Wat het betekent om een man te zijn

“Traditionele mannelijkheid” werd onlangs als “schadelijk” bestempeld door de American Psychological Association (APA). Onder de karaktertrekken die ze bij naam veroordeelden hoorden “emotioneel stoïcisme” en “zelfredzaamheid”.

Volgend op het APA rapport over “Guidelines for Psychological Practice with Boys and Men” was er een opruiend reclamespotje door scheermiddelenbedrijf Gillette, wat eveneens traditionele mannelijkheid veroordeelde door het neer te zetten als gewelddadig en verstoken van empathie.

Als mensen tegenwoordig: “Wees een man” zeggen, bedoelen ze vaak dat men sterk moet zijn, maar vaak op een oppervlakkige manier. Hiermee het concept reducerend tot haar zwakste vorm.

Natuurlijk kunnen we de mannen van nu hier niet de schuld van geven. Populaire cultuur heeft de “mannelijke” man afgeschilderd als niets meer dan een bruut die koud is in zijn relaties en gevoelloos, of alleen geïnteresseerd in zichzelf.

Tegelijkertijd worden mannen ontmoedigd om zelfs de meest basale “mannelijke” karaktertrekken te tonen, omdat ze anders beschuldigd kunnen worden van “toxische mannelijkheid”. Populaire cultuur heeft een slim spelletje gespeeld: ontleed het mannelijke karakter tot het meest basale niveau en val vervolgens iedereen aan die dit durft te belichamen.

Maar wat mij geleerd is echter over wat het betekent om een man te zijn, is een heel ander concept. Mij is geleerd dat een man een leider is, en dat als een man deze rol goed wil kunnen vervullen, hij de positieve aspecten van goed leiderschap moet leren. Het is een pad die vereist dat je jouw eigenbelang opoffert voor anderen, rekening houdt met degenen onder jouw hoede, en bereidt bent om beslissingen te nemen op cruciale momenten. Zelfs het concept over waarom mannen sterk moeten zijn ligt in dit onderliggende principe verankerd.

Toen ik een jongeman was, in mijn tienerjaren, en op het punt stond volwassen te worden, was mij een goede mentor gegund. In die tijd maakte ik vaak stampij als iets tegen zat en als ik gekwetst raakte, schreeuwde ik dat van de daken. Dat duurde tot mijn mentor er genoeg van kreeg en een goed gesprek met me voerde.

Hij legde me uit dat waarom mannen sterk moeten zijn niet is om een oppervlakkig soort imago te bewerkstelligen. Maar dat de echte reden is, dat mannen uit consideratie voor anderen sterk moeten zijn.

In een gemeenschap zoeken mensen van nature naar sterke mannen voor hun leiderschap en in tijden van tegenspoed verlaten ze zich op dezelfde mannen voor een gevoel van zekerheid. Als die mannen er paniekerig uit zien, krijgen de mensen die leiderschap van hen verwachten, het gevoel dat ze aan hun lot overgelaten zijn. Als iedereen tegenspoed ervaart moet een goed man dat verdragen met een stoïcijnse houding, wat anderen toont dat ook zij het kunnen verdragen – het geeft hen de moed om de ontberingen het hoofd te bieden.

Oftewel, een goed man steelt de kracht van anderen niet en poetst zijn eigen imago niet op. Een goed man ontwikkelt zijn innerlijke kracht om de mensen in zijn omgeving te sterken.

Een goed leider

Er bestaan allerlei soorten leiders. De geschiedenis is rijk aan goede en slechte voorbeelden. En zelfs van de slechte voorbeelden, kunnen we positieve lessen destilleren door van hun fouten te leren.

Sommigen waren zelfingenomen, en sommigen waren onbaatzuchtig. De geschiedenis kent leiders die heersten middels tirannie, en anderen die met goedheid regeerden; het heeft ons leiders getoond die nietsontziend waren ten opzichte van hun mensen en anderen die degenen onder hun hoede wilden verheffen.

Dezelfde principes kunnen toegepast worden op hoe een man zijn eigenbelang balanceert met de belangen van anderen, in elke relatie.

Ik denk dat er twee redenen zijn waardoor “mannelijkheid” negatieve connotaties heeft ontwikkeld. Allereerst wilden mensen met politieke agenda’s – voornamelijk gegrond in communistische ideeën – alle autoriteit en sociale hiërarchie teniet doen, dat de vernietiging van de ‘mannelijke invloed’ vereist. En daarnaast zijn er nog maar weinig mannen die begrijpen wat het betekent om een goed leider te zijn.

Ongeacht wat de “experts” ook zeggen om mannelijke karaktertrekken te demoniseren, zou ik durven wedden dat er weinig vrouwen interesse hebben in mannen die besluiteloos zijn, ongemotiveerd en zwak in geest – wat de richting is waarin ze mannen duwen.

De oplossing ligt niet in de afschaffing van de gehele mannelijkheid, maar in het smeden van de karakters van mannen op dusdanige wijze dat ze de positieve mannelijkheidsaspecten belichamen.

Vroeger waren deze karaktertrekken algemeen bekend.

De 17e eeuwse filosoof Yamaga Soko schreef in “De Weg van de ridder”: “Een vermetel man zal zonder zijn stem of verschijning te beroeren: levensbedreigende situaties trotseren, over messnedes lopen, zwaarden en speren doen rondwervelen, stevige discipline tonen, ernstige kwesties aanpakken en belangrijke beslissingen nemen.”

Hij voegde er aan toe dat “de civiele en militaire vermogens die de wereld op deze manier stabiliseren, te vinden zijn in een groot hart.”

De eeuwenoude Chinese militaire tekst “Wei Liaozi” stelt dat: “Zij die in vroegere tijden de mensen bestuurden, stelden hoffelijkheid en trouw boven rang en salaris, bescheidenheid boven discipline en vriendelijkheid boven regulering.”

De “Zes geheime leringen” eveneens een eeuwenoud Chinees militair werk, adviseert leiders om: “Kalm te zijn en sereen, rustig en gematigd. Wees vrijgevig, niet tegendraads, wees openhartig en gelijkgezind. Behandel mensen correct.”

In de westerse traditie legt de Griekse filosoof Aristoteles in “Ethica Nichomachea” uit dat kennis slechts nuttig is als het voor anderen gebruikt kan worden en dat de basis van goed leiderschap het beoefenen der deugden is.

De ‘duistere triade’

De meeste mensen zullen, als ze aan “toxische mannelijkheid” denken, de zogenaamde “duistere triade” kenmerken voor ogen hebben; namelijk narcisme, psychopathie en machiavellianisme. Oftewel, dit zijn mannen die met zichzelf geobsedeerd zijn, niet nadenken over de gevolgen van hun daden en het leven als een groot strategisch spel zien.

Ironisch genoeg definiëren deze karaktertrekken ook het “bad boy” imago, dat veel vrouwen aantrekkelijk vinden.

Maar als je het mij vraagt is het hele imago op zijn kop gezet. Het is geen kwestie of mannen hun mannelijke trekken behouden of ze volledig verlaten. Wat belangrijk is, is of ze hun aangeboren aard kunnen aanscherpen en zo de positieve aspecten van mannelijkheid kunnen benutten. De zogenaamde “duistere triade” draait om de negatieve aspecten van deze karaktertrekken en zijn gegrond in zelfzuchtigheid. Maar ik geloof dat deze trekken ook hun goede kwaliteiten hebben.

Binnen een narcist schuilt een man vol vertrouwen en geloof in zichzelf. Een psychopaat – daar bedoel ik een man mee die niet over de gevolgen van zijn daden nadenkt – is een man die besluitvaardig is en daadkrachtig. En achter een machiavelliaanse geest schuilt een man die dingen wil bereiken in het leven, die strategieën kan bedenken om grootse dingen te bereiken.

Ik kan natuurlijk niet veel namens vrouwen spreken, maar ik durf te wedden dat de reden dat ze van mannen met deze eigenschappen houden, is dat ze de potentie voor goedheid in hen zien, en geloven dat ze deze mannen kunnen behoeden voor de duistere kanten van hun karakter.

Als een vrouw zich haar ideale man voorstelt, ziet ze in het algemeen niet slechts zijn voorkomen voor zich, maar ook de wereld die hij met zich meebrengt. In een relatie zal zijn leven haar leven worden, en zijn vermogen om met tegenspoed om te gaan, om snel te reageren als er keuzes gemaakt moeten worden – en om vertrouwen te hebben in de keuzes die hij maakt – hebben allemaal een grote invloed op hun gezamenlijke levenskwaliteit.

Natuurlijk kan, zoals Aristoteles uitlegt, zo’n beetje alles problematisch worden als het in het extreme wordt getrokken. De kunst is om de ‘gulden middenweg’ te vinden, de aangename middenweg zonder overtolligheden of tekortkomingen.

Het is gevaarlijk voor mannen als hen gezegd wordt hun aard helemaal te verloochenen – om alles overboord te gooien dat hen mans maakt, om hun binnenste gevoelens te tarten en zich te schamen voor wie ze zijn. Als mensen hun innerlijke aard niet onder ogen zien, hebben ze ook hun duistere trekken niet onder controle en kunnen hun positieve kanten niet verder ontwikkeld worden.

Om de betere delen van hun innerlijke aard te kunnen ontwikkelen moet een man echter veel moeite doen. Dit was vroeger misschien makkelijker toen men makkelijk goede mentoren en rolmodellen kon vinden en vaders niet verloren gingen door scheidingen.

Toch is er nog veel dat ons kan leiden. De geschiedenis heeft ons een weelde aan kennis gegeven, van de Griekse en Romeinse stoïcijnen tot de Confuciaanse geleerden uit China en Japan. Van traditionele vechtkunsten kunnen we nog steeds zelfbeheersing en discipline leren, net als kameraadschap en teamwork van sport. En we kunnen ons ook wenden tot de weelde aan wijsheid in onze eigen culturen – de normen en waarden van onze voorouders en de eeuwenoude mythologie en klassieke werken die de tand des tijds hebben doorstaan.

Hiermee kunnen we nog steeds een weg terug vinden – en hoop op goede mannen.

Door Joshua Philipp

Joshua Philipp is een senior onderzoeksjournalist voor The Epoch Times.

 

 

 

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN