New York Times zet Trump neer als aanstoker van antisemitische samenzweringen, zonder bewijs

In een voorpagina artikel over de recente opkomst van antisemitische aanslagen schilderde The New York Times president Donald Trump af als promotor van antisemitische complottheorieën, zonder bewijs aan te halen. De krant suggereert dat deze complottheorieën hebben geleid tot het tragische bloedbad in een synagoge in Pittsburgh.

Na een kort voorwoord over de schietpartij, stelt The New York Times in een artikel van 29 oktober dat de aanval “niet uit het niets is gekomen”.

“Terwijl de joden zich in de Verenigde Staten nog nooit zo geaccepteerd voelden, nam het klimaat in de twee jaar sinds de verkiezing van Donald J. Trump tot president steeds vijandigere vormen aan”, aldus het artikel.

Gezien het feit dat deze stelling impliceert dat het presidentschap van Trump iets te maken heeft met de opkomst van antisemitisme, zou een redelijke lezer verwachten dat de krant het verband dat gelegd wordt, toelicht en enig bewijs zou leveren. Het dagblad heeft echter geen van beide gedaan.

Hoe dan ook, veel lezers zullen de bewering dat de president een stijging van de aanvallen op Joden heeft aangewakkerd simpelweg als feit aannemen. De redactie haalde geen enkel bewijs aan om die bewering te staven, en liet bewijs weg waaruit blijkt dat de verdachte synagogemoordenaar, Robert Bowers, niet alleen niet op Trump stemde, maar ook nog eens kwaad was op de president voor diens steun aan de Joodse gemeenschap.

De New York Times is zich ervan bewust dat Trump’s dochter, Ivanka Trump, trouwde met de conservatieve Jood Jared Kushner en zich tot het jodendom bekeerde; beiden zijn hoge adviseurs in het Witte Huis. En in tegenstelling tot de drie presidenten voor hem, maakte Trump zijn belofte waar om de Amerikaanse ambassade in Israël vanuit Tel Aviv te verhuizen naar Jeruzalem.

De insinuatie van de krant dat de president antisemitisme aanwakkert, had moeten worden gevolgd door deze ontlastende feiten. De redactie koos ervoor deze weg te laten en in plaats daarvan gaat het artikel verder met een aantal paragrafen die de toename van het antisemitisme in Europa en de geschiedenis van de aanslagen op joden in de Verenigde Staten beschrijven.

Alvorens de volgende insinuatie van antisemitisme door de president te lanceren, weigerde de krant zijn lezers ervan op de hoogte te stellen dat er nooit een verslag is geweest van dat hij de Joodse gemeenschap ooit heeft bekritiseerd of een persoon alleen omdat hij een Jood is. Die context zou cruciaal zijn voor of na de ongefundeerde beschuldiging dat “de president en leden van het congres samenzweringstheorieën en ‘zinspelingen'”verspreiden die “resoneren bij antisemieten en blanke supremacisten”.

Ter ondersteuning van die bewering verwijst de krant naar interviews met “verschillende deskundigen”, van wie er geen enkele direct met naam genoemd wordt. Elders in het artikel citeert de auteur de mening van een antisemitisme-expert en een redacteur van een joods tijdschrift. Alleen de mening van de redacteur van het tijdschrift, Nadine Epstein, is in lijn met het verhaal van de krant.

Tenzij de anonieme “deskundigen” van The New York Times zich melden, is de enige bevestigde bron om de insinuatie te staven dat de president een aanstoker is van antisemitische complottheorieën, de redacteur van het Joodse tijdschrift, die niet beweert een expert te zijn.

Het verhaal van 30 paragrafen, dat prominent in de gedrukte krant en op de website van The New York Times werd geplaatst, besteedde geen enkele paragraaf aan de reactie van Trump in het kielzog van de synagoge schietpartij.

“Deze kwaadaardige, antisemitische aanval is een aanval op ons allemaal. Het is een aanval op de mensheid”, zei Trump tijdens een bijeenkomst in Illinois op 27 oktober. “Het vereist dat we allemaal samenwerken om het haatdragende gif van het antisemitisme uit onze wereld te verwijderen. Dit was een antisemitische aanval van de ergste soort. De plaag van het antisemitisme kan niet worden genegeerd, kan niet worden getolereerd en kan niet worden voortgezet.”

Het zou fair zijn om de commentaren van de president op te nemen, rekening houdend met de gesluierde beschuldigingen die door de krant worden neergezet. In plaats daarvan haalde The New York Times Trump’s commentaren aan over George Soros, een mega-donor van Democraten en anti-Trump doelen – die toevallig een jood is. De krant vergat echter op te helderen dat Trump Soros nooit bekritiseerde omdat hij joods was, noch het activisme van Soros toeschreef aan zijn joodse wortels.

Kritiek op Soros zou kunnen worden opgevat als een aanval op Joden als hij een prominente vertegenwoordiger van Israël of de Joodse gemeenschap was. Soros is echter een controversiële figuur, omdat hij miljoenen heeft gegeven aan anti-Israël doelen.

Een prominente figuur tot wie The New York Times zich zou kunnen wenden voor een duidelijke visie op Trump is Benjamin Netanyahu, de eerste minister van Israël, die bijna 9 miljoen Joden vertegenwoordigt. Netanyahu heeft gezegd dat sinds Trump president is geworden, de betrekkingen tussen Israël en de Verenigde Staten “nooit sterker zijn geweest” en dat Trump’s erkenning van Jeruzalem als de hoofdstad van Israël “door de eeuwen heen door ons volk zal worden herinnerd”.

Het weglaten van cruciaal bewijs door de New York Times en het selectief gebruik van feiten die passen in hun verhaallijn – in deze en andere artikelen – hebben waarschijnlijk bijgedragen aan de aanhoudende kritiek van Trump op de media. Onlangs beschuldigde de president de falende verslaggeving ervan verdeling in het land aan te wakkeren.

“Er is grote woede in ons land, deels veroorzaakt door onnauwkeurige en zelfs frauduleuze berichtgeving over het nieuws”, schreef Trump op Twitter op 29 oktober.

“De nepnieuws media, de ware vijand van het volk, moet de open & overduidelijke vijandigheid stoppen & het nieuws accuraat & eerlijk rapporteren. Dat zal veel doen om de vlam van woede en verontwaardiging uit te doven en we zullen dan in staat zijn alle partijen samen te brengen in vrede en harmonie. Nepnieuws moet eindigen!”

Door Ivan Pentchoukov

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN