Koninkrijk van het nepnieuws: Een onderzoek naar de propagandacampagne van Peking tegen Falun Gong

Te midden van alle discussies over vermeend nep nieuws is er in de media geen consensus over wat nep nieuws nou precies inhoudt.

Dit debat raakt steeds meer verhit. Pleidooijournalistiek groeit met de dag en dat is een zorgwekkende ontwikkeling. Critici beweren echter dat er in onze open samenleving nog steeds verschillende stemmen kunnen worden gehoord,  met name op ‘social media’ platforms.

Maar weinigen geloven nog dat een gemiddelde Amerikaan het ware nieuws van het valse en verderfelijke kan onderscheiden. Zoals de Fransman Alexis de Tocqueville (1805-1859) anderhalve eeuw geleden al opmerkte: “Ik ken geen enkel land waar zo weinig geestelijke onafhankelijkheid en echte vrijheid van discussie heerst als Amerika”.

Het meest schrijnende probleem is echter de invloed van de buitenlandse propaganda op die Amerikaanse bodem. Ondanks alle mediaberichten over de inmenging van Rusland in de verkiezingen, is het China dat subtiel en heimelijk de toon aangeeft.

Nep nieuws is niets nieuws in de Volksrepubliek China; het is onderdeel van het dagelijkse leven van de 1,4 miljard Chinezen.

In navolging van de voormalige Sovjet-Unie richtte de Chinese Communistische Partij (CCP) al in mei 1924 haar eigen Ministerie van Propaganda op, dat tijdens de woelige jaren van de Culturele Revolutie (1966-76) werd opgeschort en in oktober 1977 werd verder ging.

Vandaag de dag heeft het ministerie niet alleen het monopolie op de ether en het drukwerk, maar ook op het internet; allemaal met het doel de geesten van de massa te controleren, of, preciezer gezegd, het volk tot slachtoffer van het Stockholmsyndroom te transformeren.

De inspanningen van de CCP om de publieke opinie binnen en buiten China over de spirituele praktijk Falun Gong te modelleren, is een vertoon van het hele spectrum aan mediamanipulatietechnieken en een handzame case study over nep nieuws in zijn meest extreme vorm.

Een grote groep aanhangers van Falun Gong doen hun oefeningen in Shenyang City, China, voordat de vervolging van de praktijk begon. (Minghui.org)

De CCP prijst Falun Gong aanvankelijk

Van alle mediacampagnes van de CCP is de aanval op Falun Gong, ook bekend als Falun Dafa, het meest hardvochtig en het doet denken aan de tijden van de culturele revolutie en haar propagandakruistochten.

Falun Gong, dat in 1992 voor het eerst in het openbaar werd onderwezen door de oprichter, de heer Li Hongzhi, stamt uit de Boeddha school en kent twee kerndelen: vijf meditatieve oefeningen en de principes van waarheid, mededogen en verdraagzaamheid.

Passend in het boeddhistische geloofssysteem stelt deze praktijk van geest en lichaam, dat beoefenaars, die nauwgezet deze morele principes volgen en de oefeningen trouw doen, zelfrealisatie en verlichting kunnen bereiken.

Aanvankelijk wendde de CCP de staatsmedia aan om Falun Gong te prijzen vanwege de positieve effecten op de gezondheid en de verbetering van de moraliteit in de samenleving. Meer bekende media die hierbij ingezet werden waren onder andere:  China Central TV (1993 & 1998), People’s Public Security Newspaper (1993), Qigong & Science Journal (1993), Beijing Daily (1996 & 1998), Medicine & Health Newspaper (1997), Hong Kong TV (1998).

Op 24 november 1998 zond Sjanghai TV (STV) beelden uit van plaatselijke bewoners die Falun Gong oefeningen in het park beoefenden en rapporteerde: “Vanochtend kwamen bijna 10.000 Falun Gong beoefenaars de oefeningen doen…”

“Inmiddels heeft Falun Gong door vrijwilligers gerunde oefenplaatsen in het hele land, waaronder Hong Kong, Macau en Taiwan en verder ook in Europa, Noord-Amerika, Australië en andere Aziatische landen. Er zijn ongeveer 100 miljoen mensen die Falun Dafa beoefenen.”


Voormalig Chinees dictator Jiang Zemin in de Grote Zaal van het volk in Peking, China op 8 november 2012. (Feng Li/Getty Images)

Het leiderschap in Peking wordt vijandig

Falun Gong sprak de CCP aanvankelijk aan als methode om gezond te blijven. Volgens een artikel in US News & World Report van februari 1999 zei een hoge ambtenaar van het Chinese Sport Comité: “Falun Gong en andere soorten qigong kunnen ieder persoon zo’n 1.000 yuan aan jaarlijkse medische kosten besparen. Als 100 miljoen mensen het zouden beoefenen, dan bespaart dat 100 miljard yuan [13,2 miljard euro] per jaar aan medische kosten. Premier Zhu Rongji is daar erg blij mee. Het land kan dat geld wel gebruiken.”

Sinologen hebben opgemerkt, dat voor de CCP de snelle groei van Falun Gong als een verrassing kwam, die zich vrijwel onder haar neus afspeelde. Jiang Zemin, het toenmalige hoofd van de partij, beschouwde die groei als een existentiële bedreiging.

China, als communistische staat, staat immers geen enkele onafhankelijke organisatie toe, tenzij de partij deze controleert. Bovendien druisen Falun Gongs boeddhistisch aandoende voorschriften van waarheid, mededogen en verdraagzaamheid in tegen de doctrines van de CCP; atheïsme, klassenstrijd en gewelddadige revolutie.

Mao Zedong, de oprichter van de CCP, heeft er ooit op gewezen, dat er “om de zeven à acht jaar” politieke campagnes moeten plaatsvinden. Waarom? De echte reden is, dat de Partij periodiek een nieuwe vijand nodig heeft om de door de Partij gekoesterde Orwelliaanse samenleving nieuw leven in te blazen.

Alle communistische regimes hebben drie gemeenschappelijke kenmerken: 1) heerschappij door geweld en angst, 2) controle over informatie; 3) beheersing van het denken door communistische ideologie. De mediastrategie van de CCP omvat: laster, informatiemanipulatie,  misleiding en censuur.

Op 20 juli 1999 kondigde Jiang zijn besluit aan om Falun Gong uit te roeien. Drie maanden daarvoor – op 25 april – hadden zo’n 10.000 Falun Gong beoefenaars een publiekelijk beroep ingediend bij het Zhongnanhai complex, de zetel van het hoofdkwartier van de CCP in Peking, met als doel juridische erkenning en het verkrijgen van bescherming.

Helaas was Jiang niet onder de indruk. Hij richtte een buiten de wet staande, Gestapo-achtige dienst op, het 6.10 Bureau, om een landelijke vervolgingscampagne van Falun Gong te leiden.

Er vonden massa-arrestaties van Falun Gong beoefenaars plaats terwijl alle vormen van door de staat geleide propagandamachines een “huiskameroorlog” begonnen tegen Falun Gong en zijn oprichter. Het gebruikelijke avondnieuws van een half uur op CCTV werd omgetoverd tot een één uur durende special om Falun Gong te demoniseren en de eerdere positieve woorden voor deze meditatie praktijk te ontkrachten.

Het 6.10 Office vaardigde een reeks decreten uit, waarmee alle sectoren van de maatschappij, inclusief de onderwijsinstellingen van de basisschool tot aan de universiteiten, werden geïnstrueerd deel te nemen aan de zogenaamde “anti-cultus”-campagne.

Om Falun Gong als cultus te verketteren, creëerde het Ministerie van Propaganda 1400 “zelfmoordgevallen”, die Falun Gong in de schoenen werden geschoven, terwijl ze in feite door niet-beoefenaars gepleegd waren. Mensen die China al lang in de gaten houden ervoeren deze mediatruc als onvoorstelbaar en verwerpelijk.

Ten eerste is het bekend dat Falun Gong, net als andere stromingen uit de Boeddha School, elke vorm van moord, inclusief zelfmoord, verbiedt. Ten tweede bestond Falun Gong al sinds 1992 en werd er geen enkel geval van zelfmoord bij Falun Gong gemeld in China, totdat het Propagandaministerie na aanvang van de onderdrukking van de praktijk in juli 1999 plotseling met deze cijfers op de proppen kwam. Ten derde wordt Falun Gong in meer dan 70 landen over de hele wereld beoefend, maar tot op de dag van vandaag zijn alleen in China deze zelfmoordgevallen gemeld.

Een screenshot van een CCTV-rapport over de geënsceneerde zelfverbranding van Falun Gongbeoefenaars op het Tiananmen plein op 23 januari 2001. (Screenshot/CCTV)

Zelfmoord enscenering op het Plein van de Hemelse Vrede

Het meest beruchte verhaal is misschien wel het zogenaamde zelfverbrandingsincident op het Plein van de Hemelse  Vrede op 23 januari 2001, dat volgens een aantal westerse journalisten door de Chinese autoriteiten was gefabriceerd.

Terwijl het Propagandaministerie van de CCP beweerde dat vijf Falun Gong beoefenaars probeerden “de hemel te betreden” door middel van zelfverbranding op het Plein van de Hemelse Vrede, merkte de internationale gemeenschap op dat de officiële lezing van de gebeurtenissen niet strookte met de feiten.

Alleen de staatsmedia kregen toegang tot de vermeende ‘Falun Gong-slachtoffers’, terwijl de internationale pers en ook de familieleden van de slachtoffers belemmerd werden contact met hun op te nemen.

Het Ministerie van Propaganda beval al haar mediakanalen dit incident als voorpagina nieuws te publiceren, totdat, op 4 februari 2001, de Washington Post een onderzoeksrapport publiceerde, “Menselijk Vuur ontsteekt Chinees Mysterie”, waarin een van de vermeende slachtoffers, een vrouw genaamd Liu Chunling, werd omschreven als “werkzaam in een nachtclub, [en] geld aannam om mannen gezelschap te houden” – gedrag wat ver afwijkt van de morele standaard van de Falun Gong beoefenaars. Geen van haar buren had haar ooit Falun Gong zien beoefenen.

Nog gênanter voor de autoriteiten in Peking was het feit dat een CNN-producent ter plaatse er later op wees dat er geen kinderen te zien waren onder de vijf zelfverbranders, terwijl alle Chinese staatsmedia al hadden gemeld dat de 12-jarige Liu Siying er een van was.

Een internetcafé in Peking, China, op 3 juni 2009. (LIU JIN/AFP/Getty Images)

CCP richt Internet-Firewall op

Om te voorkomen dat de massa toegang zou hebben tot waarheidsgetrouw nieuws, heeft de CCP zijn censuur van het internet sinds 2000 versterkt, waardoor het grootste firewall systeem ter wereld is ontstaan als onderdeel van het “Gouden Schild Project”. Het zal niet verbazen dat alle Falun Gong-gerelateerde websites ook geblokkeerd zijn, met inbegrip van de MIT (Massachusetts Institute of Technology) website op een bepaald moment, omdat de MIT Falun Dafa Club erop stond.

Uit een studie van Harvard uit 2016 blijkt: “De Chinese overheid wordt er al langer van verdacht om maar liefst twee miljoen mensen in te huren om heimelijk grote aantallen pseudoniemen en andere misleidende teksten aan de stroom van echte sociale mediaberichten toe te voegen, alsof het om ware meningen van gewone mensen gaat….Wij schatten dat de overheid jaarlijks ongeveer 448 miljoen sociale media commentaren creëert en plaatst.”

Deze online commentatoren worden ook wel “de 50 cent partij” genoemd omdat ze naar verluidt 50 cent per bericht worden betaald. Het aanzetten tot haat, het verspreiden van desinformatie en het promoten van staatspropaganda tegen Falun Gong is hun taak.

Ondanks het feit dat het beleid van de CCP inzake de vervolging niet is veranderd, heeft Peking de afgelopen jaren de mediacampagne tegen Falun Gong gestaakt.

Chinadeskundigen hebben geconstateerd dat de propaganda van Peking tegen Falun Gong zowel in eigen land als in het buitenland is mislukt vanwege zijn mensonterende mensenrechtenschendingen van Falun Gong aanhangers.  Met name de gruwelijke orgaanoogst van opgesloten Falun Gong beoefenaars sinds 1999, die sinds 2006 in de media aan het licht kwam, heeft de mogelijkheid van de CCP haar propaganda tegen Falun Gong hard te maken, geschaad.

De laatste jaren hebben de beïnvloedingscampagnes van Peking via overzees mediabereik echter een nieuwe hoogte bereikt. Behalve grote mediakanalen zoals China Daily (People’s Daily buitenland editie) en CCTV-4 (CCTV’s buitenland kanaal), is China van plan om rond 2020 wereldwijd 1.000 Confucius Instituten te hebben opgericht.

Canada’s McMaster University zag zich genoodzaakt haar Confucius Instituut in 2013 te sluiten in verband met een discriminatiezaak, waarbij Sonia Zhao, een in 2010 ingehuurde docent, een contract moest ondertekenen dat ze geen Falun Gong mocht beoefenen.

Om de buitenlandse beïnvloeding tegen te gaan, gaf het Amerikaanse ministerie van Justitie vorig jaar opdracht aan Xinhua News Agency en China Global Television Network (voorheen CCTV), de twee grootste mediakanalen van Peking in Amerika, om zich als buitenlandse agentschap of lobbygroep te laten registreren.

Terwijl de media van Peking de vrijheid heeft om wereldwijd de communistische boodschap uit te dragen, worden de westerse media in China zwaar gecensureerd. Google, Facebook, Twitter, YouTube en vele andere populaire websites worden in China geblokkeerd. Toch is het Chinese staatsmedia toegestaan om Facebook- en Twitter-accounts er op na te houden om de ideeën van hun partij-staat te promoten.

Erger nog, sommige westerse technologiebedrijven hebben vrijwillig de zogenaamde gelofte van zelfcensuur ondertekend om samen te werken met de censuur autoriteiten van Peking.

Zij voeren zelfcensuur uit om politiek gevoelige woorden te filteren, zoals Falun Gong en het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede in 1999. Zo host Apple Inc. nu bijvoorbeeld de iCloud-accounts van Chinese gebruikers in een datacenter in China, met de verklaring dat ze hiermee voldoen aan de lokale wetgeving, ondertussen verschaffen ze Big Brother in China een gemakkelijke toegang tot de gebruikersdata.

Zoals George Orwell in 1984 schreef: “Als het denken de taal corrumpeert, kan taal ook het denken corrumperen.” In een communistische samenleving dienen media als propagandamiddel om de geest te beheersen. Wanneer Peking de vrije hand heeft om berichten de hele wereld in te sturen, die door de rechtvaardiging van censuur en onderdrukking onze gemeenschappelijke menselijkheid ondermijnen, kunnen onschuldige mensen misleid worden, en kunnen dit soort zelfzuchtige leugens als waarheid worden aangenomen.

Wat de wereld meer dan ooit nodig heeft, is waarheidsgetrouwe informatie en het recht op vrijheid van geweten, meningsuiting en samenkomen. De dichter en geleerde John Milton verwoordde dit het beste in een toespraak in 1644 voor het Engelse parlement en later in het pamflet “Areopagitica”: “Geef mij, boven alle vrijheden, de vrijheid om te weten, te spreken en vrijuit te argumenteren naar eer en geweten.”

Door Peter Zhang

Peter Zhang is een onderzoeker van de politieke economie in China en Oost-Azië. Hij is afgestudeerd aan de Beijing International Studies University, Fletcher School of Law and Diplomacy en Harvard Kennedy School als gezel in de vrijmetselarij.

Meningen in dit artikel zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijk die van de Epoch Times.

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN