Kenianen op hun hoede voor China’s One Belt, One Road investeringen

Het 2018 Forum over Chinees-Afrikaanse samenwerking in Peking kreeg aan het einde van vorige week veel publiciteit toen Peking 51,8 miljard euro aan hulp en leningen had toegezegd aan Afrikaanse landen. Maar achter de fanfare schuilen sociale en economische problemen waarmee Afrikaanse landen worden geconfronteerd als gevolg van Chinese investeringen. Zoals het geval is in Kenia, dat probeert zijn infrastructuur te moderniseren, zelfs terwijl de schuldenlast van de natie de pan uit rijst.

Met een Keniaanse overheidsschuld van ongeveer 43,7 miljard euro is president Uhuru Kenyatta bekritiseerd voor het onverantwoord lenen van Peking, volgens een artikel van 5 september jl. in Kenia’s grootste onafhankelijke krant, Daily Nation. Om een deel van die schuld te verlichten, vroeg Kenyatta in Peking aan China om de kosten van 3,3 miljard euro te splitsen voor het bouwen van de volgende fase van de Standard Gauge Railway (SGR) in 50 procent leningen en 50 procent subsidies, meldde Daily Nation.

Als China bereid is de helft van de rekening voor de volgende fase van de SGR te betalen in de vorm van subsidies, zei Kenyatta, zouden belastingbetalers in zijn land slechts de helft van de rekening oftewel 1,9 miljard euro, hoeven te betalen.

Volgens een ander recent artikel van Daily Nation, waarin werd verwezen naar een onderzoek van marktonderzoeker Ipsos Synovate dat werd uitgevoerd tussen 25 juli en 2 augustus jl., beschouwen veel Kenianen China als de grootste bedreiging voor de economische ontwikkeling van hun land.

Onder de ondervraagden ziet 26 procent China als een bedreiging voor de ontwikkeling van Kenia, terwijl 38 procent gelooft dat de relatie tussen Kenia en China tot banenverlies zal leiden. Nog eens 25 procent denkt dat de Keniaanse economie te lijden zal hebben door de invoer van goedkope Chinese goederen, terwijl 8 procent gelooft dat de corruptie in Kenia zal toenemen door de invloed van China.

Corruptie is een van de zorgen die zijn geuit in een rapport dat op 7 maart jl. werd gepresenteerd tijdens een hoorzitting van een Amerikaanse subcommissie over Afrika en wereldwijde mensenrechten.

Het rapport geeft aan dat sommige contracten, getekend door China en topfunctionarissen van de Keniaanse regering, verdacht zijn, versoepeld door steekpenningen en andere extraatjes zoals volledig betaalde winkelreisjes naar
China en verstrekte studiebeurzen aan de Keniaanse elite.

“China speelt een grote rol bij het corrumperen van leiders en het behalen van zakelijke voordelen in Afrika middels corruptie, vooral in Kenia”, aldus de krant.

Valkuil aan Schulden

Kenia’s schulden aan China zijn de laatste jaren explosief gestegen, volgens de Keniaanse media. Volgens een artikel van de Keniaanse nieuwssite Kenyans.co.ke op 21 augustus, bedroeg de schuld aan China in 2017 4,1 miljard euro, een stijging van 52,8 procent ten opzichte van het voorgaande jaar, en zeven keer zo veel als in 2013, verwijzend naar gegevens van het Kenya National Bureau of Statistics. Dit zal verder groeien als Kenia tot het tweede deel van fase twee van de SGR overgaat.

De oplopende schulden hebben sommige Keniaanse experts ongerust gemaakt. In een opinieartikel van afgelopen mei in de Daily Nation waarschuwd Jaindi Kisero, een voormalig hoofdredacteur bij Nation Media Group, het grootste onafhankelijke mediahuis in Oost- en Centraal-Afrika, dat het land in een valkuil aan schulden kon vallen, vergelijkbaar met wat er met Sri Lanka is gebeurd.

“De Chinezen zullen je gemakkelijk leningen voor infrastructuur verstrekken, maar je zult het uitknijpen pas beginnen te voelen wanneer de tijd van het aflossen is gekomen – en je je beseft dat je economie niet genoeg geld genereert om het terug te betalen”, schreef Kisero. Hij voegde eraan toe dat Kenia in 2018 ongeveer 223 miljoen euro aan schulden aan China moet betalen, en ongeveer het jaar erna 702 miljoen euro, daarbij verwijzend naar gegevens van de Keniaanse National Treasury.

Kisero concludeerde: “Kenia moet niet worden geleid naar vernedering zoals dat bij de Sri Lankanen gebeurden.”

Sri Lanka heeft de controle over zijn belangrijkste zuidelijke haven in Hambantota in december 2017 overgedragen, nadat China daar een One Belt, One Road (OBOR) project financierde. Sri Lanka kon de geleende 5,2 miljard euro niet terugbetalen en heeft de schuld omgezet in eigen vermogen.

Eric Wamanji, een public relations- en communicatiedeskundige, waarschuwde augustus in een opiniestuk in de Daily Nation voor Chinese leningen, niet alleen die aan Kenia, maar ook aan andere ontwikkelingslanden.

“China is een calculerend financier. De meeste van haar leningen hebben als onderpand strategische activa zoals mineralen of zeehavens”, schreef Wamanji. In Congo bijvoorbeeld, verwierf China mijnbouwrechten op koper en kobaltvoorraden – cruciale materialen voor de ontwikkeling van de nieuwe Chinese voertuigenindustrie – na jaren van investeringen in de Centraal-Afrikaanse natie.

“Wanneer staten hun leningen niet aflossen, geeft dit China de vrijheid om zich activa toe te eigenen, en zelfs grondgebied, in plaats van de terugbetalingen”, voegde Wamanji eraan toe.

De SGR maakt deel uit van China’s One Belt, One Road (OBOR, ook bekend als Belt and Road), het enorme investeringsinitiatief van Peking met landen in Azië, Europa, Afrika en Latijns-Amerika. Kenia wordt beschouwd als een strategisch punt in de maritieme handelsroute die is uitgestippeld in OBOR plannen. Deze loopt van China via Vietnam, Maleisië, Indonesië, Sri Lanka, Kenia en Griekenland ten slotte naar Italië.

Om zijn OBOR initiatief te promoten, beweert Peking dat zijn projecten banen creëren voor de lokale bevolking. Het tegenovergestelde blijkt vaak waar.

Publieke Protesten

In oktober van 2014 blokkeerden Keniaanse jongeren een deel van een snelweg in Voi, een stad in het district Taita-Taveta in Zuid-Kenia, om te protesteren tegen het bedrijf ‘China Roads and Bridges Company’. De door Peking gecontracteerde Chinese firma had volgens Daily Nation buitenlanders ingehuurd in plaats van lokale krachten om een gedeelte van de SGR te bouwen.

Hetzelfde bedrijf was ook het doelwit van een ander protest in dezelfde stad in mei 2017. Volgens Daily Nation protesteerden lokale jongeren tegen discriminatie van de lokale bevolking bij het inhuren van personeel.

Fase één van de SGR is een spoorlijn van ongeveer 480 kilometer die de hoofdstad Nairobi met de kustplaats Mombasa verbindt. Deze werd door middel van Chinese financiering gebouwd voor een kostprijs van 2,75 miljard euro. In juni 2017 werd het volgens Reuters ingewijd. De Chinese staatsbank Export-Import Bank of China betaalde 90 procent van de kosten en de Keniaanse overheid betaalde de resterende 10 procent.

Het eerste deel van fase twee, een spoorweg van ongeveer 120 kilometer die Nairobi verbindt met Naivasha ten noordwesten van Nairobi, is momenteel in aanbouw.

Uiteindelijk zal Mombasa dienen als een handelspoort in Oost-Afrika, omdat de SGR verbinding zal maken met spoorwegen in Oeganda, Rwanda, Burundi, Democratische Republiek Congo, Zuid-Soedan en Ethiopië.

Het tweede deel van fase twee – met een prijskaartje van 3,3 miljard euro – is een spoorweg die Naivasha verbindt met Kisumu, een havenstad aan het Victoriameer. Deze watermassa wordt begrensd door drie landen: Oeganda, Kenia en Tanzania.

Door Frank Fang, Epoch Times

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN