Ontketen de demonen: kritische rastheoretici en progressieve activisten blazen nieuw leven in de slechtste ideeën ooit

OPINIE

Sinds het begin van de “1619 Rellen” in de nasleep van de dood van George Floyd, hebben ideeën als kritische rassentheorie, “systemisch racisme” en “wit privilege” Amerika overspoeld.

In de aula’s van de universiteiten, middelbare scholen, sportvelden en zakelijke vergaderzalen eisen progressieve activisten, vooral die zich associëren met Black Lives Matter (BLM), een gehele herordening van de Amerikaanse levenswijze en een nihilistisch uitwissen van Amerikaanse geschiedenis en cultuur. Wie gekant is tegen enig deel van deze beweging of enige twijfel uit over de tactieken of motivaties van BLM wordt als een “blanke supremacist” bestempeld.

Racisme beëindigen doet BLM echter bij lange na niet. Samen met haar bondgenoten stimuleert BLM rassenhaat.

Robin DiAngelo’s boek “White Fragility” (“Witte Broosheid”), het handboek van rassengericht links, omarmt een nieuw soort wetenschappelijk racisme, het soort ideologie wiens eerste verschijning heeft geleid tot de gruwelijkste horror van de moderne geschiedenis. Wetenschappelijk racisme fungeerde niet alleen als zogenaamde rechtvaardiging voor slavernij en apartheid, het was de fundering van Adolf Hitler’s overtuigingen en hielp de Nazi’s de macht te grijpen in Duitsland, resulterend in de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust.

Wetenschappelijk Racisme

Wetenschappelijk racisme vloeide voort uit het werk van Charles Darwin (hoewel Darwin het zelf nooit onderschreef). Wetenschappelijk racisme beweerde dat ras een essentieel en definiërend menselijk kenmerk was, dat rassen permanent met elkaar in conflict waren, dat dergelijk conflict de menselijke geschiedenis had vormgegeven, en dat rassen permanente karakteristieken hadden die sommigen superieur en anderen inferieur maakte.

“Scandinavische” rassen werden gezien als geciviliseerder en intelligenter, terwijl rassen ten zuiden van de Sahara, Oost- en Zuid-Europeanen en Aziaten gezien werden als inferieur en minder beschaafd. Zo omschreef een gids voor “rassen en volkeren” uit 1911 de Italianen als “prikkelbaar, impulsief… met een beperkt aanpassingsvermogen aan een georganiseerde maatschappij”.

Wetenschappelijk racisme was een pseudowetenschap. Het onderzoek was op zijn best gekunsteld en vaak gebaseerd op kleine fysieke verschillen, zoals de vorm van de schedel, wat dan zogezegd bepalend zou zijn voor de intelligentie. Toch was de stroming geen randverschijnsel. Het werd beschouwd als een “gevestigde” wetenschap en vond bijval bij de hoogst opgeleide en meest progressieve klassen van de VS en Europa: politici, juristen, overheidsfunctionarissen, professoren, artsen, schrijvers, en kunstenaars.

Het was méér dan theorie. “Raswetenschap” werd ontwikkeld om toegepast te worden op echte menselijke maatschappijen. De meest bekende toepassing was eugenetica, wat “het veldwerk van wetenschappelijk racisme wilde doen” door rassentechnisch een beter geschikte en hygiënischer beschaving te creëren via selectieve voortplanting.

Margaret Sanger, één van de oprichters van de American Birth Control League (wat later Planned Parenthood zou worden), definieerde haar doel als “meer kinderen voor de geschikten, minder voor de ongeschikten”. (De oorspronkelijke betekenis van “birth control” of “geboortebeperking” was niet het voorkomen van zwangerschap maar het idee dat de voortplanting bepaald en geleid zou moeten worden door wetenschappelijke deskundigen.) De ongeschikten en inferieuren zouden verboden worden zich voort te planten en aldus verdwijnen.

Het Nazi bewind in Duitsland voerde deze toepassing van de raciale wetenschap naar haar logische uiterste in het verlangen een utopie te creëren voor het Superras door Joden en andere zogezegd, inferieure rassen, met inbegrip van gehandicapten, te elimineren.

De Holocaust en de nederlaag van het Nazisme heeft het wetenschappelijk racisme in diskrediet gebracht als een pseudowetenschappelijke biologie. Racisme werd synoniem met kwaadaardigheid, en Europa en de Verenigde Staten boekten significante vooruitgang in het overkomen van gelegaliseerde vormen van racisme en de economische en politieke gevolgen ervan.

Terwijl openlijk racisme langzaamaan uit het zicht verdween, raakten de postmoderne academici in de ban van rassentheorieën en racisme en begonnen in de jaren ’90 het fundament te leggen voor een nieuwe versie van wetenschappelijk racisme.

Een nieuwe vorm van wetenschappelijk racisme

Waar het oorspronkelijke wetenschappelijke racisme stoelde op de biologie, baseert de nieuwe versie zich op de filosofie en de sociale wetenschappen, met name de sociologie, opvoedkunde en kritische studies.

Net als in de 19de eeuw, schept de postmoderne kritische rassentheorie een raciale hiërarchie, alleen wordt de orde van de hiërarchie omgekeerd met de “witten” onderaan. De oude racisten categoriseerden rassen via maatstaven zoals “beschavingskenmerken”. De nieuwe racisten baseren hun categorisatie op het waargenomen slachtofferschap van iedere groep. Hoe meer een groep “historisch slachtoffer” was, hoe hoger ze staat in de hiërarchie en daarom de zogenaamd meest waardevolle groep zou zijn.

Blanken zijn onderdrukkers en hun verlangen om te onderdrukken is geen gevolg van veranderlijke houdingen maar vloeit voort uit hun onveranderlijke natuur als witte mensen, terwijl kleurlingen in verschillende mate permanent zorgbehoevende slachtoffers zijn.

Zoals de pseudowetenschappers van de late 19e eeuw, beschouwen de postmoderne “rasgeleerden” zichzelf als speerpunt van de wetenschap en verhullen hun theorieën in ondoorzichtig en mystiek klinkend jargon. Hun wetenschap is echter even valide als die van hun 19e-eeuwse tegenhangers die het effect van de vorm van de schedel bediscussieerden. Kritische rasgeleerden zijn niet in staat, of weigeren, hun meest fundamentele terminologie helder te definiëren, zoals “wit”. Boeken staan vol met onderwerpen zoals “witte broosheid” maar geen enkele auteur die coherent kan uitleggen wat “wit” betekent.

Wetenschappelijke racisten geloven dat ras de persoon definieert. Karakter, individuele identiteit, gezinsachtergrond, zelfs cultuur is irrelevant. Dit is problematisch aangezien de meeste mensen zichzelf niet definiëren door hun ras. Indien je jezelf ziet als een Joodse Amerikaan, een Italiaanse Amerikaan of gewoon een Amerikaan, dan moet je heropgevoed worden; en dus troosten DiAngelo en andere kritische rastheoretici zich veel inspanningen om “witte mensen” te overtuigen zichzelf als “wit” te definiëren.

Het idee dat we, om racisme te bestrijden, witte mensen moeten overtuigen om een witte raciale identiteit aan te nemen en zichzelf te definiëren door hun ras is waanzinnig en gevaarlijk. Het creëert precies dát wat het beweert te bestrijden.

Conflict aanwakkeren

Een eeuw geleden geloofden rastheoretici dat ieder ras in een soort geheime samenzwering zat. Antisemieten verspreidden nepverhalen zoals “De Protocollen van de Geleerde Ouderen van Zion” en het geloof dat alle Joden deel uitmaakten van een geheim genootschap dat de maatschappij wilde ondermijnen of controleren. De hedendaagse rastheoretici geloven in hetzelfde.

De overleden historicus Noel Ignatiev stelde: “Het blanke ras is als een privéclub gebaseerd op een enorme veronderstelling: dat iedereen die blank is, ongeacht hun grieven of bedenkingen, fundamenteel loyaal is aan het ras.” De club, zo meende hij, verleende haar leden speciale privileges die anderen ontzegd worden.

De progressieve eugeniticus Madison Grant, een trouwe bondgenoot van Margaret Sanger, publiceerde in 1916 het boek “The Passing of the Great Race” (“De ondergang van een groot ras”), een vilein racistische uiteenzetting die stelde dat de geschiedenis van Amerika—en de gehele menselijke geschiedenis—gedefinieerd is door een eeuwige strijd tussen vijandige rassen. Deze visie is het hart van het wetenschappelijk racisme, en bepaalde later het wereldbeeld van Adolf Hitler en vele van zijn volgelingen.

In 2019 publiceeerde The New York Times het “1619 Project” dat stelt dat de Amerikaanse geschiedenis niets meer is dan een eeuwigdurend conflict tussen blank en zwart.

De hedendaagse progressievelingen hebben bijna integraal een van ’s werelds meest boosaardige ideeën nieuw leven ingeblazen, een theorie die ontelbaar veel leed en doden op haar geweten heeft. In plaats van racisme tegen te gaan, creëren en voeden de kritische rastheoretici het racisme in de academische wereld en erbuiten.

Kritische rastheorie degradeert mensen van alle rassen en culturen, en reduceert hen tot een sociaal construct van huidskleur. Het wakkert met opzet conflict aan tussen raciale en etnische groepen, gebaseerd op reëel of vermeend historisch klachten, zij het voor politiek gewin of zelfs het geloof dat de kritische rastheorie een utopie van culturele harmonie zal voortbrengen. Maar geen enkele utopie kan bestaan en degenen die politiek voordeel willen halen uit raciale wrijvingen, slaan geen acht op de talloze voorbeelden van het extreme gevaar geassocieerd met raciale politiek in de voorbije eeuw, van Armenië tot Rwanda.

Ondanks alle fouten en imperfecties, en met eeuwen vol conflicten en harde lessen, is de VS één van de weinige voorbeelden van een maatschappij waar mensen van verschillende culturen, overtuigingen en rassen in de mogelijkheid verkeren om in vrede en veiligheid samen te leven.

Maar de terugkeer van wetenschappelijk racisme en de stimulering ervan door veel van onze politici, sociale en culturele elite, brengt mensen van alle rassen in extreem gevaar.

Door John Radzilowski

John Radzilowski, Ph.D., is een geschiedenisprofessor aan de Universiteit van Alaska Southeast.

De meningen in dit artikel zijn de opinies van de auteur en reflecteren niet noodzakelijk de mening van The Epoch Times

Volg ons ook op Youtube: 

Wist je dat wij onafhankelijk zijn?
The Epoch Times is onafhankelijk van enige invloed van bedrijven, regeringen of politieke partijen. Ons enige doel is om onze lezers accurate informatie te geven en verantwoordelijk te zijn naar het publiek.

 

 

 

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN