Hoofdstuk 9: De economische valkuil van het communisme (deel I)

Het spook van het communisme is niet verdwenen met het uiteenvallen van de Communistische Partij in Oost-Europa

The Epoch Times is bezig met het in serievorm uitbrengen van een vertaling uit het Chinees van het boek, ‘Hoe het spook van het communisme de wereld regeert’, door de auteurs van ‘Negen commentaren op de Communistische Partij’.

Inhoudsopgave

Introductie

1.Ontwikkelde westerse landen: Het uitoefenen van communisme onder een andere naam
a. Hoge belastingen en royale sociale voorzieningen
b. Agressief economisch interventionisme in westerse landen
c. Socialistische economie leidt tot communistisch totalitarisme

2.Het dystopisch-socialisme van de Chinese Communistische Partij
a. De Chinese economie: Onophoudelijke communistische heerschappij
b. De waarheid achter de economische opkomst van China
c. Gevolgen van het Chinese economische model

3 De ravage van het socialisme in ontwikkelingslanden
a. Socialisme blijft Oost-Europa achtervolgen
b. Socialistische economie faalde in de ontwikkelingslanden

Voetnoten

 

Inleiding

Meer dan 150 jaar geleden publiceerde Karl Marx Das Kapital, waarin hij pleitte voor de afschaffing van privé-eigendom en de vervanging ervan door publiek eigendom. Een eeuw later werd communistisch publiek eigendom geïmplementeerd in een derde van de landen in de wereld.

Na het uiteenvallen van het Sovjetblok in 1990, ondergingen veel Oost-Europese landen “schoktherapie” om terug te keren naar de markteconomie. Andere landen die niet door communistische partijen waren geregeerd, maar die desondanks de socialistische nationalisatie hadden omarmd en de ellende en armoede van het publieke eigendom hadden moeten verduren, hadden uiteindelijk geen andere keuze dan markthervormingen door te voeren. 

Om wereldwijde heerschappij te bereiken, lanceerde het spook van het communisme wereldwijd offensieven. Als je kijkt naar de landen die het communisme of het socialistische economische model hebben verlaten, zou je denken dat het spook gefaald heeft in zijn doelstellingen. Maar de realiteit is niet zo simpel. Het communistische spook volgt geen vaste principes. In plaats daarvan veranderen de methode en de vorm van het systeem voortdurend om zich aan de situatie aan te passen; het zal zijn eerdere acties misschien loslaten of bekritiseren ten behoeve van het grotere doel. Nergens geldt dit meer dan op economisch gebied.

Na een zorgvuldige analyse van ons huidige economische systeem en de realiteit erachter, kan men niet anders dan vaststellen hoe het communistische spook zijn invloed naar alle uithoeken heeft verspreid. Terwijl ijdele plannen en blinde verering van de overheid welig tieren, distantieert de economie van vrijwel elk land op aarde zich van de beginselen van de vrije markt. Naties verliezen hun morele basis en neigen naar communisme. Het wordt tijd dat we ons bewust worden van deze realiteit en er maatregelen tegen nemen. 

1. Ontwikkelde westerse landen: Het bedrijven van communisme onder een andere naam

In The Communist Manifesto (oorspronkelijk “Manifest van de Communistische Partij”) schreef Marx dat de communistische theorie in één zin kan worden samengevat: Afschaffing van het systeem van particulier eigendom. Voor individuen betekent dit de “afschaffing van de burgerlijke individualiteit, de burgerlijke onafhankelijkheid en de burgerlijke vrijheid”. Voor de maatschappij betekent het dat “het proletariaat zijn politieke suprematie zal gebruiken om al het kapitaal van de bourgeoisie te ontfutselen, om alle productiemiddelen te centraliseren in handen van de staat, dat wil zeggen van het proletariaat dat als heersende klasse is georganiseerd”. [1]

Om dit doel te bereiken hebben communisten geweld en massamoord in communistische landen gebruikt. Maar toen het gewelddadige communisme zijn aantrekkingskracht verloor, werden er geweldloze vormen bedacht. Deze varianten van het socialisme infiltreerden in de hele samenleving op een wijze waardoor ze moeilijk te identificeren zijn. 

Westerse landen implementeren veel economisch beleid dat geen enkele relatie lijkt te hebben met het socialisme, noch in naam noch in vorm, maar dat toch een rol speelt bij het beperken, verzwakken of ontnemen van het recht op privé-eigendom. Anderen verzwakken de werking van het vrije ondernemerschap, vergroten de macht van de overheid en leiden hun samenlevingen verder op de weg naar het socialisme. Methoden zijn onder meer hoge belastingen, royale sociale voorzieningen en agressief overheidsingrijpen.

a. Hoge belastingen en royale sociale voorzieningen

Een belangrijk kenmerk van de communistische of socialistische economie in de westerse landen zijn stevige sociale voorzieningen. Het huidige overheidsbeleid betreffende sociale voorzieningen zorgt ervoor dat mensen die uit communistische landen komen, het gevoel krijgen dat ze gewoonweg naar een ander socialistisch land zijn verhuisd. 

Undercover socialisme

De overheid zelf genereert geen waarde. Integendeel, het is als het scheren van wol van een schaap. Alle sociale uitkeringen worden uiteindelijk betaald door de mensen, via belastingen of staatsschuld. Een hoge mate van sociale voorzieningen  is in zichzelf een andere vorm van communisme, maar dan zonder de gewelddadige revolutie die door communistische partijen wordt toegepast.

Hoge belastingen zijn de gedwongen nationalisatie van privé-vermogen voor herverdeling op grote schaal. Tegelijkertijd is het een verborgen proces om het systeem van particulier eigendom geleidelijk af te bouwen.

Het eindresultaat van hoge belastingen is hetzelfde als het publieke eigendom en het egalitarisme dat door communistische regimes wordt opgelegd, met als enige verschil de vraag of nationalisatie voor of na de productie plaatsvindt. In communistische planeconomieën worden productiematerialen rechtstreeks door de staat beheerst. In het Westen wordt de productie particulier beheerst, maar de inkomsten worden via belastingen en herverdelingsregelingen omgezet in staatsactiva. Hoe dan ook, het staat gelijk aan diefstal en plundering van andermans rijkdom. In westerse landen is dit niet zozeer bereikt door middel van moorden en geweld, maar op juridische wijze door middel van democratie en wetgeving.

Sommige vormen van overheidssteun zijn redelijk, zoals sociale zekerheid voor slachtoffers van rampen of ongevallen. Maar de positieve aspecten van sociale voorzieningen  maken het een gemakkelijk instrument van misleiding, en het wordt het excuus dat nodig is om de belastingen te verhogen. In dit opzicht hebben de royale sociale voorzieningen reeds dezelfde destructieve gevolgen bereikt voor het volk, de samenleving en de morele waarden als het communistische economische beleid. Het communistische economische beleid brengt van nature de donkere kant van de menselijke natuur naar boven. Dit is de fundamentele oorzaak waarom het spook communistische economische waarden de hele wereld opdringt, of het nu gaat om vrije samenlevingen of om samenlevingen die rechtstreeks door communistische regimes worden geregeerd.

Hoge belasting

De sociale voorzieningen in de ontwikkelde westerse landen consumeren  een groot gedeelte van de belastinginkomsten, die afkomstig zijn van belastingen die worden overgeheveld van privé-vermogen. Er is geen andere manier om dit niveau van overheid uitgaves te handhaven.

In de Verenigde Staten wordt meer dan de helft van de belastinginkomsten besteed aan sociale zekerheid en gezondheidszorg. Meer dan 80 procent van dit geld is afkomstig uit de inkomstenbelasting en de sociale zekerheidsbelastingen; 11 procent is afkomstig uit de vennootschapsbelasting. [2] Met hun uitgebreidere sociale zekerheidsstelsels gaan veel westerse landen zelfs verder dan de Verenigde Staten.

Volgens gegevens van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) over 35 markteconomieën in 2016 hadden 27 landen een inkomstenbelasting van meer dan 30 procent. De landen met de twee hoogste inkomstenbelastingen, 54 en 49,4 procent, bevonden zich beiden in Europa. Daar komt nog bij dat er in veel delen van Europa een belasting op de toegevoegde waarde (BTW) wordt geheven, die op sommige plaatsen kan oplopen tot 20 procent. [3] De vennootschapsbelasting en andere belastingen dragen verder bij aan het algemene tarief.

Andere gegevens tonen aan dat in 1900 slechts 7 van de 15 landen voor dat jaar een inkomstenbelasting invoerden, waarbij Italië een tarief van 10 procent voorstelde. Australië, Japan en Nieuw-Zeeland hadden inkomstenbelastingtarieven van ongeveer 5 procent. Maar in 1950 was het gemiddelde maximale belastingtarief in twintig landen meer dan 60 procent; nu is het langzaam gedaald tot ongeveer 40 procent. [4]

De hoge belastingdruk is niet alleen voor de rijken, de armen worden ook op verschillende manieren gestraft. Terwijl de rijken vaak verschillende wettelijke middelen hebben om zich te beschermen tegen belastingen, verdwijnen de sociale uitkeringen voor de armen naarmate hun inkomsten boven een bepaalde drempel stijgen. Kortom, mensen worden gestraft voor harder te werken.

Hoog uitkeringen

In 1942 pleitte de Britse econoom William Beveridge voor de welvaartsstaat, een plan “dat allesomvattend is wat betreft personen en behoeften”. In de moderne samenleving is het grote  socialezekerheidsstelsel uitgebreid tot werkloosheid, medische zorg, pensioenen, arbeidsongevallen, huisvesting, onderwijs, kinderopvang en dergelijke, ver voorbij de traditionele opvattingen over liefdadigheid voor mensen die direct hulp nodig hebben.

Uit een rapport van de Amerikaanse Heritage Foundation blijkt dat in 2013 meer dan 100 miljoen mensen in de Verenigde Staten, of ongeveer 1/3 van de bevolking, een sociale uitkering (exclusief sociale zekerheid en gezondheidszorg) van gemiddeld 9.000 dollar per persoon hebben ontvangen. [5] Volgens statistieken verzameld door het Amerikaanse Census Bureau, leefde in 2016 ongeveer 12,7 procent van de bevolking onder de armoedegrens, maar hun levensomstandigheden kunnen voor velen een verrassing zijn.

Volgens overheidsonderzoeken zegt 96 procent van de ouders in verarmde huishoudens dat hun kinderen nooit honger hebben gehad. Bijna 50 procent van de verarmde huishoudens woonde in eengezinswoningen en 40 procent in stadswoningen. Slechts 9 procent woonde in stacaravans. Tachtig procent had airconditioning en 40 procent had een breedbeeld LCD TV. 75 procent van de verarmde huishoudens bezat een auto. [6] De intentionele indeling van grote aantallen mensen bij de “verarmde” bevolkingsgroep biedt een goed excuus voor de uitbreiding van bijstandsuitkeringen.

De uitkeringen van de Amerikaanse overheid liggen onder het gemiddelde in vergelijking met de leden van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De meeste mensen die in Scandinavische landen en andere West-Europese landen wonen, genieten een veel grotere bijstandsuitkering dan Amerikanen. In Denemarken bijvoorbeeld genieten zelfs de rijkste burgers hun hele leven een sociaal vangnet dat gratis medische zorg, universitair onderwijs en andere genereuze voordelen omvat.

Voorafgaand aan de economische val van hun land, genoten de Grieken een jaarsalaris van 14 maanden, pensionering op 61-jarige leeftijd en een pensioen gelijk aan meer dan 90 procent van hun salaris. Zweden hebben recht op 550 dagen ononderbroken ziekteverlof en andere uitkeringen.

De expansie van de sociale voorzieningen van haar traditionele rol van naastenliefde uit nood naar voortdurende  sociale bijstand voor de hele bevolking maakt in feite deel uit van het spook zijn plan om de wereld een communistische economie op te leggen.

Sociale voorzieningen: Verspreiding van corruptie en intensivering van de tegenstellingen tussen arm en rijk

Vanuit economisch oogpunt is de essentie van bijstand dat het geld van sommige mensen wordt afgenomen en de waarde daarvan wordt overgedragen aan anderen. Het is echter de overheid die verantwoordelijk is voor de verdeling van de rijkdom, waardoor de wijsheid dat men moet werken om iets te verdienen, ontkracht wordt. Het verlies van dit morele beginsel is vooral in Noord-Europa duidelijk zichtbaar.

De Zweedse wetenschapper Nima Sanandaji heeft dit punt aangetoond aan de hand van gegevens uit de World Value Survey. In het begin van de jaren tachtig was 82 procent van de Zweden en 80 procent van de Noren het eens met de stelling dat “het verkeerd is om  sociale voorzieningen van de overheid te ontvangen die je niet verdient”. Toen de enquêtes in Noorwegen en Zweden opnieuw gedaan werden in 2005 en 2008, was slechts 56 procent van de Noren en 61 procent van de Zweden het eens met deze stelling. [7]

In een genereus sociale zekerheidsstelsel krijgen degenen die hard werken minder terug en worden degenen die minder ijverig zijn beloond met uitkeringen. In de loop van de tijd vervormt dit op subtiele wijze de morele tradities, omdat degenen die zijn opgegroeid met een hoge mate van sociale voorzieningen door  de overheid de inzet, onafhankelijkheid, verantwoordelijkheid en ijver van hun voorvaderen verliezen. Zij beschouwen het systeem als vanzelfsprekend en beschouwen sociale voorzieningen zelfs als een mensenrecht. Zij hebben de gewoonte ontwikkeld om op de overheid te vertrouwen en haar zelfs gegijzeld te houden voor continue hulp.

Sociale waarden zijn bijna onomkeerbaar veranderd. Als kikkers die langzaam gekookt worden en dit niet merken, brokkelt het communistisch gebruik van hoge sociale voorzieningen  de morele wijsheid af.

Hoge sociale voorzieningen  door de overheid knijpen ook de rol van de traditionele liefdadigheidsinstellingen uit. Hierdoor worden zowel de donoren de kans ontnomen om goed werk te doen, als de begunstigden de kans ontnomen om dankbaarheid te voelen.

In de traditionele samenleving werd liefdadigheidswerk gedaan op eigen initiatief, hetzij door directe hulp aan de minderbedeelden, hetzij door het schenken aan liefdadigheidsorganisaties zoals kerken. Er waren duidelijke donoren en ontvangers, en het was een voorrecht, niet een recht, om hulp te kunnen ontvangen. Ontvangers voelden zich dankbaar voor de goedaardigheid van de donateurs en zouden gemotiveerd zijn om het goede doel te gebruiken als aanvulling op hun eigen inspanningen om hun lot te verbeteren. Degenen die liefdadigheid hebben ontvangen en het tij in hun leven hebben kunnen keren, zullen waarschijnlijk helpen wanneer anderen met dezelfde uitdagingen worden geconfronteerd zoals zij ooit deden.

De Franse denker Alexis de Tocqueville merkte op dat liefdadigheidswerk de deugden van vrijgevigheid en dankbaarheid combineert. Deze beïnvloeden elkaar wederzijds en verbeteren de samenleving  oefenen een positieve morele invloed uit. Ondertussen functioneerde die relatie tussen gevers en ontvangers als een middel om conflicten en tegenstellingen tussen rijk en arm te verzachten, terwijl liefdadig gedrag van individuen leden van verschillende economische klassen met elkaar verbonden. [8]

Het uit haar voegen gebarsten systeem van hedendaagse sociale voorzieningen vervreemdt donoren en ontvangers van elkaar door het proces van liefdadigheid te bureaucratiseren. De “donoren” van vandaag zijn belastingbetalers die gedwongen worden hun rijkdom op te geven in plaats van deze vrijwillig te delen. Ondertussen hebben de ontvangers van sociale bijstand geen enkele band met hun weldoeners en voelen ze zich niet dankbaar voor het offer dat hun weldoeners gebracht hebben.

Tocqueville geloofde dat sociale voorzieningen conflicten tussen arm en rijk verergerde. Als een deel van hun rijkdom onder dwang in beslag zou worden genomen, zouden de rijken een hekel krijgen aan de klasse van welzijnsontvangers. Tocqueville zei dat ook de armen onvrede zouden blijven voelen, omdat zij hun economische verlichting als vanzelfsprekend zouden beschouwen: “De ene klasse ziet de wereld nog steeds met angst en afkeer, terwijl de andere klasse haar tegenslag met wanhoop en afgunst bekijkt.” [9]

Een uit haar voegen barstend systeem van sociale voorzieningen  wordt ook een punt van jaloezie en politieke conflicten die het communisme gebruikt om de morele en sociale harmonie van mensen te vernietigen. Dit is wat waargenomen kon worden  tijdens de Griekse economische crisis: In plaats van een conflict tussen rijk en arm, is het een strijd tussen de middenklasse en de hogere klassen geworden. Binnen die laatste groep is belastingontduiking een “nationale sport” geworden, aldus Griekse ambtenaren die door The Economist werden genoemd.[10] Tegelijkertijd is de Griekse regering, om haar kiezers niet van streek te brengen, afhankelijk geweest van leningen om de daling van de belastinginkomsten te compenseren en het welvaartsniveau in andere Europese landen te evenaren.

In de nasleep van de economische crisis probeerde de Griekse regering te bezuinigen op de sociale voorzieningen, om vervolgens op hevig verzet van de bevolking te stuiten. De mensen richtten zich op de rijken en eisten dat er nog hogere belastingen op hen zouden worden geheven, wat de regering een hoofdpijn bezorgd heeft die nog niet is opgelost.

Het systeem van sociale voorzieningen tast de traditionele arbeidsethos aan en geeft mensen het gevoel dat ze recht hebben op datgene wat ze niet verdienen. Als inzet en ijver wordt gestraft, dan lijdt de gehele economie daaronder.

In 2010 heeft een praktische studie van Martin Halla, Mario Lackner en Friedrich G. Schneider gegevens opgeleverd die aantonen dat sociale voorzieningen het harde werken op de lange termijn ontmoedigt. En zo’n resultaat zal pas lange tijd later zichtbaar worden. De drie economen concludeerden dat activiteiten in een welvaartsstaat nadelig zijn voor de gezondheid van de economische basis van een land. [11]

De cultuur van armoede

In 2012 publiceerde The New York Times een artikel met de titel ,,Profiteren van het analfabetisme van een kind,” dat het effect van het sociale voorzieningenstelsel  beschreef op lage-inkomens families die in het Appalachen gebergte in de Verenigde Staten leven. 

Het artikel beschreef hoe verarmde gezinnen hun kinderen niet meer naar school stuurden om in aanmerking te komen voor sociale hulp.

“Vaders en moeders vrezen dat als kinderen leren lezen, ze minder snel  in aanmerking komen voor een maandelijkse uitkering op basis van een verstandelijke beperking”, aldus het artikel.

“Veel mensen hier in stacaravans zijn arm en wanhopig, en een maandelijkse uitkering van 698 dollar per kind uit het programma voor aanvullende sociale veiligheid, maakt een groot verschil en die uitkeringen gaan door tot het kind 18 jaar wordt.” [12]

Dit hulpprogramma is ongeveer 40 jaar geleden opgestart met het doel gezinnen te helpen met het opvoeden van kinderen met een lichamelijke of geestelijke beperking. Tegen de tijd dat The New York Times over dit onderwerp verslag deed, was meer dan 55 procent van de in aanmerking komende kinderen als geestelijk beperkt gecategoriseerd, maar had geen enkel kind een gedefinieerde aandoening. In de Verenigde Staten zijn er nu in totaal ongeveer 1,2 miljoen “geestelijk gehandicapte” kinderen voor wie de belastingbetalers jaarlijks 9 miljard dollar aan zorg neertellen. [13]

Hier voeden zorgstaat en gebreken  in de menselijke aard elkaar in een vicieuze cirkel. Ondanks de goede bedoelingen van degenen die het beleid voor sociale voorzieningen bepleiten en formuleren, heeft het indirect het communistische spook geholpen in zijn doel om de mensheid ten val te brengen en te vernietigen.

Meer dan een eeuw geleden maakte Tocqueville de observatie dat sociale programma’s niet discrimineren tussen individuen, maar alleen op armoededrempels. Dit maakt het moeilijk om hulp efficiënt toe te wijzen, aangezien het onmogelijk is om te weten of de gekwalificeerde personen daadwerkelijk te lijden hebben onder omstandigheden waarop zij geen vat hebben, of dat zij die zelf veroorzaakt hebben. [14]

Misbruik van sociale voorzieningen is niet alleen van invloed op de overheidsfinanciën, maar ook op de toekomst van kinderen die onder het systeem opgroeien. Uit onderzoek in 2009 bleek dat tweederde van de mensen die als kind een uitkering had ontvangen, deze tot op volwassen leeftijd bleven ontvangen en mogelijk de rest van hun leven zouden blijven krijgen. [15]

In het kader van de verkiezingsstrategie wordt de term “handicap” voortdurend verfijnd om een steeds groter deel van de bevolking op te nemen in de gelederen van degenen die in aanmerking komen voor bijstand. De criteria die bepalen wie er recht heeft op bijstand of andere sociale voorzieningen, creëren een sfeer van negatieve versterking die misbruik van deze voordelen aanmoedigt. De daaruit voortvloeiende achteruitgang in de sociale moraal en economische malaise helpt het communistische spook om zijn doelen te bereiken.

Sociale zorgmaatregelen zijn  noodmaatregelen om hulp te bieden aan mensen in reële nood, die doeltreffend is in omstandigheden zoals arbeidsongevallen, epidemieën, natuurrampen, enzovoort. Het kan niet de standaardvorm van bestaan worden, aangezien het niet in staat is om het dilemma van armoede op te lossen. Ten tijde van 2014, in de 50 jaar sinds president Lyndon B. Johnson zijn oorlog tegen de armoede lanceerde, gaven de Amerikaanse belastingbetalers 2,2 biljoen dollar uit om voor de sociale voorzieningen te betalen. [16] Toch blijkt uit de statistieken van het Amerikaanse Census Bureau dat het armoedecijfer de laatste 40 jaar stabiel is gebleven. [17]

Volgens de Amerikaanse econoom William Arthur Niskanen heeft het welvaartssysteem een cultuur van armoede voortgebracht, die op haar beurt een vicieuze cirkel voedt van afhankelijkheid van overheidssteun, buitenechtelijke kinderen, gewelddadige criminaliteit, werkloosheid en abortus. Zijn analyse van Amerikaanse gegevens van het jaar 1992 maakte schattingen van de effecten die kunnen worden verwacht van een toename aan hulp aan gezinnen met afhankelijke kinderen (AFDC) met 1 procent van het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking: het aantal AFDC ontvangers zou met ongeveer 3 procent toenemen; het aantal mensen in armoede zou met ongeveer 0,8 procent toenemen; geboorten bij alleenstaande moeders zouden met ongeveer 2,1 procent toenemen; en het aantal werkloze volwassenen zou met ongeveer 0,5 procent toenemen. Abortus en geweldsmisdrijven zouden ook steeds vaker voorkomen. [18] De bevindingen van Niskanen wijzen erop dat een robuust welvaartssysteem de afhankelijkheid van dat systeem bevordert en persoonlijke verantwoordelijkheid ontmoedigt.

Het uiteenvallen van gezinnen is een belangrijk ingrediënt in de cultuur van armoede. In een onderzoek naar de historische en hedendaagse armoede onder zwarten ontdekte econoom Walter E. Williams dat 85 procent van de verarmde zwarte kinderen bij alleenstaande tiener moeders leefde. Het welvaartssysteem bevordert dit fenomeen, omdat het alleenstaande moeders aanmoedigt om te leven zonder verantwoordelijkheid te nemen voor hun daden. Ze kunnen vanuit de overheid subsidies, huisvestingssubsidies, voedselbonnen en dergelijke verwachten. Sociale voorzieningen hebben een belangrijke rol gespeeld bij het bevorderen van alleenstaand ouderschap, waardoor meer armoede is ontstaan. [19]

Ondanks het feit dat de welvaart de laatste decennia is toegenomen, is de kloof tussen rijk en arm ook steeds groter geworden: Het gemiddelde loon, gecorrigeerd voor inflatie, stijgt in een slakkengangetje, terwijl rijkdom naar de rijken stroomt. Er is een klasse van werkende armen ontstaan. Gewapend met deze maatschappelijke vraagstukken dringen linkse politieke partijen aan op een grotere overheid, hogere belastingen en meer sociale voorzieningen om de armoede te bestrijden door deze verder te verergeren.

Het gebruik van sociale voorzieningen door de linkse politiek om stemmen te verkrijgen

Linkse politici promoten vaak meer voorzieningen en hogere belastingen. Met behulp van verschillende verkiezingsslogans om de kiezers te overtuigen van hun nobele bedoelingen, doen zij zich voor alsof ze de morele waarheid in pacht hebben, ook al zijn het niet deze politici die de welvaart zullen verschaffen. Hun methode is alleen maar om de rijkdom van de hogere en middenklasse in beslag te nemen en deze onder de armen te verdelen. Aangezien het systeem de relatie tussen donor en ontvanger verbergt, beweren de politici niettemin een cruciale rol te hebben gespeeld in het proces. Zij ontvangen de dankbaarheid van de ontvangers in de vorm van politieke stemmen

b. Agressief economisch ingrijpen in westerse landen

Staatsinterventie

Momenteel maken regeringen in de vrije wereld al veel gebruik van ingrijpende interventies hun nationale economische systemen. Een van de oorzaken hiervan was de welvaartspolitiek, ontwikkeld onder de socialistische invloeden, die de rol van de staat in de (her)verdeling van rijkdom heeft uitgebreid. Een andere impuls voor deze trend was de grote depressie van de jaren dertig in de vorige eeuw. Na de crisis werd de westerse samenleving sterk beïnvloed door de theorieën van de Keynesiaanse economie. Deze pleit voor actieve staatsinterventie en regulering van de economie door middel van financiering.

In een normale samenleving is de rol van de overheid beperkt. Alleen in uitzonderlijke situaties zou de staat zich in de economie moeten mengen, zoals bij een natuurramp of een andere crisis. Maar vandaag de dag heeft de Keynesiaanse theorie wereldwijd ingang gevonden. Regeringen van alle landen zijn haastig op zoek naar meer controle over hun economieën.

Wanneer de overheid een actieve rol speelt in de economie, heeft elke actie een enorm rimpeleffect op de markt. Nieuw beleid en nieuwe wetten kunnen hele industrieën maken of breken, waardoor veel bedrijven en investeerders afhankelijk zijn van de beslissingen van de overheid. De staat, die van oudsher alleen wetten heeft aangenomen en afgedwongen, is nu een belangrijke deelnemer in de economische arena geworden. Zoals een scheidsrechter die in een voetbalwedstrijd is gaan meespelen, is de staat verantwoordelijk geworden voor de beheersing en regulering van het kapitaal in wat vroeger de particuliere economie was. Haar “onzichtbare hand” is vervangen door een “zichtbare hand”.

Actieve financiële heerschappij in combinatie met een beleid van hoge sociale voorzieningen heeft ertoe geleid dat veel regeringen enorme schulden hebben opgebouwd. Volgens gegevens van de OESO heeft meer dan de helft van de lidstaten een overheidsschuld van bijna of meer dan 100 procent van het BNP. Sommige landen hebben een schuld van meer dan 200 procent van hun economische productie. [20] Dit vormt een enorme kwetsbaarheid voor de sociale en economische toekomst van veel landen.

Nobelprijswinnaar en econoom, Ronald Coase, schreef meerdere onderzoeksartikelen over de impact van overheidsingrijpen. Coase ontdekte in zijn werk dat interventionistisch beleid bijna altijd negatieve resultaten oplevert. Hij is van mening dat de crisis van de interventie het punt heeft bereikt van “afnemende omzet marges”. [21]

Desondanks zijn de regeringen in alle landen alleen maar actiever geworden in hun manipulatie van de economie, waardoor deze steeds meer onder controle van de staat komt te staan.

De gevolgen en de realiteit van het interventionisme

Het uitgebreide overheidsingrijpen heeft ten minste twee grote gevolgen. In de eerste plaats breidt de macht van de staat zich uit in termen van zijn rol en omvang. Overheidsambtenaren ontwikkelen steeds meer overmoed over hun vermogen om zich met de economie te bemoeien en de staat de rol van redder te laten spelen. Na een crisis te hebben aangepakt, zal de regering haar uitgebreide bevoegdheden en functies niet meer willen inleveren.

Ten tweede zorgt interventionisme voor meer afhankelijkheid van de overheid. Wanneer de mensen met uitdagingen worden geconfronteerd, of wanneer de vrije markt niet de voordelen kan bieden die zij wensen, zullen zij lobbyen voor meer overheidsingrijpen om aan hun wensen te voldoen.

Naarmate de macht van de staat toeneemt, verzwakt het particuliere bedrijfsleven en heeft de vrije markt minder ruimte om te functioneren. Mensen die hebben geprofiteerd en afhankelijk zijn geworden van politici, zullen steeds meer van de overheid eisen dat zij de verantwoordelijkheid op zich neemt voor de verdeling van rijkdom, en wetten uitvaardigt om deze te handhaven.

In het Westen is er een sterke politieke stroming die de samenleving naar links duwt. Dit geldt zowel voor aanhangers van de oorspronkelijke links partijen, waaronder socialisten en communisten, alsook voor niet traditioneel met de linkervleugel geassocieerde maar door hen gecoöpteerde aanhangers. De convergentie van deze verschillende krachten zet de regering ertoe aan om meer maatregelen te nemen om in de economie in te grijpen en de werking van particuliere ondernemingen te verstoren. Deze erosie van normale economische bedrijvigheid lijkt veroorzaakt te worden door verschillende sociale bewegingen, maar in feite is het het spook van het communisme dat aan de touwtjes trekt.

Het is duidelijk zichtbaar dat westerse regeringen hun overheidsgezag uitoefenen onder de vlag van gelijkheid en andere politieke excuses om meer in te grijpen. Ze vaardigen zelfs wetten uit om dit tot een permanente stand van zaken te maken. Het lijdt geen twijfel dat dit gedrag de markteconomieën berooft van hun belangrijkste scheidsrechters: de vrije wil van het volk. De staat breidt zijn gezag over de vrije markt in wezen uit om er een geleide economie van te maken. De gevolgen op lange termijn zijn dat alle aspecten van de economie en het levensonderhoud van de bevolking onder overheidstoezicht komen te staan. Economische middelen zullen worden gebruikt om politieke macht te consolideren en de samenleving en haar burgers tot slaaf te maken.

Met een beleid dat aan de oppervlakte goedaardig oogt, maar de economische structuur geleidelijk aan kantelt in de richting van centralisme, leidt het spook de mensheid geleidelijk naar volledig communisme.

c. Socialistische economie leidt tot communistisch totalitarisme

Hoge belastingen, hoge sociale voorzieningen en wijdverspreide staatsinterventies zijn manifestaties van socialisme binnen het westerse kapitalistische systeem. Het socialisme heeft dus hetzelfde principiële karakter als de planeconomie, aangezien beiden de autoriteit van de staat gebruiken om de economie te manipuleren. Het onderliggende geloofsartikel hier is in de almacht van de regering. Die mag voor God spelen.

Zoals de zaken er nu voorstaan, is het enige verschil tussen ingrijpende staatsinmenging in het Westen en de planeconomie van de communistische landen, dat in vrije landen de wet en een aantal fundamentele aspecten van het kapitalistische systeem de mensenrechten beschermen tegen totale overheidscontrole.

Friedrich Hayek, de prominente Oostenrijkse econoom en filosoof, waarschuwde tegen een door de staat gecontroleerde planning en herverdeling van de rijkdom, en zei dat dit onvermijdelijk zou leiden tot het ontstaan van het totalitarisme, ongeacht of het systeem democratisch was of niet. Hayek was van mening dat het socialisme in Europa en Noord-Amerika weliswaar anders was dan het staatseigendom en de planeconomie, maar dat het toch tot hetzelfde resultaat zou leiden. Mensen zouden hun vrijheid en levensonderhoud verliezen, alleen langzamer en indirecter. [22]

Zoals eerder in dit boek is besproken, zagen Marx, Engels en Lenin het socialisme als een noodzakelijke stap op de weg naar het communisme. De beweging van een trein naar zijn bestemming wordt niet beïnvloed door het stoppen bij een stationsplatform onderweg. Zo ook is het spook van het communisme de drijvende kracht achter een land dat zich in de richting van het socialisme beweegt. Als de mensheid eenmaal tradities verlaat, zowel op economisch gebied als op andere gebieden, en de communistische ideologie aanvaardt, is het tempo van die ontwikkeling niet meer relevant. Vroeg of laat zal de bestemming worden bereikt.

Het doel aan het einde van deze weg is niet de hemel op aarde, maar de vernietiging van de mensheid. In feite is de duivel niet bezig met de vraag of “de hemel” wordt bereikt of niet, omdat het slechts een lokaas is om mensen naar hun ondergang te trekken.

2. Het dystopisch socialisme van de Chinese Communistische Partij

Nadat China door het staatseigendom en de planeconomie in armoede gestort was, werd de CCP gedwongen een proces van “hervorming en openstelling” op gang te brengen. Hiermee werden elementen van de vrije markt in de Chinese samenleving geïntroduceerd. Velen geloven dat de partij kapitalistisch was geworden, maar dat is verre van waar.

a. De Chinese economie: Geen afname van communistische heerschappij

Omwille van doelmatigheid heeft de CCP een aantal aspecten van de Chinese economie geliberaliseerd, zoals het toestaan van particuliere bedrijven. Maar dat betekent niet dat de communisten hun teugels hebben laten vieren. Integendeel, economische hervormingen waren de strategie die zij gebruikten om hun macht te behouden en de wereld te misleiden.

Het Chinese communistische model is een monsterlijke combinatie van socialisme, staatsbemoeienis en etatisme, en markteconomie. Hoewel er particuliere ondernemingen bestaan, heeft de CCP de mensen nooit een fundamenteel recht op privé-eigendom beloofd. Alle middelen en land blijven uiteindelijk iets waar de partij over beschikt. Tegelijkertijd gebruikt de CCP de staat om strenge controles op economische zaken op te leggen. Het voert nog steeds grootschalige nationale planning uit in wat moet worden beschouwd als een economie van de macht. De markt is slechts een middel dat door de staat wordt gebruikt om de productie te stimuleren; de markt is niet echt onafhankelijk en er zijn ook geen instellingen opgericht die een vrije markt ondersteunen.

De geest van de wet ontbreekt en er bestaat geen duidelijk systeem van eigendomsrechten. De wisselkoers mag zich niet op natuurlijke wijze aanpassen. De welvaart die het land in en uitstroomt wordt beperkt en internationale bedrijven worden streng gecontroleerd. De CCP gebruikt overheidssubsidies en uitvoerbelastingverminderingen om de export te stimuleren met als doel concurrenten te verslaan met een prijzenslag. Het heeft de normale orde van de wereldhandel verstoord.

In China is alle economische activiteit gericht op de vervulling van politieke behoeften. De economische vrijheden van ondernemingen en individuen zijn ondergeschikt aan de grillen van de staat en kunnen te allen tijde worden herroepen. Juist om deze redenen heeft de Wereldhandelsorganisatie lang geweigerd China als markteconomie te erkennen.

Velen in westerse regeringen koesterden de naïeve hoop dat economische ontwikkeling politieke liberalisering en democratie in China zou brengen. In plaats daarvan werd het Chinese publieke kapitalisme gebruikt om het socialistische organisme te voeden, het leiderschap van de partij nieuw leven in te blazen, en door te gaan met haar kwaadaardige manier van doen.

Met meer financiële middelen onderwierp de CCP de bevolking aan meer brute en verfijnde vormen van repressie. In juli 1999 begon het regime met de vervolging van Falun Gong, gericht op de honderd miljoen Chinezen die het beoefenden. Deze oorlog tegen de universele principes van waarachtigheid, mededogen en verdraagzaamheid gaat tot op de dag van vandaag door. Sinds 2009 heeft de CCP jaarlijks meer dan 500 miljard yuan (75 miljard dollar) uitgegeven om de kosten te dekken van “het handhaven van de stabiliteit”, dat wil zeggen, het Chinese bevolking onder politietoezicht te stellen.

b. De Waarheid achter de economische opkomst van China

Door de snelle groei van het Chinese BNP in de afgelopen 40 jaar zijn velen gaan geloven in de superioriteit van een socialistisch economiestelsel. Het heeft veel westerlingen, waaronder elites in politieke en academische kringen en denktanks, verwonderd over de efficiëntie van het totalitaire systeem. Het economische model dat de CCP heeft opgebouwd, kan in feite niet worden gedupliceerd. Enerzijds laten de redenen voor haar economische groei zien, dat het socialistische systeem intern instabiel is. Anderzijds voorziet het model van de partij in een overvloed aan misdaden die zijn ontstaan door haar gewetenloze machtseconomie.

De economische groei van China in de afgelopen 40 jaar is voor een groot deel toe te schrijven aan de volgende factoren. Ten eerste hebben de versoepeling van de staatseconomie en het loslaten van de centrale planning, evenals de revitalisering van de particuliere sector, de Chinese economie een krachtige productieve impuls gegeven. De Chinezen zijn hardwerkend en intelligent, maar de Partij heeft decennialang hun potentiële ijver belemmerd. De wens om de armoede uit te komen, heeft de motivatie om zaken te doen weer aangewakkerd en de enorme economische macht van de Chinezen ontketend.

Een tweede factor was de massale instroom van westers kapitaal en technologie in China tijdens het tijdperk van de hervormingen. Onder de planeconomie waren China’s enorme hoeveel onbenut land, arbeid en markten als goud, waarvoor de prijzen alleen nog niet bepaald waren. De combinatie van kapitaalinvesteringen en onontwikkelde middelen heeft de economische groei in China in een stroomversnelling gebracht. Zonder het totalitaire bewind van de partij had deze trein tientallen jaren eerder op stoom kunnen komen en op een veel beter beheersbare en duurzame manier.

De westerse investeringen in China zijn enorm. Volgens gepubliceerde cijfers bedroegen alleen al de directe Amerikaanse investeringen in China tussen 2000 en 2016 bijna 800 miljard dollar. [23] De totale waarde van het buitenlandse kapitaal dat China van 1979 tot 2015 binnenkwam, bedroeg ongeveer 1,64 biljoen dollar. [24]

Naast ruime markttoegang, gaven westerse landen het Chinese regime zelfs een preferentiële handelsstatus. In mei 2000 heeft de Amerikaanse regering China zelfs de juridische status van Permanente Normale HandelsRelatie (PNTR) toegekend. Op 11 december 2001 trad China formeel toe tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en trad het toe tot de internationale markt.

De CCP ontwikkelde zijn economische kracht door gebruik te maken van onethische ontwikkelingsmodellen. Onder andere het gebruik van sweatshop arbeid, de extreme uitbuiting van arbeiders en boeren, de gewelddadige sloop van woningen en verhuizing van de bewoners, en dergelijke. Omwille van korte termijn groei negeerde de CCP de zware milieuvervuiling en andere risico’s om elke laatste druppel winst uit het land, de mensen en de hulpbronnen te knijpen.

De Communistische Partij profiteerde van het westerse kapitaal, de technologie, de markten, de gunstige handelsstatus en de goedkope binnenlandse productiekosten om zo enorme bedragen aan buitenlandse reserves aan te leggen. Het handelstekort tussen de Verenigde Staten en China steeg van ongeveer 80 miljard dollar in 2000 tot meer dan 375 miljard dollar in 2017.

Uiteindelijk heeft de CCP de gebruikelijke manier van internationale handel op zijn kop gezet en ten volle gebruik gemaakt van de mogelijkheden die het bood, ongeacht de legitimiteit daarvan. In een poging om andere landen industrieel en technologisch in te halen, heeft het een nationale strategie van plagiaat ingevoerd op gebied van intellectueel eigendom. Dit is het grootste geval van diefstal in de gehele menselijke geschiedenis.

In het Amerikaanse rapport uit 2017 van de Commissie over de diefstal van Amerikaans intellectueel eigendom staat dat China’s namaakgoederen, gepirateerde software en gestolen handelsgeheimen de Verenigde Staten jaarlijks een verlies kosten van tussen de 225 tot 600 miljard dollar, een bedrag dat niet het verlies omvat als gevolg van de diefstal van intellectueel eigendom. 

In het rapport staat dat in de afgelopen drie jaar 1,2 biljoen dollar verloren is gegaan als gevolg van intellectuele diefstal, waarvan het merendeel vanuit China is gepleegd. [25][26] Een rapport van de Amerikaanse Director’s Office of National Intelligence Service stelt dat 90 procent van de cyberaanvallen op Amerikaanse bedrijven afkomstig is van de Chinese overheid en jaarlijks naar schatting $400 miljard aan totale economische schade toebrengt. [27]

De economische groei van China werd aangewakkerd door de verslapping van haar socialistische ideologie, investeringen uit westerse landen en de immorele handelswijze van de CCP. Dit wijst geenszins op de superioriteit van het socialisme, noch op het feit dat de partij zich ontwikkelt langs een normale kapitalistische weg. Westerse waarnemers beschrijven het gewetenloze bedrijfsmodel van het communistische China soms als “staatskapitalisme”. Dit geeft de partij onterecht veel lof. Onder het totalitaire bewind van de CCP is de economie slechts een politiek instrument. Het oppoetsen van de markteconomie is een oppervlakkigheid die de CCP gebruikt om de wereld te misleiden.

Het economische model van de CCP maakt gebruik van staatsautoriteit om een snelle economische ontwikkeling op gang te brengen en tegelijkertijd gebruik te maken van slinkse trucs om concurrerend te kunnen zijn. Zij heeft andere landen ertoe aangezet om (economische) overheidsbemoeienis op te voeren. Deze landen hebben de ernstige fout gemaakt om het economische model van de CCP als een succes te bewonderen maar tegelijkertijd de menselijke en morele tragedies ervan te negeren.

c. Gevolgen van het Chinese economische model

Het economische model van de CCP heeft de samenleving in een morele vrije val gebracht, precies in lijn met het doel van het communistische spook om de mensheid te vernietigen. De economische macht van de partij gaat hand in hand met de erosie van de moraal, die de mensen meesleurt in een bodemloze put van zelfgenoegzaamheid en uiteindelijk tot vernietiging leidt.

Het huidige China is overspoeld met namaakgoederen, giftig voedsel, pornografie, drugs, gokken en bendes. Corruptie en prostitutie zijn verworvenheden geworden om trots op te zijn, terwijl sociaal vertrouwen vrijwel niet bestaat. De steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk gaat gepaard met sociale conflicten en misbruik van justitie. Burgers sluiten de ogen voor het lijden van hun landgenoten. In de economie van de macht, gebruiken de partijfunctionarissen hun invloed om rijkdom te vergaren. De omvang van de corruptie neemt toe met de hoogte in hiërarchische rangorde. De verduistering van miljarden is een normaal verschijnsel. Geen enkele regering is zo corrupt of moreel ontaard als het Chinese communistische regime.

In oktober 2011 was de wereld geschokt door de dood van Yueyue, een 2 jaar oud meisje in de provincie Guangdong dat door een vrachtwagen werd geraakt. In plaats van naar buiten te gaan om te helpen, zette de chauffeur zijn truck in zijn achteruit om Yueyue weer te verpletteren en ervoor te zorgen dat ze dood was. Tijdens de tragedie liepen 18 mensen zonder te stoppen langs en Yueyue stierf later in het ziekenhuis. De internationale media vroegen zich af of China zijn ziel verloren had. Het is misschien begrijpelijk dat mensen terughoudend zijn om anderen te hulp te schieten wanneer er gevaar dreigt, zoals bij een gewapende overval, maar Yueyue vormde voor niemand een denkbare bedreiging toen ze onder de banden van de harteloze bestuurder aan het sterven was. De Chinese samenleving heeft een dieptepunt bereikt.

Economische groei zonder moraal is chaotisch, kort en rampzalig. Onder het onmenselijke beleid van de CCP barst het van de sociale conflicten en staat het milieu op het punt om in te storten. De gevolgen van moreel verval zijn dodelijk. China noemt zichzelf een sterk land, maar haar kracht is een illusie. Haar oppervlakkige welvaart, gestoeld op een roekeloos streven naar rijkdom, is gedoemd om in te storten als een morele crisis samenvalt met sociale conflicten.

Er ligt geen goede toekomst voor China in het vooruitzicht als het niet aan de vallen van de duivel kan ontsnappen. Het spook van het communisme is niet voornemens om een gezonde en duurzame groei tot stand te brengen, want het doel is China te vernietigen.

3. De ravage van het socialisme in ontwikkelingslanden

a. Socialisme blijft Oost-Europa achtervolgen

In de wereld van vandaag doen de ontwikkelde westerse landen aan verborgen socialisme, en heeft de Chinese Communistische Partij een autoritair socialistisch monster opgetuigd. In Oost-Europa blijft het communisme de regio achtervolgen, omdat de misdaden van de voormalige Oostblok regimes nog steeds niet volledig in kaart zijn gebracht.

De aanhoudende aanwezigheid van het communisme is terug te vinden in verschillende facetten van de Oost-Europese politiek en economie. Rusland en Wit-Rusland behouden bijvoorbeeld machtige staatsbedrijven, hoge sociale voorzieningen en een agressief interventionistisch beleid. Tijdens de overgangsperiode weg van het communisme hebben de Oost-Europese landen een crisis doorstaan van trage economische groei en hoge werkloosheid. Dit alles heeft de terugkomst van het communisme en socialisme, in nieuwe vormen, aangemoedigd. De geest van het communisme is niet verbannen. Linkse partijen werden met hernieuwde bezieling kracht ingeblazen. Dit voedt een gevoel van nostalgie naar het socialistische verleden. [28]

b. Socialistische economiestelsels faalde in de ontwikkelingslanden

In de ontwikkelingslanden in Azië, Afrika en Latijns-Amerika hadden in de jaren 60 veel nieuwe onafhankelijke landen zich trouw verklaard aan het socialisme. De nasleep is niets minder dan een puinhoop geweest. Recentere gevallen zijn onder meer Venezuela en Zimbabwe.

Venezuela was ooit het rijkste land van Latijns-Amerika. Sinds het socialisme de economie heeft doen instorten, is Venezuela een land vol armoede, criminaliteit en hongersnood. Zimbabwe was ooit het rijkste land van Afrika. Vandaag de dag is het vervallen tot een complete catastrofe, aangezien de inflatie ongelofelijk is gestegen.

Venezuela: hoe het socialisme een welvarend land failliet heeft laten gaan

Venezuela is gezegend met aanzienlijke oliereserves. In de jaren 70 was het het snelst groeiende land van Latijns-Amerika, met de laagste inkomensongelijkheid en het hoogste BNP per hoofd van de bevolking in de hele regio. [29] De relatief vrije economie van Venezuela trok geschoolde immigranten aan uit Italië, Portugal en Spanje. Samen met de bescherming van eigendomsrecht zorgden deze factoren ervoor dat de economie van het land van 1940 tot 1970 snel kon groeien. [30]

Nadat de nieuwe president in 1999 aan was getreden, begon hij aan een noodlottig nationaliseringsprogramma dat uiteindelijk de Venezolaanse economie in chaos bracht. De president had publiekelijk verklaard dat hij zich zou bezighouden met “het socialisme van de 21e eeuw”. [31]

Om het socialisme op te bouwen, heeft de Venezolaanse regering veel particuliere bedrijven gevorderd of genationaliseerd, in sectoren zoals olie, landbouw, financiën, zware industrie, staal, telecommunicatie, energie, transport en toeristische ondernemingen. Dit proces werd versneld na de herverkiezing van de president in 2007. Zijn regering heeft tussen 2007 en 2012 1.147 privé-ondernemingen onteigend, met catastrofale gevolgen.

Bedrijven in ooit productieve industrieën werden gesloten en vervangen door inefficiënte staatsbedrijven, waardoor investeerders werden afgeschrikt. Naarmate de productie zonk, werd Venezuela sterk afhankelijk van import. In combinatie met een reeks overheidsinterventies betreffende buitenlandse reserves en prijsbeheersing, sloeg toen de olieprijs daalde de ramp onvermijdelijk toe.

Sommigen schrijven deze tragedie toe aan de oliecrisis, maar de redenen voor de dramatische mislukking van Venezuela liggen daar niet. Volgens gegevens van de Wereldbank maakten zeven landen die van 2013 tot 2017 zelfs nog meer dan Venezuela afhankelijk waren van de olie-export, nog steeds een economische groei door. [32]

De wortel van het probleem ligt in het socialistische economische systeem. Het economisch beleid van Venezuela volgde in essentie het voorbeeld van de tien revolutionaire eisen die Marx in “Het Communistische Manifest” voorstelde. [33] Venezuela heeft zijn economische lot in handen van het communistische spook gelegd.

Zimbabwe: Van broodmand van Afrika naar land van hongersnood

Na de onafhankelijkheidsverklaring van Zimbabwe in 1980 probeerde Zimbabwe een socialistische staat op te bouwen volgens marxistisch-leninistische principes. De eerste president was een gelover in Marx geweest in zijn jeugd. Zijn guerrilla’s, geleid door het gedachtegoed van Mao Zedong, kregen onvoorwaardelijke steun van de Chinese Communistische Partij en onderhielden een relatie met China. In tegenstelling tot andere Afrikaanse landen die het socialisme toepasten, heeft Zimbabwe niet onmiddellijk een nationaliseringsbeleid opgelegd.

De economische problemen van Zimbabwe begonnen in 2000 na het begin van de landhervorming. In het kader van het hervormingsprogramma werd land van blanke boeren in beslag genomen en herverdeeld over landloze zwarten, evenals over mensen met een goedgekeurde politieke achtergrond. Het resultaat was een sterke daling van de landbouwproductiviteit. In een poging om de crisis te omzeilen, drukte de Zimbabwaanse Centrale Bank meer geld bij, wat leidde tot eindeloze hyperinflatie.

Uit cijfers van de Centrale Bank van Zimbabwe blijkt dat de jaarlijkse inflatie van het land in juni 2008 231 miljoen procent bedroeg. Medio november 2008 had de inflatie een piek bereikt van bijna 80 miljard procent (!), waarna de autoriteiten het publiceren van maandelijkse statistieken hebben opgegeven. Een jaar later bedroeg de wisselkoers van de Zimbabwaanse dollar ten opzichte van de Amerikaanse dollar 35 biljoen op één. Zimbabwe werd uiteindelijk gedwongen om zijn munt te verlaten en opnieuw uit te geven. [34]

In 2008 werd Zimbabwe getroffen door een grote hongersnood. Van de 16 miljoen mensen in het land hadden er maar liefst 3,5 miljoen honger. Vandaag de dag is ondervoeding daar chronisch en wijdverspreid aanwezig.

Het communisme teistert de wereld op een manier die in alle landen kan worden waargenomen of voorzien. De ontwikkelde westerse landen beginnen een crisis te ervaren. Ondertussen is de tragedie van het socialisme al een realiteit in de ontwikkelingslanden. Dit is het principe: Het spook gebruikt de economie om mensen tijdelijk comfort en voldoening te beloven, mensen tot moreel verval te verleiden en ze in de afgrond te sleuren.

Lees hier deel II.

Voetnoten

[1] Karl Marx en Friedrich Engels, “Manifest van de Communistische Partij”, Marx/Engels Selected Works, deel één (Moskou: Progress Publishers, 1969), 98-137.

[2] Max Galka, “The History of U.S. Government Spending, Revenue, and Debt (1790-2015)”, Metrocosm, 16 februari 2016, http://metrocosm.com/history-of-us-taxes/.

[3] “OECD Tax Rates on Labour Income Continued Decreasing Slowly in 2016”, OCED-rapport, http://www.oecd.org/newsroom/oecd-tax-rates-on-labour-income-continued-decreasing-slowly-in-2016.htm.

[4] Kenneth Scheve en David Stasavage, Taxing the Rich: A History of Fiscal Fairness in the United States and Europe (Kindle Locations 930-931) (Princeton: Princeton University Press, Kindle Edition).

[5] Rachel Sheffield en Robert Rector, “The War on Poverty after 50 Years,” Heritage Foundation Report, 15 september 2014, https://www.heritage.org/poverty-and-inequality/report/the-war-poverty-after-50-years.

[6] Ibid.

[7] Nima Sanandaji, Scandinavian Unexceptionalism: Culture, Markets, and the Failure of Third-Way Socialism (Londen: Institute for Economic Affairs, 2015), 132.

[8] Alexis de Tocqueville, Memoir on Pauperism, trans. Seymour Drescher (Lancing, West Sussex, UK: Hartington Fine Arts Ltd, 1997).

[9] Ibid.

[10] “A National Sport No More”, The Economist, 3 november 2012, https://www.economist.com/europe/2012/11/03/a-national-sport-no-more.

[11] Martin Halla, Mario Lackner en Friedrich G. Schneider, “An Empirical Analysis of the Dynamics of the Welfare State: The Case of Benefit Morale” Kyklos, 63:1 (2010), 55-74.

[12] Nicholas Kristof, “Profiting from a Child’s Illiteracy”, New York Times, 7 december 2012, https://www.nytimes.com/2012/12/09/opinion/sunday/kristof-profiting-from-a-childs-illiteracy.html.

[13] Ibid.

[14] Alexis de Tocqueville, Memoir on Pauperism, trans. Seymour Drescher (Lancing, West Sussex, UK: Hartington Fine Arts Ltd, 1997).

[15] Nicholas Kristof, “Profiting from a Child’s Illiteracy”, New York Times, 7 december 2012, https://www.nytimes.com/2012/12/09/opinion/sunday/kristof-profiting-from-a-childs-illiteracy.html.

[16] Robert Rector, “The War on Poverty: 50 Years of Failure”, rapport van de Heritage Foundation, 23 september 2014, https://www.heritage.org/marriage-and-family/commentary/the-war-poverty-50-years-failure.

[17] U.S. Census Bureau, “Annual Social and Economic Supplements,” Current Population Survey, 1960-2016.

[18] Niskanen, A., “Welfare and the Culture of Poverty”, The Cato Journal, 16:1 (1996).

[19] Walter E. Williams, “The True Black Tragedy: Illegitimacy Rate of Nearly 75%”, cnsnews.com, 19 mei 2015, https://www.cnsnews.com/commentary/walter-e-williams/true-black-tragedy-illegitimacy-rate-nearly-75.

[20] “OESO-gegevens,”https://data.oecd.org/gga/general-government-debt.htm.

[21] Thomas Winslow Hazlett, “Looking for Results: An Interview with Ronald Coase”, Reden, (januari 1997), https://reason.com/archives/1997/01/01/looking-for-results.

[22] F.A. Hayek, The Road to Serfdom (Londen: Routledge Press, 1944).

[23] “Direct Investment Position of the United States in China from 2000 to 2016”, Statistica.com, https://www.statista.com/statistics/188629/united-states-direct-investments-in-china-since-2000/.

[24]”Report on Foreign Investments in China, 2016,” Een kroniek van directe buitenlandse investeringen in China, het ministerie van Handel van China [〈中国外商投资报告 2016, 《中国外商直接投资历年概况》,中國商務部].

[25] Liz Peek, “Finally, a President Willing to Combat Chinese Theft”, The Hill, 26 maart 2018, http://thehill.com/opinion/finance/380252-finally-a-president-willing-to-combat-chinese-theft.

[26] The Commission on the Theft of American Intellectual Property, Update to the IP Commission Report, 2017, http://www.ipcommission.org/report/IP_Commissie_Report_Update_2017.pdf.

[27] Chris Strohm,”No Sign China Has Stopped Hacking U.S. Companies, Official Says”, Bloomberg News, 18 november 2015, https://www.bloomberg.com/news/articles/2015-11-18/no-sign-china-has-stopped-hacking-u-s-companies-official-says.

[28] Kurt Biray, “Communist Nostalgia in Eastern Europe: Longing for the Past”, 10 november 2015, https://www.opendemocracy.net/can-europe-make-it/kurt-biray/communist-nostalgia-in-eastern-europe-longing-for-past.

[29] John Polga-Hecimovich, “The Roots of Venezuela’s Failing State,” Origins, 10:9 (juni 2017), http://origins.osu.edu/article/roots-venezuelas-failing-state.

[30] José Niño, “Venezuela voor Chavez: A Prelude to Socialist Failure”, Mises Wire, 04 mei 2017, https://mises.org/wire/venezuela-chavez-prelude-socialist-failure.

[31] John Bissett, “Hugo Chavez: Revolutionary Socialist or Leftwing Reformist?” Socialist Standard No. 1366 (juni 2018) https://www.worldsocialism.org/spgb/hugo-chavez-revolutionary-socialist-or-leftwing-reformist.

[32] Julian Adorney, “Socialism Set Fire to Venezuela’s Oil Crisis”, Real Clear World, 29 augustus 2017, https://www.realclearworld.com/articles/2017/08/29/socialism_set_fire_to_venezuelas_oil_crisis_112520.html.

[33] José Niño, “John Oliver is Wrong About Venezuela – It’s a Socialist Country”, Mises Wire 30 mei 2018, https://mises.org/wire/john-oliver-wrong-about-venezuela-%E2%80%94-its-socialist-country.

[34] “10 Numbers Tell You What Is Going On in Zimbabwe”, BBC Chinese editie (11 november 2017), http://www.bbc.com/zhongwen/trad/world-42077093

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN