuwe feiten die ze zien en horen. Dat wil zeggen, communistische leugens hebben een sluier om hen heen gevormd, iets dat hen belet om een heldere kijk op de werkelijkheid te hebben.

Om mensen te misleiden heeft de demon optimaal gebruik gemaakt van de menselijke zwakheden zoals domheid, onwetendheid, egoïsme, hebzucht en goedgelovigheid. Intussen zijn ook het idealisme en de romantische idealen van een beter leven misbruikt. Dit is het treurigste van alles.

In feite is een communistische staat helemaal niet gelijk aan de romantische fantasieën van communistische goedgelovigen. Als ze daadwerkelijk onder een communistisch regime zouden leven, in plaats van een bezoekje te brengen aan een communistisch land tijdens een plezierreisje, dan zouden ze zich dit misschien realiseren.

*****

Het communistische spookbeeld infiltreerde het Westen in vermomming. Alleen als we concrete fenomenen overstijgen en de boel bekijken vanuit een hoger niveau, kunnen we werkelijk het gezicht en de doelen van het spook zien.

De werkelijke reden waarom het spook zijn doel kan bereiken is omdat de mens zijn geloof in goden heeft opgegeven en zijn morele normen heeft losgelaten. Alleen door ons geloof in goden nieuw leven in te blazen, onze geest te zuiveren en onze moraliteit te verheffen, kunnen we onszelf bevrijden van het demonische keurslijf en heerschappij. Als de hele menselijke samenleving zou terugkeren naar tradities, dan zou het spook geen plaats hebben om zich te verschuilen.

Door de redactie van “De negen commentaren op de communistische partij”

————————

Voetnoten

[1] David Horowitz, Barack Obama’s Rules for Revolution: The Alinsky Model (Sherman Oaks, CA: David Horowitz Freedom Center, 2009), pp. 6, 16.

[2] Saul Alinsky, “Tactics,” Rules for Radicals: A Practical Primer for Realistic Radicals (New York: Vintage Books, 1971).

[3] David Horowitz, Barack Obama’s Rules for Revolution: The Alinsky Model (Sherman Oaks, CA: David Horowitz Freedom Center, 2009), pp. 42–43.

[4] “Playboy Interview with Saul Alinsky,” New English Review,  http://www.newenglishreview.org/DL_Adams/Playboy_Interview_with_Saul_Alinsky/.

[5] David Horowitz, Barack Obama’s Rules for Revolution: The Alinsky Model (Sherman Oaks, CA: David Horowitz Freedom Center, 2009). https://newrepublic.com/article/61068/the-agitator-barack-obamas-unlikely-political-education

[6] Ibid.

[7] Ibid.

[8] “Playboy Interview with Saul Alinsky,” New English Review,http://www.newenglishreview.org/DL_Adams/Playboy_Interview_with_Saul_Alinsky/

[9] V. I. Lenin, “Draft Theses on the Role and Functions of The Trade Unions Under the New Economic Policy,” https://www.marxists.org/archive/lenin/works/1921/dec/30b.htm.

[10] Pinkoski, Nathan. 2018. “Jordan Peterson Marks Right And Left’s Side-Switch On Free Expression.” The Federalist. February 2, 2018. http://thefederalist.com/2018/02/02/jordan-peterson-marks-fulcrum-right-lefts-side-switch-free-expression/

[11] “Antifa protests mean high security costs for Berkeley Free Speech Week, but who’s paying the bill?” Fox News, September 15, 2017.  http://www.foxnews.com/us/2017/09/15/antifa-protests-mean-high-security-costs-for-berkeley-free-speech-week-but-whos-paying-bill.html.

[12] Chris Pandolfo, “TRUE COLORS: Student Leader Says 1A Doesn’t Apply to Ben Shapiro,” Conservative Review. October 20, 2017. https://www.conservativereview.com/news/true-colors-student-leader-says-1a-doesnt-apply-to-ben-shapiro/.

[13] “Penn Law professor loses teaching duties for saying black students ‘rarely’ earn top marks,” New York Daily News, March 15, 2018, http://www.nydailynews.com/news/national/law-professor-upenn-loses-teaching-duties-article-1.3876057.

[14] “Campus Chaos: Daily Shout-Downs for a Week,” National Review,October 12, 2017, https://www.nationalreview.com/corner/campus-chaos-daily-shout-downs-week-free-speech-charles-murray/.

[15] Paul Hollander, Political Pilgrims (New York: Oxford University Press, 1981).

[16] J. Edgar Hoover, Masters of Deceit (New York: Henry Holt and Company, 1958), 81-96.

[17] Tomas Schuman (Yuri Bezmenov), No “Novoste” Is Good News (Los Angeles: Almanac, 1985), 65–75.

[18] Fred Schwartz and David Noebel, You Can Still Trust the Communists…to Be Communists (Socialists and Progressives too) (Manitou Springs, Colo.: Christian Anti-Communism Crusade, 2010), pp. 44–52.

[19] Paul Johnson, Intellectuals: From Marx and Tolstoy to Sartre and Chomsky, 2007 revised edition (Harper Perennial), p. 225.

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN