Rapport schetst een decennium aan dwingende diplomatieke tactieken van Peking

De afgelopen tien jaar heeft de Chinese Communistische Partij (CCP) intimiderende diplomatieke tactieken uit de “grijze zone” gebruikt voor de manipulatie van buitenlandse regeringen en bedrijven  teneinde de kerndoelen van zijn communistische agenda te helpen verwezenlijken.

 Het ‘Australian Strategic Policy Institute’ (ASPI) zette de tactiek uiteen in zijn nieuwe rapport, gepubliceerd op 1 september, getiteld “De dwangdiplomatie van de Chinese Communistische Partij”. Het rapport identificeert een reeks niet-gemilitariseerde bedreigingen en negatieve acties die de CCP gebruikt om landen te dwingen hun gedrag te veranderen.

Net als China’s militaire grijze zone tactiek, ligt dwangdiplomatie op de grens tussen regelrechte agressie en normale diplomatie. Het omvat acht verschillende maatregelen, waaronder economische handelssancties, investeringsbeperkingen, een verbod op toerisme en boycots.

Niet-economische maatregelen omvatten willekeurige detentie, de executie van expats uit het betrokken land, beperkingen op officiële reizen en door de staat uitgevaardigde bedreigingen.

Dat gezegd hebbende, wees het rapport erop dat de CCP voornamelijk gebruik maakt van door de staat uitgevaardigde bedreigingen, handelssancties, en toeristische verbodsbepalingen.

“De benadering van de CCP is uniek in zoverre dat het zelden traditionele methodes van dwangdiplomatie aanwendt, die ingezet worden aan de hand van de officiële staat van een land”, merkte het rapport op, dat uitlegt dat de CCP tactieken vaak gebonden zijn aan een dreiging voor de kernbelangen van de CCP.

“De nationale kernbelangen van China zijn nauw gecentreerd om de door de CCP zelf gedefinieerde politieke veiligheid. Elk gedrag van buitenlandse staten of bedrijven dat wordt gezien als een inbreuk op deze nationale kernbelangen wordt daarom behandeld als een directe bedreiging voor de legitimiteit en het voortbestaan van de CCP”, aldus het rapport.

De cadetten van het Chinese Volksbevrijdingsleger trainen op 22 juli 2020 in Peking, China. (Greg Baker/AFP/Getty Images)

De afgelopen tien jaar heeft de CCP wereldwijd 100 keer diplomatieke dwangmaatregelen genomen tegen 27 landen, waaronder Europese landen, de Verenigde Staten, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en Oost-Aziatische landen; en 52 keer tegen buitenlandse bedrijven, met een sterke toename sinds 2018.

Het ASPI vermeldde dat Australië het grootste deel van de dwangtactieken van de CCP met 27 bedreigingen, het hoofd heeft geboden.

Australië heeft een escalatie van deze tactieken gezien in de afgelopen acht maanden nadat de regering opriep tot een onderzoek naar de oorsprong van het SARS-CoV-2-virus. Waarna zowel de CCP-woordvoerder voor buitenlandse zaken, de Chinese ambassade in Canberra, als het Chinese consulaat in Sydney bedreigingen en waarschuwingen publiceerden voor de Morrison-regering.

Ze stuurden ook waarschuwingsbrieven naar Australische kranten en plaatsten economische sancties op de Australische gerst, rundvlees, toerisme en hoger onderwijs, waarbij de meest recente dwangmaatregel zich richt op de Australische wijnindustrie.

Het verijdelen van het slotoffensief van het buitenlandse beleid van de CCP

Volgens de ASPI stopten deze dwangtactieken pas wanneer een natie toegaf aan Peking over internationale kwesties.

Met Noorwegen als voorbeeld wordt in het verslag melding gemaakt van de afbraak van de betrekkingen met de CCP, nadat Noorwegen in 2010 een Nobelprijs had toegekend aan de Chinese dissident Liu Xiaobo; de CCP heeft eerst gedreigd en vervolgens economische sancties tegen de Noorse zalm uitgevaardigd.

Na zes jaar verbeterden de diplomatieke betrekkingen toen Noorwegen zijn beleid veranderde en steun betuigde aan de doelstellingen van Peking door in 2014 te weigeren de Dalai Lama te ontmoeten, het “één kind”-beleid publiekelijk te steunen en China te steunen om in 2013 een waarnemer te zijn in de Arctische Raad.

Dat gezegd hebbende, merkte ASPI op: “China is zeer berekenend en risicomijdend bij het opleggen van deze sancties om schade aan de Chinese economie te voorkomen.”

Een vrouw winkelt in een supermarkt voor poedermelk in Chengdu, China, op 28 september 2008. (China Foto’s/Getty Images)

Professor James Laurenceson van de Technische Universiteit van Sydney, aan het Instituut voor Betrekkingen tussen Australië en China, is het met dit punt eens.  Op ABC-radio op 1 september stelt hij dat de CCP geen concessies wil doen aan zijn economie.

“Ik denk terug aan het wijnincident in 2017 dat ongeveer drie weken duurde. Daarna begon de wijnstroom naar China weer op gang te komen, en aan het eind van het jaar bereikte de Australische wijnexport naar China zelfs een recordhoogte”, aldus Laurenceson.

Momenteel is de uitvoer naar China op een hoogtepunt, meldde het Australian Financial Review op 4 augustus. Bijna de helft van de goederen van Australië, oftewel 48,8 procent, wordt naar China geëxporteerd, omdat het communistische regime een agressief stimuleringsbeleid voor zijn economie in gang zet.

ASPI zegt dat Australië deze tactiek kan overwinnen als het samen met gelijkgestemde landen een blok vormt dat reageert op dwingende bedreigingen door het nastreven van gecoördineerde acties door internationale entiteiten zoals de G7, de G10, de Wereldgezondheidsorganisatie en de Wereldbank, die deze tactieken tegengaan.

Verder stellen zij voor dat Australië, de Verenigde Staten, Canada, het Verenigd Koninkrijk en Nieuw-Zeeland een economisch veiligheidspact sluiten.

“Met behulp van hun inlichtingensamenwerking, zouden de ‘Five Eyes’ landen gezaghebbende gezamenlijke commentaren kunnen geven op alle dwangmaatregelen die tegen een van de vijf leden worden geheven ,en collectieve economische en diplomatieke maatregelen nemen als vergelding”, betoogde ASPI.  

 Door Victoria Kelly-Clark

Origineel op 2 september 2020 gepubliceerd op The Epoch Times: Report Outlines a Decade of Beijing’s Coercive Diplomatic Tactics

Kijk ook naar:

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN