Hoop nog niet vervuld: Herinnering aan een historische oproep in China 21 jaar geleden

In deze tijd van de ‘intelligente lockdown’ in Nederland geeft de overheid onderdrukte groeperingen, de ruimte om te kunnen demonstreren en met meer dan 3 mensen voor hun situatie op te komen. Wel moet de anderhalve meter afstand in acht worden genomen en worden bij deze demonstratie de pennen waarmee een petitie wordt getekend steeds ontsmet.

De mogelijkheid om te kunnen demonstreren is belangrijk, want “ondanks de pandemie gaat de vervolging van Falun Gong in China gewoon door”, meldde de voorzitster van stichting Falun Gong Nederland, in een telefonisch interview. Ook al zijn er in anderhalf uur tien mensen voorbij gekomen, vindt ze het belangrijk hier te zijn.

(foto zorica)

In Den Haag hielden beoefenaars op 24 april een demonstratie om de Chinese ambassade de boodschap te geven dat ze op vreedzame wijze protest blijven voeren om de aanhoudende vervolging van Falun Gong te doen stoppen.

Zondag 25 april 1999 was een dag die alles veranderde voor naar schatting 70 tot 100 miljoen Chinezen.

Eenentwintig jaar geleden verzamelden zich ongeveer 10.000 beoefenaars van de spirituele discipline Falun Gong buiten het gebouwencomplex van de Chinese regering bekend als Zhongnanhai, waar het openbare klachtenbureau is gevestigd. Ze stonden in keurige rijen op de trottoirs om bij de autoriteiten te pleiten voor een omgeving waarin ze zonder angst Falun Gong konden beoefenen. Ze zwaaiden niet met spandoeken of posters en schreeuwden geen slogans. Ze deden vooral rustige meditatieve oefeningen.

Een nationaal tijdschrift had net een rapport gepubliceerd waarin de spirituele discipline werd belasterd. Tientallen beoefenaars waren twee dagen eerder gearresteerd en gevangen gezet in de nabijgelegen stad Tianjin, nadat ze naar het regeringskantoor waren gegaan en om een correctie van het tijdschriftartikel hadden gevraagd. De centrale regering had ook aangekondigd dat de publicatie of verspreiding van Falun Gong-boeken in het hele land verboden zou worden.

Kong Weijing, destijds een 49-jarige bankier in Peking, had zich op het ergste voorbereid toen ze om 7 uur ’s ochtends in de richting van Zhongnanhai liep om zich bij de rij van mensen aan te sluiten.

Het was de grootste verzameling mensen met een verzoek op het Chinese vasteland sinds het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede (Tiananmenplein ) in juni 1989.

Herinneringen aan de tanks die het Tiananmenplein oprolden en troepen die het vuur openen op pro-democratische demonstranten, waarbij honderden of duizenden ongewapende mensen om het leven kwamen, lagen nog vers in het geheugen van de meeste Chinezen.

“Er kon van alles gebeuren, maar ik voelde een persoonlijke verplichting” om deel te nemen aan het appel, zei ze in een interview. “Als iemand die baat heeft gehad bij de praktijk, moet je er gewoon iets van zeggen als Dafa wordt besmeurd.” Terwijl Kong dacht aan de “rellen” aanklacht tegen studenten die tien jaar eerder vreedzaam op het Tiananmenplein zaten, trok ze haar bankiersuniform aan en nam haar identiteitsbewijs mee.

“Ik dacht dat [de autoriteiten] het juiste zouden doen nadat ze de feiten hadden gehoord”, zei ze.

Falun Gong, of Falun Dafa, is een traditionele Chinese spirituele discipline met langzame, meditatieve oefeningen en morele leringen die zijn gericht op de principes van waarachtigheid, mededogen en tolerantie. Het werd voor het eerst geïntroduceerd in 1992 en was in 1999 zeer populair in China.

Net als veel andere beoefenaars van Falun Gong, kon Kong zich niet voorstellen dat het Chinese regime in juli 1999 een grootschalige vervolgingscampagne zou lanceren. Hierbij werden honderdduizenden mensen opgepakt en in detentiecentra, dwangarbeidskampen en hersenspoelingscentra werden gegooid, waar ze routinematig zijn gemarteld.

Kong herinnert ons eraan dat de demonstratie van 25 april stil en rustig was. Het Chinese regime zou het later omschrijven als een “belegering” van de centrale regering, om een landelijke onderdrukking te kunnen rechtvaardigen.

Meer dan 10.000 Falun Gong-beoefenaars verzamelen zich op 25 april 1999 in Fuyou Street in Peking. (Met dank aan Minghui.org)

Op het trottoir van Fuyou Street, de straat die naar het gebouwencomplex leidt, zag ze studenten, leraren, boeren en arbeiders in een kilometers lange rij staan. Een moeder droeg haar dochter in haar armen. Een vader duwde een kinderwagen. Ze vormden lange rijen langs de muren, lazen boeken of deden meditatieve Falun Gong oefeningen. Vrijwilligers maakten rondes om afval van mensen te verzamelen. Er was voldoende ruimte om fietsen door te laten.

Zhu Rongji, de toenmalige Chinese premier die pleitte voor economische hervormingen, kwam naar buiten om de beoefenaars te ontmoeten. Kong was één van de weinigen die willekeurig door Zhu werd uitgekozen om binnen te komen en de verzoeken van de groep af te leveren, waaronder het verzoek tot vrijlating van de Tianjin-beoefenaars en het opheffen van het publicatieverbod. Terwijl ze binnen was, gaf ze de verzoeken door aan ambtenaren van het nationale petitiebureau en het centrale kantoor van de partij, en overhandigde ze hen een exemplaar van “Zhuan Falun”, het belangrijkste boek van de beoefeningspraktijk.

Binnen een paar uur werden de beoefenaars van Tianjin vrijgelaten. Om 21.00 uur kregen de beoefenaars buiten te horen dat het regime had ingestemd met hun verzoeken, en dus pakten Kong en alle anderen hun spullen in en vertrokken.

Maar nog geen drie maanden later, op 20 juli 1999, begon het regime met zijn bloedige vervolging van de beoefeningspraktijk. Dit behelsde deels een massale propaganda-actie, waarbij de staatszender CCTV maandenlang anti- Falun Gong programma’s uitzond naar de honderden miljoenen kijkers. Media in het westen namen dat deels over, waardoor ook hier de vreedzame demonstratie werd afgeschilderd als belangrijkste katalysator van de vervolging.

Niet lang daarna bevroor de werkplek van Kong haar pensioenfonds en kreeg ze de opdracht hersenspoelsessies te houden, waarmee Kong en anderen gedwongen werden hun overtuiging op te geven.

Kong vluchtte naar andere delen van het land en kon bijna tien jaar lang niet meer terug naar huis. Ze zorgde voor haar kennissen in ruil voor onderdak en verbleef soms maar enkele dagen achtereen op elke plek.

Om de berichten in de kranten te weerleggen dat de praktijk was uitgeroeid, ging Kong in juni 2000 oefeningen doen op het Plein van de Hemelse Vrede, in de hoop iedereen te laten zien dat ze zich niet lieten tegenhouden door de onderdrukking. De politie arresteerde haar vrijwel onmiddellijk en stopte haar meer dan 10 dagen in de gevangenis. Ze weigerde haar naam te noemen en ging in hongerstaking, dus werd er door de bewakers onder dwang een buis in haar keel gedaan om haar te voeden.

“We hebben onze manieren om [je naam] te krijgen”, zeiden de bewakers tegen haar. “We kunnen een stuk papier op je neus drukken en je laten stikken”, zeiden ze tegen Kong.

Uit angst voor de gevolgen voor hun zoon vroeg haar man in 2000 om een echtscheiding, hoewel de intimidatie van haar familie door de politie in de daaropvolgende jaren niet stopte en de agenten bleven proberen haar verblijfplaats op te sporen.

“Hij dacht dat we konden hertrouwen na afloop van de vervolging”, zei Kong. “Toen ik me verontschuldigde voor het feit dat ik hem geen gastvrij gezin kon geven, zei hij me dat ik me geen zorgen over hem moest maken… en dat ik mijn beoefeningspraktijk moest volhouden.”

Kong woont nu in de Verenigde Staten en zei dat de partij haar bedrieglijke karakter niet heeft veranderd, zoals blijkt uit de behandeling van de pro-democratische protesten in Hong Kong vorig jaar en de recente doofpotaffaire van de CCP virus uitbraak.

“Mijn studievriendin vertelde me dat wanneer [het regime] iets afkeurt, het iets goeds moet zijn”, zei ze.

Minghui.org, een in de Verenigde Staten gevestigd centrum gewijd aan de documentatie vervolging, heeft de dood van 4.406 beoefenaars van de vervolging geregistreerd. Een vervolging, die nog steeds aan de gang is. Het merkte op dat de gegevens slechts het “topje van de ijsberg” zijn, als gevolg van de uitgebreide censuur en de obstakels van het verkrijgen van informatie in China.

In het afgelopen jaar hebben bijna 10.000 beoefenaars in 291 Chinese steden te maken gehad met arrestaties of intimidatie, aldus Minghui. De opgelegde boetes overtroffen een totaal van 1 miljoen dollar.

Na jaren van rondzwerven kwam Kong in 2015 naar de Verenigde Staten om haar zoon, die in New York werkt, te bezoeken en zocht daar haar toevlucht.

“Pas toen had ik echt de waardigheid van een mens”, zei ze.

Door Eva Fu
Volg Eva op Twitter: @EvaSailEast

Artikel aangevuld door Nederlandse redactie

Wist je dat wij onafhankelijk zijn?
The Epoch Times is onafhankelijk van enige invloed van bedrijven, regeringen of politieke partijen. Ons enige doel is om onze lezers accurate informatie te geven en verantwoordelijk te zijn naar het publiek.

Origineel op 23 april 2020 gepubliceerd op The Epoch Times: Hope Unfulfilled: Remembering a Historic Appeal in China 21 Years Ago

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN