Uit het oude China: Jigong en de hondenvleesverkoper

een verhaal over goed en kwaad

Jigong, ook wel bekend als Daoji, was een keurige monnik ten tijde van de Zuidelijke Song-dynastie (1127-1279). Er zijn veel legendes over Jigong, die mensen redde met zijn supernormale vermogens. Zo doen er veel verhalen de ronde in de hedendaagse cultuur, over Jigong die de armen hielp en het onrecht bestreed.

Op een dag was Jigong, zoals gewoonlijk, aalmoezen aan het verzamelen toen hij een verkoper van hondenvlees zag die naar het toilet in een bijgebouwtje ging. Zijn twee manden met vlees en het juk om ze te dragen lagen aan de kant van de straat. Jigong zag met zijn hemelse oog dat het bijgebouwtje op instorten stond en dat de verkoper van het hondenvlees bedolven zou worden en ter plekke zou sterven. Jigong dacht: “Nee. Hij zou niet moeten sterven, want qua ‘respect voor ouderen’ is hij een geweldig voorbeeld voor de wereld om van te leren.” Hij liep erheen, raapte het juk op en rende weg met de manden vol hondenvlees. Met luide stem riep Jigong: “Kijk! Niemand wil deze twee manden met vlees! Ik zal ze naar mijn tempel brengen!”

De hondenvleesverkoper hoorde dit en rende, zo snel als hij kon, weg uit het bijgebouwtje, terwijl hij met beide handen zijn broek omhoog hield. Hij schreeuwde: “Hé, monnik, blijf van mijn manden af!”

Na slechts een paar stappen te hebben gezet, hoorde hij een luide “Boem!” achter hem. Toen hij achterom keek, was hij stomverbaasd dat het bijgebouwtje ingestort was. Hij werd bang en dacht: “Oh mijn god! Dankzij de monnik ben ik gered. Anders zou ik gedood zijn.” Jigong lachte en gaf hem de manden terug.

Jigong zei tegen hem: “Je bent een plichtsgetrouwe zoon. Ga meteen naar huis zodra je het vlees hebt verkocht; je moeder wacht daar op je.”

De hondenvleesverkoper, genaamd Husan, dreef al jarenlang handel. Hij woonde met zijn moeder en echtgenote in de ‘Qiantang Straat’. Husan kon het goed andere mensen vinden, maar hij was nooit aardig tegen zijn moeder. Vroeg in de ochtend had hij vaak ruzie met haar en hij sprak zelfs onbeschoft tegen haar. Zijn vrouw was een lieve vrouw en ze gaf hem vaak advies. Ze zei dan: “Je moeder is zo oud; maak haar alsjeblieft niet boos.” Husan zei dan niets en ging gewoon verder met zijn werk.

Op een dag was Husan thuis vlees aan het bereiden toen hij zijn vrouw vroeg of ze er even op kon letten. Hij verliet de ruimte en haalde twee honden naar tevoorschijn, een moederhond en haar pup, die hij net op de markt had gekocht. Husan bond de moederhond vast en droeg de pup op zijn schouder. Hij zette ze op de binnenplaats, ging het huis binnen en haalde een groot mes om de honden mee te doden. Hij legde het mes op de binnenplaats en ging terug het huis in om een teil te halen, maar toen hij terugkwam in de tuin, zag hij het mes niet meer. Hij vroeg zijn vrouw: “Heb jij het mes gepakt?”

“Nee”, antwoordde ze.

The Classic of Filial Piety
“The Classic of Filial Piety”, uit de Song-dynastie, traditioneel toegekend aan Ma Hezhi (floreerde gedurende 1131-1189) als schilder en keizer Gaozong (1107-1187) als kalligraaf. Taipei: Nationaal Paleismuseum. (Publiek domein)

Na een tijdje gezocht te hebben, ontdekte hij dat het mes onder de pup lag. De pup had gezien dat Husan zijn moeder wilde doden, dus had hij het mes snel weggepakt en was erop gaan liggen. Husan schopte de pup meteen weg, maar de pup rende terug en ging op de nek van zijn moeder liggen. Met ontblote tanden staarde de pup naar Husan. Er stonden tranen in de ogen van de pup.

Toen Husan dit zag, was hij aangedaan. Hij gooide het mes weg en rende luid roepend de kamer in. Zijn vrouw was doodsbang door zijn geschreeuw. Husan dacht: “Ik ben niet eens beter dan een hond. Zelfs een hond weet waar hij vandaan komt; hoort een mens dat niet te weten?” Daarna ging hij naar de tuin en sprak met de twee honden: “Oké. Ik ga jullie niet meer doden. Als je wilt blijven, mag je blijven en heb ik eten voor je. Als je wilt gaan, kun je gaan.”

Hij ging naar de kamer van zijn moeder, knielde voor haar neer en zei: “Sorry voor mijn respectloos gedrag. Ik ben schuldig.”

Zijn vrouw zei: “Als je van nu af aan goed bent voor je moeder, zullen onze levens gelukkiger zijn.”

Husan zei toen: “Als we het hondenvlees wat er nog ligt verkocht hebben, zal ik mijn beroep veranderen en geen dieren meer doden.”

Husan ging die dag op pad en had opeens het gevoel dat hij moest plassen. Hij legde de manden aan de kant van de straat en rende vlug naar een bijgebouwtje. Geheel onverwachts stortte het bijgebouw in, maar hij werd gered door Jigong. Sommige mensen vragen zich misschien af waarom Husan een goed voorbeeld van ‘respect voor ouders’ werd genoemd omdat hij altijd zo grof was tegen zijn moeder.

Dit verhaal laat echter zien dat één gedachte het verschil maakt tussen goed en kwaad. Hoewel Husan lange tijd niet respectvol was tegenover zijn moeder, veranderde hij meteen toen hij zich realiseerde dat hij fout was. Hij toonde zijn moeder eerbied en diep respect. Zijn goede gedachten kwamen naar boven en zijn gedrag volgde, zodat zijn kwade gedachten volledig verdwenen. Daarom noemde Jigong hem een geweldig voorbeeld van ‘respect voor ouders’.

Andersom geldt het ook; als een persoon al vele jaren goed bezig is, maar op een dag plotseling een slechte gedachte heeft, kan deze slechte gedachte ertoe leiden dat hij kwaad gaat doen. En al het goede dat hij daarvoor deed zou weggenomen worden. Op het moment dat de gedachte opkomt, zelfs als hij nog niets kwaads doet, is hij al een echt slecht persoon in de wereld. Dus, men zou een hoger doel moeten nastreven en dat pad bewandelen, ook al is het een lange weg. Als iemand dat pad al is ingeslagen, zal hij vroeg of laat het doel bereiken. Slechts één gedachte maakt het verschil tussen goed en kwaad. Deze goede gedachte is erg belangrijk en we noemen het ook wel “het Boeddha-licht schijnt overal”.

Vertaald door Dora Li in het Engels. Dit verhaal is herdrukt met toestemming van het boek “Treasured Tales of China”, Vol. 1, beschikbaar op Amazon.

Door Epoch Newsroom 

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN