Wisseltruc: De waarheid achter de massale demonstratie van Falun Gong op 25 april

Veel mensen die volgen wat er in China gebeurt, geloven dat de 10.000 beoefenaars van Falun Gong, die zich 20 jaar geleden buiten het hoofdkwartier van de Communistische Partij in Peking verzamelden, de katalysator waren voor de massale onderdrukking die kort daarna werd ontketend.

In feite was het, ondanks het grote aantal aanwezigen, een vreedzame en ordelijke demonstratie, maar het werd door de autoriteiten afgeschilderd als een belegering van de nationale regering en gebruikt als een excuus om een meedogenloze vervolgingscampagne tegen Falun Gong te starten.

Het doel van de bijeenkomst op 25 april 1999 was het indienen van een verzoekschrift bij het regime om de niet-politieke cultivatiewijze een wettelijke status te geven en de volgelingen ervan niet langer lastig te vallen.

De intimidatie was al in juni 1996 begonnen, toen het Ministerie van Propaganda verschillende overheidsniveaus opdracht gaf om de praktijk te bekritiseren. Later werd het verboden de boeken van Falun Gong te publiceren of te verspreiden, en de politie in het hele land begon met het in beslag nemen van boeken van beoefenaars en begon zich te bemoeien met hun groepsoefening.

Vervolgens publiceerde een nationaal tijdschrift, gevestigd in de kuststad Tianjin, een artikel waarin Falun Gong werd belasterd. Falun Gong is een traditionele meditatiepraktijk die ook wel Falun Dafa wordt genoemd. Volgens een onderzoek van de regering aan het eind van de jaren negentig waren er toen 70 tot 100 miljoen volgelingen.

Dit artikel verontrustte beoefenaars, omdat het artikel een negatief effect had op de praktijk, dus sommige belden of schreven naar het tijdschrift om te vragen het onterechte artikel te corrigeren, terwijl veel andere naar Tianjin gingen om te proberen het probleem in persoon te herstellen.

Op 23 april kwam de oproerpolitie de beoefenaars met behulp van knuppels en hogedrukkanonnen verspreiden en werden er 45 gearresteerd. Dit had tot gevolg dat beoefenaars in beroep gingen bij de gemeente Tianjin. Daar vertelden de ambtenaren hen om hun zorgen aan het Bureau voor Beroep van de Centrale Regering te vertellen in de Fuyoustraat in Peking.

“We kunnen geen verantwoordelijkheid nemen voor deze zaak. Ga naar Peking, het Ministerie van Openbare Veiligheid is hier al van op de hoogte”, zei een ambtenaar, volgens Minghui.org.

De verwijzing verspreidde zich snel door de Falun Gong gemeenschap en in goed vertrouwen gingen duizenden beoefenaars uit Peking en andere delen van het land op weg naar het Bureau voor Beroep, in wat de grootste spontane openbare bijeenkomst zou worden sinds de studentenprotesten op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989.

De scène in de Fouyoustraat voordat de politie de straat op 25 april 1999 voor het verkeer sloot. (Minghui.org)

 In stil protest

 Toen Falun Gong beoefenaars in de vroege ochtend van 25 april aankwamen in de Fuyoustraat, waren er al zo’n 1.000 veiligheidsagenten en officieren in burger aanwezig.

Sommige van de officieren waren aan het praten op hun portofoons, en anderen begeleidden de beoefenaars naar een aangewezen gebied. Toen de beoefenaars het Bureau voor Beroep naderden, werden sommigen naar de overkant van de straat geleid, naar Zhongnanhai, een complex van gebouwen dat dienst doet als hoofdkwartier van de Chinese Communistische Partij en de centrale regering.

Dit leidde er toe dat ze Zhongnanhai omringden. In feite was deze tactiek een berekende zet die later werd gebruikt om de menigte valselijk te beschuldigen van het op een dreigende manier “omsingelen” of “belegeren” van de centrale regering.

Op foto’s van ABC was een ordelijke verzameling mensen van alle leeftijden te zien, die zich uitstrekte over ongeveer twee kilometer, langs de met bomen omzoomde trottoirs van de Fuyoustraat en enkele zijstraten. Sommigen deden de langzame Falun Gong oefeningen, terwijl anderen zaten of lazen. Er was voldoende ruimte voor voetgangers om te lopen en de verkeersstroom werd niet gehinderd, maar de politie sloot de straat al snel voor het verkeer nadat de menigte zich had verzameld.

Er was geen geschreeuw van slogans of gezwaai met spandoeken – in feite deden de beoefenaars grote moeite om zo onopvallend mogelijk te zijn, en namen zelfs tassen mee om eventueel zwerfafval in te stoppen.

“Geen enkele opname, film of aannemelijk verslag laat zien dat de Falun Gong beoefenaars iets deden wat zelfs maar enigszins provocerend was gedurende die hele periode, die 16 uur duurde. Geen rommel maken, roken, zingen of spreken met journalisten”, schrijft auteur en Chinese analist Ethan Gutmann in het artikel “Een gebeurtenis in de Fuyoustraat”.

De aanwezigen hadden drie verzoeken: laat de gearresteerde beoefenaars in Tianjin vrij; sta Falun Gong beoefenaars toe om in een niet-vijandige omgeving te oefenen; en hef het verbod op het publiceren van Falun Gong boeken op.

Een paar van de beoefenaars die zich bij het Bureau voor Beroep hadden verzameld, werden uitgenodigd naar binnen te komen en te spreken met de toenmalige premier Zhu Rongji; Zhu gaf later een bevel om de gearresteerden in Tianjin vrij te laten. Rond 21.00 uur werd onder de beoefenaars een boodschap verspreid dat de problemen in principe waren opgelost en dat ze konden vertrekken.

De menigte verspreidde zich net zo rustig als ze gekomen waren, niet vermoedend dat er veel grotere problemen in het verschiet lagen.

Toen Falun Gong beoefenaars in de vroege ochtend van 25 april aankwamen in de Fuyoustraat, waren er al zo’n 1.000 veiligheidsagenten en agenten in burger ingezet. (Minghui.org)

Terreurcampagne begint

Drie maanden later, op 20 juli, verbiedt de leider van de Chinese Communistische Partij (CCP), Jiang Zemin, de praktijk op illegale wijze, in een poging zijn persoonlijke macht te versterken en de onrust die zich op dat moment binnen de Partij voordoet, tot bedaren te brengen.

Jiang gebruikte de gebeurtenissen van 25 april om te “bewijzen” dat Falun Gong zowel georganiseerd was als een onmiddellijke politieke bedreiging. Maar in feite had hij al voor 25 april besloten de praktijk te verbieden: hij had al het 6-10 Bureau opgericht – een buitengerechtelijke, geheime, Gestapo-achtige organisatie – om toezicht te houden op alle aspecten van de vervolgingscampagne.

Het enige wat hij nu hoefde te doen was het Politbureau van de Communistische Partij te overtuigen. In een brief aan het Politburo, geschreven op de avond van de demonstratie en openlijk gepubliceerd in 2006, beschreef Jiang Falun Gong als een nationale religieuze organisatie met een wereldbeeld dat haaks staat op dat van het communisme en het marxisme. De CCP staat niet toe dat er niet-overheidsorganisaties bestaan die niet onder haar controle staan; het bestempelen van Falun Gong als zo’n organisatie maakte het een geldig politiek doelwit.

Een film van een uur waarin de demonstratie als een terroristische actie werd afgeschilderd, werd uitgebracht en de staatsmedia lanceerden een propaganda-blitz waarin de gebeurtenis als een opstand werd geportretteerd.

Gutmann zei dat de beschuldiging, dat de demonstratie een bedreiging vormde voor het regime, neerkwam op schaamteloze partijpropaganda, maar toch namen de westerse media het over.

“Omdat de westerse media zo weinig weten over Falun Gong, overleeft dit verzinsel in de verslagen over 25 april … Het wordt herhaald in wetenschappelijke werken over de geschiedenis van Falun Gong en wordt bijna beschouwd als de erfzonde van de beweging”, schrijft hij.

“Het idee dat Falun Gong Zhongnanhai op een dreigende manier heeft belegerd is een directe boodschap van de zienswijze van de communistische partij. … Hoe je de demonstratie ook noemt, deze was niet gericht op Zhongnanhai, laat staan een belegering van het omheinde terrein. Hoe dan ook, de Partij is nog steeds eigenaar van woord en geschrift van toen en nu, voor de Chinese die Falun Gong probeert te bereiken.”

De wrede vervolging die door Jiang werd geïnitieerd, was het begin van een nieuwe communistische terreurcampagne zoals die sinds de Culturele Revolutie niet meer is voorgekomen en die een onnoemelijke hoeveelheid dood en leed heeft veroorzaakt.

“Het optreden werd gerechtvaardigd door de mythe van de beruchte 25 april – een verzinsel dat was bekokstoofd als voorwendsel om een ongekende vervolging te organiseren, die tot op de dag van vandaag voortduurt”, schrijft Gutmann.

“25 april was dus gewoon het uitspelen van een uitgebreide wisseltruc, met Falun Gong als naïeveling die toehapte.”

Falun Gong beoefenaars in de Fuyoustraat op 25 april 1999. (Minghui.org)Door Joan Delaney, Epoch Times

 

 

 

 
SOORTGELIJKE ARTIKELEN