Mannen en vrouwen: Enkele ongemakkelijke waarheden

Mannen en vrouwen zijn verschillend. Die verschillen maken het verschil. Doen alsof het anders is heeft gevolgen voor beide geslachten en voor een vrije samenleving; het ontkent de realiteit. Door het dwingen van mannen en vrouwen om zich te gedragen volgens de dictaten van de politieke correctheid en de progressiviteit van bedrijven worden we juist minder vrij, en niet meer.

Biologie en gedrag

Sommige “progressieven” geloven dat er geen belangrijke biologische verschillen zijn tussen mannen en vrouwen buiten het “afvoerkanaal”. Volgens hen moeten jongens en meisjes op dezelfde manier worden opgevoed; verschillende sociale normen en verwachtingen voor mannen en vrouwen moeten worden uitgewist.

De veronderstelling is dat de biologische basis van het menselijk gedrag voor mannen en vrouwen grotendeels hetzelfde is. De opvallende verschillen die we in alle samenlevingen en in alle tijden zien, zijn “slechts cultureel”. Cultuur, zo wordt gesuggereerd, is iets dat losstaat van ons lichaam en onze biologie, een blanco lei waarop heersers en culturele elites bijna alles kunnen schrijven wat ze willen en waar de bevolking het mee eens kan zijn of zich aan over kan geven.

Het resultaat van deze opvatting zou zijn dat sociale verschillen tussen de geslachten – bijvoorbeeld de verschillen in bijdragen van een man en vrouw aan betaald en huishoudelijk werk – zouden afnemen of verdwijnen. Het aandeel vrouwen dat partner zou worden in vooraanstaande advocatenkantoren of ingenieurs of leden van raden van bestuur, zou gelijk worden aan dat van mannen. Vrouwen zouden als partners de voorkeur geven aan mannen die gelijkmoedig zijn, met dezelfde of zelfs lagere verdiensten dan zij, en mannen zouden geen voorkeur hebben voor jongere vrouwen.

Niets van dit alles gebeurt echter in het echte leven, althans niet zonder dwangmaatregelen en sterke stimuli.

Zelfs op het niveau van genen lijken de verschillen groter en talrijker te zijn dan ooit werd aangenomen. Ze kunnen niet worden teruggebracht tot het verschil in geslacht-chromosomen – X en Y bij mannen in tegenstelling tot twee X-chromosomen bij vrouwen – en een paar honderd andere genen die ze beïnvloeden. Recent onderzoek suggereert dat een derde van onze 20.000 eiwit coderende genen – genen die eiwitten maken die een grote verscheidenheid aan taken uitvoeren – zich heel anders gedragen bij mannen en vrouwen.

Maar we hoeven niet afhankelijk te zijn van zo’n genetisch onderzoek. We kunnen kijken naar het natuurlijke experiment van de moderne samenlevingen die sterk verschillen in de mate waarin mannen en vrouwen gelijk worden behandeld. Daar zien we dat als samenlevingen – ondersteund door beleid en veranderende culturele normen – de gelijkheid tussen de geslachten benadrukken, de voorkeuren van de vrouwen zelf anders zijn dan die van de mannen.

Gelijke samenleving

Een recente studie uit Denemarken suggereert dat wanneer andere belemmeringen voor economische gelijkheid tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt worden weggenomen of verzacht, de resterende verschillen tussen de geslachten er alleen zijn tussen moeders en vaders, niet tussen mannen en vrouwen in het algemeen. Dat heeft te maken met de dynamische effecten van kinderen, of de “kinderstraf”, zoals de auteurs het noemen.

Vrouwen besteden minder tijd aan het personeel en meer tijd aan het gezin. Ze geven ook de voorkeur aan mensgerichte, maar lager betaalde carrières zoals lesgeven in vergelijking met bijvoorbeeld techniek. Binnen goed betaalde beroepen zoals in de rechten of geneeskunde kiezen ze onevenredig veel voor mensgerichte en vooral kindgerichte (maar ook lager betaalde) domeinen als familierecht in plaats van ondernemingsrecht, of kindergeneeskunde of huisartsgeneeskunde in plaats van chirurgie.

Bovendien, naarmate naties meer gelijkheid vertonen en de status en veiligheid van vrouwen toeneemt, wordt de kloof tussen de geslachten in de keuze van wetenschap, technologie, techniek en wiskunde ook groter. Vrouwen worden vrijgelaten om deze velden te vermijden.

Zelfs jonge vrouwen die een uitstekende opleiding hebben genoten, goed worden begeleid en zich aansluiten bij vooraanstaande advocatenkantoren waar ze hard werken, hebben de neiging om op vijfentwintig of op bijna dertigjarige leeftijd te stoppen. Ze willen en kiezen een leven dat meer op kinderen en gezin gericht is. Linda Hirshman, een gepensioneerde arbeidsrecht advocaat en hoogleraar, schreef een manifest waarin ze dit fenomeen erkende en betreurde en zulke vrouwen uitschold voor de ondankbare verkwisting van hun opleidingen, carrières en levens.

Zelfs nog meer frustrerend voor feministen, een ander onderzoek toont aan dat vrouwen, inclusief feministen, de voorkeur geven aan mannen die ridderlijk zijn – of, met de ideologische term van liberale psychologen geldt dat voor de mannen die de vrouwen eerst door de deur laten passeren, “welwillende seksisten”. Ze geven de voorkeur aan zulke “welwillende seksistische” mannen boven degenen die “niet-seksistisch” en politiek correct zijn. Ze geven er ook de voorkeur aan dat mannen meer verdienen dan zij.

Zowel Hirshman als de Deense studie zagen het resulterend vanuit de eigen keuze van de vrouw – wanneer de andere obstakels voor gelijkheid waren weggenomen. In plaats te aanvaarden dat dit hun keuzes waren en als zodanig gerespecteerd moesten worden, gaven ze de vrouwen en hun moeders de schuld van het in stand houden van een houding die de prestaties van vrouwen en gelijkheid op de arbeidsmarkt in de weg stond.

Deze benadering tracht de vrouwelijke voorkeuren te veranderen, waarvan wordt gesteld dat ze achterhaald zijn door die van de verlichte elite. Dit is een gebruikelijke reactie onder progressieve zakenleden en feministen. Het maakt het gezin systematisch ondergeschikt aan de markt, en de behoeften van kinderen ondergeschikt aan de doelstellingen van werkgevers en de druk van feministen.

Sommige beleidsmaatregelen trachten werk en gezin te harmoniseren door middel van “gezinsvriendelijke” maatregelen zoals kinderopvang voor jonge kinderen, werken gericht op ouders, flexibele werktijden en dergelijke. Andere doen dit middels “gender neutraliserende” maatregelen die tot doel hebben traditionele genderrollen te wijzigen – bijvoorbeeld door de taakverdeling tussen ouders te veranderen, zodat vaders zich meer met de opvoeding en het huishoudelijk werk bezighouden, terwijl vrouwen de vrijheid krijgen om eerder en langer op de arbeidsmarkt te werken en zo hun arbeidspatronen minder zullen worden “onderbroken” door kinderen.

In beide gevallen is het de bedoeling de moeders – of ze nu een uitkering krijgen of een krachtige carrière nastreven – zo vroeg mogelijk op de arbeidsmarkt te krijgen. Ze hebben het liefst dat vrouwen een vroege start in hun carrière maken en continu blijven werken tot aan hun pensioen, met minimale of zelfs geen onderbreking voor het opvoeden van hun jonge kinderen.

In beide gevallen gaat het harmoniseren van werk en gezin, door het laatste ondergeschikt te maken aan het eerste. Een dergelijk beleid is niet gebaseerd op wat vrouwen willen, maar op wat “verlichte” elites, of het nu gaat om feministen of vooruitstrevende zakenleden, denken dat vrouwen zouden moeten willen.

 

Door Paul Adams

Paul Adams is emeritus hoogleraar sociaal werk aan de University of Hawai’i en was professor en universitair hoofddocent academische zaken aan de Case Western Reserve University. Hij is co-auteur van “Social Justice Isn’t What You Think It Is” en heeft veel geschreven over uitkeringsbeleid, professionele ethiek en deugd.

Origneel op 14 maart 2019 gepubliceerd op The Epoch Times: Men and Women: Some Inconvenient Truths

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN