Luchtkwaliteit normen in de V.S. veranderen continu

Mijn collega Steve Milloy is de admin van de van onschatbare waarde zijnde, ‘gezond verstand’ website Junk Science. Hij stuurde me vorige week een link naar een persbericht van de Center for Biological Diversity (CBD). Het onheilspellende persbericht van de CBD haalt een studie aan die beweert aan te tonen dat de “kolencentrale van de Universiteit van North Carolina  astma-veroorzakende vervuiling spuwt”.

Wetende dat ik al 35 jaar mee draai als expert in luchtkwaliteit in mijn dagelijks werk, vroeg Milloy mijn mening over deze studie. Het antwoord formuleer ik in de legendarische woorden die Milloy ooit bedacht; dit is weer zo’n voorbeeld van “Bangmakerijvervuiling”.

In hun persbericht, beschrijft de CBD de emissie van de kolencentrale bij UNC-Durham in de zo typerende hysterie die milieubewegingen gebruiken als ze oproepen tot actie.

De emissies van de UNC zijn zogenaamd “gevaarlijk” en “toxisch” en ze “overschrijden de normen van de Clean Air Act” in ernstige mate. Perrin de Jong, omschreven als de huis-advocaat van CBD, waarschuwde dat voortzetting van de activiteiten van de de kolencentrale “betekent dat studenten, personeel en de faculteit blootgesteld worden aan luchtvervuilingsniveaus die gevaarlijke astma aanvallen kunnen veroorzaken, longen kunnen ontsteken en zelfs mensen kunnen doden.

Deze angstaanjagende conclusies zijn gebaseerd op een studie uitgevoerd in opdracht van het CBD door Lindsey Meyers, die zichzelf beschrijft als een adviseur met een master in geografie (2012) van de Northridge universiteit uit Californië. Zijn studie is getiteld: “Air Dispersion Modeling Analysis for Verifying Compliance of Allowable Emissions with the One-Hour SO2 and NO2 NAAQS: UNC Manning and Cogeneration Power Plants”.

Voordat we in de materie van de studie duiken is even wat achtergrond van belang.

De afkortingen eerst:

SO2: Zwaveldioxide, een vervuiler die vooral wordt geassocieerd met zure regen. SO2 Emissies in de V.S., zijn de afgelopen 40+ jaar zoals zo ongeveer alle luchtvervuilende stoffen enorm gedaald.

NO2: Stikstofdioxide, een vervuiler die wordt geassocieerd met ademhalingsproblemen. NO2 emissies in de V.S. zijn ook enorm gedaald de afgelopen vier decennia, en de industriële uitstoot, zoals van kolencentrales, maken nu nog maar een klein deel uit van de totale emissies in de VS. NO2 emissies zijn een fractie van de stikstofoxide (NOx) emissies die door sommigen aan astma worden verbonden.

NAAQS: De Amerikaanse nationale standaarden voor omgevingsluchtkwaliteit. Deze zijn in de praktijk de officiële definitie van de Amerikaanse EPA (Environmental Protection Agency) voor “schone lucht” met betrekking tot de zes vervuilers uit de NAAQS; zwaveldioxide, stikstofdioxide, koolstofmonoxide, ozon, fijnstof en lood. Deze vervuilers  zijn de meest voorkomende -met uitzondering van lood- en de gevolgen worden meestal beschreven als chronisch, en niet als acuut. De vervuilers met directe gevolgen, worden in Amerika apart gereguleerd als gevaarlijke luchtvervuilers in sectie 112 van de Clean Air Act.

Veranderende doelstellingen

Bij het vaststellen van een NAAQS standaard voor een bepaalde verontreinigende stof, kijkt de EPA naar het mogelijke effect op de menselijke gezondheid en milieu, van concentraties vervuilende deeltjes  in de lucht die we inademen. Deze NAAQS standaarden, veranderen echter.

Terugkijkend blijkt dat de EPA, zodra het grootste deel van de V.S. de NAAQS standaard voor een bepaalde vervuilende stof heeft bereikt, de lat simpelweg hoger heeft gelegd. Dit gebeurt op basis van de claim achteraf dat de oude NAAQS standaard onvoldoende bescherming bood voor de gezondheid van de mens en het milieu. Dit rechtvaardigde dus de implementatie van een nieuwe, striktere NAAQS standaard. Dit was in Amerika gebruikelijk bij zowel de Democratische als de Republikeinse regeringen.

In 2010 implementeerde de EPA, tijdens Obama, de meest strikte NAAQS standaarden voor NO2, SO2 en PM-2,5 fijnstof, die ooit werden overwogen. Het waren, en zijn, belachelijke normen, ze eisen een niveau van puurheid die iemand met smetvrees niet zou halen. Er zijn veel goede mensen die werken voor de EPA, en velen van hen zullen privé – maar nooit publiekelijk – erkennen dat de nieuwe NAAQS standaarden ontworpen waren om te falen.

Het was een subtiele maar briljante manoeuvre ontworpen om kolen voor de eeuwigheid om zeep te brengen. Ik ben er moreel zeker van dat het daarvoor berekend is door president Barack Obama en zijn milieudirecteur in die tijd: ware gelovige Lisa Jackson. De locus van de strategie was het punt waar Meyer op stuitte – of misschien opzocht – ik weet niet welke van de twee: dispersiemodellering.

Als een nieuw project, volgens de EPA-regels, groot genoeg is, moet het computerdispersiemodellering uitvoeren om aan te tonen dat de emissies van het voorgestelde project nooit een NAAQS, van welke stof dan ook, zullen schenden. Vrijwel elke nieuwe kolengestookte elektriciteitscentrale zou groot genoeg zijn om de modelleringseis in effect te doen gaan.

Door de SO2, NO2 en PM-2.5 NAAQS belachelijk laag te stellen, heeft de EPA ervoor gezorgd dat geen enkele voorgestelde nieuwe kolencentrale, hoe energie-efficiënt of goed geregeld ook, ooit door de modellering zou kunnen komen. Het spel is bij voorbaat gewonnen.

Meyers ontdekte de keerzijde van de onmogelijke normen: pas ze toe op een bestaande producent en speel het juiste modelleringsspelletje en je kunt bijna elke gewenste bron veroordelen. We kunnen de volgende stappen uitvoeren voor elke verontreinigende stof in verband met UNC-Durham, maar laten we de NO2-emissies als voorbeeld gebruiken.

De data

De EPA publiceert om de drie jaar officiële landelijke emissiegegevens als de nationale emissie-inventaris (NEI). De NEI identificeert de bronnen van alle luchtverontreinigende emissies en de hoeveelheden luchtverontreinigende stoffen die ze uitstoten. De laatste officiële publicatie van de NEI dateert van 2014 (de gegevens van 2017 worden nog steeds gecontroleerd).

Volgens de NEI van 2014 daalde de totale NOx-uitstoot in de staat North Carolina van ongeveer 700.000 ton per jaar in 2002 tot iets meer dan 300.000 ton per jaar in 2014. De meeste van die NOx-emissies houden verband met mobiele bronnen – auto’s, vrachtwagens en dergelijke- ongeveer 216.000 ton in 2014. De UNC-Durham-campus droeg minder dan 300 ton aan NOx-emissies bij in 2014, minder dan 0,1 procent van het totaal van de gehele staat. Als iemand oprecht en onbevooroordeeld geïnteresseerd is in het grote milieubeeld, is UNC-Durham een ​​hele kleine vis in de vijver.

Wat ik hiermee wil aantonen is dat Meyers vrijwel overal in Noord-Carolina binnen een steenworp afstand van welke verbrandingsbron dan ook dezelfde test kon uitvoeren en hetzelfde resultaat kon bereiken: de bron zal altijd in strijd zijn met de belachelijke NO2-NAAQS standaarden.

Ik heb deze tests uitgevoerd met barbecues in de achtertuin, op hout gestookte haarden, op aardgas gestookte generatoren en andere alledaagse bronnen. Het resultaat is vrijwel altijd hetzelfde: de concentraties verontreinigende stoffen overschrijden de huidige NAAQS standaarden aanzienlijk op één of meer criteria.

Gezien het feit dat de emissiewaarden van vervuilende stoffen zo snel zijn gezakt in Amerika, en gezien het feit dat het voor een verbrandingsbron bijna onmogelijk is om de soort test die Meyers voorstelt, te doorstaan, en gezien het feit dat er geen correlatie is tussen het toenemen van astma gevallen in de Verenigde Staten en dalende luchtvervuilingspercentages in dezelfde periode, is het misschien tijd om te stoppen met het demoniseren van fossiele brandstoffen?

Ik zeg het alleen…

Door Richard Trzupek van het Heartland Instituut

De meningen in dit artikel zijn de opinies van de schrijver en komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de die van de Epoch Times.

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN