Jamaicanen stellen openlijk Chinese invloed en investeringen aan de kaak

Door het beleid van Jamaica, waarbij Chinese investeringen de afgelopen jaren met open armen zijn ontvangen, zijn veel Jamaicanen bezorgt over mogelijke negatieve effecten op de lokale economie.

Allan Hope, de Jamaicaanse dichter, muzikant, acteur en talkshow-host beter bekend als Mutabaruka, uitte onlangs zijn bezorgdheid tijdens zijn talkshow “Cutting Edge”, over Chinese wegenprojecten waardoor Jamaica afstevent op een schuldenlast die niet op te brengen is, zo rapporteert de Caribische nieuwssite Loop in een artikel van 25 september.

…waardoor land en zeehavens worden ingenomen.
— Allan Hope oftewel Mutabaruka

“We moeten kijken naar wat er in andere delen van de wereld gebeurt met betrekking tot China. Andere landen kunnen leningen niet meer terugbetalen waardoor land en zeehavens worden ingenomen”, zei Mutabaruka.

De nieuwssite Loop benadrukte het voorval in Sri Lanka waar China de controle over een Sri Lankaanse zeehaven en 15.000 hectare nabijgelegen land heeft overgenomen via een huurovereenkomst van 99 jaar, nadat de Sri Lankaanse regering in gebreke was gebleven bij een Chinese banklening.

Peking financiert momenteel verschillende projecten om wegen op te knappen in de hoofdstad van Jamaica, Kingston, waaronder projecten bij “Three Miles, Constant Spring Road, Hagley Park en Mandela Highway”. De totale kosten van deze projecten zouden ruwweg € 78 miljard euro bedragen.

Daarnaast sloot de Jamaicaanse regering in februari 2017 een lening af van € 333 miljoen euro bij de Chinese export- en importbank, voor de renovatie van 110 kilometer van de “South Coast Highway”, die loopt van de “Harbor View” in Kingston tot “Port Antonio” in Portland, een havenplaats aan de noordoostkust van Jamaica, aldus de Jamaicaanse regering.

“Denken jullie dat het ons niet kan gebeuren, nu we al die mooie lichten en snelwegen hebben?”, zei Mutabaruka.

Momenteel zit Jamaica met een berg schulden. Volgens een artikel van 16 mei van de Jamaicaanse website “DigiJamaica” bedraagt ​​de totale schuld vanaf eind maart ongeveer € 13 miljard euro, verwijzend naar gegevens van het ministerie van Financiën van Jamaica. De buitenlandse schuld van het land is ongeveer € 8,7 miljard euro. Het is niet bekend hoeveel daarvan aan China is verschuldigd.

Chinese belangen in het Caribisch gebied

Naast renoveren van wegen, heeft Peking zwaar geïnvesteerd in Jamaica onder het “One Belt, One Road” -initiatief (OBOR, ook bekend als Belt and Road).
OBOR werd voor het eerst aangekondigd door Peking in 2013 en streeft naar de opbouw van op Peking georiënteerde land- en maritieme handelsnetwerken door infrastructuurprojecten te financieren in heel Europa, Azië, Afrika en recentelijk in het Caribisch gebied en Latijns-Amerika.

Onder het OBOR initiatief, is Peking begonnen met grote investeringen in Jamaica, waaronder een investering van € 626 miljoen euro in “Highway 2000”, Jamaica’s eerste tolweg, overgenomen in 2014 door de China “Harbor Engineering Co.” (een Chinees staatsbedrijf); en de aankoop van de Alpart aluminum raffinaderij in Jamaica, die in het bezit was van een Russische mijnbouw firma. Het Chinese staatsbedrijf Jinquan Iron and Steel kocht het in 2016 voor € 2,6 miljoen euro, volgens de officiële Chinese OBOR-website.

De aankoop van de Alpart-raffinaderij maakt deel uit van China’s wens om gebruik te maken van de rijke Jamaicaanse bauxietafzettingen, een kleirots die kan worden geraffineerd om aluminium te produceren. Jamaica heeft een van ’s werelds grootste afzettingen van het materiaal.

Afgezien van OBOR-inspanningen, bood Peking in juni 2013 een lening aan van € 2,6 miljard euro met gunstige tarieven aan negen Caribische landen, waaronder Trinidad en Tobago en Jamaica, aldus de Chinese financiële website Caixin.

Terwijl Peking beweerde dat zijn investeringen en leningen aan Jamaica in het voordeel zijn van beide landen, konden China’s motieven tussen de regels worden gelezen in een beleidsnota over Latijns-Amerika en het Caribisch gebied die in november 2016 door de centrale regering werd uitgegeven.

In dat document pleitte Peking voor meer militaire samenwerking met de twee regio’s op het gebied van opleiding, handel en technologie. Politiek gezien verklaarde Peking dat het zich zou bezighouden met landen in de regio op basis van het Eén-China-beleid.

Volgens de Chinese Communistische Partij bepaalt het Eén-China-beleid dat zowel het vasteland van China als Taiwan onlosmakelijk “China” zijn en Taiwan op een dag verenigd moet zijn met het vasteland, indien nodig met militaire ingrijpen. Taiwan is echter autonoom met een eigen leger, grondwet en democratisch gekozen regering.

Peking richt haar pijlen door middel van “Financiële diplomatie” op het Caribisch gebied, omdat veel van de diplomatieke bondgenoten van Taiwan zich in deze regio bevinden: Haïti, Saint Kitts en Nevis, Saint Lucia en Saint Vincent en de Grenadines. De Dominicaanse Republiek was de bondgenoot van Taiwan voordat Peking het land onder druk zette om “één China” te erkennen en de banden met Taiwan in mei te verbreken.

Het Amerikaanse ministerie van Defensie, benadrukte in haar jaarlijkse rapport over de ontwikkeling van China’s militaire en veiligheidsdiensten dat China in toenemende mate gebruik maakt van professionele militaire uitwisselingen om haar invloed in de regio op te bouwen en zo de Amerikaanse aanwezigheid te pareren. In het rapport staat dat veel landen in het Caribisch gebied en Latijns-Amerika officieren naar de Chinese “National Defense University” in Peking hebben gestuurd.

Jamaicaanse economie

Op 4 september verscheen er een brief getiteld “China’s kolonisatie van Jamaica” op de Caribische regionale nieuwssite “Caribbean News Now”. In de brief vraagt men ​​zich af hoeveel de Jamaicaanse economie en de Jamaicanen echt hebben geprofiteerd van Chinese investeringen.

Ten eerste huren Chinese investeerders vaak Chinezen in plaats van lokale Jamaicanen om aan Chinese infrastructuurprojecten te werken. De ingevoerde Chinese arbeiders was volgens de brief een van de redenen dat Jamaica’s bruto nationale product geen significante groei liet zien, ondanks alle directe investeringen uit China.

Tussen 2013 en 2017, toen Chinese investeringen binnen begonnen te stromen, schommelde het BNP van Jamaica ongeveer rond de € 12,14 miljard, daalde naar een dieptepunt van € 12 miljard in 2014 en registreerde een hoogtepunt van € 12,5 miljard in 2017.

In maart 2016 vertelde een lokale aannemer anoniem aan “The Gleaner” dat Chinese arbeiders vaak de voorkeur hadden, omdat ze goedkoper waren om in te huren: $ 1 dollar en een kom rijst voor een Chinese arbeider per dag, vergeleken met $ 4 dollar dagloon voor een Jamaicaanse werknemer.

Ook zijn de banen gecreëerd door Chinese investeringen vaak beperkt tot “goedkope ondergeschikte marginale banen in de groothandel en infrastructuurprojecten”, gaf de brief aan.

Chinese bedrijven die in Jamaica hebben geïnvesteerd, hebben de bouwsector gedomineerd, wat de lokale bouwbedrijven onvermijdelijk heeft weggedrukt. In augustus 2017 noemde Peter Bunting, voormalig minister van Jamaica’s Nationale Veiligheid, de Chinese aanwezigheid “een vorm van economische kolonisatie”, aldus een rapport van “The Gleaner”.

Hij zei dat Chinese bedrijven een oneerlijk voordeel hadden, omdat ze door Peking werden gesteund en “vrijwel onbeperkte middelen” hadden.

Door Frank Fang

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN