Onthullingen van overlevenden van China’s interneringskampen

Gedetineerden zijn onder meer Han Chinezen en Falun Gong beoefenaars

In het uiterste westen van China’s regio Xinjiang wonen veel moslimminderheden, waaronder Oeigoeren en Kazakken. Mensenrechtengroepen schatten dat ongeveer een miljoen moslims willekeurig zijn opgesloten in de interneringsfaciliteiten in de regio, die in China “heropvoedingskampen” worden genoemd.

Slechts enkele gedetineerden zijn erin geslaagd China te verlaten na hun vrijlating, waardoor de buitenwereld zelden de kans krijgt om te weten wat er zich in deze kampen afspeelt.

De Chinese autoriteiten rechtvaardigen “heropvoeding” als maatregel om religieus “extremisme” en “terroristische activiteiten” te voorkomen en om “etnische eenheid” en nationale veiligheid te waarborgen. Bovendien werden deze kampen onlangs omgedoopt tot “centra voor beroepsonderwijs”, aangezien China voortdurend wordt geconfronteerd met kritiek van de internationale gemeenschap.

Volgens een rapport van Radio Free Asia van 31 juli zeggen twee overlevenden uit verschillende detentiecentra dat ze Han chinezen en Falun Gong beoefenaars in hun kampen hebben gezien.

Gulzira Auelkhan, een Chinese burger en etnisch Kazach die verblijfsrechten heeft in Kazachstan, keerde op 16 juli 2017 terug naar Xinjiang om haar ouders te bezoeken. Ze werd vastgehouden door de Chinese grensbeambten en drie dagen later naar een “heropvoedingskamp” gestuurd, waar ze 19 maanden werd vastgehouden. Ze werd vervolgens naar een fabriek gestuurd om arbeid te verrichten tot ze in oktober vorig jaar werd vrijgelaten. Ze kreeg te horen dat de reden voor de opsluiting en heropvoeding was dat ze geen Mandarijn kon spreken.

Een Kazachse mensenrechtenorganisatie zette de Chinese autoriteiten onder druk om Gulzira vrij te laten. Begin dit jaar mocht ze China verlaten en zich herenigen met haar man in Kazachstan. Haar twee dochters zijn echter nog steeds in Xinjiang.

Gulzira vertelde Radio Free Asia dat ze een kampuniform moest dragen en gedwongen werd om Mandarijn te studeren tijdens haar detentie in het “heropvoedingskamp”. Ze zei dat alle gevangenen de toespraken van de Chinese leider Xi Jinping, de “glorie” van China’s “One Belt, One Road” initiatief en de zogenaamde etnische eenheid moesten bestuderen. Een halve maand nadat ze naar het kamp was gestuurd, kreeg ze gedwongen een onbekende injectie. Haar lange haren werden kortgeknipt en de autoriteiten legden uit dat het detentiecentrum wordt gerund als een militair kamp.

Gulzira onthulde dat ze persoonlijk Falun Gong beoefenaars en Han Chinezen in haar detentiecentrum had gezien, samen met Oeigoeren, Kazakken, Kirghizes, Hui en Tataren. Ze kwam in contact met twee Han chinezen, één van hen was jong en de andere was een oudere persoon. Volgens het kampreglement is het binnen elke etnische groep verboden om met drie of meer mensen samen te komen voor een gesprek.

Een andere gedetineerde, een Han chinees uit Xinjiang’s Altay prefectuur die in een interneringskamp werd vastgehouden, deelde zijn persoonlijke ervaring met Radio Free Asia, op voorwaarde dat hij anoniem zou blijven.

Afgelopen zomer heeft de politie zijn huis doorzocht en etnische handwerken gevonden die hij voor de verkoop gebruikte. Ze namen hem mee naar het politiebureau waar hij drie dagen en drie nachten achter elkaar werd ondervraagd en onderworpen werd aan een martelmethode genaamd “de tijgerbank”. Hij mocht pas na twee uur ’s nachts gaan slapen. Zodra hij wakker werd, werd hij weer vastgebonden aan de tijgerbank. De politie vroeg hoe hij aan de etnische handwerken kwam en waarom hij naar het buitenland reisde. Ze dreigden ook zijn familie naar het “heropvoedingskamp” te sturen.

Na het verhoor nam de politie hem mee naar het People’s Hospital of Altay City, waar hij gedwongen werd bloed te laten afnemen, een buik- en borst B-ultrasound onderzoek, een urinetest en een elektrocardiogram te ondergaan in het kader van een “routinematige medische keuring”.

Hij werd bijna een maand lang voortdurend gemarteld. In deze periode viel hij meerdere keren flauw en stond hij op de rand van de dood. Uiteindelijk werd hij overgeplaatst van het politiebureau naar een “heropvoedingskamp” in Altay stad.

Hij werd bijna een jaar vastgehouden in het kamp, waar hij meer dan 30 Han chinezen ontmoette. Hij onthulde dat hij onder de Han-gevangenen die hij ontmoette onder meer petitionarissen, gelovigen en activisten op het gebied van de rechten had ontmoet. Allen waren gedwongen het medisch onderzoek te ondergaan en moesten daarvoor betalen.

De Taiwanese online media “The Reporter” onthulde een soortgelijk verhaal. De Kazachse burger Yar Khali werd gearresteerd toen hij op 9 november 2017 Xinjiang binnenkwam. De beschuldigingen omvatten reizen naar Kazachstan, het beoefenen van de islam en het downloaden van WhatsApp op zijn mobiele telefoon. Hoewel hij niet schuldig pleitte, werd hij meer dan 400 dagen vastgehouden in het “heropvoedingskamp”, waar hij verschillende vormen van marteling ondervond, zoals slaan, stompen, schokken met elektrische wapenstokken en enkele dagen verhongering.

Yar Khali vertelde “The Reporter” dat zijn persoonlijke ervaring hem hielp te begrijpen dat deze kampen niets te maken hebben met de zogenaamde “strijd tegen het extremisme”. In plaats daarvan is het een instrument van de dictatuur dat gebruikt wordt om gewone burgers te vervolgen.

Ook hij had Falun Gong beoefenaars, Christenen en Han Chinezen onder de kampbewoners gezien. “Als de waarheid van het ‘heropvoedingskamp’ aan iedereen bekend zou worden gemaakt, zouden de verschillende etnische groepen zich verenigen in de strijd tegen het Chinese communistische regime”, zei Yar Khali, “omdat het Chinese regime elke burger en elke religie vervolgt.

Door Olivia Li, Epoch Times

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN